Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1171 tot 1175 van 11897
Nummer
1914, nr.21, 18 nov. 1914
Blad
14
Tekst
Even afkloponder de tafel de traditie weten waar weej herleving. . . pen. Voorzichtig: Drie tikjes met de rechterhand, zooals voorschrijft. Je kunt nooit het goed voor is. De hoofd- straten zijn minder verlaten en de aardige verschijning, de boodschap-doende dame, vertoont er zich weer. Gluurt men zoo in het voorbijgaan in de winkels, dan ziet men ook weer toonbanken, waarvoor koopgrage klanten en waarachter bezige verkoopsters. Dat is een heerlijk iets. Want veel hangt ten slotte ervan af, of ons volk de noodige vitaliteit toont, welke het in staat stelt, de moeielijkheden van deze dagen met verstand en opgewektheid het hoofd te bieden. En wanneer de vrouw het voorbeeld geeft is dat een goed teeken. Met opgewektheid moet dit gebeuren, want even noodig als de rust is voor den zieke, is de gulle lach voor de gezonden, en een veel beter middel tegen zenuwziekten en alle daaraan verbonden kwalen dan water- of rustkuren. Nu, wat de opgewektheid betreft, is er ontegenzeggelijk een groote verbetering te constateeren sinds den beruchten eersten Augustusdag, toen 99 percent van de Nederlanders in den put zat. Dank zij de goede leiding van het resteerende hon derste deel (ontegenzeggelijk wel het beste) en ons goed-geluk dat ons tot nu uit de oorlogsverdrukking hield, kwam er weer de verluchting, die noodig was om onze meegaandheid in velerlei zaken van hooger waarde te doen zijn. Want meegaand zijn wij en opofferend ook. Wij eten bruin brood en beginnen het lekker te vinden. Wij getroosten ons de moeilijkheid om passen te gaan halen en te betalen, wanneer wij er aan denken onze neuzen over de grenzeji te steken. Wij hebben de spoorwegregelings-evolutie meegemaakt zonder tegen te sputteien, en een serie van spoorboekjes gekocht, genoeg om een middelmatig groote boekenkast te helpen vullen, alles zonder morren. Werkelijk wij mogen trots op onszelf wezen. Wat wij ook zijn. En als belooning voor dit alles, gunnen wij ons zelf het genoegen, eerst zacht fluisterend, dan iets luider bewerend, en ten slotte gedrukt in Panorama als ,,kop” van deze beschouwing geconstateerd te zien, dat „er een beetje herleving komt” Onze dames hebben weer hoofd en oog (ik weet werkelijk niet of het eigenlijk niet juister zou zijn om van oog en hoofd te spreken) voor de Mode. yfvond-Toilet. St.-Nicolaas en Kerstmis staan voor de deur. En een (Toto TAanuel) ieder die wel eens achter de schermen leerde kiiken weet Costume-Tailleur. Parijs is niet te bereiken Engeland dient als bemiddelaar en zelfs Berlijn doet er aan mee, om onze dames niet al te zeer de gevolgen van den oorlog te laten gevoelen in het meest kostbare en meest nabije deel harer omgeving: haar costuum. Ik ga hier geen volledige mode-kroniek neerschrijven. Dat lijkt mij niet de taak van Panorama. De aardige modellen welke op deze bladzijde voorkomen spreken voor zich zelf. Zij zijn, echt Parijsch, al heeft de schepper van al dit fraais in lijn en vorm, tijdelijk ook zijn heil moeten zoeken in het westelijk deel van Londen. Het schijnt dat de opzet van Duitschland, om zijn Engelschen vijand alle kansen te ontnemen, aan de door hem vervaardigde stoffen de zoo noodige en verleidelijke kleurnuanceering te geven, niet gelukt is. Toto 7Aanuel. Tiet Tiuiapenhoedj'e. Duitschland immers vervaardigt in groote mate de verfstoffen dienend voor het kleuren van laken en ander materiaal. De invoer naar Engeland werd stop gezet en sarcastisch merkte een der Duitsche dagbladen op dat hierdoor Britanje genoodzaakt zou worden, al zijn kleedingstukken zwart en wit te verven, hiermede op ongewenschte wijze in eigen land de kleuren van den vijand Pruisen, (die immers zwart en wit zijn) als voorloopers van een mogelijken overval te introduceeren. Mogen wij echter de berichtên gelooven, welke ons in dit verband worden medegedeeld, dan ging het balletje niet op. Geheel nieuwe combinaties worden uitgestald in de bekende modewinkels in het Westend. Zij herinneren aan de beschrijving van den mantel, welke jozef als een groote onderscheiding van zijn vader kreeg. Zij zijn schoon en veelkleurig Vooral voor mantels worden de harige stoffen, welke zeer warm zijn, bij voorkeur gekozen. In fluweel, dat zoowel voor wandeltoilet als voor avondcostuums veel aftrek vindt, zijn de meest bizarre teekeningen als patroon genomen. Voor het overige zal blauw in de groote variaties, welke deze kleur biedt, gedragen worden. Marineblauw vooral voor wandeltoilet en turquoise voor avondtoilet. Ook groen heeft in zijn verschillende tinten van lichtcitroen tot donkerolijf grooten aanhang. Het hoedmodel herinneit aan de gebeurtenissen van den dag en heeft een zeer martiaal aanzien. De dames zullen dus door haar hoofddeksel een levende reclame voor den recruteeringssergeant zijn. *♦* te moeielijk open zouden gaan voor wat die feestdagen voor den handel, niet alléén den winkelier, maarbijkans alle bedrijven, beteekenen. Zelfs in de allerhoogste regeeringskringen er angste dat beurzen ditmaal dit doel. ‘t Zou jammer zijn. Ik zeg dat om heel veel redenen. De eerste is natuurlijk de zuiver egoïstische. Ik ken niets aangenamer dan onder genot van warme punch, zoo pas ontvangen boterletters op te knabbelen, terwijl de tafel vol ligt van papiertjes, touwtjes en zaagsel, afkomstig van de „liefdegaven” mij door familie, vrienden en kennissen toegezonden. Ik ben ook een groot artist in ’t uitdenken van surprises en verrassingen. En in deze dagen, zoo zwaar en moeielijk voor de kunst in ’t algemeen, zou ik mijn speciale kunstvaardigheid niet graag aan banden zien gelegd. Dat is de egoïstische grond. De altruïstische is, zooals dat meestal gaat, niet minder wichtig. Het koopen van cadeautjes brengt ’t geld aan’t rollen. Het zenden van cadeautjes versterkt de vriendschapsbanden. Het ontvangen van cadeautjes brengt warmte en gezelligheid in heel wat woningen, waar de St.-Nicolaasviering tot een goede traditie werd. We moesten het volgend accoordje met ons zelf zien te sluiten: Niet uit angstigheid of wij nu wel mogen geven St.-Nicolaas dit jaar op non-activiteit stellen, integendeel hem mee laten deelnemen aan de algemeene mobilisatie, die zoo goed van stapel liep. En om ons geweten nu toch een tegemoetkomertje te schenken, tegelijkertijd bij elk cadeautje een extraatje afzenden, bestemd voor hen. die onder de crisis lijden. Geen pakje dus zonder Steuncomité-zegel verzonden, geen rekening betaald zonder een extra percentage voor een goed doel op zij gelegd. Wat zal Sinterklaas er een plezier in hebben als zoo z’n nagedachtenis geëerd wordt. En Sinterklaas zeker niet alleen. Toto TAanuel) Er komt Herleving
PDF
Nummer
1914, nr.21, 18 nov. 1914
Blad
15
Tekst
 
PDF
Nummer
1914, nr.21, 18 nov. 1914
Blad
16
Tekst
PANORAMA Versterking van 't Duitsche front Dixmuiden-Yperen AANVOER VAN VERSCHE DUITSCHE TROEPEN. Brugge schijnt voor den aanval op de linie Dixmuiden-Yperen het centraalpunt te zijn geworden voor het vervoer van de Duitsche troepen. Dagelijks komen er treinen met versche troepen aan. die zoo vlug mogelijk weer naar het front vertrekken. Op de foto links ziet men marine-soldaten die zoo juist zijn aangekomen, rechts landstorm-soldaten. OP WEG NAAR HET FRONT. Alles wordt er door de Duitschers nu opgezet, om zich bij Yperen een doortocht naar Calais te banen. Dagelijks worden er nieuwe kanonnen aangevoerd. HET BENZINE-DEPOT TE BRUGGE. Een van de artikelen die in België schaarsch zijn, is zeker wel de benzine. Bij de depots heerscht dan ook een zeer scherpe controle. * TERUG VAN HET FRONT. Aankomst aan het hospitaal te Brugge van een Duitschen officier, die gewond is in een artilleriegevecht. DE ENGELSCHEN IN DUITSCHLAND. De vorige week heeft de Duitsche regeering verschillende in Duitschland wonende Engelsche onderdanen doen arresteeren. Op onze foto ziet men de eerste Engelschen die op het buiten Ruhleben bij Berlijn gevangen zijn gezet. / AAN DE NEDERL.-BELGISCHE GRENS. De Duitsche soldaten snakken er natuurlijk naar, iets te weten te komen omtrent den oorlog. De couranten vinden dan ook gretig aftrek. Zeker om zich een officieel tintje te geven, heeft de Belgische couranten-jongen een Duitsche soldatenpet opgezet.
PDF
Nummer
1914, nr.21, 18 nov. 1914
Blad
17
Tekst
PANORAMA STEEDS MAAR WEER AANVOER VAN TROEPEN EN AMMUNITIE UIT ENGELAND. Te Calais, Boulogne, enz. landen steeds maar weer nieuwe troepen uit Engeland. In vele Aan de kaden van de pransche havens ziet men geregeld zulke partijen granaten enz. uitladen, gevallen vertrekken de soldaten direct na hun aankomst naar het front, teneinde daar de ver- Voorloopig worden zij zoo maar even neergelegd, natuurlijk onder zeer strenge bewaking. moeide troepen af te lossen. HET ENGELSCHE KANON BULDERT. Een Engelsch kanon, dat verdekt is opgesteid. wordt afgeschoten. De paarden, die zijn afgespanneq, doch vlak bij de hand zijn gehouden voor een eventueele verplaatsing van het stuk geschut, worden schichtig van het gebulder. FRANSCHE KANONNEN TREKKEN DOOR CALAIS. Een der belangrijkste punten waarvoor op het oogenblik gevochten wordt, is zeker wel Calais. Geen wonder dat de gealliëerden hier zooveel mogelijk troepen samentrekken teneinde den vijand den doortocht te beletten. EEN OOGENBLIK VAN RUST AAN DE ZEE. Nog slechts een zeer klein stukje strand van het Belgenland is nog niet door Duitsche troepen bezet en wordt nog uit alle macht door het overschot van het Belgische leger, bijgestaan door de Fransche en Engelsche troepen, verdedigd. Het oogenblikje rust doet den mannen goed. Foto’s van het Fransch-Engelsch-Belgische Front
PDF
Nummer
1914, nr.21, 18 nov. 1914
Blad
18
Tekst
PANORAMA EEN NOODKREET IN DEN NACHT VERKORTE INHOUD VAN HET GEDEELTE UIT HET VORIGE NUMMER. Dokter Korner had zich na een vermoeienden dag neergevlijd in zijn gemakkelijken stoel en las in zijn lijforgaan, toen plotseling de telefoon schel hem in zijn welverdiende rust stoorde. Op zijn herhaald „Hallo”- geroep ontving hij eerst geen antwoord, plotseling echter hoort hij het angstige geroep van: „Dokter, help’ Hii wil mij dooden' Hij komt terug’ Hij is aan mijn kamerdeur. O. Hemel, help!” Toen was alles stil. Dokter Korner hoorde niets meer. Hij poogde van de telefoonjuffrouw te weten te komen met wie hij was aangesloten, echter zonder resultaat. Waar zou de misdaad, waar hij oorgetuige van was geweest, zich afspelen? Dokter Korner vroeg het zich vergeefs af. Dien nacht bracht hij slapeloos door. ekweld door de vreeselijkste vermoedens. In het morgenblad stond van e misdaad niets vermeld. Om zijn gedachten wat af te leiden, ging Dokter Korner een wandeling maken, waarbij het toeval hem voerde langs een huis, waarvan de blinden nog gesloten waren. Had het toeval hem naar het noodlottige huis gevoerd ? sprak een melkboer aan, die in de nabijheid stond. „Of ik de menschen ken, die hier wonen ?” herhaalde hij op mijn vraag. „Welzekermeneer! Heel goed! ’t Zijn klanten van me ! Beste menschen. Ze zijn de stad uit! Mijn dochter gaat iederen dag het huis luchten !” „Is ze er van morgen nog geweest?’’ „Natuurlijk is ze. Maar wat gaat jou dat aan, heerschap. Je bent toch geen dwarskijker van de familie. Wel ? Dan ...” Hij smeet woedend een leege melkkan op zijn wagen en ik maakte dat ik wegkwam. Om den hoek der straat keek ik nog eens om en zag den melkboer zijn verontwaardiging luchten tegen een slagersknecht. Na het diner besloot ik naar den schouwburg te gaan. Ik kwam er zelden, mijn bezigheden gaven mij daartoe geen gelegenheid. Nu echter had ik afleiding noodig; het nachtelijk drama ondermijnde mijn zenuwgestel. Ik wist niet wat er gespeeld werd, ik lette er zelden op en het kon me ook thans niet schelen als ’t maar iets opwekkends was. Stel je dus mijn teleurstelling voor, toen ik aan den schouwburg gekomen op de biljetten zag, dat er een melodrama zou worden gegeven. Enfin, alles was beter dan dien avond thuis te blijven. Ik nam dus een kaartje en zocht mijn plaats op. De schouwburg was reeds voor driekwart gevuld. Op de bovenste galerij zaten de toeschouwers dicht opeengepakt als sardines en ieder gelaat schoon en vuil was vol gespannen verwachting. Het stuk was een ouderwetsche draak van liefde en haat, van onschuld en ondeugd. De schurk in het stuk rookte als gewoonlijk een hoeveelheid sigaretten en zat steeds op den rand van de tafel in plaats van op een stoel. De heldin, die hij gruwelijk belaagde, richtte, zooals gebruikelijk, haar oogen pathetisch en vol tranen naar den engelenbak. Dan was er nog een groep figuranten, boeren en boerinnen voorstellende, die er de vroolijkheid wat in moesten brengen en dansten en zongen, zooals boeren in een operette dat doen. Aan het eind van de voorlaatste acte keek ik op mijn horloge en maakte aanstalten om heen te gaan. Ik vond het al mooi genoeg. Toch — ik beken ’t eerlijk — deed een zekere nieuwsgierigheid mij blijven. Ik wilde den held van het stuk nog eens zien optreden, een jong ijverig dokter voor wien ik uit den aard der betrekking eenige sympathie koesterde. Ik hoopte dat het hem gelukken zou den schurk te overwinnen. Het scherm ging omhoog en wij concentreerden onze aandacht op het pakkend slot. Volmaakte stilte in den engelenbak, een vage belangstelling in het parterre en een minachtend aanschouwen in de stalles. De heldin is alleen, overgelaten aan de genade van den schurk, die met een dolk in de hand buiten de kamer komt aansluipen. Je kunt hem zien door het venster, dat in tooneelkamers vaak op de onmogelijkste plaatsen is aangebracht. De schurk zet zijn dolk tusschen het slot van de deur. De deur knarst. Plotseling klinkt ons het geluid van een aansnellenden auto in de ooren, een zeer up-to- „GLORIE”, 3e Bedrijf. Nico de Jong en Mevr. van Eysden. „GLORIE” van WILLEM Directie ROTTERDAMSCH ADRIAANSE. TOONEELGEZELSCHAP. G lorie, van Willem Adriaanse is een stuk dat speelt in de koopmanswereld. — Frits Koltman, eigenaar van een groote zaak, die door zijn grootvader tot hoogen bloei is gebracht, gevoelt zichzelf onmachtig langer aan het hoofd der onderneming te staan. Hem ontbreekt de ondernemingsgeest, die noodig is een dergelijke zaak op peil te houden. Hij is echter eerlijk genoeg om dit in .te zien en trekt zich terug, zijn eenigen zoon Frank, een nog grooteren zwakkeling, het bedrijf toevertrouwend. De oude heer vergenoegt zich nu met zich te laten voorstaan op zijn regentschap van een oude stichting, waar hij het zeggingschap heeft. Zoo teert de heer Koltman op zijn ouden roem. Als tweede figuur in dit tooneelstuk wordt de heer Mr. Bart van Meerlen, als schoonzoon van Koltman, ten tooneele gevoerd. Bart is een zoon van een onderwijzer, die zichzelf echter heeft opgewerkt lot economist, lid van de kamer en die zich bovendien aanstaand minister weet. En dit is wel de clou van het stuk : de schrille tegenstelling tusschen schoonvader en schoonzoon. De eerste ziet ontzaggelijk op tegen den laatste: hij voelt zich onzeggelijk klein in de nabijheid van zoo’n zelfbewust mensch. Jo Koltman en Bart zijn eveneens twee contrasten, de laatste past niet in de omgeving van de Koltmans, waar de sfeer zweeft van een moeilijk te handhaven aanzien. En heftige tooneeltjes tusschen Bart en zijn vrouw zijn het vanzelfsprekend gevolg. Het slot is, dat vader Koltman geld leent uit de fondsen van het gesticht. Dit is de genade-slag. De firma wordt opgeheven; de vader gaat naar Nunspeet en de zoon Frank gaat in een ondergeschikte positie naar Indië: het tragische einde van een krachtige koopmansfamilie, die door de zwakheid van zijn jongste leden moest ten onder gaan. Door de directie van het Rotterdamsch Tooneelgezelschap is dit stuk op zeer verdienstelijke wijze ten tooneele gebracht. Met de spelers komt ook de regie een woord van hulde toe. date drama dus. Sneller dan de lucht komt de held ter hulpe aangesneld. Ze hoort het snorren van den motor: ruikt den benzine-geur, verdraait dan haar oogen, zoo. dat men alleen het wit ziet, tót een smeekenden blik naar den tooneelhemel. Zal hij nog bijtijds komen ? Nu spreekt de heldin; haar stem rijst en ik krijg een vaag gevoel dat die stem mij bekend is. Dien doordringenden toon ! . . . ja, dien heb ik meer gehoord. Ik grijp de leuning van mijn stoel. Plotseling klinkt van af het tooneel het auditorium te gemoet: „Dokter, help 1 Hij wil mij dooden 1 Hij komt terug 1 Hij is aan mijn kamerdeur. O, hemel, help !” Ik stem toe, het was onvergeeflijk van me, maar als je ondervonden had dat gevoel van verluchting dat thans over mij kwam, je zoudt mijn handeling hebben kunnen begrijpen. Ik liet mij achterover in mijn stoel vallen en schaterde het uit, schaterde onbedaarlijk. Mijn onbegrijpelijke vroolijkheid verwekte algemeen veron twaardiging. „Sst!” klonk het uit alle hoeken der zaal. „Stilte ! Ssst!” „Smijt ’m eruit!” kwam er bemoedigend van boven. De held vergat een oogenblik zijn heldin te hulp te snellen, en de leider van het orkest liet de muziek triomfantelijk invallen voor hef noodig was. Ik stopte mijn zakdoek in mijn mond en wist zoo een nieuwe lachbui te voorkomen. Eenige minuten later was alles gelukkig geëindigd en het scherm viel. Ik stapte langzaam tusschen de menigte naar den uitgang. Bij de controle zag ik den secretaris der schouwburgdirectie, een kennis van mij. We drukten elkaar de hand. „Goeden avond, mijnheer van Hal,” zei ik. „Apropos is het tooneel in dezen schouwburg telefonisch aangesloten ?” „Ja, dokter! Hoe dat zoo?” , ,Ik hoorde gisteravond thuis een gedeelte van dit stuK, da’s al!” „Ja, de communicatie is slecht. Ik was gisteren zwaar verkouden, moest mijn kamer houden en wilde daarom de generale repetitie telefonisch bijwonen. Maar ik werd telkenmale afgebroken. Misschien werd u bevoordeeld!” „Ja, dat werd ik zeker, ’n Vreeselijk stuk, vindt u niet?” „Niet uw smaak, dokter. U was ’t immers die zoo lachte?” Ik knikte. „Als u mij het genoegen doet, mijnheer van Hal. aanstaanden Zondag mij eens op te zoeken, zal ik u de oorzaak van dat lachen vertellen, ’t Is zeer interessant!” En dat was ’t. JlillillllhHiHifÉlllfiiiifiHiiflOllllltoitfiiiHillblta^ ; :hiiiisnwiiilillilfe < DeVloekvan’tGoud ..................................... B fschoon de groote ontdekking van den goudrijkdom in den bodem van Californië, hetwelk dit land maakte tot het aantrekkingspunt voor tal van gelukzoekers, eerst een jaar later plaats had, was reeds lang aan één man bekend dat onbekende rijkdommen in den vorm van geel metaal verborgen lagen aan de oostelijke heuvels van Nevada. Als de wereld echter had moeten wachten tot Joe Chalmers zijn geheim had meegedeeld, dan had ze het nimmer te weten gekomen. Niet dat Chalmers leed aan goudkoorts, integendeel, hij haatte het glinsterende metaal, en den dag dat hij ontdekte dat er goud in de streek te vinden was, zwoer hij zichzelf niets ervan aan te raken en zijn ontdekking geheim te houden. En daar had Joe een reden voor. Het geld. het goud was eens de vloek van zijn leven geweest; een geschiedenis te lang om te vertellen, nu, waar we het laatste hoofdstuk van zijn leven willen meedeelen. Genoeg te zeggen, dat Chalmers naar Californië toog na een hoogloopenden twist met zijn aanstaanden schoonvader over schulden, waarbij Joe eindelijk in razernij zijn revolver trok en doodschoot niet den man, waar hij het op gemunt had, maar — diens dochter, die hij eenmaal gehoopt had te „GLORIE” Mevrouw Tartaud en Chrispijn „GLORIE”, 2e Bedrijf. Van links naar rechts: Tartaud, Mevr. Poolman, Mevr. Tartaud.
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1171 tot 1175 van 11897