|
om tien uur nog om de woning zijner Dulcinea rondsloop,
om zijn verliefd hart te verzadigen door een steelschen
blik te werpen door een der ramen van een vertrek, waar
Willy vertoefde, wachtende op de thuiskomst van haar
vader.
„Ah, jou bandiet,” klonk hem op eens in de ooren en
zich omkeerende, zag hij zich tegenover zijn aanstaanden
schoonvader, die hem woedend toesnauwde : „Jou vagebond,
nou heb ik je !”
Dat was waar, want hij vloog‘op den verbaasden minnaar
aan en greep hem bij zijn schouders met zulk een
kracht, dat deze hierop niet verdacht achterover viel zijn
aanvaller met zich meesleurende. Deze, zijn slachtoffer
stevig vasthoudende, begon nu luid om hulp te roepen.
„Wacht, mijnheer, ’k zal u wel van hem verlossen,”
zei een dikke burgerman, dezelfde tegen wien de postiljon
van den omnibus aan het station geknipoogd had, terwijl
hij van achter een boschje te voorschijn kwam. „Ik heb
reden te gelooven, edelachtbare, dat we hier te doen hebben
met een gevaarlijken inbreker, een zoogenaamden Jansen,
alias Boedels, alias Smit. Ik heb hem nagegaan van af het
oogenblik dat hij om halfzes uit den trein stapte en met
den omnibus van het hotel 1’Espérance wegreed. Ik heb
eenige mannetjes meegebracht om hem in bewaring te
nemen. U behoeft de huisgenooten niet te verontrusten.”
„Lieve hemel !” riep de verbaasde burgervader uit, toen
in een oogwenk onze gevangene een paar handboeien om
de polsen had en uit de duisternis eenige stevige politiemannen
te voorschijn traden. „Lieve Hemel 1 Dat was
A. J. VAN DIEREN BIJVOET.
Te Utrecht is, op 50-iarigen leeftijd, na een kortstondige
ongesteldheid, overleden de heer A. J. van
Dieren Bijvoet, wethouder. De overledene was sedert
1895 lid van den Raad en sedert 1907 wethouder.
VLIEGEN.
Zooals de'bladen berichtten hebben twee ondernemende leden
van de Haagsche Proefvliegtuigen-Club — profiteerende van de
omstandigheden zich in België een oude vliegmachine aangeschaft
waarmede zij thans, zonder leermeester, op een
weiland achter den Bezuidenhout te ’s-Gravenhage de vliegkunst
trachten meester te worden. Wij geven hierboven de foto van
hét tweetal met hun eendekker. Links naast de schroef de heer
J. Carley, rechts de heer C. van Dijk. (foto Koneynenberg).
die in het salon in een vroolijk gesprek was met den heer
Kroon en diens dochter.
„Een ongunstig uitziende kerel,” zei Verheull toen van
Heiningen binnentrad en keek hem door zijn monocle
onderzoekend en vernederend aan. „Overigens een vermakelijke
geschiedenis die u mij daar verteld heeft, heer
burgemeester. Hoe durft zoo’n kerel de brutaliteit zoo
ver te drijven 1 Jammer,” ging de schijnheilige vriend
voort, „dat van Heiningen niet hier is. Ik zou u aanraden,
laten we dien landlooper hier zoolang opsluiten tot mijn
vriend terugkomt!”
Te verbaasd om iets te zeggen werd de baron door de
beide agenten in een hut naast het salon opgesloten en
hoorde hij daar met verbeten woede, hoe Verheull zich
tegenover de gasten aangenaam maakte. Weldra trok echter
een ander geluid zijn aandacht. Hij hoorde den motor
aanzetten, en dadelijk daarop een zachte deining, waaruit
hij begreep dat de boot in beweging was. Tegelijkertijd
vernam hij de stem van den heer Kroon, die in luide woordenwisseling
scheen.
Dadelijk daarop werd de deur der hut opengedaan en
trad Verheull binnen.
„Wel, ouwe jongen,” riep hij lachend uit, „je bent een
uitstekende aanwinst voor de crimineele wereld. Je bezit
er alle eigenschappen voor, en speelt je rol prachtig 1”
„En wat speel jij voor een verachtelijke rol ?” viel nu
de baron woedend uit.
„Dat kan wachten,” zei de ander, den eisch om uitlegging
van zijn slachtoffer afwerend. „Luister, ik ben met
Prof. Dr. FRITZ RAUSENBERGER,
de samensteller van de Duitsche 42 Centimeter
kanonnen.
net bijtijds. Ik betuig u mijn tevredenheid, mijnheer de
inspecteur! U wilt hem zeker morgen wel voor laten
komen om hem een verhoor af te nemen ?”
„Tot uw dienst, edelachtbare 1” antwoordde de inspecteur
en Albert van Heiningen zag zich tusschen twee stoere
agenten weggevoerd naar het politiebureau, alwaar hij een
allerellendigsten nacht doorbracht.
Zijn zaak werd er niet beter op, toen hij den volgenden
morgen voor den burgemeester gevoerd werd, niet om zijn
aanzoek te herhalen, maar om als een misdadiger verhoord
te worden.
„Het is zooals ik dacht, edelachtbare,” rapporteerde de
inspecteur. „Hij heeft in het hotel den naam Smit opgegeven;
voorts een bankje van vijf en twintig als deposito
gestort Er is echter geen geld verder op hem gevonden
en in zijn handkoffertje was niets, dan wat afgedragen
goed zonder merkteeken. Hij beantwoordt verder volkomen
aan de beschrijving van den inbreker Smit. alias Jansen,
in het Politieblad gesignaleerd.”
Hij las nu het artikel uit genoemde krant voor, d^t van
den inbreker een beschrijving gaf weinig vleiend voor
onzen baronet. Deze was echter van meening dat het spelletje
nu lang genoeg geduurd had; dat hij zijn woord had
gehouden en desnoods nog bever de weddenschap verloor,
dan zich langer zulk een behandeling te moeten laten
welgevallen.
„Onzin !” barstte hij eindelijk woedend los. „Mijn naam
is Baron van Heiningen uit Utrecht, kapitein bij de artilTerie.
Ik had dus niet het geringste plan om waar ook in
te breken.”
De beide constabels streken met de breede hand over
den mond, om hun dienstgezicht in de plooi te kunnen
houden; de inspecteur verborg echter zijn vroolijkheid
niet en des burgemeesters gelaat werd rood van woede.
„Dat is verregaand onbeschaamd !” riep hij toornig
uit. „De „Meta,” de motorboot van den baron, kwam
juist van morgen hier in de Vecht aan. Ik zal mij er dadelijk
heen begeven.”
Het was nu de beurt voor van Heiningen om verbaasd
te wezen. Hij had aan zijn vriend Verheull de beschikking
gelaten van zijn boot, maar er niet aan gedacht, dat
deze ermee naar Loenen zou komen varen. Eigenlijk was
het wel zoo goed; Verheull zou het zaakje wel recht zetten.
„Je zoudt verstandiger doen als je mij mee liet gaan,”
raadde van Heiningen, een onbeschaamdheid waarover de
burgemeester opnieuw in woede ontstak. De inspecteur
vond het denkbeeld echter niet zoo kwaad en het eind
van de bespreking was, dat zijn edelachtbare er in toestemde,
de gevangene naar de salonboot van den baron
te doen vervoeren.
Het was geen aangename wandeling voor den heer van
Heiningen, doch de nacht in het cachot had hem lijdzaam
gemaakt. Hij had bovendien geen andere Keus en troostte
zich ermee, dat niemand in den schunnig gekleeden kerel
Baron van Heiningen zou herkennen.
Dit scheen ook het geval te zijn met zijn vriend Verheull,
DANSAVOND JACOBA VAN DER PAS.
Het kleine zaaltje van „Diligentia” had deze week weer eens
het voorrecht het speciale publiek te herbergen, dat den dansavonden
van Jacoba van der Pas steeds de eer van hare
tegenwoordigheid aandoet. ’n Publiek van jeugd en van „le
monde artistique,” in toiletten, die van het feest van kleuren
en lijnen op het podium in zekeren zin ’n afspiegeling zijn.
Maar ook niet meer dan ’n afspiegeling. De fijne harmonie,
de weelde de corps et d’&me, het dansen van Jacoba van
der Pas en van hare gunsten, zij ’t in andere mate, eigen,
dat is de zou zelve. Daar ik binnenkort in ‘n uitvoerig artikel
hierop hoop terug te komen, wil ik thans niet meer vermelden,
dan dat het concertbureau de Haan & Co. deze dansavonden
organiseert, die ’n begin zijn van ’n tournée door ons land,
waarop wij deze jonge artiste ai het succes toewenschen, dat
haar ten volle toekom . T S.
EEN VELUWSCHEVOLKSZANGER.
De bekende vertolker van het „levenslied”, Pisuisse, heeft een dezer dagen
in Diligentia bij het Haagsche publiek den Veluwschen volkszanger Jan
v. Riemsdijk geïntroduceerd, die met zijn eenvoudige boerenliedjes, in
’t dialect van zijn landstreek, groot succes oogstte. Onze foto geeft v. Riemsdijk
(zittend) met Pisuisse, die in den Haag, eveneens in ’t bijbehoorend
costuum, Bretonsche liedjes zong met Jan Henning. zijn „mobilisatieaccompagnateur”.
(foto Sijcs)
vader en dochter aan boord afgevaren, om jou de gelegenheid
te geven aan de dochter het verliefde hart aan te
bieden van een gevaarlijk inbreker; een rol die je graag
speelt en je wel is toevertrouwd. Ik wed dubbel of quite
dat ze den landlooper niet hebben wil.”
„Neen,” antwoordde Van Heiningen verontwaardigd.
„Het is nu genoeg, laat me passeeren.”
Hij verliet de hut en ging naar het salon, waar hij het
meisje en haar vader vond. Hij plaatste zich voor haar..
„Willy,” begon hij, met de deur in huis vallende, „Gisteren
heb ik je een vraag gedaan, en je zei me vandaag
om antwoord te komen. Welnu, hier ben ik 1 Wil je mijn
vrouw worden ?”
Het jonge meisje sloeg blozend de oogen neer en zacht
kwam er van haar lippen ;
„Als papa het goedvindt?”
Nu keerde van Heiningen zich tot den ouden heer en
zei ernstig :
„Mijnheer u hoort hetgeen uw dochter zegt, wat antwoordt
u daarop ?”
„Ik stem in alles toe, mijnheer de inbreker,” antwoordde
de oude heer lachende, „als je ons maar gauw naar huis
terugbrengt.”
„Dat zal gebeuren,” riep van Heiningen uit, terwijl hij
het meisje in de armen sloot. En toen vroolijk tot zijn
vriend : „Karei, jij bent intusschen je weddenschap kwijt.”
„Welke weddenschap ?” vroeg Willy, terwijl ze over
den schouder van haar verloofde naar Verheull keek.
En nu vertelde Albert haar van het gesprek dat hij
met zijn vriend gevoerd had.
„Maar,” zei nu het meisje met een fijn lachje. „Mijnheer
Verheull heeft niet verloren 1 Ik wist allang wie je was,
Albert, dus ook toen je hier als een misdadiger aan boord
kwam. Dacht je nu heusch, dat ik met een inbreker zou
trouwen?”
Nu schaterde Verheull het uit.
„Je bent leelijk beetgenomen, ouwe jongen,” riep hij
uit, terwijl hij zijn vriend op den schouder klopte. „Maar
je mag best je weddenschap verliezen, want je hebt de
dame gewonnen. En ik koop van het geld een cadeautje
voor je bruid, als een herinnering aan den inbreker.”
BERICHT.
Wij berichten hiermede den koopers van onze losse
nummers, dat wij vanaf heden geen „MaandPanorama’s”
meer kunnen verkrijgbaar stellen.
Ter vervanging daarvan hebben wij echter serie’s
verkrijgbaar gesteld, bestaande uit 10 verschillende
Oorlogsnummers van Panorama, die eveneens in één
deel zijn saamgebracht.
De prijs van zoo’n deel bedraagt slechts 50 Cents.
Alle Boekhandelaren nemen bestellingen aan.
|