Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1196 tot 1200 van 11897
Nummer
1914, nr.23, 27 nov. 1914
Blad
03
Tekst
HET SNEEUWT AAN DE YSER HET ZWARE engelsche geschut temidden van de sneeuw. De groote zekerheid der artillerie als voorbereidster en steun voor den infanterie-aanval is bijna in alle gevechten van dezen oorlog bewezen. Vandaar dat beide partijen op alle wijzen trachten hun vèrdragend geschut van groot kaliber in actie te brengen, teneinde van het verstverwijderde punt zonder eigen risico den vijand groote schade toe te brengen. Het Fransche 75 P.K. en het Engelsche zware geschut blijken in den huidigen strijd goede kwaliteiten te bezitten. TWEE METHODEN VAN LUCHTVERKENNING. ENGELSCHETRANSPORTTROEPEN. De meer primitieve, waarbij met behulp van lange ladders de stellingen van den vijand en de uitwerking van eigen geschut worden gecontroleerd, terwijl vlagsignalen dienst doen om het waaryenomene naar lagere regionen mede te deelen. Deze ladders kunnen, op gepantserde treinen aangebracht, tot dicht bij de gevechtslinie gebracht worden, wat hun waarde verhoogt. De meest moderne methode, waarbij het vliegtuig dienst doet. Tot welke resultaten dit wapen voeren kan, bewijst o.m. de tocht van twee Engelsche vliegeniers naar het meer van Constanz, waar de beroemde fabriek van Zeppelins is. Welke resultaten daar bereikt zijn is niet vast te stellen, doch de daad op zichzelf is reeds opmerkingswaardig genoeg. Links op de foto de Engelsche vüegiuitenant Ö . *. die blijkbaar op een tocht over het Kanaal verongelukte. De merkwaardige zekerheid waarmee de troepentransporten van de koloniën naar het Moederland en van daar naar het vaste land geschieden, heeft in alle kringen verrassing en bewondering gebaard. Aan boord der transportschepen wordt alles gedaan om dezen troepen comfort te bieden. HOE HET ER IN PERVYSE UITZIET. Temidden van de puinhoopen, welke de straten onbegaanbaar maken, bevinden zich de gaten, welke door de groote granaten in den grond geslagen zijn. Zooals onze foto bewijst, zakt een man tot aan de heupen in zulk een gat. De Belgische ruiters op den achtergrond dezer foto bewijzen dat Pervyse, of liever gezegd, wat van deze plaats overbleef, in handen der gealiiëerden is. HOE HET ER IN DIXMUIDEN UITZIET. Beurtelings Fransch-Duitsch, Duitsch-Fransch en zoo voort, bleef er van het eertijds zoo vriendelijke Vlaamsche stadje al even weinig over als van Pervyse. Onze foto toont het stadsdeel dat het dichtst bij den weg naar Nieuwpoort ligt.
PDF
Nummer
1914, nr.23, 27 nov. 1914
Blad
04
Tekst
i /—< i n r-k /"> i ’ i /~y UIT DE RUSSISCHE GEVECHTSLINIE OORLOGS-KRONIEK. 17 Nov. In Vlaanderen vorderen de Duitsche aanvallen langzaam. — Tengevolge van het vroeg ingevallen winterweer worden de krijgsoperaties aan het Westelijke front zeer bemoeilijkt. — Blijkens de laatste officieele Duitsche mededeeling hebben de Duitschers de Russen genoodzaakt op één punt van hun front n.l. ten Zuiden van Stallopunen, terug te trekken. De Duitschers maakten daarbij 5000 gevangenen en veroverden 10 machinegeweren. In de daarbij aansluitende gevechten werden de Russen teruggeworpen tot achter Kutno. De Russische verliezen bedroegen: 23.000 gevangenen; 70 machinegeweren en een aantal kanonnen. — De Serviërs staan nog steeds bij Semlin in Hongarije, doch zij waren den laatsten tijd niet voorspoedig. 18 Nov. De Duitschers hebben hun aanvallen ten Zuiden van Yperen hernieuwd, zonder evenwel resultaat te bereiken. Bij Vailly, in de Argonnen, tusschen Armentiëres en Atrecht maakten de Franschen eenige vorderingen. — In het Zuiden der Boekowina worden verwoede gevech ten geleverd tusschen Russen en Oostenrijkers; de laatsten moesten terugtrekken. 19 Nov. In de buurt van St.-Mihiel hebben de Duitschers het Westelijke gedeelte van Chauvoncourt, dat zij ondermijnd hadden, in de lucht laten vliegen. — Op het Oostelijke oorlogstooneel ontwikkelden zich nieuwe gevechten, waarvan de beslissing nog hangende is. 20 Nov. De Duitschers beproefden het dorp Tracy-le-Val, in het Aisne-departement, te nemen, maar werden daarin verhinderd en met groote verliezen teruggeslagen. — In West-Galicië zetten de Russen hun offensief voort. — De Turken schoten uit de forten van Smyrna op een sloep van den Amerikaanschen kruiser ,,Tenessy”. De HET KRIJGSPLAN WORDT OPGEMAAKT. Een officier van de veelbesproken kozakken geeft inlichtingen over de bewegingen van den vijand aan een Generaal, die deze bewegingen op de kaart volgt. Amerikaansche regeering heeft de Turksche overheid opheldering gevraagd. 21 Nov. In het Argonne-woud werden drie krachtige infanterie-aanvallen van de Duitschers afgeslagen. De geheele strook land ten Oosten van Dixmuiden is onder water gezet, waardoor de krijgsoperaties zeer bemoeilijkt worden. — In de Zwarte zee kwam het tot een treffen tusschen Turksche en Russische oorlogsschepen. 22 Nov. In den loop van den dag werd Yperen hevig gebombardeerd — Een klein Engelsch eskader, dat tweemaal de Belgische kust naderde, werd door de Duitschers beschoten en trok zich terug. 23 Nov. Door het optreden van nieuwe Russische strijdkrachten is de beslissing in het Oosten nog uitgesteld.—Aan het Westelijk front is de algemeene toestand ongewijzigd, 24 Nov. Engelsche oorlogsschepen beschieten Zeebrugge en Lombardzijde. Na korten tijd zijn de Duitsche kustbatterijen tot zwijgen gebracht. — Een Engelsch patrouille-vaartuig brengt bij Schotland den Duitschen onderzeeër „U 18” tot zinken. Eén lid der bemanning omgekomen. — Bij L3sarevatsj deden de Oostenrijkers een poging het Servische front door te breken, maar werden met groote verliezen teruggeslagen. Een poging om den Servischen linkervleugel om te trekken, mislukte eveneens. — De strijd tusschen Weichsel en Warta wordt voortgezet. Ten Noorden van Lodz wordt hardnekkig gevochten. — De Oostenrijkers moesten eenige passen van de Karpathen ontruimen. De Duitschers trekken zich terug op de linie Strykow, Sjersh, Schadek, Sdoenska, Wosniki. — De in de richting van Erzeroem vooruitgeschoven Russische troepenafdeelingen blijven de Turken vervolgen, welke laatsten ernstige verliezen lijden. BUITGEMAAKTE KANONNEN. Bij den terugtocht der Oostenrijksche troepen in Galtcië hebben de Russen verscheidene kanonnen buitgemaakt. Deze kanonnen zullen natuurlijk per eerste gelegenheid naar Rusland worden vervoerd. DOOR HET BOMBARDEMENT VERWOEST. Eenzelfde beeld als wij er reeds zooveel uit het geteisterde België gegeven hebben. Ook op het Oostelijke gevechtsterrein zijn er geheele steden en dorpen verwoest en bij de steeds wisselende gevechtslinies wordt er door de troepen van de verwoeste gebouwen wederom gebruik gemaakt als verschansingen en uitkijkposten. DE RUSSISCHE KEIZERIN ALS VERPLEEGSTER. Uit alle landen bereiken ons foto’s, waaruit blijkt dat er door de Vorstinnen een werkzaam aandeel wordt genomen aan het verplegingswerk Een der meest interessante foto's is zeker wel de bovenstaande, waarop men de Russische Keizerin ziet met den koortsthermometer in de hand, behulpzaam zijnde bij de verpleging van een patiënt. Achter de Keizerin ziet men de Grootvorstinnen Olga en Tatiana, ook in het verpleegsterskostuum.
PDF
Nummer
1914, nr.23, 27 nov. 1914
Blad
05
Tekst
PANORAMA DE VELDTOCHT IN DE SNEEUW Dagen achter elkander tot de knieën in het water in de loopgraven en daarbij komen nu nog de hevige sneeuwbuien, de ijzige wind, die ons in het gezicht blaast^ . .” Deze zinsnede uit eén brief van een Belgischen soldaat, spreekt voldoende voor de ellende, die de soldaten doormaken. Is het dan te verwonderen, dat allen vurig naar het einde van dezen verschrikkelijken oorlog verlangen? De foto’s, die wij hieronder van den sneeuwval in België afbeelden, geven ons een klein idee, onder welke omstandigk* | ■ heden de oorlog rondom Yperen en Nieuwpoort op het oogenblik gevoerd wordt. EEN ' ' VERMOEIEND WERKJE. Heuvel op, heuvel af schrijdt de patrouille door de sneeuw voort. HET HERSTEL. VAN DE TELEFOON. De Duitschers trachten in België al het vernielde zoo spoedig mogelijk te herstellen. Zelfs in den hevigen sneeuwstorm wordt er doorgewerkt. DE WACHTPOST IN DE SNEEUW IN DE BESNEEUWDE DUINEN TEN ZUIDEN VAN OSTENDE. DE PRUISISCHE GARDE WAARVAN VELEN BIJ YPEREN GESNEUVELD ZIJN. Een der regimenten, die bij de gevechten om Yperen erg geteisterd zijn, is zeker wel de Pruisische Garde, de lijfgarde van den keizer. Dit regiment, bekend als een der keurkorpsen, streed ook in 1870 met de grootste dapperheid. Ook toen werden de gelederen ervan zeer gedund. IN DEN ANTWERPSCHEN DIERENTUIN. Vele der Duitsche soldaten, die tot de bezetting van Antwerpen behooren, hebtfen reeds een bezoek gebracht aan den beroemden dierentuin. Een der eigenaardigste foto’s, die ons hiervan bereikten, is zeker wel de bovenstaande, waar de Duitsche soldaten vol aandacht staan te kijken naar den adelaar, het beeld van het Duitsche Wapen. BEWAPENDE DUITSCHE MOTORBOOTEN. In verschillende Belgische steden varen in de laatste dagen motorbooven rond,, bewapend met mitrailleuses. Dit alles wijst er op. dat de Duitschers steeds nieuwe verdedigingswerktuigen in órde brengen.
PDF
Nummer
1914, nr.23, 27 nov. 1914
Blad
06
Tekst
Jhr. Mr. S. LAMAN TRIP, President van den Hoogen Raad, is tengevolge van een ongeval, in den ouderdom van 71 jaar overleden. HET RUITERFEEST INDE MANÉGE DER CAVALÉRI E-KAZERN E TE HAARLEM. Ten bate van het Plaatselijk Steuncomité voor weikeloozen te Haarlem is er een schitterend Ruiterfeest gehouden; ’t programma bestond uit niet minder dan 15 nummers, die alle met evenveel zorg zijn afgewerkt. Hierboven een foto van de deelnemers aan dit prachtig geslaagde feest. f/oto A. J. Fortgens) De Commissie, die het Adres voor Plaatselijke Keuze aan H.M. de Koningin aanbood, verlaat het Huis Ten Bosch te 's-Gravenhage. V. 1. n. r. Dr. van Dorp, F. U. Schmidt, J. Ledeboer. VAN ZES HELDHAFTIGE VROUWEN - JULIA FRANK waren met z’n zessen huismoeders eindelijk tot de conclusie gekomen, dat het haar plicht tegenover het vaderland was, waar de mannen zóóveel bijdroegen, ook iets te doen waaruit men hare offervaardigheid en vaderlandsliefde zou kunnen zien stralen. Het waren allen nog jonge huismoeders, varieerend tusschen de 20 en 30 jaar, allen goed getrouwd en vier ervan gezegend met een of meer kinderen. In deze zes jonge huismoeders smeulde het vuur van het jeugdige enthusiasme, gistte en bruiste het jeugdige bloed. Snakkend naar eenige sensatie in haar eentonig bestaan, waren ze het er allen over eens, dat haar leven niet het ware was, het doel miste en dat ze niet beter konden doen dan in dezen moeilijken tijd alles te offeren op het altaar der naastenliefde. Olga Lindeboom was de eerste geweest die de lont in het ontvlambare gemoed der vijf vriendinnen had geworpen. Haar man diende reeds twee maanden het leger en, hetzij dat ze daardoor veel tijd tot nadenken had, hetzij dat de vreeselijke courantenberichten haar rust verstoord hadden, Olga 'landde op zekeren dag, smeltend in tranen, op de jour van Minnie Langendaal en verklaarde dat haar leven geen leven meer was als ze nog langer werkeloos bleef, waar zóó­ veel nood te lenigen viel. Dat gaf strijd. In minder dan vijf minuten had ieder zijn opinie verkondigd; twaalf roode vrouwemondjes, geschapen om te kussen en te vleien, taterden en snaterden over het bloedige onderwerp ,,oorlog”, twaalf paar handjes gesticuleerden, verlevendigden de feiten, twaalf zachtmoedige, liefdevolle hardjes hamerden wild onder de nieuw-modische satijnen en fluweelen toiletjes. t Minnie Langendaal, Lea Sonsheim, Freddy de Rooy, Tine de Koning en Jeanne van der Ploeg kozen eendrachtig Olga’s partij. Ze verklaarden eenparig dat zij, als vermogende, gezonde, jonge vrouwen, haar taak niet mochten voorbijzien en zich moesten beijveren het vaderland en de lijdende menschheid van dienst te zijn. De overige zes dames gedroegen zich niet zoo verheven; ze waren ouder dan de zes bondgenooten en hadden zich tot dat tijdstip ertoe bepaald, in een gemakkelijk fauteuiltje de verslagen van Pisuisse en later die van minder geliefde journalisten te lezen, te rillen over de verschrikkingen van den oorlog, en het leed van zich af te zetten door een gezellig, avondje in den Stadsschouwburg, een kleintje koffie in Trianon, of een concert waar de dirigent zijn bewonderaarsters voerde in die Tiemelen, waar geen plaats is voor soldaten-wanten, oorlogsbrood of Belgische vluchtelingen. Dus zeiden deze dames, dat het onzin was om je zoo uit te sloven, er werd al zooveel gedaan ! Natuurlijk, zij gaven óók wel hun gelezen kranten als soldaten-lectuur aan de Padvinders en wat ze van hun eten zelf niet opkonden, kregen de boeren voor hun varkens, want als er geen voer voor die beesten meer was, zouden ze langzamerhand wel eens kunnen uitsterven en een filet is niet te versmaden, maar alles heeft zijn grens en daarom — mevrouw van Bergen zei dit terwijl haar fijne vingertjes met smaak een praline uit de bonbonnière pikten — moest men zich verstandig gedragen en niet overijld te werk gaan I Er ontstonden in het salon van Minnie Langendaal werkelijk twee partijen, de kalme, oudere partij en de jonge, strijdlustige, heetbloedige partij, welke elkander dien middag zoo hevig in de meest-beschaafde bewoordingen bevochten, als ooit in eenigen slag gebeurde. En toen de zes bondgenooten afscheid namen, dure eeden zwerend elkander in de komende, zwaar-te-vervullen plichten bij te staan, was er een vergadering belegd tegen den volgenden middag 4 uur, in Olga’s boudoir. Dien nacht sliep niet één der zes heldhaftige vrouwen, vervuld als ze waren van haar zucht naar weldoen en sensatie. „Is alles klaar, Dientje?” Olga trippelde op miniatuur-lakschoentjes door haar smaakvol boudoir, haar beringde vingers her-schikten de groote chrysanten, die in overvloed aanwezig waren, terwijl het dienstmeisje, onberispelijk in het zwart, het hoofd gekroond door een stijf-gestreken muts, de theetafel in orde bracht, waarop de noodige zoetigheden niet ontbraken. „Komt er nou geen één heer op die vergadering mevrouw?” vroeg Dientje, die er maar steeds geen hoogte van krijgen kon, dat zes dames gingen vergaderen. Haar vrijer ging ook weleens naar een vergadering in ”d’Geelvinck” of zoo, maar dat vrouwen zooiets deden — had ze nooit van gehoord. » Olga zette haar gewichtigste gezicht. „Neen, we willen juist eens bewijzen, dat we zonder heeren ook iets tot stand kunnen brengen ! We gaan iets doen voor de soldaten, in ieder geval iets ten bate van ’t vaderland of de vluchtelingen 1” Dientje vond het erg mooi, haar oogen werden als theekopjes, maar of ze nu veel vertrouwen had in de capaciteiten van mevrouw en haar' vriendinnen, was twijfelachtig. Klokslag 4 uur was de vergadering compleet. In een gezellig kringetje zaten de zes heldhaftige vrouwen om de tafel geschaard, Olga met een hamer voor zich, dien ze in allerijl nog van haar mans kantoor had laten halen. De dames zagen er hoogst ernstig uit: ieder voelde zich plechtig gestemd door de gedachte dat ze nu stonden aan den vooravond van iets heiligs en edels. Lief en gracieus verhief Olga zich van haar stoel, gaf een bescheiden tikje met den hamer en zei, een beetje onzeker van stem en gebaar : „Aangezien we hier bij elkander zijn gekomen met het doel iets te doen voor de soldaten, of voor de vluchtelingen — en wel zoo gauw mogelijk — stel ik voor, dat elk van ons een voorstel doet, wat naar haar idee geschikt is om in praktijk gebracht te worden. Weet een van ons misschien zoo’n voorstel ?” Even doodelijke stilte, toen stond Lea Sonsheim op en zei kordaat: „Ik vraag het woord !” De voorzitster boog ten teeken van instemming, de anderen keken met ontzag naar de spreekster, die met een air, als stond ze voor een volle zaal te oreeren, begon. „Dames 1 We zijn natuurlijk allen op de hoogte van den toestand in Europa, in ieder geval voldoende om te weten VIER DER SLACHTOFFERS VAN DE MIJNONTPLOFFING TE WEST-KAPELLE. waaraan op ’t oogenblik ’t meest gebrek — of liever — behoefte is. Er wordt van alle kanten zóóveel gedaan voor de soldaten en de vluchtelingen — geld, lectuur, kleeren en voedsel is in overvloed aanwezig — dat we daarover m. i. niet behoeven te redeneeren. Maar er is iets, wat naar mijne meening vergeten wordt: n. 1. voldoende vroolijkheid te brengen onder onze landverdedigers ten eerste, en onder de arme vluchtelingen ten tweede. Daarom stel ik voor, dat we ons aansluiten, we kunnen allemaal het een of ander instrument bespelen en bovendien is zang ook niet te versmaden, zoodat we met goeden wil best een ensemble kunnen vormen ! Ik heb gezegd.” Olga, Jeanne, Minnie en Tine hadden gedurende dezen speech een benauwd gezicht getrokken, Freddy was de eenige die „bravo” riep. Nu nam Olga weer het woord. „Ik vind je voorstel heel aardig, Lea”, zei ze benepen, „maar — waar moeten wij met onze kleintjes naar toe ? — Jij en Freddy kunt je huis sluiten en de meiden zoolang naar huis sturen, nu jullie mannen onder dienst zijn, maar Jeanne heeft één baby, Minnie drie, Tine twee en ikzelf óók twee. Ik maak uit je voorstel op dat je natuurlijk reizen wilt en we kunnen de kleintjes toch niet op onzen rug binden ? En ze aan de zorg van vreemden overlaten — dat doe ik nóóit!” „Neen, ik ook niet!” viel Tine bij. De vergadering zweeg bedrukt. Het voorstel was zoo schitterend, zoo vol beloften en zoo sensationeel 1 Het was waarlijk pech dat de babies nu zoo in den weg zaten 1 „En dat nu eens even buitengesloten,” begon Minnie plotseling, „maar— ik kan alleen een beetje piano-spelen, zingen heelemaal niet en bovendien — ik zou geen moed1 hebben om voor zoo’n troep soldaten of vluchtelingen iets te laten hooren I” „En Speenhoff heeft al ons eventueel succes al voor onze neuzen weggekaapt!” sputterde Jeanne. „Nou, maar ze zullen liever zes aardige vrouwen zien dan Speenhoff 1” meende Lea met een triomfantelijk lachje. „We nemen onze beste toiletjes mee en zorgen dat alles in de puntjes is, wat zeg jij, Tine ?” Tine bleef bedrukt kijken, „’t Is me net of ik vandaag iets vergeten heb, wat ik beslist doen moest, maar ik kan er niet opkomen 1” „Kom 1” moederde Olga, „denk daar nu maar niet aan 1 Zóó belangrijk zal ’t niet wezen !” Op dit oogenblik gleed Dientje binnen, monsterde met eerbiedige oogen de vergadering en begon thee te schenken, Olga gaf grootmoedig tien minuten pauze voor verversJhingen, wat dankbaar aanvaard werd. daar de vergadering al ruim 20 minuten aan den gang was. Nu kwamen de meeningen eigenlijk pas goed te voorschijn, Lea en Freddy waren er glad vóór, Minnie er tegen, Olga opperde het kinder-bezwaar. Tine vond het een zalig, maar onuitvoerbaar plan, Jeanne wist niet of haar man het ooit goed zou keuren. „Kom ’t is toch voor ’t vaderland !” ze Lea enthusiast. „Jawel, maar hij is niet graag alleen thuis en dan met het kind te moeten rondspringen, zal hem heelemaal niet bevallen!” „O, nou ja, licht dat een man ook eens iets opóffert!” minachtte Freddy. De thee werd in vrede gedronken, de bonbons in vrede genoten, toen werd de vergadering weer geopend. „Laten we nu eens kalm de feiten opsommen”, begon Olga, „en zien in hoeverre het plan uitvoerbaar is I Lea en Tine kunnen viool spelen, Freddy zingt, Jeanne heeft haar mandoline, ik neem de piano voor mijn rekening, maar Minnie ?” „Ik zou jullie achterna kunnen reizen met de kinderen en een paar dienstmeisjes,” vond deze. De vergadering barstte uit in lachen. Een komieke historie zou me dat worden, Minnie met acht kleine menschjes en een gevolg van kindermeisjes met luiers, rammelaars, enz. Het plan werd, als onuitvoerbaar, verworpen en Olga nam weer het woord. „Het ensemble zou dus bestaan uit vijf personen, waarvan het meerendeel uit angst en zorg voor zijn kroost geen boe of ba uit zou kunnen brengen als het op „voorstellingengeven” aankwam ! Als we iets aanvangen, moeten we kans van slagen hebben en m. i. slaan we fiasco, als we een reizend
PDF
Nummer
1914, nr.23, 27 nov. 1914
Blad
07
Tekst
muziekgezelschap vormen. — Maar ik heb een ander voorstel. Laten we twee uur per dag bij elkaar komen, of nog langer, en sokken, moffen en borstrokken of zoo breien voor onze jongens, waar ieder oogenblik om gevraagd wordt I Het gaat tegen den winter en mij dunkt, dat het hun even aangenaam zal zijn l” „Hè, het is interessanter om wat voor de Belgische vluchtelingen te doen 1” wierp Freddy tegen. „Dan komen we misschien later nog in de een of andere Belgische krant, maar als je je nu half dood breit voor die soldaten .... en dan, laten hun moeders, zusjes of meisjes daarvoor zorgen ! Ik vind ’t eigenlijk bespottelijk om je zoo uit te sloven voor menschen die je nooit zult zien waarschijnlijk 1” „Je wordt naderhand toch maar wat graag door hen verdedigd I” riep Minnie’s stem van den overkant. „Ken jij die Belgen dan allemaal? Ik zorg liever eerst voor mijn eigen volk en dan voor vreemden 1” vond Olga, terwijl ze Freddy met ’n ietwat strengen blik mat. Tine blikte weer met een ondoorgrondelijk gezicht voor zich. „Wat dunkt jou, Tineke?” vroeg Olga, haar buurvrouw een vriendschappelijk duwtje gevend. Tine keek verstrooid op. „Ik zit eigenlijk aan wat anders te denken,” antwoordde ze met een kleurtje van verlegenheid, „’t blijft me maar zoo bij, dat ik iets vergeten heb 1” De vergadering sommeerde haar met algemeene stemmen tot aandacht voor het onderwerpelijke vraagstuk; dus zag Tine zich genoodzaakt zich met hart en ziel in den strijd te mengen en vroeg daartoe het woord. „Nu kom ik met voorstel no. 3. Genoeg capaciteiten om een gezelschap te vermaken — hebben we niet en bovendien is het onmogelijk met een kind op je schoot of op je arm piano te spelen, te zingen, te fiedelen of te madolinen. Dat plan is dus zoo goed als verworpen. Wat voorstel no. 2 aangaat — ik vind het uitstekend — maar de meerderheid spant zich liever niet in, vindt het niet interessant genoeg, niet eervol genoeg, om werkelijk iets te presteeren I Laten we dus onze jongens rondboemelen met bevroren handen, tot ze aan de beurt zijn om te toonen dat ze voor ons hun leven durven wagen. In dien tijd kunnen we nog menig kopje thee drinken en het druk hebben met hun droefgeestigen toestand te bespreken 1” Lea stond met een hoogst-gepikeerd gezicht op en het woord nemende, zei ze uit de hoogte : „lk vind 4at je al heel onbetamelijk en ongemotiveerd uit je slof schiet, Tinei Je weet toch heel goed, dat wij, als dames van stand, werk moeten zoeken dat ons past 1 Een ensemble vormen is juist iets, waarvoor we ons niet behoeven te schamen en waar we zelf ook wat aan hebben — Freddy en Jeanne knikten goedkeurend — maar ik bedank er ronduit voor om mijn oogen te bederven door 3 uur per dag op blauwe of roodekool-kleurige wol te turen I” „Echte, zuivere vaderlandsliefde 1” spotte Minnie. „Waar blijft nu je proletariërs-enthusiasme?” vroeg Olga. Het werd even een wilde woordenstrijd. De heldhaftige vrouwen, bereid om goed en bloed te offeren voor haar vaderland, beschoten elkaar met scherper patronen dan in den Europeeschen oorlog gebruikt worden. Dientje, die juist weer binnen kwam, zette een gezicht als iemand die in 5 dagen geen eten gehad heeft en aan wien eindelijk een glas ijswater gepresenteerd wordt. Toen schudde ze veelbeteekenend haar hoofd en begon ten tweeden male de kopjes te vullen. Dat bracht de gemoederen eenigszins tot bedaren; Olga gaf een klinkenden slag met den hamer en verzochtTine met plan no. 3 voor den dag te komen. Deze laatste was door de woordenwisseling heelemaal in haar element gekomen. Haar bruine oogen tintelden schelmsch, haar wangen gloeiden. „Nu dan”, zette ze haar afgebroken rede voort, „we zijn het dus eigenlijk op één punt eens : we willen sensatie en eer. Dat doel is te bereiken ! Lea heeft daareven in bedekte termen te kennen gegeven, dat we er aardig uit zien : welnu, als ze gelijk heeft, zal dat ons succes nog verhoogen, want nu komt mijn plan — het beste wat we doen kunnen is: ’s avonds in de meest-bezochte cafe’s te collecteeren voor de vluchtelingen 1 Dat is op ’t oogenblik het meestErry Cramer en Ed. Verkade in SHAW’s MENSCHEN EN WAPENEN. (foto Couvée). HOE NEDERLAND ZIJN HULPE GAF. Ook te Raalte werd een groot aantal Belgischen vluchtelingen onderdak en voedsel gegeven. Het St.-Bernardusgebouw was voor hun verblijf geheel in gereedheid gebracht, (foto Th. Oltmann.) EEN CONFÉRENCE VAN Mma. DHAYRMOND EN EEN NIEUW FRANSCH GEZELSCHAP. W e mogen ons dan ook in dezen oorlogstijd misschien misdeeld gevoelen, materieel, geestelijk worden we vertroeteld. Wij eten noodbrood en rooken nood-cigaretten, maar we hebben ’n Fransche opera en krijgen er nu nog, dank zij het theaterbureau van den heer Bossart, ’nFransch tooneelaezelschap bij. De soldaten in de forten hooren méér van Pisuisse, van Mr. Kamp, van Speenhoff, van ijverige zangers en zangeressen in deze weinige maanden, dan de meesten misschien in hun geheefe leven hebben te hooren gekregen, en waar de ontbering dreigt, troost de .Kunst. Zei ik ai in ’n vorig artikeltje, dat „a quelque chose, malheur est bon”, wijl ze ons bij Verkade mevrouw van der Horst had geschonken, uit België weer huis-toe gekeerd, thans wordt datzelfde aardige theater de residentie van een Fransch tooneelgezelschap, dat onder leiding van Madame A. Dhayrmond zich voorstelt model-opvoeringen te geven van vele Fransche meesterwerken op tooneelgebifed; begonnen wordt met „Fedora” van Victorien Sardou, welke voorstelling ik hoop Dij te wonen, en deze zal worden gevolgd door „L’abbé Constantin”, — ik doe maar ’n greep uit het repertoire! — „L’embuscade”, „La flambée”, „La souris”, „Israël”, enfin, tal van stukken, gedeeltelijk uit de vertaling door vroegere opvoeringen bekend, maar die natuurlijk in de eigen taal gespeeld en op Fransche wijze gespeeld, aan charme daardoor winnen zullen. Mevrouw Dhayrmond heeft ter introductie ’n lezing gehouden, en die lezing heb ik biigewoond. En ik heb weer opnieuw de waarheid ondervonden, van het wonderlijke feit, dat ’n charmante vrouw, al behandelde ze de rr eest droge taalkwestie, — van die ellendig taaie dingen waarbij je op school tegen de verveling jujubes zat te kauwen, — heel die droogte door d'r esprit in de meest kleurige bloementuin kan veranderen. Als ze die geest eveneens laat waren over de stukken, die onder hare leiding ten tooneele zullen worden gebracht, dan twijfel ik tenminste aan het artistiek succes zeker niet. Helaas bestaat er ook nog ’n ander, waartegen we in het intellectueele Holland nu eenmaal zeer sceptisch gestemd zijn, maar daarvoor willen we met haar het beste hopen’ Wat de lezing zelve betreft, — die werd gehouden in het theater van Verkade, waar ook de voorstellingen zullen worden gegeven — zij was prettig, onaeinoudend en levendig. Het was aan het publiek niet te bemerken Uit de gewone sloomheid, waarmede wij Hollanders gewend zijn iedere nieuweling te ontvangen, kwam het publiek niet. Voor charme zijn en blijven we nu eenmaal in het openbaar ongevoelig, vinden dat ’n onbehoorlijk sentiment, verstoppen dat, ofspreken er later als we onder ons zijn, kwaad over. Soms zeggen we alléén: „wat ’n charmante vrouw!” terwijl we in de zaal als verstijfd, wat hébété, het charme-wonder zitten aan te gapen. Vandaar dat Mevr. Dhayrmond in de pauze met recht zeggen kon: Comme ils sont difficile a dégeler!.... Wat ook met ’t oog op de vrieskou buiten wèl klopte. Het onderwerp: „L’art de la diction et de bien dire”, was anders ook wel voor Hollanders op z’n plaats. We vernamen er mede uit dat wij niet de eenigen zijn, die onze taal slordig spreken, al zullen weinig natie’s het van ons kunnen winnen. Maar na de dictie van Mevr. Dhayrmond, kreeg je het gevoel of je niets beter doen kan dan onmiddellijk je eigen uitspraak eens te herzien, omdat je, na het hooren van de hare, je gevoelde als iemand, die in een vuil pak, vol vlekken rondloopt, bij haar onberispelijk taalkleed vergeleken. Terloops kregen we fraaie fragmenten te hooren uit verzen van Verlaine, i acques Normand en anderen. Hopen we voor haar en voor ons, dat het leine tuiltje van haar kunnen, ons hjrir geboden, ’n goed staaltje moge blijken van de bloemstukken, welke wij gJame gelooven, dat zij ons in haar voorstellingen denkt te geven. TOM SCHILPEROORT. MENSCHEN EN WAPENEN. „DIE HAGHESPELERS” - GEORGE BERN. SHAW. W e kunnen ons begrijpen dat „Die Haghespelers”, die zich reeds eerder lieten kennen als voortreffelijke vertolkers van Shaw’s werken, een stuk als „Menschen en Wapenen”, thans niet in portefeuille wilden houden. Daarvoor te het, ook al is het reeds vroeger geschreven, te actueel in dezen tijd, nu we de onwillende getuigen zijn van een strijd, zooals nimmer een is gestreden. — Het stuk doet ons op voortreffelijke wijze zien — zooals we dat van Shaw gewend zijn — de innerlijke waarde van uiterlijken moed; de tegenstelling tusschen den beroepssoldaat, die vecht omdat hij soldaat is, zonder nevenbedoeling, en tusschen den soldaat die vecht om eer of roem te behalen. Dat Shaw een dergelijk gegeven, met de hem eigen geest en sarcasme tot iets heel bijzonders maakt, daarvan bezitten zijn vele bewonderaars de overtuiging. moderne, het meest sensationeele l Eerst hebben we dagenlang langs de wegen gestaan om te zien hoe verhongerd en verarmd de stumpers er uit zagen, we hebben gehuild en geweeklaagd, zijn naar huis gegaan met koude voeten en een gevoel alsof je in Artis naar de wilde dieren had gekeken, hebben vervolgens onze maag vol gegeten en zijn lekker gaan slapen. Het gaf je immers niet of ge aan al die ellende dacht? In Holland voelden we ons gelukkig nog veilig, want we hadden toch onze jongens op de grens? Zoolang die daar slapen, in een tochtige schuur, met koeien en varkens dikwijls tot gezelschap, kunnen we gerust zijn! Onze attentie mag dus voor de vluchtelingen zijn! Hoe denken jullie over mijn plan ?” Lea was weer heelemaal opgemonterd en duwde van blijdschap Freddy in haar zij. „Bravo II” riep de vergadering, toen Tine weer ging zitten. Er werd nog even over en weer gesproken, Jeanne vond het gewoonweg „zalig”, maar, zei ze, als ze zich nu avond aan avond afsloofden, moesten ze er zelf óók wat van hebben, b.v. een klein soupeetje. Nog nooit waren de leden der vergadering het zóó roerend met elkaar eens geweest als nu. Minnie stelde dadelijk haar eetkamer ter dispositie en nam op zich voor oesters te zorgen . Het aanstaande souper werd in de puntjes besproken, met meer nauwgezetheid dan het opofferende collecte-plan. Maar toch, vóórdat de vergadering gesloten werd, dreef het enthusiasme weer even boven. Tine was door ’t dolle heen en plotseling op een stoel stappend en den hamer zwaaiend, riep de moeder van twee spruiten : „Leve België I leve de vluchtelingenJ leve onze collecte I leve ons souper I 1” „Is het je in je hóófd geslagen, Tine?” donderde plotseling een basstem. Tine sprong met een gilletje op den grond; de vergadering der zes heldhaftige vrouwen zweeg beduusd, want in de deur-opening stond Tine’s man, breed en zwaar in zijn betresd uniform. „Daar heb je het nou 1” zuchtte Tine, naar hem toegaande, „ik heb den heeien middag geroepen dat ik iets vergeten had, maar ik kon er niet opkomen 1 Arme vent, iK had zóó beloofd je af te halen 1” Maar Tine’s man liet zich niet vermurwen door haar berouwvolle woordjes; hij groette de aanwezige schare correct maar koel en zich tot zijn nu heelemaal bekoeld vrouwtje wendend, zei hij kort: „Vooruit, kleed je als je blieft dadelijk aan ! Ik ben eerst thuis geweest, de kinderen schreeuwden huizen hoog, wat ook niet te verwonderen is als hun moeder gilt als een suffragette. Overigens : die collecte in cafe’s, waar je daareven zoo vol van was, die kun je wel uit je hoofd zetten, hoorl Mijn vrouw bedelen in cafe’s 1 1 1 Je kunt in huis genoeg goed doen, ook voor de soldatei) of vluchtelingen; laat dat buitensporige maar over aan ongetrouwde juffers, die geen plichten ervoor verzaken en waar geen kinderen om een schoone luier huilen I” Tine pinkte een traantje weg, maar zei niets. De gedachte aan haar weenende babies vervulde haar plotseling meer dan alle vergaderingen ter wereld. De andere heldhaftige vrouwen zwegen eveneens, een beetje verslagen door de grommerige stem van den man in zijn uniform, die als een woedende kater aan de deur stond te blazen tegen zijn vrouw en haar vriendinnen. En zoo geschiedde het dat de vergadering in alle stilte ontbonden werd, dat er niet gecollecteerd, niet ge-ensembleerd en niet gesoupeerd werd, dat Tine’s kinderen niet meer huilden en Jeanne’s man niet op de baby behoefde te passen, dat Lea geen dingen deed die onder haar stand Waren en de overige drie tijd te-over hadden om deze geschiedenis te archiveeren. Wat ze ook deden. En Dientje lachte zich slap in de keuken en vertelde het ’s avonds aan haar vrijer, die óók vond dat ’t „een ruise mop” was. Mevrouw Beekman en Dirk Verbeek in SHAW’s MENSCHEN EN WAPENEN. (foto Couvée)
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1196 tot 1200 van 11897