Panorama

Blad 
 van 2380
Records 11731 tot 11735 van 11897
Nummer
1929, nr. 41, 12 okt. 1929
Blad
16
Tekst
P A N O R A M A No. 41 12 O C T O B E R OBERAMMERGAU 1930. In de Oberammergauer Passiespelen, welke het volgend jaar weder gegeven worden, zal de Christus-rol door Alois Lang worden vervuld: Deze week werd in het kleine dorpje de rolverdeeling vastgesteld. F°T°c^EX COMFORTABEL REIZEN. Een der „coupe s" van het reuzenvliegtuig Do X, waarvan men thans in Friedrichshafen bezig is het interieur in te richten. 14
PDF
Nummer
1929, nr. 41, 12 okt. 1929
Blad
17
Tekst
PANORAMA No. 41 12 O C T O B E R D e eerste Duitsche musiceerende en sprekende film der UFA-F.P.S. zal binnenkort in Amsterdam, Den Haag en Rotterdam de premiere beleven. We zien belangstellend naar dit Duitsche resultaat uit, daar we niet willen verhelen, dat de Amerikaansche klankfilm, behoudens dan dat men met zeer veel genoegen van het experiment heeft kennis genomen, ons toch weinig heeft bekoord; vooral wat de gegevens en den bouw ervan betreft, zijn deze zeer tegengevallen. Als de Duitsche musiceerende en sprekende films van een even ernstigen arbeid getuigen als de stomme films, dan twijfelen wij niet, of zij zullen, ondanks de latere komst een grooten voorsprong verkrijgen op haar Amerikaansche concurrenten. Deze film is getiteld Bruid No. 68 en werd gemaakt naar den gelijknamigen roman van Peter Bolt. Conrad Veidt, Elga Brink, Greta Berger en de Engelschman Clifford Mc Laglen vervullen de hoofdrollen in deze film, welke zich afspeelt in West-Australië onder de gouddelvers. 15
PDF
Nummer
1929, nr. 41, 12 okt. 1929
Blad
18
Tekst
P A N O R A M A No. 41 12 O C T O B E R Deze avondschoen en tasch werden vervaardigd van oud Perzisch borduurwerk. De gekruiste wreefbandjes van den schoen en de beugel der tasch zijn van goudleer, geheel in overeenstemming met de gouddraden, welke door het weefsel loopen. Een zeer elegant namiddagschoentje met bijpassende tasch van peau de suède en geitenleer, gegarneerd met een kleine fantasiegesp en een sierlijk motief in gouddraad uitgevoerd. Model Saudeleri. Ao°f D e beroemde kleinigheden, welke tot het vrouwelijk toilet behooren, nemen een steeds grootere plaats in de modewereld in beslag. Het minste onderdeel, dat men vroeger als bijzaak beschouwde, wordt tegenwoordig door bekwame vak-menschen ontworpen en vervaardigd en tot ware kunstwerkjes opgevoerd. Het streven naar harmonie, het kenmerk van onze eeuw, komt vooral in de modewereld sterk tot uiting. Niet alleen het voorwerp zelf moet harmonieus van lijn en kleur zijn, doch zich tevens aanpassen bij het toilet en type der draagster. Doordat alle mode-onderdeelen onderling moeten harmonieeren en zooveel mogelijk in hetzelfde materiaal en in denzelfden stijl vervaardigd worden, kwam men tot de „zoo en vogue zijnde ensembles”. Vroeger verstond men onder ensemble een costuumpje met bijpassenden mantel of wei een mantel met een daarbij behoorend hoedje. Tegenwoordig heeft men ze echter op Tot de laatste snufjes op 't gebied van schoenen behooren schoentjes van bedrukte stof. Hellstern lanceerde onlangs deze keurige pumps en tasch van zwart en wit bedrukt materaal, op artistieke wijze met effen leer gegarneerd. 16
PDF
Nummer
1929, nr. 41, 12 okt. 1929
Blad
19
Tekst
Ietwat opzichtig doch zeer origineel is deze hoogst moderne enveloppetasch met bijpassenden schoen, vervaardigd van wit en zwart leder. PANORAMA No. 41 12 OCTOBER elk gebied, in alle soorten en vormen en wordt het idee ensemble tot in ’t oneindige, ja, soms tot in het belachlijke doorgedreven. Onder de ensembles, welke men tegenwoordig geregeld aantreft, behooren o.a. hoed en sjawl, sjawl en tasch — parasol en tasch of schoenen en tasch. Van laatstgenoemde combinatie geven wij hier eenige afbeeldingen, waaraan onze lezers en lezeressen kunnen zien, dat wij geenszins overdreven, toen wij zeiden, dat het minste mode-onderdeel tegenwoordig tot een waar kunstwerkje wordt opgevoerd. Een der laatste créaties van Perugia is dit amusante sandaaltje, waarvan de hakken en de zolen in bewerkt zilver zijn uitgevoerd. Dit soort voetbekleeding geldt op het oogenblik als 't nieuwste op 't gebied van avondschoeisel en maakt te Parijs zeer veel opgang. Gekleurde schoentjes, vooral in lichte pasteltinten,zijn zeer en vogue. Onze foto toont een zacht rosé getintschoentje met bijbehoorende tasch. Deze smaakvolle créatie van de bekende Fransche fa. Perugia is versierd metappliquéwerk in zwart,rosé en lichtgroen. 'P met arels ' sc W elke vrouw heeft onder haar sieraden een snoer parels ? Ik denk dat er weinigen van u hier 'n ontkennend antwoord op kunnen geven. Van de dure tot de goedkoope imitatie vullen ze bij haast iedere vrouw een deel van haar bijouteriekistje. In het midden van de vorige eeuw kwam een fabrikant van bidsnoeren of „rozenkransen'* in Frankrijk op ’t denkbeeld holle, glazen bolletjes van binnen met fijngestooten vischschubben te bedekken en hun op deze wijze den glans van parels te verschaffen. Sedert dien tijd wordt deze uitvinding op vrij groote schaal toegepast. De alvertjes (die men daarom ook wel schrapvisch noemt) worden afgeschubd, de schubben in een bak met water geworpen en hierin zoo fijn mogelijk stuk gewreven. Het water, dat op deze wijze spoedig de kleur van zilver verkrijgt, wordt in een groot glas overgegoten en blijft hierin verscheidene uren achtereen op een stille plaats staan, om het zilverachtige poeder te laten bezinken. Zoodra dit zich op den bodem heeft afgezet, wordt het daarboven staande water voorzichtig afgegoten van de vliesachtige, dikke, vloeibare massa, die „Essence d’Orient” heet. Met ammoniak vermengd, wordt de „essence” in de holle glazen bolletjes gegoten. 50 K.G. alvertjes leveren 3 K.G. schubben, voor 500 gram „essence” zijn wel 20.000 vischjes noodig. Nu iets over de echte parels. Deze worden in de pareloesters gevonden en zijn zeer verdoor Elsa schillend in omvang; zelden overtreft haar grootte die van ’n kers; die welke zoo groot zijn al een kleine speldeknop, zijn zeer talrijk en heeten „seedpearls”. In het gunstigste jaargetijde, van Juni tot het midden van September, houden zich aan de Perzische Golf 30.000 menschen bezig met de parelvisscherij. Iedere duiker heeft een kleinen korf bij zich en springt daarmee over boord. Indien hij terechtkomt op een plaats, waar de pareloesters dicht opeengepakt zijn, is het hem mogelijk er in éénmaal 8 a 10 los te scheuren, voor hij door zijn helper weer naar boven getrokken wordt. Gemiddeld vertoeft hij 40 seconden achtereen onder water. Ongelukken door haaien komen niet dikwijls voor, meer vrees boezemt de zaagvisch in; het is weleens voorgekomen, dat dit gevaarlijke dier een duiker letterlijk doormidden sneed. Om beter den adem te kunnen inhouden, zet de duiker zich een hoornen knijper op z'n neus. In één jaar bedroeg de opbrengst van de parelvisscherijen aan den Perzischen zeeboezem f 3.600.000. Op Ceylon, waar de Engelsche regeering het monopolie van de vangst heeft, worden ieder jaar bepaalde banken bevischt, die vervolgens 6 a 7 jaar onaangeroerd blijven liggen. Hierdoor is de jaarlijksche opbrengst aan groote afwisseling onderhevig; zij bedraagt soms niet meer dan f 300.000 en stijgt in andere jaren tot f 2.300.000. De parelvisscherij in Mexico leverde in een jaar een bedrag van 85.000 dollar op. Bij scheepsladingen worden van verschillende oorden de parelmoerschelpen naar Europa vervoerd. 17
PDF
Nummer
1929, nr. 41, 12 okt. 1929
Blad
20
Tekst
PANORAMA No. 41 12 OCTOBER WIJNOOGST AANDENMAIN. Ellis ^Parker ^Butler T oen Pa Briggs te oud werd om nog een farm te besturen, verkocht hij zijn plaats aan Jed Slocum, zette het geld tegen vier procent op de Kilosche Bank, en ging in een klein huis te Kilo wonen, om de rest zijner dagen in vrede te slijten. Zijn eenige huisgenoot was zijn dochter Sally, die de huishouding deed, en smachtte naar een echte zijden japon. Maar Pa zei, dat alpaca „royaal goed" was, en dus verslikte Sally haar verlangen, en stelde zich met alpaca tevreden. Pa Briggs zelf had niet veel behoeften. Een ei bij zijn ontbijt, en genoeg tabak om er den heelen dag den brand in te houden, dat waren zijn voornaamste aardsche begeerten. Alleen om Sally tevreden te stellen had hij een stel nieuwe tanden gekocht, en hij droeg ze om harentwil en zijn eigen verdriet, want ze pasten totaal niet, en gaven hem een gevoel, zei hij, alsof hij zijn mond vol drie-duimsdraadnagels had. Als Sally niet in zicht was, ontweek hij dit gevoel, door ze in zijn hand te dragen, verscholen in zijn rooden zakdoek met witte stippels. Aan anderen placht hij ze te laten zien met grooten trots, en hij blufte er steeds op, dat ze zoo mooi en zoo duur waren, 's Zondags droeg hij ze den heelen dag, en voelde zich zoo deftig als een Pelgrimvader. Toen ze naar Kilo verhuisden zei miss Sally, dat er één ding was, dat haar vader niet moest doen, nadat hij z’n heele leven op een boerderij had gewoond, en dat was: winkeleieren bij z'n ontbijt eten. „Kippen zijn wel lastig," zei miss Sally, „en smerig, ais je ze niet in hun hok houdt, maar ze kakelen gezellig, en ik denk, dat ik tijd genoeg zal hebben om op ze te letten; dus Pa, als ik er wat aan doen kan, zult u geen kalkeieren bij uw ontbijt eten. Er is niks, dat ik zoo akelig vind om aan te denken, als eieren eten die je gekocht hebt. Je weet nooit hoe oud of ze zijn of wie ze in z’n handen gehad heeft en zoover zal ’t nooit met u komen, zoowaar ik Briggs heet!" Zij nam dus een half dozijn kippen en een galanten kraaier mee naar stad, en oefende toezicht uit op de constructie van een gezellige hoenderwoning, en Pa had het troostend bewustzijn, dat zijn eieren versch waren. Maar eigenlijk kon de graad van verschheid hem niet zoo heel veel schelen; als hij er maar iederen morgen een had dat dragelijk eetbaar was. „Die tanden van mij," zei hij tegen Rogers, den kruidenier, „hebben me twaalf dollar gekost, bij den besten tandarts van Franklin; maar 't is misère! Je kunt er niets mee eten, dat een beetje hard is, of je zit ieder oogenblik in angst, dat ze breken. Ze zijn van klinkklaar porselein, en je weet dat porselein ’t breekbaarste goedje is, dat je maar uit kunt denken. Daarom zeg ik altijd: geef mij maar eieren voor m’n ontbijt, Sally, en eieren blijft ’t." De zes kippen deden edelaardig hun plicht gedurende den zomer en een deel van den winter, en Pa kreeg z'n eitje zonder haperen; maar in December begon de lange koudegolf en de hoenders staakten. Het was de langste koudegolf, die ooit was voorgekomen in Kilo, en die duurde en duurde maar, tot de heele kippenbevolking van Iowa er wrevelig van werd en van de eierproductie afzag. De eieren gingen met zoo'n vaart omhoog, dat zelfs de kalkeieren van den vorigen zomer twintig cent kostten, en de omelet een luchtkasteel werd. Toen Pa Briggs den tweeden morgen een eierloos ontbijt nuttigde, opperde hij tegenover Sally de mogelijkheid van eierenaankoopbij denkruidenier. „Maar Pa/' riep zij op verwijtenden toon uit, „waar denkt u aan! Ik... kalkeieren koken? Nee, we zullen nog even wachten, misschien gaan de kippen over een paar dagen wel weer aan den leg/’ Maar dat gingen ze niet, en het duurde een week, ja twee weken, en nog loonde géén ei haar dagelijkschen onderzoekingsijver. Pa kreeg het niet in zijn hoofd, zijn idee over eieren-koopen nogmaals uit te spreken, want als Sally iets zei, dan meende ze ’t ook, en als je er dan op terugkwam, werd ze nijdig. „Onze kippen vertikken ’t om te leggen," beklaagde hij zich bij Rogers, „en Sally vertikt ’t om eieren te koopen, en ik kan niks anders eten dan eieren voor m’n ontbijt, dus zal ik het dezer dagen wel afleggen van honger, denk ik." „Waarom probeer je ’t niet 'ns met ons kippenvoer," zei Rogers; hij nam een pakje op en las voor van het étiket: „Gegarandeerd leggen der kippen bij eiken weerstoestand, zoowel koud als heet"; dat is precies wat je hebben moet, Pa." „Nou," zei Briggs, „ik heb bij de veertig jaar kippen gehouden, en ik heb nooit ondervonden, dat zulk goedje hielp. Maar ik moet eieren hebben of sterven, Rogers, dus ik wil ’t probeeren; geef me maar een pond. Maar ik heb er een hard hoofd in." Zijn pessimisme bleek gerechtvaardigd: de koudegolf bleek zelfs het beste kippenvoer de loef af te steken. Er kwamen geen eieren. Op een avond zat hij weer bij Rogers, zijn pijp te rooken en te peinzen. Hij had al een heelen tijd gepeinsd, en eindelijk gloeide er een vonk in zijn oog, hij klopte zijn pijp uit en stond op. „Rogers," zei hij, „maak voor mij een mengseltje van een ons tarwemeel, een ons gruttenmeel, en...’’ Hij aarzelde even en grinnikte toen, — „en vijf centen kogeltjesblauw." „Als je me nou," informeerde Rogers, „je bent toch niet gek geworden?" „Nog niet," zei Pa. „Ik ben ze geen van de vijf kwijt, en de puntjes zijn er ook nog niet af. Dat is een zelf-uitgevonden soort van kippenvoer." „Kippenvoer!’’ riep Rogers uit. „Je denkt toch zeker niet, dat de kippen daarvan aan den leg zullen gaan?" „Ik geef niemand den raad om het te gebruiken, als hij er zelf geen heil in ziet," zei Pa, „maar ik zal er mijn kippen mee voeren," en hij grinnikte weer. „Je hebt er zeker wat mee in den zin," zei Rogers lachend. „Wat is ’t, Pa?" „Kijk maar goed uit tot je ’t weet," antwoordde Pa Briggs, en hij nam het pakje en ging naar huis. „Sally," zei hij toen hij thuiskwam, „nou heb ik toch een soort kippenvoer, waar de beesten vast en zeker van gaan leggen." Zij nam het pakje en maakte ’t open. 18
PDF
Blad 
 van 2380
Records 11731 tot 11735 van 11897