Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1211 tot 1215 van 11897
Nummer
1914, nr.24, 4 dec. 1914
Blad
02
Tekst
I’CNCH, OR THE IXjXHOH CHARIVARI Skitemcf.k 2. 191t. AT THE POST OF HONOÜR. LiBKinï f/u RrA,-TAKF. COMFORT. YOUR COURAGE IS YINDICATEO; YOUR WRONGS SI1AI.I. HE AYENGED." oud als de wereld is, zoo lang bestaat ook de spot. Die uitspraak laat- zich, met beperking van een enkel eeuwtje, heel goed verdedigen. En de spotteekening, primitief van vorm, in de krassen der holbewoners, stijgend in volmaaktheid al naar gelang der beschavingsvervolmaking, heeft de menschheid al eeuwen lang vermaakt... of geërgerd. Er zou (en er is ook) over de caricatuur- en spotteekening een lange verhandeling te schrijven, waarbij men het onderwerp van alle kanten kan bekijken; ’t Spreekt vanzelf, dat wij dat hier nu niet gaan doen. Maar wel brengt zelfs een vluchtige behandeling van het onderwerp mee, dat men constateeren moet, hoe uit de spotteekening niet alleen de artistieke en technische bekwaamheid van den maker spreekt, maar ook, dat bij haar te vinden is de wedergave van de meest innerlijke gevoelens van den bespotter. Maar bovenal ook zijn lévensopvatting, zijn standpunt, zijn karakter wordt er door bekend gemaakt. En wanneer men den goeden, algemeen geliefden spotteekenaar, den vertolker van het volk, van de richting waartoe hij behoort, mag noemen, dan is zijn product ook de beste toetssteen voor dat volk of die richting. In een vroegere beschouwing hebben wij zoo terloops reeds betreurd, dat een deel der spotprentteekenaars zich bij dezen strijd bij lange na niet van hun beste zijde lieten zien. Het is hun recht om te hekelen, onbarmhartig naar voren te brengen de kwade of afkeurenswaardige eigenschappen van het onderwerp, dat hen inspireerde. Maar de artiest heeft, als een hooger specimen van menschensoort, zijn hoogere menschzijn niet te vergeten. Zoodat grofheid, minachting voor den tegenstander rist-kunstenaar, niet te verdedigen zijn. Wanneer het product van zijn pen of penseel op deze wijze niet van zijn oneerlijkheid getuigt, dan spreekt het van onkunde. A priori laten we dergelijke spotprenten verder onbesproken. Ze behooren tot een genre, dat elk fatsoenlijk mensch afstoot. Hoe kernachtig juist werd dit niet door de feiten bewezen. Met veel genoegen toch lazen we uit de berichten van het front, dat de soldaten zich bepaald beklaagden tegenover hun nabestaanden, wanneer deze hnn prentbriefkaarten met dergelijke ongepaste spotplaten toezonden. Zij, die de werkelijkheid zagen en in den dagelijkschen kamp den vijand heel anders leerden beschouwen als de goedkoope-grappenmakers, die veilig thuis zaten, zij konden de grappigheid niet verdragen en schreven om er verder voor gespaard te blijven. Doch niet alleen de strijders in het veld lieten zich zoo uit, ook in de meest beschaafde kringen kwam een Wij hebben bij dit artikel een drietal spotprenten willen geven, geheel verschillend van aard, van gedachte en van uitwerking. In de eerste plaats de verschrikkslijkkranige teekening van onzen landgenoot Raemakers, oorspronkelijk in „De Telegraaf” afgedrukt en nu opgenomen gelijke dégoüt en gelukkig mag men constateeren dat er in het gehalte van de spotprenten een kentering ten goede komt. In ons eigen land, behoudens dan een enkele uitzondering, bleef de spotteekening gedurende dezen oorlog op een voornaam peil. De artiest verstopte menigmaal zijn gevoelens niet geheel en al onder den mantel der neutraliteit, doch over het algemeen was het oorlogskwaad en het oorlogsslachtoffer het onderwerp, niet de bespotting van de oorlogvoerenden het doelwit. in den bundel onder den sarcastischen titel „Het toppunt der beschaving.” Die teekening, mooi van opzet en artistiek van uitwerking in elk opzicht, geeft zoo schrijnend als geen woorden het doen kunnen, de oorlogsellende weer. Onder zoo’n teekening behoeft men geen onderschrift te zetten. De Engelsche teekenaar Partridge in „Punch” bekijkt zijn taak heel anders als de bekende militaire teekenaarcaricaturist Thömy dit deed toen hij voor Simplicissimus zijn tweekleuren-plaat maakte. Ook bij deze teekeningen en haar onderschriften behoeft niet veel gezegd te worden. Zij zijn beide, vanuit een artistiek oogpunt bekeken, knap werk. De uitwerking van de oorlogsprent, behalve als tijdelijke afleiding in moeilijke dagen of als bevrediging van eigen spotlust, is zeker belangrijk omdat de geschiedschrijver van later er een belangrijk materiaal in vindt voor zijn historische en volkskundige studiën. Er is werkelijk heel wat kennis en levensinzicht te putten uit die een- en meerkleurige journalistieke producten van zeer bijzonderen aard. DE OORLOG EN DE SPOTPRENT HET KOREN IS RIJP
PDF
Nummer
1914, nr.24, 4 dec. 1914
Blad
03
Tekst
De Duitschers m Zuid-België en Noord-Frankrijk HET HERSTELLEN VAN EEN TELEGRAAFKABEL. In hel verwoeste België probeeren de Duitschers het leven nu weer zooveel mogelijk tot het normale terug te brengen, vandaar dat alles zoo spoedig mogelijk hersteld wordt. DE BESCHIETING VAN EEN VLIEGMACHINE. Een Duitsch machinegeweer, dat verdekt is opgesteld, vuurt op een vijandelijke vliegmachine. DE AANVAL OP VPEREN. Generaal Daimling, de commandant van het 15de legercorps, dat bij den aanval op Yperen zoo hevig geteisterd is. DE LOOPGRAVEN IN NOORD-FRANKRIJK. De mijlenlange loopgraven in Noord-Frankrijk zijn zeer onregelmatig aangelegd teneinde het bepalen van de juiste plaats ervan, alsmede het innemen, moeilijker te maken. DE ONDERGRONDSCHE GANGEN. Dagen achtereen zijn de troepen dikwijls genoodzaakt in de door hen gegraven loopgraven te verblijven. In vele gevallen hebben de loopgraven ondergrondsche verbindingen met elkander, zooals wij er hierboven een in beeld brengen. IN DE HOFWONINGEN. De soldaten doen hun best om het zich in hun holwoningen, die zij vooral in het Argonnewoud hebben betrokken, zoo aangenaam mogelijk te maken, al moeten zij zich dan ook zeer behelpen. DE VELDTELEFOON. Een der uitvindingen, die in dezen oorlog een zeer voorname rol spelen, is ongetwijfeld de veldtelefoon. De opgevangen berichten worden genoteerd en naar den staf gebracht. VERBORGEN VOOR DE VLIEGMACHINES. Teneinde beveiligd te zijn tegen /de verkenningen vanuit een vliegmachine, hebben de mannen een afdak gemaakt, bedekt met graszoden en takken.
PDF
Nummer
1914, nr.24, 4 dec. 1914
Blad
04
Tekst
DE FRANSCHE ARTILLERIE. De Fransche artillerie, die zich in 1870 een zeer goeden naam verwierf, doet ook in dezen oorlog wederom veel van zich spreken. Onze foto is - genomen vlak achter het front in Noord-Frankrijk, tijdens een korte rust. HERSTELD NAAR HET FRONT. Fransche officieren noemen de namen op van de soldaten, die geheel van hunne verwondingen hersteld, wederom naar het front vertrekken. IN WINTERI De Fransche regeering heefMbn Algerijnsche hulptroepen, div^a gewend zijn, zoo goed giogeiijk GEWONDE BELGEN IN LONDEN. In Londen is er een tentoonstelling van fotografiën, proclamaties enz., betrekking hebbende op den oorlog in België. Vele gewonde Belgen maken natuurlijk druk gebruik van dese tentoonstelling. DE BRANDSTOFFEN Op de plaats waar eens hun huis stond, zoel de eerste plaats om te zien of er nog wat uil nog iets uit te halen is om < IN DE RUSSISCHE LOOPGRAVEN. O p het oogenblik doen de belangrijkste gebeurtenissen zich op het Oostelijke oorlogsterrein voor. Ondanks den harden grond graven de troepen, evenals aan het Westelijke front, zich in de loopgraven in. RUSSISCHE KANONNEN IN DE SNEEUW. Eenige nummers terug plaatsten wij enkele foto’s van het besneeuwde front aan de Yser. Zooals ons bovenstaande foto doet zien was dit evenwel nog niets in vergelijking met de sneeuwmassa’s die er aan het Oostelijke front gevallen zijn. HET VERVOER OVER DE SNEEUW. DE SI BLERISCH Het Russische leger is uit den aard der zaak het beste uitgerust voor een veldtocht in de sneeuw. Kan het vervoer niet meer met wagens plaats hebben, sleden zijn er genoeg in Rusland. De Siberische troepen, die beke en hun gehardheid, bewijzen Ri diens Van het Front
PDF
Nummer
1914, nr.24, 4 dec. 1914
Blad
05
Tekst
I oHhonc Ar wee AAn vftrrnftK hncrftvoftffQ pet.a^rt.u ic.uyci-, , b .. i - -., IN WINTERKLEEDING. 5 regeering heef'jbrnaatregelen genomen, om de hulptroepen, dk patuurlijk een veel zachter klimaat , zoo goed jpogeiijk tegen de koude te beschutten. EEN VERDEKT OPGESTELD KANON. Om tegen verkenning vanuit vliegmachines beveiligd te zijn, is een Engelsche batterij onder takken en graszoden verdekt opgesteld, zoodat het voor den vijand zeer lastig is de plaats te ontdekken, van waaruit hij wordt bestookt. EEN NEERGESCHOTENTAUBEVERBRAND. Een Taube, die door een Engelschen vliegenier werd achtervolgd, was genoodzaakt te dalen en viel met den neus in den grond. Nadat de motor was uitgenomen werd het overschot in brand gestoken. HANDSTOFFEN NOOD IN BELGIË. huis stond, zoeken de arme Belgen nu de puinhoopen na, in er nog wat uit te redden valt en in de tweede plaats of er le halen is om als brandstof te gebruiken. DE ZORG VOOR DE PAARDEN. Reeds dikwijls plaatsten wij foto’s over de verzorging van gewonde krijgers. Zooals uit bovenstaande foto blijkt, worden ook dediere^.die gewond zijn en waarvan herstel mogelijk is, zorgvuldig behandeld. DOOR EEN GRANAAT GEDOOD. Een granaat, die in de buurt neerviel, doodde in één slag de bediening van een ammunitiewagen, alsmede de paarden die er voorgespannen waren. )E SIBERISCHE SOLDATEN, troepen, die bekend zijn om hun goed schieten dheid, bewijzen Rusland in den veldtocht goede diensten. DE „CORRENTINA”, geladen met 10.000 ton bevroren vleesch met bestemming voor Liverpool is in dén Atlantischen Oceaan door de Duitschers tot zinken gebracht. De bemanning en de passagiers zijn te Montevideo geland. DE „BULWARK" IN DE LUCHT GEVLOGEN. Wederom moet Engeland een van zijn oorlogsschepen missen, zij het dan ook weer niet een van de nieuwste. De „Bulwark’’, in 1899 van stapel geloopen, was o.a. bewapend met 38 kanonnen, 2 mitrailleuses, 4 torpedo-buizen en telde 700 koppen. der Gealliëerden
PDF
Nummer
1914, nr.24, 4 dec. 1914
Blad
06
Tekst
EEN ROODE-kRUISOEFENING DOOR HET NEDERLANDSCHE LEGER ONDER DE GEMEENTE VOORBURG GEHOUDEN. Een Veld-Hospitaalkeuken. Het vervoer per automobiel naar de Hoofdverbandplaats. Narcotiseeren in de operatiezaal. ST.-NICOLAAS ALS VREDESTICHTER DOOR MARY M. lompje!” — ’t Mooie kopje onder den chiquen ; velourshoed boog zich dieper. Het door de , donkergroene kap getemperde licht viel vol : op het rijke, glanzende haar, en het mooie ; profiel, dat er op het oogenblik al heel ernstig 1 uitzag. „Oom, je moet het weer in orde maken 1” ’t Klonk bijna als een noodkreet. En de oude heer glimlachte fijntjes. Arme Thera, ze moest wel heel erge spijt hebben, dat ze er nu eindelijk toe besloot, haar trotsch kopje te buigen. Maar een beetje verdiend had ze ’t toch wel. „Wat kan ik er aan doen kindje ? Als jelui samen kibbelen, hoe kan ik het dan weer in orde maken ?” „Och, oompje, dat kunt u wel, heusch, u bent net zoo iemand, iemand .... die ... . och, u weet wel wat ik bedoel. En u moet ’t weer in orde maken.” „Ik wil m’n best doen, kindje. Maar je moet zelf óók ’n beetje meewerken.” „Nee, oom, dat gaat niet.” ’t Klonk heel beslist en trots, en de oude heer Kennear wist, dat als Thera op dien toon sprak, ze meende wat ze zei. „Maar, Thera, ’n beetje schuld heb je toch wel. Was het nu niet ’n beetje al te dwaas om zoo’n onbeduidende reden Willem dadelijk z’n ring en z’n cadeautjes terug te zenden ?” „’t Was een heel ernstige reden, oom .Hebt u ooit gehoord dat iemand, die verloofd is, nog presentjes geeft aan andere meisjes ?” „Maar, Thera, dat hij Wiesje nu op haar verjaardag ’n broche cadeau deed ! Wiesje is ’n oude kameraad van hem, meer niet.” „Hij heeft gezegd, dat hij Wiesje ’n aardig meisje vond.” „Wiesje is ’n aardig meisje !” « „Dan moet hij maar met Wiesje trouwen.” „Maar Thera.” „Ja, oom. Maar u moet ’t weer in orde brengen. U moet. Als u ’t niet doet, ben ik voor altijd boos op u, en kom nooit meer bij u !” De oude heer Kennear dacht lang na, toen Thera vertrokken was. Een moeilijk werkje was het, ’n paar verloofden, die geducht gekibbeld hadden, weer te verzoenen, terwijl er van geen van beiden op medewerking te rekenen viel. Enfin, hij zou het eens probeeren. rijke Wil men cijfers? In 1913 werden 140 barometers en 206 sectanten gecontróleerd; werden 2817 seinlantarens aan de lichtproef onderworpen en 350 tijdmeters met den juisten tijdloop vergeleken ; van 226 schepen werden de kompassen geregeld, enz. Wil men naast die cijfers een statistische conclusie, dan is het deze: dat de arbeid van het Filiaal er voor een groot deel toe bijdroeg dat het verliespercentage van de handelsschepen buitengewoon verbeterde van zeer ongunstig tot het gunstigste aller vloten. En tenslotte is het ook weerkundig Filiaal. Alle weerkundige waarnemingen van regen, wind, temperatuur enz. worden er gedaan. Daartoe is het dak voorzien van een serie belangwekkende instrumenten, die de richting en de kracht van den wind opteekenen, den regenval registreeren, de temperatuur en den luchtdruk noteeren. En alles natuurlijk overzichtelijk. Want in 1913 alleen kwam het niet minder dan 34 maal voor. dat, in verband o.a. met geschillen in den handel een verklaring gevraagd werd hoe het weer op dien dag en dat uur wel was. Feestgevierd is er niet; zelfs officieele speeches werden niet afgestoken. Slechts de pers memoreert, zooals hier, de verdienste van een inrichting, wier werkwijze te weinig bekend is. O. DE WEERKUNDIGE WAARNEMINGSINSTRU MENTEN. De schijven met gaten vormen het tijdsein, in de Rotterdamsche haven welbekend. Tegen het middaguur staan ze verticaal om precies 12 uur te „vallen” in horizontalen stand. De Directeur der Rotterdamsche filiaal-inrichting v. h. Meteorologisch Instituut, dat een dezer dagen 25 jaar bestond. Het 25-jarig bestaan van de Filiaal-Inricbting van bet Meteorologisch Instituut te Rotterdam. Jn November 1889 werd te Rotterdam, niet dan na herhaald aandringen 1 bij den Gemeenteraad, een inrichting voor de zeevaart opengesteld, die zich spoedig bleek te ontwikkelen tot een zeer belangrijke instelling voor de zich aldoor uitbreidende havenstad. In die inrichting, filiaal van het Meteorologisch Instituut te de Bildt, werd gelegenheid gegeven aan de scheepvaart om de zeevaartkundige instrumenten te doen contróleeren en verifieeren. Geen dwang werd den gezagvoerders opgelegd; de inzending der instrumenten was geheel vrijwillig. En die inzending toonde binnen korten tijd, hoe buitengewoon nuttig de contróle op de instrumenten was en werkte! Toonde aan, hoe gebrekkig feitelijk de navigatie-middelen, de factoren waarvan toch dikwijls het bestaan op zee afhangt, geregeld waren. De ervaring daarbij opgedaan was dan ook de directe aanleiding tot het geleidelijk invoeren van verplichte contróle, welke vooral door toedoen van den toenmaligen directeur, den heer Arkenbout Schokker, neergelegd werd in de Schepenwet van 1909. Het is in de uitvoering van die wet, wat betreft de instrumenten voor de zeevaart, dat de Filiaal-inrichting haren voornaamsten arbeid vindt zoowel in de laboratoria zelf als daarbuiten. Om met het eerste te beginnen: in de inrichting zelve worden de tijdmeters der schepen nauwkeurig nagegaan en hun afwijkingen aangegeven. Sextanten worden beproefd; barometers en thermometers aan scherpe controle onderworpen. Voorts worden op aanwijzing der onderweg opgedane waarnemingen de zeekaarten bijgewerkt. Ook de scheepsseinlantarens worden vergeleken op de voorgeschreven lichtsterkte. Buiten de inrichting zelve gebeurt het belangrijke werk van het regelen der kompassen ’n Half uurtje later belde de oude beer Kennear zijn ouden Jiandelsvriend Smit op. „Hallo, Smit! Ja . . . . met Kennear. Alles goed thuis ? .. . Mooi, bij mij ook. Ja, en wat ik zeggen wilde, jelui geven immers ’n St.-Nicoïaasavond ? . . . . Wat zeg je, op den 5den ? . . . . Mooi, dan kan je ons wél eens uitnoodigen, m’n nichtje en mij .... Hadt je daar juist plan op ? . . . . Goed zoo, dat treft.... Om negen uur ? We zullen zorgen op tijd te zijn .... Ja, en wat ik zeggen wilde, heb je al ’n geschikten hoofdpersoon ? .... ’n Gehuurden ? Nee, dat zou ik je niet aanraden .... Ja, ik heb het ook eens gehad, om elf uur kwam hij aanzetten, zoo dronken als ’n tempelier. En de cadeautjes voor de helft verloren natuurlijk .... Ja, ’t is een lastige geschiedenis .... „Maar vraag ’n kennis.... Wie? Wel, mij bijvoorbeeld .... ’n Beetje kaal, zeg je? Hindert niet, ik zet ’n pruik op ... . Ja, ik doe ’t werkelijk wel graag .... en ’t gaat me wel handig af ook .... je zult zien hoe netjes ik het klaarspeel. Ja, en wat ik nog zeggen wilde, kun je den jongen Ramakers ook niet vragen ? . . . . De jonge Ramakers, Willem .... die met Thera verloofd is, juist.... je hebt gehoord dat ’t af is ? .... nu ja maar .... ja, ’t komt wel weer in orde, zorg jij nu maar dat de jongen komt.... dan stuur ik je ’n kistje extra fijne 1” Met een bedroefd gezichtje, en een ernstiger blik dan anders in de groote, mooie oogen, luisterde Thera Kennear naar het vertrouwelijk gebabbel van Mevrouw Smit, de gastvrouw, die naast haar zat Het groote, rijke huis der Smits was vol gasten. Veel kinderen in de eerste plaats, jongens in fluweelen pakjes, en meisjes in lichte jurkjes met witte strikken in het haar, maar ook veel ouderen. Er zou nog een beetje gedanst worden, als straks het bezoek van den Sint achter den rug was en de kinderen naar huis waren. Een attractie te meer dus. Thera’s oogen dwaalden door de zaal, en plotseling sloeg zij ze neer. Daar, bij den schoorsteen, blijkbaar zonder de minste acht op haar te slaan, stond Willem, haar Willem, zooals zij met een plotseling gevoel van droefheid bedacht. Hij praatte met een aardig, donkeroogig meisje, en hij scheen zich uitstekend te amuseeren. Het was Wiesje. Thera zag hem lachen en praten, en haar oogen vulden zich met groote, heete tranen. Waarom was zij ook zoo dwaas geweest ? Willem had genoeg gedaan, om het weer goed te maken, en haar te bewijzen dat zij zich in hem vergist had, maar zij, verwend kind als zij was, had hem zelfs niet willen aanhooren. En nu was het uit. Willem had óók zijn trotsch, en zij wist, dat hij geen enkele poging meer aanwenden zou tot Generale inspectie door den Minister van Oorlogt Automobiel-station voor draadlooze telegrafie. In het gelid, gereed ter inspectie. Zaterdagmiddag had op de Maliebaan te ’s-Gravenhage de ceremonieele installatie plaats van het Eerste Vrijwilligerscorps Draadlooze Veld-Telegrafie-Afdeeling, gevormd uit de Delftsche Studenten, die, omdat zij in geval van oorlog anders als franc-tireurs zouden worden beschouwd, bij het Veldleger zijn ingedeeld. Zij zijn geïnspecteerd door den Minister van Oorlog en zijn Maandag naar de plaats van hun bestemming gezonden.
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1211 tot 1215 van 11897