|
ZONDERLINGE VILLA-CONSTRUCTIE.
De bijzondere aandacht der bevoegde autoriteiten werd een
dezer dagen gevestigd op een villa in den Aerdenhout bij
Haarlem, die hierbij is afgebeeld. In den toren moet een
installatie voor draadlooze telegrafie gevonden zijn. Een in
verband met het onderzoek plaats gehad hebbende arrestatie
werd niet gehandhaafd.
„Laat hem toch zijn gang gaan, Tregony,” zei Rufus,
bij wien de hoop levendig werd, dat de oude baron een
flinke bronchitis mocht opdoen, die hem de door zijn neef
zoo hartelijk gewenschte eeuwige rust mocht bezorgen.
Hij merkte echter spijtig op dat zijn oom liep als een
jonge man, terwijl hij zich in den storm naar de kust begaf,
waar de reddingsboot gereed stond.
„’t Is een passagiersboot,” zei er een.
„God zij hen genadig!” riep een klagende vrouwestem.
,,Gaan jullie niet uit, Tom ?”
De bemanning der reddingsboot aarzelde. Ze kende den
hellepoel, die nu kookte aan den Hanger, want menige
brave borst van Mount Royal had reeds zijn vermetelheid
en menschlievendheid met den dood betaald.
Bovendien, het is moeilijk het weder, de koude en vooral
den dood te trotseeren met vrouw en kinderen aan zijn
hals hangende.
„Nou, jongens !” riep opeens John Tregony, terwijl hij
kalm zijn oliejas over zijn livrei aantrok. „Wie gaat er
met den ouden John mee? Vrijgezels het eerst en niet
allen tegelijk !”
Een tiental mannen traden naar voren en besloten den
dood te trotseeren, liever dan aan de kust te blijven en
beschaamd te worden door den bottelier van het kasteel,
zelfs al was hij een Tregony.
Sir Jasper wilde ook mee, doch i-.,.
eenige visscherslieden van zesvoet
lang namen hem beleefd doch beslist
bij den arm en brachten hem in het
schuitenhuis.
„Nee, nee, Sir Jasper, dat mag
niet, hoor! Laat de jongeren een 9
kans hebben zich te onderscheiden,”
zeiden ze en uit hun toon klonk
hoogachting voor en trots met hun
ouden braven landheer.
De reddingsboot werd in zee gereden
en verdween in den dikken
mist.
Gedreven gouden Theeservies in Empire-stijl, voor Semarang,
uitgevoerd door de Koninklijke Utr. Fabr. van Zilverwerken
van C. J. Begeer.
Een halfuur ging voorbij, terwijl de vrouwen weenden
onder de lijzijde van het schuitenhuis.
Toen steeg er een luid gejuich op uit de dichte menigte
aan het strand als de massieve boeg van de reddingsboot
uit de duistere watervlakte opdook.
Een voor een werden vrouwen en kinderen uit de boot
getild en door tal van hulpvaardige armen op het strand
gebracht.
„Breng ze naar het kasteel!” riep de oude baron luide
uit, terwijl hij zelf een bewusteloos knaapje in de armen
nam en de anderen voorging.
Niettegenstaande zijn hoogen leeftijd spoedde hij weldra
iedereen vooruit en was het eerst in de hal.
Hij legde het nog steeds bewustelooze kind op een tafel
en slaakte toen opeens een kreet.
„Mijn jongen, mijn jongen ! Ben je eindelijk teruggekomen
1”
Toen kwamen de oude bedienden nader en herkenden
in het bleeke gelaat van het knaapje hun jongen meester
Harry, die dertig jaren geleden hen had geplaagd en door
hen op de handen was gedragen.
Een oogenblik later kwam de kleine tot bewustzijn en
ging overeind zitten.
Hij toonde niet de minste verrassing of vrees voor den
ouden heer, die weende en hem de handen kuste.
Hij vertelde dat zijn naam was Jasper Denzil en dat
zijn papa en mama op het schip waren. Ze waren bijna
verdronken en hij was bang dat zijn fiets wel kapot zou
wezen, nu het schip zoo hard op de rotsen was gestoten.
„Waar is je papa?” vroeg de oude baron met trillende
stem, terwijl hij liefkoozend over de blonde lokken van
den knaap streek.
„Hier is hij, met mama!” riep de knaap vroolijk uit,
toen een heer en een dame met bleek en bewogen gelaat
zich in de deuropening vertoonden. „Hier, pap I” riep de
kleine jongen, „hier ben ik !”
„Ik wist dat je komen zoudt, Harry. Ik heb op je gewacht
Gouden Jardinière in Empire-stijl, waarvan 2 stuks voor Semarang,
uitgevoerd door de Koninklijke Utr. Fabriek van
Zilverwerken van C. J. Begeer.
vijftien jaar lang !” zei de oude man eenvoudig, terwijl
hij zijn handen op zijn zoons breede schouders legde.
„En dit is je vrouw, mijn dochter?” voegde hij er aan
toe, terwijl hij de jonge vrouw teeder omarmde.
* ♦ X *
Den volgenden morgen met den eersten trein vertrok
Rufus Denzil voor dringende zaken naar Londen.
OORLOQS-VARIA.
Huwelijksbelasting.
In Engeland heeft iemand het voorstel gedaan dat de
Regeering een huwelijksbelasting zal gaan heffen.
De bedoeling van den voorsteller van dit plan is, dat
iedere man, die in het huwelijk treedt, 5 shilling voor
elke £ 100.— van zijn jaarlijksch inkomen, aan den Staat
zou geven. De opbrengst zou werkelijk meevallen en
niemand schade doen, daar deze belasting de bruiloftskosten
toch slechts heel weinig zou verhoogen.
„ Jt is a leng ivay to Tipperary,"
Een Enge’sche dame, Miss Mollie Aldington, pubiiceèrt
in de D.M. een Fransche vertaling
van het bekende lied, dat door de
Engelsche soldaten overal wordt gezongen.
Deze vertaling luidt alsvolgt:
Bien loin est Tipperary,
Fj Le chemin en est long et dur, PJ Bien loin est Tipperary,
Oü ma cherie séjourne!
Au revoir, Piccadilly,
Adieu, Leicester Square,
Bien loin est Tipperary,
La est mon coeur.
DECOR 3e ACTE.
Van links naar rechts: Bernal (Borof Campé), Fédora (Mad. Dhayrmond),
Ypanoff (Paul Borel), Dimitri (Mad. Riane), Baule (Stephan), Gretch (Immers),
Desiré (Dugermain), Le docteur Loreck (Milo), Mme de Tournis (Mme Nery),
Tchileff (Meyers), Comtesse Soukaneff (Mad. Marthe Devril) en geheel rechts
Laroche als de Siriex.
FÉDORA.
Theater Verkaae. - Tournée Mme A, Dhayrmond de Paris.
U
hadt de eer, nietwaar? Ik heb U voorgesteld in m’n vorig artikeltje. Eene vrouw met
’n prachtstem, ’n knappe vrouw, ’n vrouw, waarvan je voelt, die wéét ’t. Die zal ’t doen.
Die kan ’t. En dat is zoo uitgekomen. Ze heeft hare, toch in zekeren zin van alle zijden
saamgezochten troep, tot een zeer behoorlijk en op sommige oogenblikken uitstekend geheel
weten saam te brengen. — Die Franschen! Je weet niet, wat ’t is. Dat speelt komedie, zooals
wij verkouden zijn. Van het eerste oogenblik af, ben je er in. Van het eerste oogenblik af.
smelt er iets, wat in Holland altijd tusschen publiek en spelers blijft bestaan, en ga je
meeleven met de dingen, die zich daarginds afspelen, zonder gehinderd te worden, door het
voetlicht, die afscheiding tusschen de zaal en het tooneel, waarom je vaak slechts heel
moeilijk weg komt. Je ziet menschen, en geen rollen meer. Je kriigt, om ’t duidelijk te
zeggen, een gevoel of ’t familie van je is. Of het stuk zich afspeelt waar je bij bent, in
zekeren zin of je ’t zelf bent. Min of meer heb je dat bij iedere voorstelling, maar zoo volledig,
zoo entre nous alleen bij heele „èffe”. — Het begon reeds in het eerste bedrijf, de
moord, met het onderzoek, welk bedrijf ik zelden genietbaar vond, en dat mij hier werkelijk
voor het eerst in z’n geheel spanning gaf en groote interesse opwekte.
Het is ook’n bijzonder genoegen Madame Dhayrmond als de princesse Fédora niet alleen
ten tooneele te zien, maar ook te èrkennen als zoodanig. Ook was Paul Borel als Loris
Ypanoff goed-in-de-figuur passend en had den goeden smaak z’n ongeluk niet aan te dikken.
Dit vooral is het kenmerk van de geheele voorstelling, dat het toch ai vrij dik-opgelegde
gegeven in geenen deele is verzwaard, integendeel voer door de geheele voorstelling ’n geest
van waarschijnlijkheid, die het geheel te beter tot z’n recht deed komen. Madame Marthe
Devril w&s Comtesse Olga Soukaneff, Mme Riane Dimitri. De zoon van onzen bekenden
Hubert Laroche, speelde hier de Siriex. waarin hij keurig voor den dag kwam. De bijrollen
waren alle min of meer goed bezet, waarbij we vooral in het eerste bedrijf, dat ik reeds
noemde, genoten van de goede regie, welke er bij dezen troep schijnt te zijn. De geheele
voorstelling was zeker in staat om met belangstelling de volgende af te wachten. Vooral
in minder bezette stukken als dit, geloof ik, dat we nog vele goede dingen verwachten
kunnen, en in ieder geval is dit gezelschap ’n aanwinst voor dit tooneelseizoen. Fédora, als stuk van Sardou, mag bekend genoeg worden geacht, om niet daarover thans uit te weiden. In Mevrouw Dhayrmond hebben we met genoegen,
** *’>***’<'*A — ..4. ---------—----------- ƒ rtrAAfA Vpnni’o van K*>«ar baar Anfrodon __ ilr kat raorlo __ late oPe” nno c* Fo /loron naf r\r>Tü oinona «An/to ortonro on JlHHF
4e ACTE.
Fédora (Mad. Dhayrmond) en Ypanoff (Paul Borel).
(Foto's, speciaal kunstlichtopnamen,
Couvêe).
uit
4e ACTE.
De Siriex (Laroche) met Comtesse Olga Soukaneff
(Marthe Devril).
’n actrice te bewonderen, die met temperament en .groote kennis van haar kunnen, haar optreden — ik zei het reeds iets~„af’s” geeft, dat ons telkens veel te bewonderen gaf. Voor onze eigene jonge acteurs en actrices val
veel te leeren. Trouwens, ik kan den jongeren onzer gezelschappen niet genoeg aanraden, eens met aandacht en zonder pretentie naar de voorstellingen van Madame Dhayrmond te gaan zien. Misschien, waar we niet altijd naar
Parijs konden gaan om te zien, loont het de moeite dit tipje van het Fransche tooneel hier te gaan zien, nu de omstandigheden ons het voordeeltje bezorgen, er iets van thuis te kunnen zien, op onze pantoffels, om zoo te zeggen.
Het publiek ... ontving het debut van dezen troep vriendelijk, en met goeden smaak, eigen aan de speciale bezoekers van dit speciale theater. Dat Royaards denzelfden avond hier de Midzomernachtsdroom in den Schouwburg opvoerde,
was niet gunstig voor het aantal der bezoekers. Evenwel maakte de kwaliteit — les absents ont eu tort — de kwantiteit goed. TOM SCHILPEROORT.
|