|
PANORAMA
HULP UIT AMERIKA.
Te Rotterdam kwam het stoomschip „Tremorvah” uit Halifax
aan, met een waarde van l’/4 millioen gulden aan kledingstukken
en voedingsmiddelen, in Amerika voor de Belgische
vluchtelingen bijeengebracht.
3G EEN TREURSPEL 9S
IN DE LUCHT 9G
VERKORTE INHOUD VAN HET GEDEELTE UIT HET VORIGE
NUMMER
Ik had op ’t gebied der luchtscheepvaart een verrassende uitvinding gedaan.
Ik had namelijk een apparaat uitgevonden, waardoor een vliegmachine, die
tijdens haar vlucht een defect kreeg, geen noodlanding behoefde te doen.
maar kon blijven zweven, tot het defect hersteld was. Mijn patroon en zijn
dochter wenschten mij geluk. Het speet mij echter dat ik den wensch van
mijn patroon om zijn dochter te huwen, niet kon inwilligen: ik had mijn
hart reeds weggegeven aan Lize, mijn verloofde, die mij wachtte in het
dorpje, waar wij beiden geboren waren. Gelukkig nam mijn patroon de
zaak noaal kalm op, maar hij was erg bezorgd voor zijn dochter die mij
innig liefhad. Toen wij den proeftocht gingen maken, scheen mijn patroon
in ’t geheel niet meer te denken aan mijn weigering, tenminste, toen wij
hoog in de lucht waren, en mijn uitvinding een succes bleek, schonk hij
mij en zichzelf een glas wijn in om den goeden uitslag te bekrachtigen.
Nauwelijks evenwel had ik van den wijn gedronken of ik zeeg bewusteloos
neer. Toen ik weer uit mijn bewusteloozen toestand ontwaakte was het
nacht en lag ik, vastgebonden op een plank, met het aangezicht naar beneden,
dwars over de aëroplaan. Ik slaakte een doordringenden kreet van angst.
churk 1” schreeuwde ik. „Moordenaar 1”
„O ga je gang, hoor! Schreeuw maar raak!”
„Neem mij op, mijnheer,” smeekte ik. „Om
Gods wil, neem me op !”
„Je ligt daar pas tien minuten !”
„Leugenaar,” riep ik uit. „’t Is nu nacht.
Ik ben verstijfd van de kou I”
„Je zult nog wel kouder worden, wacht maar,” antwoordde
hij.
„Wil je me vermoorden ?” vroeg ik.
„Je wou me de / 50.000 terugbetalen, hè, maar weigerde
mijn dochter te trouwen. Ha, hal Ik zal de touwen doorsnijden
en je laten vallen. Je zult al je beenderen in je lijf
breken in de zee beneden en onmiddellijk verdrinken.
Dan zal ik je apparaat overboord werpen en je zult
vergeten worden als andere mislukte slachtoffers der wetenschap.”
Weer schaterde Riel het uit, een duivelsche lach, terwijl
ik schreeuwde, vloekte en bad in mijn angstwekkenden
toestand. Ik wist dat hij woord zou houden.
vWe zijn thans vijfduizend voet,” riep hij mij toe.
„Haal mij naar binnen en ik geef je mijn uitvinding
cadeau,” kreet ik.
Hij lachte slechts zijn waanzinnigen lach. Toen berustte
ik; ik wist dat mijn lot bezegeld was. Mijn eerste schrik was
over, en kalm wilde ik mijn vreeselijk einde te gemoet gaan.
Mijn hart brak mij evenwel bij de gedachte aan mijn geliefde
Lize, die thuis tevergeefs op mij wachten zou. De tranen
bevroren op mijn wangen, want het was op deze hoogte
bitter koud.
Het zou een heele val zijn, dacht ik, terwijl ik naar de zee
daar heel ver in de diepte staarde. Ik vroeg mijzelven af
hoe lang ik wel zou vallen, of ik dood of bewusteloos zou
zijn als ik benedenkwam.
Toen hoorde ik Riel weder.
„Franklin !”
„Ja!”
„Ik hoorde je niet meer, ik dacht dat je bewusteloos
was.”
„Ik ben niet bang!”
„Nu ga ik het touw doorsnijden !” lachte hij. Ik voelde
het mes zagen langs het touw waaraan ik hing en huiveide.
Plotseling gebeurde er iets onvoorziens: Riel had zich
te veel voorovergebogen, zijn evenwicht verloren en was
uit het vliegtuig gevallen. Hij was nu dood, het lot dat hij
mij had toegedacht, was het eerst zijn deel geworden. En
ik ? Ik was door den schok plotseling van de aëroplaan
afgeschoven en hing nu met mijn hoofd naar beneden onder
aan de vliegmachine.
Ze zeggen mij nu dat het alles waanzin was. Dat mijn
uitvinding een mislukking was en mij zenuwziek maakte;
dat ik geen luchtreis gemaakt heb, maar al dien tijd hier
ziek was, waar ze me dag en nacht bewaakt hebben. Ze
denken dat ik niet weet, dat ze me maar wat voorliegen.
Dagelijks zie ik het gelaat van Riel, hij staart me dan aan.
Ik weet echter dat hij dood is. Hij heeft nu een treurigen
blik in zijn oogen. Ik denk dat hij berouw heeft.”
Bovendien, toen ik de luchtreis begon, had ik zwarte
haren, en thans zijn ze wit als sneeuw.
EEN WEDREN OM EEN
— VROUW—=
et was aan den vooravond van den wereldberoemden
wedstrijd Parijs—Berlijn, dat in
een rustig en deftig hotel te Parijs twee heeren
zaten te praten onder het genot van koffie,
likeur en sigaretten. Het waren twee bekende
autorenners en ze spraken natuurlijk over
den wedstrijd van den volgenden dag.
Wilson Knox, de oudste, was rijk, bewoog zich in de
beste kringen en had een krachtige gestalte en ijzeren
zenuwen.
De andere, Claude Parsons, was klein, doch lenig en
gespierd. Zijn wereldlijke bezittingen waren vrijwel nihil,
doch hij hoopte den volgenden dag vijftigduizend gulden
te winnen, hem beloofd door de autofabriek, wier auto
hij bereed, als het hem gelukken mocht het eerst aan
te komen.
Oogenschijnlijk vrienden waren ze elkanders mededinger
niet alleen op sportgebied, doch op een nog veel gevaarlijker
terrein : ze beminden beiden hetzelfde meisje. Deze
was in Parijs met haar vader en zou morgen getuige wezen
van den afrit. Geen der beide minnaars wist evenwel nog
aan wien het meisje de voorkeur gaf.
Wilson Knox trok nadenkend aan zijn sigarette.
„Parsons,” zei hij plotseling, „ik krijg daar een idee.”
Zijn vriend keek hem vragend aan.
„Ik zal morgen met je rennen om Winifred Hartford!”
Het was een groote inzet; een inzet, die, als hij verloor,
een leven van bitter verwijt zou ten gevolge hebben.
„Ik bedoel,” ging Knox voort, „als jij vóór mij Berlijn
bereikt, zal ik mij niet meer vertoonen in het gezelschap
van Winifred en aan jou de gelegenheid laten haar
te vragen en omgekeerd. Ik stel slechts één voorwaarde,
namelijk deze : als jij wint vertel je aan Winifred van onze
weddenschap en — hoe je aan je auto gekomen bent1”
„Wat bedoel je ?” riep Parsons uit, bleek en zenuwachtig.
„Alleen dit,” antwoordde Knox, kalm een cheque ten
bedrage van tienduizend gulden te voorschijn halende.
Hij gaf het aan zijn vriend, nauwkeurig diens gelaat
bestudeerende. Deze zag het in, gaf een schreeuw en liet
de cheque op den grond vallen.
„Parsons,” zei Knox rustig, „ik ontdekte dit eerst eenige
dagen geleden, toen de bank het mij zond en vroeg of de
handteekening wel in orde was. Ik antwoordde bevestigend,
doch wist maar al te goed van wien de handteekening
was en waarom ik de vorige week mijn cheque-boek miste.
DE UITWERKING DER MIJNEN.
EEN WATERZUIL VAN 34.5 METER.
Nadat wij uit de courantenberichten de verschrikkelijke gevolgen
van het springen der mijnen hebben gelezen, bemerken
wij thans ook in ons land helaas de heftige kracht dezer
vernielers. Geheel Nederland voelt diepe sympathie voor de
slachtoffers der mijnontploffing in Zeeland. Welke de kracht
der mijnen is, kan uit bovenstaande foto worden afgeleid.
VOOR DE BELGISCHE VLUCHTELINGEN
Nieuw-Schotland, Canada enz. wedijverden in het bijeenbrengen
van goede gaven voor de Belgen. De vaten en tonnen waren
met van sympathie getuigende opschriften voorzien. Aan boord
van de „Tremorvah” bevonden zich verschillende autoriteiten.
Ik wilde je niet vervolgen, maar jij bent de schuldige !”
Parsons zat neergedoken in zijn stoel en antwoordde niet.
„Beken dat jij mijn handteekening vervalschte, jou
schurk I” riep Knox uit met dreigend gebaar.
„Schuldig!” zuchtte Parsons.
„Waarom deed je ’t?” vroeg Knox.
„Ik was wanhopig, Knox! Wanhopig uit geldgebrek. Ik
wist dat ik zou kunnen winnen als ik aan den wedstrijd
deelnam. De Panhard-automobielenfabriek loofde vijftigduizend
gulden uit aan dengene die met een auto van haar
den wedstrijd wint. Ik kon die kans niet voorbij laten gaan.
Hoe zou ik echter aan geld komen om een auto te koopen.
Ik was ten einde raad ook wegens Winifred. Met weinig
vooruitzichten lachte mij de belooning toe, zou deze den weg
van het geluk voor mij openen. Zonder dit geld was Winifred
voor mij onbereikbaar. Toen schreef ik de cheque; ik
zou je terugbetalen als ik den strijd won. Ik zweer het
je! Alles zou ik je terugbetalen.”
Hij uitte zijn bekentenis met gebroken stem en keek
zijn metgezel verwilderd aan.
Deze antwoordde echter op koelen toon : „Als je mijn
aanbod weigert, Parsons, maak ik je bekend. Als je wint,
eisch ik, dat je Winnie volkomen inlicht omtrent je frauduleuze
handeling en als ze je dan nog hebben wil, welnu,
dan is het mij goed. Als je verliest, betaal je mij de cheque
binnen twee maanden of — ik lever je aan de justitie over.
Ziehier mijn ultimatum.”
Het ellendige van den toestand, waarin hij zich bevond,
drong langzaam tot Claude Parsons hersenen door.
„De voorwaarden zijn hard 1” mompelde hij.
„Hard? Jou lafaard!” riep Knox uit. „Parsons,” ging
hij kalmer voort, „begrijp je niet, dat het mijn vast voornemen
is morgen te winnen; coüte que coüte ?”
„Bedoel je, dat.... dat je mijn car wilt vernietigen ?”
hijgde Parsons.
„Ik bedoel, dat je het zelf zult doen !” zei Knox, op
een toon waaruit ingehouden haat klonk. „Ik had gehoopt
dat je begrijpen zoudt, dat het voor jou alleen veilig is,
als je je terugtrekt!”
De beide mannen stonden tegenover elkander, zwijgend,
vol woede en Parsons wist dat hij een verbitterden vijand
tegenover zich had.
„Als je morgen mijn plannen in de war stuurt,” dreigde
Knox, „dan — maak ik je bekend, begrepen !”
* ♦
♦
Den volgenden morgen vroeg bevond zich reeds een
opgewonden menigte op de plaats van den afrit. De verschillende
deelnemers kwamen successievelijk met hun auto
aanrijden. Wilson Knox, met een uitstekende Mors-machine
van 70 P.K., was ingeschreven als No. 8; Parsons had een
Panhurst, eveneens van 70 P.K. die No. 10 kreeg. Er waren
achtendertig deelnemers, allen in compleet auto-kostuum.
Wilson Knox bevond zich nevens Parsons. De laatste
scheen uiterlijk zeer kalm, doch had zijn gelaat reeds met
de stofbril bedekt, terwijl een licht beven van zijn onderlip
zijn ontroering verraadde. Knox wachtte met de tanden
op elkaar. Hij zou winnen, hij moest winnen! Om zijn
tegenstander te vernietigen zou hij al zijn geest- en spierkracht
aanwenden. Winifred was de prijs!
Midden in deze overdenkingen werd hij gestoord door
het signaal: klaar voor den afrit I
Een oogenblik later waren ze vertrokken !
Zijn medeminnaar had aanvankelijk de leiding en liet
hem eenige meters achter zich. Gaandeweg echter kregen
ze een gelijkmatiger gang, die steeds vermeerderde, tot
ze beiden een snelheid hadden van 60 K.M. per uur.
Knox zag niets anders dan eenige meters van een witten
grindweg en voor zich de car van zijn mededinger. De
|