Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1216 tot 1220 van 11897
Nummer
1914, nr.24, 4 dec. 1914
Blad
07
Tekst
DE CONVERSATIEZAAL. (foto's Bern. F. Eilers). DE GROOTE CLUB. Z oo heeft dan Zaterdagavond de genoegelijke plechtigheid van de opening der nieuwe Groote Club plaats gehad. En gelukkig. Hoe_________________ lang reeds had het nieuwe gebouw den leden getenteerd, hen, die bij de afbraak der oude Groote Club eensgezind besloten, tijdelijk in DE HALL. het betrekkelijk kleine gebouw „Eensgezindheid” aan het Spui hun intrek te nemen. En daar bij wijze van spreken geduldig zaten af te wachten, ja, niet onafgebroken, men stond ook wel eens op om zich te vertreden, maar, dan bijwijze van spreken, toch geduldig afwachterid tot het nieuwe in al zijn heerlijkheid verrijzen zou. Welnu het is verrezen, en, naar de soliditeit van den bouw te oordeelen zal het vooreerst wel niet tegen den grond gaan. Het is een bewonderenswaardig monumentaal stuk werk, deze Groote Club, een gebouw zoo kranig dat het daèr, naast het Paleis-Raadhuis (of Raadhuis-Paleis, al naar men het noemen wil) het zoogenaamde achtste wereldwonder, wel bijna den indruk van een negende wereldwonder maakt. Alreeds dadelijk bij het binnentreden treft ons de prachtige vestibule, met haar vloertegels en pilaren van vlekkeloos wit marmer, met haar rood marmeren wandbekleding en kozijnen, haar fraaie geelmarmeren trapleuning, en haar Engelsch uitziende frontdeur van mahoniehout met de behaagzieke, geslepen ruitjes. Trouwens in Engelschen stijl is dit gansche interieur gehouden, schoon vrijwel de geheele aankleeding en meubileering door Hollandsche firma’s geleverd werd. Behalve de meubels der groote feestzaal dan. Die zijn opgedragen aan een Engelsch huis, n.1. aan de firma Waring en Gillow, te Londen. Het is daarmede, het spijt me, dat we het zeggen moeten, dan ook misgeloopen, in zooverre dat, in tegenstelling tot de Nederlandsche meubels, die alle afgeleverd zijn, aan deze Engelsche meubels tot opheden nog renonce is. Wat, daar alles verder reeds zoo voortreffelijk in orde is, een onpleizierige hiaat geeft. Rechts van de hal vindt men de ruime biljartkamer, links de groote en allergenoeglijkste conversatie zaal. De meubels in deze vertrekken zijn van een keurigen smaak en treffen door hun degelijkheid en tevens gezellige vormen en rangschikking. Op de eerste verdieping vindt men een allerprettigst ingerichte speelzaal, stijlvol keurig gemeubeld en toch zonder strakheid; integendeel het is allergenoeglijkst dit interieur. De leeszaal is daarnaast, met haar mahoniehouten boekenkasten en intiem gerangschikte meubels. De feestzaal (die waar de Engelsche meubels, inmiddels nog niet ter plaatse, thuishooren,) is keurig met roomkleurig stuc bekleed, en een groot balcon is er voor het orkest aangebracht. Dit vertrek is ook zeer suggestief en wekt in zijn berustende verlatenheid, zoo te zeggen, reeds de suggestie van vele gelukzalige avondpartijen in voorbereiding . . . Voorts vindt men in het gebouw vele keurige logeerkamers, uitsluitend voor leden en buitenleden der club bestemd, benevens een aangenaam ingerichte ontbijtkamer. Verder zijn daar alle mogelijke handige, practische dierbaarheden aanwezig, die van een huis doen zeggen dat het „van alle gemakken is voorzien.” Deze Groote Club, gelijk een glanzende Phoenix uit haar assche, althans uit haar puin verrezen, wenschen wij een lang en glorierijk bestaan toe. verzoening. Het scheen veel meer, of hij bij Wiesje troost gezocht en ... . gevonden had. En het was eigenlijk geen wonder, zij had het verdiend. Maar zij kon hem toch niet laten blijken hoe groot haar berouw was .... neen, nu niet meer. Thera zag niet, hoe Willem met onvergelijkelijke handigheid het zóó wist aan te leggen, dat hij schijnbaar met de meeste opgewektheid praatte en lachte met Wiesje, maar tegelijkertijd geen oog afwendde van het mooie aschblonde kopje naast de goedige, in blauw satijn prijkende mevrouw Smit. Hoe slecht zag zij er uit, hoe bleek .... en hoe bedroefd. Zou zij misschien .... zou ze spijt hebben ? Maar hij kon het haar nu toch niet meer vragen, nadat ze hem zoo dikwijls ijskoud had afgewezen. En hij praatte door, met een hart vol ellende. „Ja, juist zooals ik u zeide,” babbelde de goedhartige, niets kwaads vermoedende mevrouw Smit. „Juist, maar u begrijpt wel.... o, lieve hemel, daar komt hij al aan I” Zachte pianotonen ruischten door de zaal, vermengd met kindergezang, dat eerst bijna onhoorbaar zacht was, maar langzaam aanzwol tot een helder, juichend koor. Meneer Smit, de gastheer, die een poos verdwenen was geweest, verscheen thans op den drempel, en hief plechtig tot stilte vermanend, zijn vinger omhoog, ofschoon zijn goedig gezicht vuurrood was; het scheen wel van het lachen. En daar, achter hem, verscheen de goede oude bisschop. Een echte Sinterklaas, strompelend van ouderdom, en zwaar steunend op den gouden staf, dien hij in de hand hield. En achter hem volgde de trouwe Piet, met z’n oolijke negergezicht, torsend een zwaren zak, bij den aanblik waarvan het gezang der kinderen overging in een vreugdegejuich. Thera moest lachen, of zij wilde of niet. Zij zag, hoe meneer Smit schudde van het lachen, terwijl hij den bisschop bij zijn vrouw bracht, wier gelaat bedenkelijk betrok, toen zij den prachtigen blauw fluweelen rok van den bisschop zag. „En hoe vaart u, mevrouw? Alles goed met de kinderen en het overige ?” „Alles is in orde, dank u wel Sinterklaas,” antwoordde de dame snel, „behalve dat.... dat. . ..” „Zegt u het maar, mevrouw. Ik ben een oud man, maar het is mijn grootste genoegen een dame te helpen,” klonk het zalvend. ,,.••• Behalve dat er een oude heer is, die soms mijn besten rok aantrekt!” „Dat vind ik heel ernstig, mevrouw,” zei de oude heilige. „Ik zal dien ouden heer eens streng het verkeerde van zijn handelwijs onder het oog brengen !” Meneer Smit scheen zich nu niet meer te kunnen inhouden, zijn daverende hahaha’s! en hohoho’s 1 klonken boven alles uit. En mevrouw Smit lachte ook, ofschoon een beetje zuurzoet, en de oude heilige eveneens, zijn bisschopsmuts schudde tenminste bedenkelijk. Thera Kennear had het tooneeltje gezien, maar zij sloeg er geen acht op. Zij wist, dat Willem achter haar stond, zij behoefde zich maar om te keeren, om hem te zien. Wat zou hij nu doen ? Zou hij misschien iets zeggen, of doen .... om een poging tot verzoening te wagen ? Zij wachtte, huiverend van spanning, maar er gebeurde niets. „En mejuffrouw Kennear .. . .” Zij schrikte. De uitdeeling der cadeaux was begonnen, het was haar beurt reeds. Vóór haar stond de bisschop plechtstatig te buigen, en grijnsde het vroolijke gezicht van Piet. Nu lachen, een vroolijk gezicht zetten, ieder keek immers op het oogenblik naar haar! „Mejuffrouw Kennear, op een geheimzinnige wijze beODETTE MYRTIL op de 5 O’clock-Tea in Hotel Central te s-Gravenhage. (Met teekeningen van Piet van der Hem). D e omgeving is bekend. Keurig gedekte tafels in de groote, hooge, goed ingerichte zaal; het nikkel der serviezen op ieder tafeltje glinsterend in de glimpen der tallooze gloeilampjes, schijnend over mondain publiek. Op de estrade, de kapel, met de roode jassen en de bruine donkere koppen, waarbij hun instrumenten behooren, evengoed als de roode jasjes en het fèl gescandeerd rhythme van de meer dan reëele rag-time’s. Rag-time’s, ze zijn van onzen tijd, van onze gevoelens. Hun rhythme is het rhythme onzer emotie’s, even bruusk, even heftig, en even brutaal, even sterk geprononceerd. Het is de muziek van de steeds stijgende macht van het oogenbiikkelijke en het maakt ieder dronken, die niet gewend is aan zooveel atmosfeer-spanning, aan het mousseerende, aan de hoogere pressie, waarin we gewend ziin geworden te leven, die onze atmosfeer geworden is: Triple expansie, en onder hoogdruk’ — Zoo zijn zelfs ae moderne muziek en de moderne dans tot ’n soort elixer geworden, waarvan we het bijzonder prettig vinden, in ’n mondain millieu des middags bij de 5 o’clock tea, aie langzamerhand om vier uur wordt geschonken, ’n druppel onvermengd toegediend te krijgen. In plaats van zuur of likeur krijgen we nu een druppel van dat levens-elixer, puur en onvervalscht. In hotel Central is het Odette Myrtil, die deze levensdruppelen onvermengd, aan het mondaine publiek, dat haar dagelijks bewondert en toejuicht, serveert. In haar fluweelen pakje met den kanten kraag en manchetten, haar viool onder de kin, draagt ze tegelijkertijd met verve en kracht haar liedjes voor: Aux bords de la Riviera, Tu revriendras quand-même, (bij wie past dit beter dan bij haar, zou je zeggen), Sur les ponts de Paris en ten slotte ’n Berceuse. Het zijn hare liederen, chanson d’amour et de melancolie, die haar figuur, waarvan iedere stand expressie heeft — expressie, méést van ’n onomwerpbaar zelfvertrouwen en levensdurf — mee doet leven. En we zien om de beurten daarin de vrouw, méchante, caressante, gentille, hoe ’tzij, afwisselen met de artiste, — wat eigentlijk bij haar alleen ’n nieuwe vórm, ’n ónder verschijnen van haar vrouwelijkheid is, waarmede zij opnieuw haar publiek voor haar in te nemen weet Het meest is zij: „la gosse de Paris”, die terwijl ze op haar instrument de moderne chansons op uitstekende wijze voordraagt, deze vertolkt méér dan door de woorden, door haar doen, haar staan, haar kijken, haar zien, door heel hare persoonlijkheid zelve, welke de meest kemachtige illustatie is van het chanson, dat ze zingt.-Afgewisseld wordt ze er door Maddy & Willy Encla, die keurig onze moderne gevoelens met de nieuwste dansen op aesthetische wijze streelen. Op het podium, te midden der goed verzorgde tea’s en het uiterst beschaafde publiek zien we, proevend van onze Manhattan Cocktail, hunne schitterende praestatie’s aan. Maar als Odette Myrtil — wier caricatuur en portret, geteekend door Piet van der Hem en eigendom van de firma Goupil, te ’s-Gravenhage hierbij gaan — terugkeert op ’t podium dan is daarmede opeens de springlevende verpersoonlijking opgetreden van wat we zóózeer als écht uit de Seine-stad, en als écht uit leven van la ville Lumière, herkennen, dat in de beschouwing van haar wezen, van haar bewegen, haar durf, haar „toupet” en „je m’en fichisme”, gewiegd door den zangklank van haar viool, we wegdroomen naar Montmartre, naar de beroemde bakermat van de „esprit gaulois” en La Blaque, tot het slot van haar voordracht, waaraan ze met ’n korten energieken hoofdknik, die d’r korte haren weerbarstig doet rondspringen, ’n einde maakt, ons weer vandaar terug roept en we weggaan... Omdat ’t half zes is. Buiten regent ’t... TOM SCH1LPERQORT. reikte mijeenverzegeld pakje dat voor u bestemd schijnt, althans er was een verzoek bijgevoegd het aan u te overhandigen. Gaarna heb ik aan ditverzoek voldaan, na mij overtuigd te hebben, dat er geen dynamiet of andere ontplofbare stof in verborgen is, hetgeen gelukkig gebleken is niet het geval te zijn.” En uit de handen van zijn knecht nam de bisschop een klein, keurig pakje. Thera beefde. Wat.... kon het zijn ? Snel ging zij een weinig achteruit, en scheurde het papier los. Zij vond een doosje, en daarin een kleine, beeldige broche, een klein meesterwerk van paarlen en saffieren, in den vorm van een medaillon. En daarbij lag een kaartje waarop niets anders geschreven stond dan: „liefste, liefste Thera 1” Dat moest van Willem zijn S Met niemand anders had zij gesproken over het beeldige sieraad, behalve misschien even met haar ouden oom, dat wist zij zeker! En het schrift was ook dat van Willem, zij had wel weinig brieven met hem gewisseld, maar zij wist toch zeker, dat alleen hij zulke e’s maakte, en een streepje trok door de L. O. hij was er zeker van. Zij kon het niet langer uithouden in de volle zaal, waar alles juichte en lachte. Haastig maakte zij gebruik van een oogenblik, dat niemand op haar lette, en snelde de deur uit. Aan het einde van den gang was een klein boudoirtje, daar wilde zij een oogenblik uitrusten en nadenken. Haastig sloeg zij de portière terzijde .... — „Thera I” Verschrikt deinsde zij terug. Willem stond voor haar. Hij hield een klein doosje in de hand, zijn oogen leken vochtig in het zachte rosé lamplicht. „Thera,” herhaalde hij nog eens, oneindig teeder, „liefste, liefste Thera!” Zij verzette zich niet. Sprakeloos, zonder verdere woorden of uitleggingen vielen zij in eikaars armen. „Maar hoe wist je zoo precies mijn smaak zeg1” vroeg hij eindelijk, toen de eerste zalige oogenblikken voorbij waren. „Je smaak ? Ik begrijp eigenlijk niet wat je bedoelt,” zei Thera verlegen. „Niet i” En hij hield haar een doosje voor, waarop een fijn paarlen dasspeldje, waarbij stond, „lieve Willem I” „Dat is toch van jou niet?” „Welneen 1” hijgde Thera. „Ik heb niets durven geven, ik was zoo bang dat.... Maar dit is toch van jou, zeg?” En zij hield hem de broche voor. Hij keek er lang naar, en schudde toen met grappigen ernst zijn hoofd. „Neen, liefste,” zeide hij verlegen. „Ik durfde je niets geven dit keer. Ik dacht, dat dit speldje van jou was, en ik ging een oogenblik hierheen, omdat ik te gelukkig was.” „Dat was ook mijn reden !” fluisterde zij. „Maar wie anders kan mij voor den drommel „lieve Willem I” noemen ?” hernam hij nogmaals. „En mij „liefste Thera!” „Het schrift is hetzelfde waarachtig I” „Dan, Willem, is er maar één ding mogelijk, dat iemand ons voor den gek heeft willen houden.” „En wie dat ook zij, liefste, mensch of engel, hij kan voor altijd op mijn dankbaarheid rekenen !” En het raadsel bteef onopgelost. Maar den volgenden dag, toen een van geluk stralend nichtje na een verward verhaal en tal van onstuimige omhelzingen eindelijk was weggegaan, zat een oude heer nog lang voor zijn schrijftafel, en op zijn gelaat vertoonde zich een stille, gelukkige glimlach.
PDF
Nummer
1914, nr.24, 4 dec. 1914
Blad
08
Tekst
HET ZUID-OOSTELIJKE OORLOGSTERREN TURKSCHE PRINSEN. HET SUEZKANAAL. Een der belangrijkste punten van het Zuid-Oostelijke oorlogstooneel is zeker wel het Suezkanaal. Naar de berichten luiden hebben de Turken reeds geprobeerd een schip te laten zinken om ’t kanaal zoodoende te versperren. Links op onze foto ziet men het begin van de onmetelijke woestijn de Sahara. Bij het Duitsche hoofdkwartier zijn verschillende Turksche Prinsen gedetacheerd; omgekeerd bevinden zich verschillende Duitsche generaals aan het Turksche front. Onze foto, waarop men d. Turksche Prinsen ziet in gezelschap van Duitsche officieren, werd aan het Westelijke front genomen. ATTENTIE. Door een abuis zijn op pagina 3 onder de foto’s (De loopgraven in Noord-Frankrijk” en „In de holwoningen’’, de onderschriften verwisseld. NEDERL. ROTOGRAVURE-MAATSCHAPPIJ, LEIDEN
PDF
Nummer
1914, nr.24, 11 dec. 1914
Blad
09
Tekst
® Redactie en-Admimstpatie DOEZASTRAAT I Telefoonnummer I © No. 24b 11 Dec. 1914,2eJrg. Verschijnt 2 maal p.week UITGAVE VAN A.W. SIJTHOEF'S UITGEVERS MAATSCHAPPIJ LEIDEN TEGEN KOUDE GEWAPEND. Een Duitsche Soldaat op wacht in Polen. Over zijn uniform draagt hij een witte pels, welke bij sneeuwval weinig tegen het landschap afsteekt.
PDF
Nummer
1914, nr.24, 11 dec. 1914
Blad
10
Tekst
DE KEIZER IN VELDTENUE. Evenals zijn soldaten heeft de opperste bevelhebber het grijze uniform aangetrokken en zijn helm met de grijs-grauwe stof overtrokken. KROONPRINSES CECILIE, die met haar schoonvader, den Duitschen Keizer en Veldmaarschalk von Hindenburg tot de populairste personen in het Duitsche Rijk behoort. I k ben naar Duitschland geweest. En werkelijk, ik ben blij de reis gedaan te hebben. Want het beschouwen van menschen en toestanden bij onze Oostelijke naburen, is op dit oogenblik interessanter dan ooit. Men kan zich geen goede voorstellingen van de werkelijkheid maken, indien men van verre af alles bekijkt en slechts van hooren zeggen oordeelt. Dat is bijkans overal en in de meest verschillende omstandigheden zoo het geval, doch zeker thans. De door mij opgedane indrukken werkte ik niet om in een aaneengesloten verhaal, ’t Leek mij beter, en voor het onderwerp geschikter, om u enkele op zichzelf staande voorvallen, opmerkingen, gesprekken weer te geven. Het geheel zal u dan, naar het mij voorkomt, een levendiger beeld geven, objectiever ook dan een relaas, waaraan de subjectieve verklaring nooit geheel kan worden onthouden. In Cranenburg ben ik Duitschland binnengekomen, voorzien van een pas naar het allerlaatste voorschrift, waarop goed geteld 15 stempels stonden en die mij bijkans dubbel zooveel gekost had als het spoorkaartje dat mij naar Keulen brengen zou, het oorspronkelijke doel van mijn tocht. De Duitsche beambten, die de passen controleeren, de koffers nakijken, de boeken en papieren, welke men meebrengt, doorlezen, treden beslist, doch uiterst beleefd op. DE .LIEBESGABEN’ Kroonprinses Cecilie bezocht de tentoonstelling van „Liebesgaben” welke door de Vereeniging tot bevordering van Vruchten- en Groententeelt was georganiseerd. Zij kunnen gruw lastig zijn, maar men krijgt niet den indruk dat zij het doen uit overdreven wichtigheidsgevoel, noch om te plagen. Integendeel, hun plicht schrijft het hun voor voorzichtig te zijn, zij weten dat zij door hun voorzichtigheid ook hun Vaderland dienen, dus doen zij dubbel nauwkeurig hun plicht. Wat ontegenzeggelijk te prijzen is. Uit den aard is zoo n onderzoek in den tegenwoordigen tijd iets, dat u als vreedzaam burger van een neutraal land wat vreemd-vervelend aandoet. Ge denkt aan ’t herbouwen van Chineesche muren, ge voelt u teruggedrongen tot tijden van voorheen. Maar wat is er aan te doen? Der Krieg.... IFÏ/ praten veel over den oorlog, bijkans over niets anders. In Duitschland praten ze veel over den oorlog, over bijkans niets anders. In dit opzicht geeft dus het overschrijden van de denkbeeldige lijn, welke de grens vormt tusschen de twee bevriende Staten, waarvan de een de geweldige worsteling meemaakt, de ander haar met de hoogste interesse aanschouwt, geen groote afwisseling. Maar wel is de wijze van bespreken heel verschillend. En daarover wil ik het nu even-hebben. In mijn coupé zaten twee heeren, bezadigde, welvarende kooplieden uit de Rijnprovincie, Herr Kommerzienrath en Herr Direktor. Zij hadden ’t ook over den toestand. En ze verlangden ook zoo vurig mogelijk naar den vrede, en ze vervloekten ook met de innigste verwensching den man, die den oorlog op zijn geweten had, net zoo als wij dat doen. Doch toen de „Herr Direktor” over de vier zoons sprak, die hij in den krijg had, waarvan een heel ernstig gewond, de anderen elk oogenblik aan een gelijk lot bloot stonden, toen klonk in zijn stem iets, dat wij neutrale, nuchtere hoogst geïnteresseerde toeschouwers er niet in kunnen leggen: Een intonatie, waarvan berusting een onderdeel, het innig-gevoelde begrip, dat jongeren en ouderen hun plicht tegenover het vaderland als van het allerhoogste belang moesten beschouwen, het hoofdbestanddeel was. De gewonden worden met behulp der Vrijwillige Roode-Kruisdragers van den trein naar de draagbaar vervoerd en zoo naar de lazaretten gebracht. Op bijkans alle stations, die ik voorbij kwam, stonden deze helpers gereed En die beide oude heeren koutten verder. Herr Kommerzienrath was in Antwerpen geweest. Hij had alles bekeken, ’t Was hoogst interessant vóór mij, om zijn beschouwingen over België te hooren. Laat ik er maar niet te veel over navertellen. Alleen dit constateeren, dat het mij wel ereis moeite kostte, om niet uit het oog te verliezen, hoe het de plicht van een naar beschaving strevend mensch is, om de opvattingen van een ander steeds met kalmte en welgezindheid aan te hooren. En dan, ik had mijn dierb'ren nabestaanden een duren eed gezworen, gedurende heel mijn reis niet over den Oorlog mee te praten! Toen de handelsraad zijn verhaal geëindigd had, begon het gesprek over de „Liebesgaben”. Herr Direktor had ’t reusachtig druk. Hij was tabakshandelaar en zijn fabriek werkte dag en nacht. Nog nooit zoo druk gehad want iedereen wilde het zijne doen om den „jongens” in de „Schutzengraben” een extraatje te bezorgen, waaronder tabak een voorname plaats inneemt. Aan de verzending van die geschenken scheen er zoo somwijlen wei iets te haperen. Er waren twee wegen om ze naar de bestemming te brengen. De een over een Centraal-verzamelpunt (voor dit deel van ‘t Rijnland, blijkbaar Dusseldorf), de ander door het organiseeren van speciale auto-transporten. Het begeleiden van zoo liefdesgaven-convooi scheen een ideale uitspanning te zijn voor heeren van den stand en den leeftijd mijner beide medereizigers. Doch dat deze laatstgenoemde wijze van verzenden nog een ander voordeel had, bleek mij uit het gesprek verder. Het Centraal-bureau schijnt bij de overstelping van het werk niet altijd te kunnen garandeeren, dat de pakjes hun bestemming bereiken. De stad Kleef had een heele zending gereed gemaakt voor de zonen van die stad, die te velde in den strijd waren. Van Beiersche regimenten waren de dankbetuigingen ingekomen. De Klevenaars hadden er niets van gezien. Och, ten slotte komt het er niet op aan, als het maar in het leger aankomt, was de eindberusting. Maar het bleek toch wel, dat de krijgstoestanden zelfs met de meest streng doorgevoerde organisatie-middelen een spelletje spelen. In Keulen is het niet stiller dan anders. Veel soldaten op straat. Ook wel gewonden. Niet opmerkelijk veel. Een vluchVELDMAARSCHALK VON HINDENBURG, naar een teekening in „die Fronte”. Door zijn prestaties aan de Russische grens is von Hindenburg de lieveling en de trots van het Duitsche volk geworden. tige beschouwing geeft den indruk, dat het militaire publiek op straat tot de bezetting behoort. De schrille stem van krantenverkoopende kinderen klinkt van alle stratenhoeken, ‘t Is pijnlijk om te zien, welke jonge schepseltjes daaraan meedoen, zelfs heel kleine kleuters. ’5 Avonds om tien uur is het „Erste Morgenblatt” al te verkrijgen. Vroeger kan ’t wel niet. Geïllustreerde bladen gaan vlug van de hand. De bladen in diepdruk uitgevoerd, hebben ook hier het grootste deel in het succes. De avondbladen van de Keuische couranten gaven mij een herhaling van wat ik in de Nederlandsche ochtendbladen al reeds gelezen had. Een groot deel van den inhoud komt volgens de aankondiging van „de Hollandsche grens.” Gretig worden de bladen gelezen. Druk is het gedrang in de straten. En wanneer de schijnwerpers met hun melkwitte stralenbundels, die over de Domtorens wippen, er niet aan herinnerden, dan zou je den „Krieg” bijna vergeten. Toch niet. . Want daar klinkt het weer met dunne kinderstemmetjes: Erste Abendblatt der Kölnische ... Van Keulen ben ik het Siegtal ingegaan, die heerlijke streek, waar ’t des zomers een in Holland nog niet genoeg gekende heerlijkheid is. Daar heb ik dus de kleinere plaatsjes bezocht. En DE ONTVANGST DER GESCHENKEN. Deze groep doet de vreugde zien welke de jongens in het veld bij het ontvangen vertoonen... Zij herinnertsterk aan de étalages in de Warenhuizen. voor ’t eerst frappeerde het mij, dat de mannelijke bevolking er schaarscber leek. ’t Is er rustig en kalm als in een stil land. Aan den oorlog herinneren de vele lazaretten Aan de wonderlijk goed georganiseerde verzorging van de verkeerswegen de soldaten, die bij elke brug, bij al die vele tunnels en tunneltjes langs de spoorbaan, staan. Vele van de werkplaatsen, vooral daar, waar metaal bewerking geschieden kon, hebben gebrek aan werkkrachten. Voor het overige is het zakenleven geslagen. Patronenfabrieken en kopergieterijcn werken onder „Hochdruck ” Er wordt ammunitie gemaakt voor eigen land en voor de* bondgenooten. Terwijl langs de landwegen de herstellende soldaten in hun verfonfaaid pakje rondstrompelen.... Zoo is „der Krieg.” Een mijner vrienden woont in Gódesberg Van ziin fabriek gingen wij met de electrische tram naar Bonn. Wij hadden een wandeling door de stad te maken om de halte van Gódesberg te bereiken. Onderweg viel het mij wel op, dat er DE JONGSTE-ONDEROFFICIER. Een knaap van 14 jaar dient als onderofficier in het 109e Regiment Grenadiers. Deze foto heeft, voor zij ons bereikte, den Duitschen Gene ralen staf gepasseerd. Wij kunnen in de echtheid dus alle vertrouwen stellen. 'N KIJKJE ONZE OVER GRENZEN
PDF
Nummer
1914, nr.24, 11 dec. 1914
Blad
11
Tekst
hier en daar een vlag uithing, maar heel veel acht had ik er niet op geslagen, tot plotseling een dame op ons toetrad en opgewonden vroeg: „Haben Sie die Fahnen gesehen, die Glocke gehort? Was ist denn los? Sieg, . .. och Sie glauben nicht wie ich mich nach einem Siege sehne.... De overwinning, waarnaar zij zoo smachtte, waarvoor de vlaggen uitgestoken, de klokken aan het luiden waren, zij was er. „40.000 Russen gevangen genomen.” Dat vertelde de conducteur in de tram ons. En hij kreeg van mijn vriend een extra sigaar. „Das habe ich wohi jewusst,” zei de slimme kaartjesknipper. 40.000 Russen, ’t is heel wat, zei een der passagiers tot den ander. Ganz schön, was het antwoord, aber besser ware 40.000 Englander 1 Men kan zich moeilijk de haat der Duitschers tegen alles wat Engelsch is, zooals deze in alle kringen der bevolking bestaat, indenken. Al het kwade komt van en door Engeland. Duitschland heeft absoluut geen schuld. Wij moesten wel. Zoo is het oordeel, dar men overal hoort. Met de Franschen hebben wij medelijden, die zijn erin geloopen door Engeland bedrogen, zoo oordeelt men. En in den nachttrein, welke mij van Keulen naar Berlijn bracht, zei de conducteur mij in een vertrouwelijk gesprek: Ziet u, in België moesten wij wel, want Koning Albert wou keizer van Frankrijk worden, dat hadden de Engelschen hem beloofd. Natuurlijk hebben ze hem ook voor den gek gehouden, ’t Is jammer voor hem, maar ’t is zijn eigen schuld. In Berlijn is het stiller dan anders. Berlijn is niet meer de stad van het nachtleven en de decadente verfijning. Daarin en daardoor heeft Berlijn gewonnen. Voor ’t overige is Berlijn de handige „Geschafts-stad” zooals altijd. Men moet bewondering hebben voor de schitterende manier waarop de Berlijnsche handel de kunst heeft verstaan den oorlog te exploiteeren. Alle étalages vol met kleinigheden, welke de uitrusting van den soldaat te velde verbeteren kunnen. Vooral aan den strijd tegen de koude en de vocht is vaak op hoogst ingenieuse wijze gedacht. En er HET RUSSISCHE LEGER IN OOST-PRUISEN EN POLEN HET GEHEEL VERWOESTE DORP ORTELSBERG. Zooals uit bovenstaande foto wel heel duidelijk blijkt, laat ook aan het Oostelijke front de oorlog zijn vreeselijke sporen na. De foto herinnert ons aan het zoo hevig geteisterde Belgentand. EEN RUSSISCH TRANSPORT TREKT DOOR DE VELDEN IN POLEN. Waar de wegen door den vijand dikwijls door ondermijning en versperring onbegaanbaar zijn gemaakt, wordt er midden door de velden gereden. wordt gekocht. Geen wonder, want iedereen heeft een bloedverwant of een vriend te velde aan wien men zoo dol graag een „Liebesgabe” schenkt. Duizenden staan gereed, om naar het terrein van den krijg te trekken, het menschenmateriaal schijnt onbegrensd. En die allen nemen of krijgen iets mee naar het front. Daarvan leeft handel en industrie. De Waarenhauser maken schitterende étalages. Heele kampen worden afgebeeld voorgesteld op het moment, waarop de zending met Liebesgaben binnenkomt. Alles zoo realistisch mogelijk uitgebeeld. Geen beter lokmiddel. Ook in oorlogstijd zijn zaken nog altijd zaken 1 Op de terugreis zat een verwond soldaat, die op eigen rekening naar een badplaats reisde, in mijn coupé, een prachtkerel. Hij had* een kogel dwars door het been gekregen, welke hem vermoedelijk van een krachtigen man tot een blijvenden kreupele heeft gemaakt. Hij vertelde dóódsimpel van zijn avonturen in België. Ik heb mijn leven lang niet zooveel Sekt gedronken als in die tijden, zoo renommeerde . hij een beetje. Wij waren doorloopend in een doezel. Maar och, dan trek je er het beste op los .... Zóó is de oorlog. Dat refrein wordt vervelend. Maar het blijft ijselijk waar. Wij schimpen wel ereis over Hollandsche toestanden en Hollandsche dingen Ik laat het in ’t midden of wij in den regel gelijk hebben. Maar in één geval zou zoo’n oordeel allerafschuwelijkst onverdiend zijn. Indien wij af zouden geven op onze Nederlandsche pers. Naar niets heb ik zoo verlangd, nadat ik met mijn, nu met 18 stempels voorzienen pas (3 waren er bijgekomen), de poorten van Bentheim had gepasseerd als naar een Hollandsch ochtendblad. Wie als Nederlander 8 dagen lang niets anders dan Duitsche bladen van allerlei kleur en richting gelezen heeft, die voelt zich na het doorlezen van zijn eigen, goede, welbekende Hollandsche krant, weer een ander mensch. Als na een neutraliteits-bad, dat verkwikte. HET VAANDEL IN DE RUSSISCHE LOOPGRAVEN. Een hoogst interessante foto, die ons laat zien, dat de Russen zoozeer aan hun vaandel gehecht zijn, dat dit meegaat in de loopgraven. HET RAPPORT IN DE LOOPGRAVEN. Een Russisch onderofficier rapporteert de noemenswaardige gebeurtenissen. EEN INGEGRAVEN KANON. Een Russisch kanon, dat zoodanig in den grond is ingegraven, dat het één geheel lijkt met de aarde. DUITSCHE UHLANEN GEVANGEN GEMAAKT. In de laatste weken zijn er door de Russische kozakken verscheidene Uhlanen gevangen genomen.
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1216 tot 1220 van 11897