Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1176 tot 1180 van 11897
Nummer
1914, nr.21, 18 nov. 1914
Blad
19
Tekst
dat er een belooning op zijn hoofd was gesteld van 10.000 gulden voor dengene die hem dood of levend overleverde. „Daarom leef ik hier, omdat ik hier veilig ben,” ging hij voort, „want als iemand hierheen komt om mij te zoeken, krijgt hij de goudkoorts en vergeet zijn oorspronkelijk voornemen. Doch,” ging hij voort, „jullie verspilt hier je krachten, want je werkt hier hard om je fortuin te maken en als je rijk terug gaat, verspeel je je geld zoo gauw mogelijk, is ’t niet?” De mannen stemden dat geredelijk toe. „Dan zal ik jullie de rijkste plek van de geheele Sacramento-vallei toonen,” ging hij voort. „Maar, om *s hemelswil, als je teruggaat, drink je niet dronken en verklap mijn geheim, want dan zou het hier voor een eenzaam man als ik onmogelijk worden om hier nog langer te wonen.” Chalmers nam drie van de mannen mee. Onderweg hield hij even stil om zijn pelsjas en muts te halen. Hij vertelde hun dat hij die dingen had afgelegd, omdat hij bang was, dat ze hem anders op een afstand voor een beer zouden hebben gehouden en hem hebben doodgeschoten. De plaats die hij den mannen aanwees, deed hen het water van begeerte uit den mond loopen; het goud groeide daar als ’t ware den grond uit; het erts was zacht, brak JAC. VAN DER SOMME, deurwaarder te Eindhoven, herdacht onlangs zijn 40-jarig ambtsjubileum Van verschillende zijden mocht de jubilaris een bewijs van achting ontvangen. zullen huwen. Hij vluchtte en bereikte zonder ongevallen Californië en daar in de eenzaamheid der bergen zocht hij rusten vrede, levende van zijn geweer, slechts enkele malen de dichtstnabijgelegen nederzetting bezoekende om de huiden der geschoten beren te ruilen voor kruit en lood en andere hoognoodige behoeften en daar niet langer verblijvende dan voor zijn inkoopen noodzakelijk was. Waar goud was, wist hij, zouden spoedig menschen komen, en hij wist ook dat de strijd hierom tot misdaden zou leiden. Daarom zwoer hij plechtig dat zijn lippen nimmer het geheim van den bodem zouden openbaren, en hij hoopte dat dit nog langen tijd bewaard zou blijven. Hij ging zelfs zoover met verdwaalde reizigers, die hij op de jacht ontmoette dood te schieten en te begraven, in de vaste overtuiging dat hij hiermee aan de wereld in het algemeen en aan den gedooden reiziger in het bijzonder een weldaad bewees. Hij had alzoo jarenlang geweten, dat er goud was in den grond en op den bodem der rivieren, maar anderen hadden het gegist ep op een morgen werd Chalmers zeer onaangenaam verrast op het zien van een groep mijnwerkers die ijverig aan het delven waren. Hij bespiedde ze in stilte van achter een dikken boom aan den rand van een boschje op de helling van een der heuvelen. De mannen, een zestal, waren in het dal aan den oever eener rivier ijverig aan het graven en hakken. Hoe lang zij daar reeds waren, wist Chalmers niet te zeggen, in allen geval lang genoeg om een groote plompe hut te bouwen. Hij kon ze hooren praten, terwijl ze aan het goudwasschen waren, en zag ze staren naar de modderige stof met begeerige oogen. Wat ze met elkander bespraken, kon hij niet verstaan, daarvoor was hij te ver af. Naderbij sluipende luisterde hij en een grimlach kwam op zijn gelaat. Hij vernam dat ze even angstig waren als hij om hun geheim zoo lang mogelijk voor de buitenwereld te bewaren, nochtans waren hun beweegredenen verschillend, want van hen was het slechts begeerigheid om den geheeien buit, al het goud van Californië voor zich alleen te hebben. Chalmers zat een oogenblik nadenkend voor zich uit te staren; toen had hij zijn besluit genomen : hij zou hen helpen het geheim te bewaren. Na zich vergewist te hebben, dat zijn geweer en revolver gereed waren hun diensten, zoo noodig, te verrichten, deed hij zijn zware kleeding van berenvel uit, wierp zijn berenmuts neer en daalde toen, het geweer in de hand den heuvel af het mijnwerkerskamp tegemoet. Hij bleef op tien meter afstandsstaan als een belangstellend toeschouwer. Geen van de gouddelvers had hem nog opgemerkt. ,,Goeden morgen,” riep hij hun toe, terwijl hij naderbij trad. . Ze keken allen verschrikt op. „Verheugd mij te zien,” vroeg hij met een lach vol leedvermaak. „Ik verwachtte hier geen bezoekers. Hoe is het goud ?” „Zijn er nog meer in den omtrek ?” vroeg een der delvers. Chalmers stelde hem gerust en verzekerde hem dat hij het eenige menschelijke wezen was tien mijlen in den omtrek. Toen vertelde hij den mannen op hun vragen wat hij deed en hoe hij hier kwam, een verhaal dat vijf van de zes mannen voor waarheid aannamen; doch de zesde, die zich herinnerde hem kort geleden in een der naburige nederzettingen gezien te hebben, vroeg hem : „Je hebt er zeker nooit aan gedacht om hier naar goud te zoeken ?” „Och, neen,” zei Chalmers, „ik hoefde er niet naar te zoeken, want het is overal te vinden, mijlen in ’t rond. Men vindt er heele lagen en de rivierbeddingen zijn ware goudplaten. Het is een feit, als een beer een tand verliest, stopt hij het gat met goud.” Zij geloofden zijn scherts en vroegen hem nieuwsgierig, als hij wist dat er goud was, waarom hij er dan niet naar was gaan graven. Hij legde hun uit waarom hij het goud verfoeide en eindigde zijn uiteenzetting met de leugen F. J. KLEYN. + Een dezer dagen is te den Haag overleden de Heer F. J. Kleyn, in leven directeur van de Ned. Staatscourant. S. E. SIDNEY SONNINO. de nieuwbenoemde minister van Buitenlandsche Zaken in Italië. Cs DRIE JONGE BELGEN. Door het Gemeentebestuur van Arnhem was ten behoeve van de Belgische vluchtelingen een hulpziekenhuis ingericht. Daar zagen drie jonge Belgen het eerste levenslicht (foto Schotel). Mr. Dr. R. KRANENBURG, rechter a. d. arrondissements-rechtbank te Utrecht, is benoemd tot hoogleeraar in het staatsrecht, administratief recht en rechtphilosofie aan de Universiteit te Amsterdam. gemakkelijk en behoefde slechts naar de rivier gebracht te worden om te worden gewasschen. Ze zouden gemakkelijk duizend pond per dag kunnen delven. Ze braken dus hun kamp op en begonnen op deze plaats opnieuw hun werkzaamheden. Terwijl de gouddelvers druk bezig waren hun fortuin te verzamelen, zat Chalmers er naar te kijken en rookte zijn pijp. Na eenige dagen deelde hij mee dat hij op de berenjacht ging, hij verdween alzoo en de mannen werkten intusschen hard voort en dachten weinig aan hem, totdat ze tot de ontdekking kwamen dat hun provisie opraakte en dus noodig in een der naaste steden moest worden aan gevuid. „Een van ons zal naar Cherokee moeten,” zei Thompson „Nou, wie gaat er heen ?” Niemand was bereid; alle zes mannen hadden dezelfde gedachten en geen al te gunstige meening van elkander Cherokee lag drie dagreizen verwijderd en beteekende dus een week afwezigheid. „Als we Chalmers maar konden laten gaan,” opperde Davis; een denkbeeld dat algemeen instemming vond „Maar de drommel mag weten waar hij zit.” „Misschien houdt hij zichzelf wel gezelschap in zijn hut.’ merkte Gordon op. „Ik zal hem eens gaan opzoeken Gordon vertrok, terwijl de overigen den avond door brachten met poker-spelen. Den volgenden morgen bemerkten de mannen met verwondering dat hun metgezel nog niet teruggekeerd was. „Gek, dat Gordon nog niet terug is,” zei een. „’t Is vreemd,” stemden de anderen toe. „Maar wellicht heeft hij Chalmers gezelschap gehouden 1” Ze maakten hun eenvoudig morgenmaal gereed, en begonnen juist te eten, toen Chalmers bij hen binnentrad „Ik heb wat huiden meegebracht,” zei hij, terwijl hij een bundel op den grond neerwierp. „Waar is Gordon ?” vroeg Davis. „Gordon ?” „Ja, hij is gisteren naar je woning vertrokken.” „O ! Ik ben in geen week thuis geweest,” zei Chalmers, „misschien wacht hij wel op mij. Waarvoor had hij me noodig ?” „Wel onze levensmiddelen raken op en nu moet er iemand naar Cherokee,” legde Thompson uit. „We dachten dat jij misschien wel voor ons inkoopen zoudt willen doen. Zie je als een van ons gaat, zou dat allicht achterdocht kunnen wekken. En jij bent er bekend.” „Maar ik doe daar nooit anders als ruilhandel, want ik leef van mijn geweer. Enfin, ik zal gaan ! Ik loop echter eerst op huis aan en zal Gordon terugzenden.” En Chalmers vertrok. „Leuke, gewillige kerel,” zei Davis. „’n Zonderlinge vent 1” bromde Thompson. Chalmers keerde echter spoedig terug en met slecht nieuws. „Gordon is verscheurd door een beer,” riep hij den mannen toe. De goudgravers staakten allen verschrikt hun werk. Aan dit gevaar hadden ze nog nimmer gedacht. Ze kwamen allen haastig aanloopen en gingen met Chalmers mee naar de plaats waar deze den dooden Gordon gevonden had en begroeven daar hetgeen van hun makker was overgebleven. „Jullie mag wel wat minder zorgeloos zijn.” vermaande Chalmers voor hij naar Cherokee vertrok. „Gaat vooral niet ongewapend op weg.” „Dat zal ons weinig baten,” bromde Thompson, „als we geen beter kans hebben dan Gordon.” Na zes dagen keerde Chalmers met de noodige provisie terug en vertrok daarna onmiddellijk weer naar zijn eigen woning. Drie weken lang bleef hij weg, toen trad hij op een dag de hut der mijnwerkers binnen, juist vijf minuten nadat Thompson deze verlaten had. „Ik kwam daareven Thompson tegen,” begon hij. „Hij zei hij wilde nog even rondloopen voor hij binnenkwam.” (Wordt vervolgd)
PDF
Nummer
1914, nr.21, 18 nov. 1914
Blad
20
Tekst
PANORAMA ELLENDE VAN DEN OORLOG TWAALF MAAL IN DRIE WEKEN TIJDS GEBOMBARDEERD. Een der dorpen in het stukje België, dat op het oogenblik nog zoo hardnekkig verdedigd wordt, dat wel het meeste van de gevechten heeft geleden is wel Pervyse in de buurt van Dixmuiden. Twaalf maal heeft het een bombardement moeten doorstaan en er is zoowat geen huis heel gebleven. Midden tusschen de verwoesting trof de fotograaf een piano aan. Zelfs geen treurlied over het verwoeste Belgenland zal hierop wel meer worden gespeeld. HET KASTEEL VAN PRESIDENT POINCARÉ. Het prachtige kasteel van Poincaré te Sampigny heeft ook ontzettend te lijden gehad van de gevechten die er in den omtrek gevoerd zijn. DE ..EMDEN” GEZONKEN De Duitsche kruiser „Emden”, die de laatste 3 maanden zooveel schade heeft berokkend aan de Britsche scheepvaart, is door den Australischen kruiser „Sydney” tot zinken gebracht. In vorige nummers hebben wij een overzicht gegeven van de verrichtingen van de „Emden”. alsmede een foto van het schip, hierboven geven wij een portret van den kapitein von Muller, die naar de berichten luiden, gered is. DE UITWERKING VAN EEN TORPEDO. Wanneer men bovenstaand gat, door een torpedo in een schip gemaakt, beziet, dan begrijpt men eerst recht het verschrikkelijke van zulk een werktuig en baart het geen verwondering meer, dat de schepen zoo spoedig naar de diepte gaan. BEELDEN UIT EIGEN LAND DE NIEUWE VICE-PRESIDENT VAN DEN RAAD VAN STATE MR. Dr. W. F. VAN LEEUWEN oud-Burgemeester van Amsterdam en Commissaris der Koningin in de provincie Noord-Holland. GEDWONGEN B R OO DV E R KOO P. De politie te Leeuwarden verkoopt een partij brood, waarop zij, als niet volgens de voorschriften samengesteld, beslag heeft doen leggen. MENGELBERG WEER HERSTELD Het is ons aangenaam hier het portret van den beroemden dirigent, direct na zijn herstel genomen, onzen lezers voor te leggen. NEDERL. ROTOGRAVURE-MAATSCHAPPIJ, LEIDEN
PDF
Nummer
1914, nr.22, 20 nov. 1914
Blad
01
Tekst
Gewond in het Vaderland terug. Een zwaar gewond officier, met het IJzeren Kruis Eerste- en Tweede-klasse begiftigd, wordt door zijn eveneens gewonden oppasser voortgereden. Onze foto is in Berlijn genomen, waar dergelijke beelden dagelijks worden gezien.
PDF
Nummer
1914, nr.22, 20 nov. 1914
Blad
02
Tekst
groot deel dergenen, die, met gespannen belangstelling, de oorlogsberichten volgen, interesseert zich bijkans uitsluitend voor den strijd in Zuid-West België en Noord-Frankrijk. Ternauwernood slaan zij acht op de berichten, welke van het Oostelijke front komen. De vorderingen of terugslagen der Russen aan dat front, hebben voor hen alleen belang, wanneer zij een uitwerking vertoonen aan de zijde van de partij, waarvoor zij zich her meeste, of beter gezegd, bijna uitsluitend intetesseeren. Servië, om welk land eigenlijk het conflict begon, daar wordt nog minder op gelet dan op Rusland en het allerminst is er aandacht voor de Turksche beweging. Wanneer wij dus boven deze beschouwing ,,de Heilige Oorlog’’ plaatsen, dan is dit een verkapte poging om dat deel van onze lezers, die tot de „Westelijke-fronters” moeten gerekend worden, aan het lezen te brengen. Het zij hier eerlijk geconstateerd. Want op zichzelf staat het nog heel en al niet vast, of de pogingen, welke van Turksche zijde geschieden, werkelijk tot resultaat hebben, dat de heilige oorlog wordt aanvaard door alle belijders van den Mchammedaanschen godsdienst, zoover ze strijdvaardig zijn en geschikt om de wapenen te grijpen. Doch hoe het hiermee op dit oogenblik ook staat, erkend dient te worden, dat zelfs de mogelijkheid van zoo’n gebeurtenis, ons tot ernst moet stemmen. 260 millioen volgelingen van den leer van Mahommed zijn over de wereld verspreid. De Sultan van Turkije telt volstrekt niet de meesten daarvan onder zijn directe onderdanen. Koning George van Engeland spant hierin de kroon, want onder zijn scepter leven 95 millioen Mohammedanen, terwijl de Sultan er slechts een 20 millioen heeft. Zelfs de Czaar en Frankrijk hebben een bijkans even groot, zoo niet grooter aantal Muzelmannen in hun landgebied. Doch de beteekenis van den Turkschen heerscher zit vooral in het feit, dat hij niet alleen wereldlijk vorst, doch de kalif, het geestelijk opperhoofd is. Vandaar dat men ook in dat verband het woord Kalifaat zoo vaak gebruikt ziet. Het is te begrijpen, dat de verwachtingen van den Sultan en zijne bondgenooten in het succes van de ,,Heilige Oorlogprediking” gespannen zijn. Want stel eens dat het mogelijk bleek, door de vele banden welke Sultan en geloovigen binden, tot Indië door te dringen. Wanneer Egypte en Marokko, de bewoners van den Kaukasus en de volksstammen van Siberië met succes voor de zaak van den Europeesch-Turkschen heerscher konden worden gevonden, van welk een omwenteling zou dan de wereld getuige zijn. Zelfs de direct voor de hand liggende gevolgen, kunnen uit de kaart, welke op deze bladzijde is afgedrukt, geconstateerd worden. Kaarten kijken is zoo’n nuttig werk, wanneer men het met eenig overleg doet. Rusland is in het hooge Noorden, aan de Oostzee en aan de Zwarte Zee door den grooten Waterweg te bereiken. Is in de ijsregionen, de strengste van alle beerschers, de ,.Natuur” in ’t Noorden meesteres over den toestand, deOostzee is evenmin vrij, zoolang Duitschland de toegangen feitelijk bezet houdt, terwijl de ingang van de Zwarte Zee afhankelijk is van de macht, die de Zee van Marmora met de Dardanellen en Bosporus bewaakt. Zoolang Turkije dus in goede verhouding tot Rusland stond, kon de invoer langs den bovengenoemden weg voortgaan. Turkije is echter van het begin van den oorlog af niet erg Russischgezind geweest, evenmin als het Engelscb-Fransche aspiraties toonde. De geschiedenis van de Goeben en Breslau, (thans Sultan Jawus-Selim en Midelli) is bekend. De Mogendheden der Entente begrepen het gewicht der houding van Turkije en het moet gezegd worden, dat zij zich zeer intoomden. Toch vond Turkije in een poging, welke de Russen zouden hebben gedaan om bij den Bosporus mijnen te strooien, een reden om Rusland DE LANDEN OM DE ZWARTE ZEE. aan te vallen en zijn door Duitsche instructeurs en met Duitsche schepen versterkte land- en zeemacht in weegschaal te leggen. Zoolang Perzië zich rustig houdt, kan Turkije Rusland over land alleen in Klein-Azië attaqueeren. Armenië, waarvan de inwoners voor een belangrijk deel Christenen zijn en nu niet bepaald in alle opzichten Turkschgezind, is de streek waar de inval zou moeten gebeuren, om langs Alexandropol tot Tiflis, de hoofdstad van het Kaukasische gouvernement, door te dringen. De zee biedt een ruimer gelegenheid. Odessa, Sebastopol en andere Russische kuststeden zijn begeerlijke lokplaatsen. Of echter in dit jaargetijde de Turksche vloot alléén met groot succes daar den strijd zal kunnen aanbinden, dat laat zich bezien. De economische moeilijkheden, welke voor Rusland door het afsluiten van de Zwarte Zee ontstaan, zijn ongetwijfeld van belang. Uit Duitsche bron werd het bericht verspreid dat zelfs de aanvoer van ammunitie daaronder zou moeten lijden, daar Rusland’s wapenfabrieken niet in staat zouden zijn in de behoefte te voorzien. Men dient echter bij de beoordeeling der Russische toestanden rekening te houden met den reuzenomvang van dit rijk. De Turksche inmenging is intusschen voor Engeland zeker nog belangrijker dan voor Rusland. Niet alleen omdat het Engelsche Rijk zijn belangen zoozeer met de Indische Koloniën verbonden heeft. Het schijnt dat de Indische vorsten aan bun woord getrouw blijven. Meer direct gevaar dreigt voor Engeland aan de zijde van Egypte. Het zou te ver voeren, wanneer wij hier de geschiedenis van het Engelsche protectoraat over dat land en de verhouding tot den onderkoning, den Khedive, gingen uiteen zetten. Als voornaamste punt wijzen wij er echter op, dat het bezit, of officieeler gesproken, de overwegende invloed van Engeland in Egypte ook in verband met het Kanaal van Suez, dien belangrijken toegansweg naar Indië, van zeer beduidende beteekenis is. Zelfs in Engeland heeft men Sir Grey het reeds voorgehouden, dat hij door het prijsgeven der neutraliteit, de twee meest beteekenende punten in dit verband, in gevaar heeft gebracht, nl. de doorvaartbeheersching van Suez, en hetsteunpunt in Zuid-Afrika. Men kan hieruit de waarde afleiden, welke Engeland erbij heeft om, zonder zijn Mohammedaansche onderdanen tot partijkiezen te prikkelen, den Turkschen invloed te fnuiken. Er wordt hier aan Albion’s Staatslieden geen gemakkelijke taak gesteld. Het is zeer moeilijk, beter gezegd ondoenlijk, om bij den huidigen stand van zaken, zich aan eenige voorspelling te wagen. Doch desniettegenstaande kan men de meening verkondigen, dat de afloop van deze worsteling, juist door deze inmenging van Turkije nog van grooter belang is geworden, dan zonder deze. Want niet alleen het lot van Europa wordt hierdoor beslist, maar de geheele wereldkaart tot in de verste streken van Azië en Afrika dreigt er door veranderd te worden. Een overwegende terugslag, aan Engeland toegebracht, zou zijn invloed in zijn Indische Koloniën zeer sterk doen dalen. En de heftigheid en taaiheid waarmee dus de levensbelangen der strijdende rijken zullen moeten worden verdedigd, verhoogen de vreeselijke kans op een ongekend langdurig verloop. Tenzij (wij herhalen het nog eens weer) de kampenden eindelijk leeren inzien, dat onderling overleg veel heilzamer twist beslechten is, dan onderlinge strijd. De vlag van Mozes. Een groene vlag met spreuken uit den Koran er op. (Foto's S. Nicholse). Gewijde dansen, welke door een groote enthusiaste menigte worden bijgewoond. DE HEILIGE OORLOG
PDF
Nummer
1914, nr.22, 20 nov. 1914
Blad
03
Tekst
Cewonde Russische soldaten naast een Oostenrijkschen krijgsgevangene. OORLOGS-KRONIEK. 11 Nov. De Duitschers bestormen Dixmuiden. In NoordFrankrijk wordt de strijd met groote heftigheid voortgezet. 12 Nov. De Duitschers zetten hun aanvallen om den linker Yseroever te bereiken, voort. De Geallieerden behielden echter al hun stellingen. — De Russen dringen in Galicië en Oost-Pruisen verder door. —Volgens Turksche berichten vielen de Turken de Russen in hun tweede linie van stellingen aan. 13 Nov. Volgens het Fransche communiqué is het geheele front in het Noorden ongewijzigd gebleven. Rondom Berry-au-Bac wonnen de Franschen eenig terrein. — De Russen bezetten Johannisburg. Het beleg van Przemysl wordt door hen voortgezet. De Opperbevelhebber van het Russische leger aan het front. Typen van Galicische Boeren in hun bontjassen. 14 Nov. Vanaf de Zee tot aan de Lys hebben de Franschen het offensief hervat en eenige vorderingen gemaakt. — Servische berichten maken thans ook melding van de Oostenrijksche overwinningen. — De poging der Turken om den Russischen linkervleugel om te trekken, is mislukt. 15 Nov. Verschillende aanvallen der Duitschers in de omgeving van Yperen zijn tot staan gebracht, terwijl zij door de bondgenooten op den rechteroever van het IJser-kanaal zijn teruggeslagen. 16 Nov. De Russen zetten hun offensief tegen Krakau en het Galicische front voort. — De Turken vielen de Engelschen bij Fao aan. De laatsten zouden ca. 1000 man verloren hebben. I DE VELDTOCHT IN GALICIË. Ook hier staan langs den weg tal van eenvoudige kruisen, om de graven der gevallen soldaten aan te geven. Hel __________________ " ____________ ' ______________ ____________________Z______ 1 graf op onze toto weergegeven bergt 50 Oostenrijkers en 1 1 Kussen EEN OOSTENRIJKSCHE VERSTERKING, door dezen verlaten en door Russische soldaten bezet Ook hier is rnet groote zorg het werk -aan de verschansingen verricht. BLOEMEN VOOR DE GEWONDEN. Een Russische Roode-Kruiszuster koopt bloemen voor de gewonden in haar hospitaal te Lemberg.
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1176 tot 1180 van 11897