Panorama

Blad 
 van 2380
Records 11726 tot 11730 van 11897
Nummer
1929, nr. 41, 12 okt. 1929
Blad
11
Tekst
PANORAMA No. 41 12 OCTO BER OUD-MINISTER LAMBOOY is benoemd tot burgemeester van Hilversum. WINNARES VAN DE PRIX DE ROME. Mej. Corry Heslenfeld, aan wie de jury in de aula van de Rijks Academie voor Beeldende Kunsten te Amsterdam de Prix de Rome voor beeldhouwkunst toekende. Hef werkstuk, waarmede mej. Heslenfeld de Prix de Rome behaalde, zal binnenkort met de inzendingen der andere candidaten in de Academie worden geëxposeerd. TOT BURGEMEESTER VAN NIJMEGEN is benoemd de heer J. A. Steinweg, burgemeester van Roermond. 9
PDF
Nummer
1929, nr. 41, 12 okt. 1929
Blad
12
Tekst
PANORAMA No. 41 12 O C T O B E R Waar °/)r( d°°r AXEL BRAEM^ fer Trouw e * e Personen: hij — zij. Achtermiddag in een huis van deftigen burgerstand. Hij zit achter een krant gedoken, zij zit óók achter een krant gedoken. Er heerscht een huiselijk stilzwijgen, maar nu en dan gaan er blikken over de kranten heen. Eindelijk waagt hij het woord: Hij: Eh ... hm ... Emilie, ik wou je eens wat vragen. Zij: Of ik een nieuw hoedje wou hebben? Hij: Nee, dat hoef ik niet eens te vragen. Emilie, ’t is iets ernstigs, — eh.... iets delicaats:... Ben je me ontrouw ? Zij (licht verbaasd): Ontrouw? Hoe kom je op zoo’n vraag? Hij\ Ja, zie je, Emilie, ik vond een pas begonnen brief in je schrijfmap.., hm... ik vond ’m toevallig, heelemaal toevallig ... hij stak er een eind uit... en die bracht me een beetje in twijfel over je opvattingen van trouw en echtelijke saamhoorigheid... van wat past en niet past voor een vrouw uit de betere kringen, die met eere echtgenoote en moeder wil zijn... Zij: Je durft nogal wat te zeggen! Hij: Dat moet wel in sommige omstandigheden. Die brief, waar toevallig mijn oog op viel, was, zooals ik zei, pas begonnen. Maar dat begin zei me al genoeg. Er stond namelijk zooiets als: Mijn eigen lieve, zoete, beminde Theodoor! Aangezien ik niet de groote, misschien twijfelachtige eer heb, die... eh... Theodoor te kennen, mag ik wel eenige opheldering vragen. Zij: O Tobias! Hoe kun je toch zóó over me denken! Dat was een brief, dien ik bezig was te schrijven aan mijn... petekind, mijn kleine neefje in Malmö. Ik hou erg veel van ’m, ’t is een vreeselijk aardig kereltje en hij is dol op mij ook. Maar je kunt toch niet jaloersch zijn op een kleinen jongen. Hij is notabene acht jaar! Maar jij denkt natuurlijk dadelijk leelijke dingen van me! Hij (zichtbaar verlegen): Ja... eh, hm, Milie ... Ik meende het natuurlijk zoo kwaad niet, maar je kunt je zelf wel voorstellen, wat ik denken moest toen ik zoon brief zag. Zoo, dus je hebt in Malmö eenneefje van acht jaar! Daar heb je me nooit iets van verteld! Zij: Ja... dat is eigenlijk ook wel toevallig. Hij (nadenkend): Hoogst toevallig. (Pijnlijk stilzwijgen). Zij (als in gedachten): Maar dat is waar ook... ik heb ook nog een appeltje met jou te schillen. Mag ik je eens vragen, wie is Helene? Hij (overrompeld): Helene! Dat — dat — hm... dat is... mijn ... waarom vraag je dat? Zij: Ik vond laatst een kaart van een van je vrienden ... heelemaal toevallig, in je portefeuille, — en die deed de groeten aan Helene, en hij vroeg of ze nog zong. H// (opgewekt): O ja! Zie je, Helene, dat is... eh ... een kanarievogel, die heb ik op ’t kantoor. Zingen dat ’t beest kan! ’t Is een echte Saksische. En een mooi diertje! We noemden ’m altijd ,,de schoone Helene.’ Zij: Daar heb je me nooit iets van verteld! Hij: Ja.... dat is eigenlijk ook wel toevallig. Zij (nadenkend): Hoogst toevallig. Hij (terzijde): Nou mag ik er morgen wel over denken, dat ik zoo’n piepvogel koop, (luide): Ja, zoo ongeveer als bij jou die... eh ... Zweedsche neef van acht jaar. Hahaha! Maar zullen we nu de geheimen maar laten rusten ? De voornaamste zijn nu wel opgehelderd. Ik wou nog even naar Excelsior. Zij: Prachtig Tobby! Ik ga me direct verkleeden, dan ga ik mee. Heusch, in tien minuten klaar. Hij (terzijde): Dus dat wordt vanavond, als zij nu meegaat. (Op dit oogenblik hoort men tegelijk de huisbel en de telefoon), (luide): Een mensch heeft ook geen oogenblik rust met dat duivelstuig. Nu zaten we net even zoo gezellig. Als Edison hooren kon, wenschte hij vast dat ie doof was, — of hij wenschte zijn eigen spektakelmachines naar de Mookerhei. Maar zelf heeft ie wel gezorgd dat ie stokdoof was. Neem jij even de telefoon, dan kan ik de kat uit de boom kijken. Maar pas op, — als ’t iemand is die verkoopen wil, dan hang je de haak op, — en als ’t iemand is die wil koopen, pas dan op dat hij den haak niet ophangt. (Er wordt weer gebeld). Ja ja, we komen al. (Zij verlaten het vertrek door verschillende deuren. Enkele oogenblikken later komen ze tegelijk weer binnen. Hij heeft een groote doos en een bouquet rozen in de hand). Zij: Wat was er aan de deur ? Hij (sarcastisch): Dat was een jongen met deze doos bonbons en hier die rozen, — voor jou — eh... van je neefje, — in Malmö — oud acht jaar! Zij (nog meer sarcastisch): O ja. En dat was je kanarievogel, die belde op om te vragen, of je al naar Excelsior was! DOEK DE KAMPIOENEN-MANIE. Bij het leger van kampioenen in borden wasschen, eieren eten, hardloopen voor kellners, toffee s kauwen e,d. behoort ook de Engelschman Davis, die kampioen-ploeger is van Middlesex. Hij draagt dezen eervollen titel reeds tien jaar. 10
PDF
Nummer
1929, nr. 41, 12 okt. 1929
Blad
13
Tekst
PANORAMA No. 4 1 12 O G T O B E R Jan Musch als Elias aan de telegraaf, die de stijging der gokaandeeltjes registreert temidden van de ivinstdeelende vrienden. WEET HET BETER Elias typeert niet alleen de echt-Amerikaansche gokzucht, die hij zijn leven lang slechts op papier heeft kunnen botvieren, maar tevens de uiterste bet-weterigheid van een Israëlitisch handelaar (zoolang hij geen verantwoordelijkheid te dragen heeft) tegenover de kaartspelende vrienden en de speculeerende beurslui, en de politiek en de boksers en de paardenwedders en de heele wereld. We behoeven maar terug te denken aan vroegere creaties in dergelijke stukken, om te weten, dat Jan Musch hier weer de gelegenheid krijgt, volop, om den specialen, humoristischen kant van zijn talent recht te doen wedervaren: zoowel de bet-weterigheid tegenover zijn dagelijksche omgeving als zijn burgerlijk handeltje met den aan hem verplichten millionnair worden gespeeld met uiterst rake typeering, waaraan alleen mindere rolvastheid nu en dan tekort deed. De geblaseerde, meesmuilende millionair was bij (den regisseur) Ko van Dijk in goede handen en de meeste andere meespelenden leverden loffelijk werk. Zoon amusant oppervlakkigheidje heeft op het tooneel nog beteekenis als kunst in Musch’ haast onnavolgbare typeeringsgave. F. D. H et Schouwtooneel heeft Rotterdam de première gegund van een nieuw Amerikaansch blijspel. Amerikaansch.... en we weten dus, dat we over de constructie en de daarin schuilende zwakke plekken en overdadig uitspinnen van sommige scènes, en een groote oppervlakkigheid van behandeling maar niet het hoofd moeten breken. Maar we weten ook, dat Amerikaansch beteekent: vaart en élan en komische, onverwachte situaties met even onverwachte oplossingen. De twee auteurs (Jo Swerling en Edward G. Robinson) hebben het stuk voorzien van twee hoogtepunten en ontknoopingen. In het tweede bedrijf krijgen we de sensationeele ontmaskering van den oneerlijken secretaris Bil Carnack, die, zich voordoende als millionnairszoon, Elias’ lieve dochtertje ontfutselt aan den tobberigen drogist-bediende. Juist voor de ontvoering laat Elias hem toevallig tegen de lamp loopen en maakt hem ten huize van den millionnair door een gelukkige manipulatie met de prullenmand onschadelijk. — Dan krijgt Elias van den daardoor aan hem verplichten beursman de kans van zijn leven in een grootscheepsche speculatie, die hij radicaal bederft, door bij het oploopen der gokpapieren het onderste uit de kan te willen halen en den gunstigen tijd voor winstnemen te laten verloopen. Dat de idiote broer, wiens papegaaienvocabulaire slechts de woorden: „Welzeker — in ieder geval — natuurlijk” omvat, onbewust aan de telefoon opdracht tot verkoopen gaf, redt gelukkig de zoozeer begeerde duiten voor Elias en den roodharigen drogist-bediende voor het kittige dochtertje. Elias* aspirantschoonzoon, de drogistbediende (Carel Rijken) heeft den raad van Elias gevolgd en op het verkeerde paard al zijn en Josie's geld verwed. (Josie, Mary Smithuysen)
PDF
Nummer
1929, nr. 41, 12 okt. 1929
Blad
14
Tekst
PANORAMA No. 41 12 OCTOBER D at is het geheim van Chateau d If in de Golf van Marseille, de ontoegankelijke en sinistere burcht, die vroeger als staatsgevangenis voor Frankrijk heeft gediend. Niet alleen toeristen, wier portefeuille het toelaat de vacantiereis tot het Zuiden van Frankrijk uit te strekken, kennen de sombere gevangenis in de blauwe Middellandsche Zee, want talloozen kennen de legendarische geschiedenis van De man met het ijzeren masker en hebben over Chateau d’ If gelezen in De Graaf van Monte Christo, den roman van Dumas père, die zich in dit verhaal evenals in andere boeken niet bepaald een nauwgezet historicus toonde, zoo goed als zijn verdiensten als romanschrijvervroeger overdreven geroemd zijn. Boven een der celdeuren in de gevangenisvanChateau d’If leest men den naam van Edmond Dantès. Dat is de befaamde graaf van Monte Christo. Dantès kwam in de gevangenis door de intriges van een man, die hetzelfde meisje als hij beminde. In de cel naast hem zit abbé Faria gevangen, slachtoffer van den haat van den gouverneur van Marseille. De abbé heeft jaren lang gezwoegd aan een onderaardsche gang om te ontsnappen, doch zijn pogingen brengen hem niet verder dan tot de cel van Dantès. Deze hoort nu van den abbé, die zijn dood voelt naderen, over de schatten van Monte Christo. Hij kan van deze wetenschap gebruik maken, want 's nachts sterft de priester. Dantès neemt _____________ o o. - * * V de plaats in van het lijk en wordt aldus in een zak gebonden en in zee geworpen. — de gewone begrafenis van de gevangenen. Maar Dantès slaagt er in zich los te maken uit den dooden-zak en den oever te bereiken. Later vindt hij werkelijk den schat van Monte Christo, waardoor hij in staat is wraak te nemen op zijn vijanden. De romanfiguren van Dumas zijn niet identiek aan historische fi- --------------------jguren; er is geen bewijs dat er ooit een Edmond Dantès op Chateau d’If gevangen is gehouden. Wel is er een geval bekend, dat twee gevangenen met elkaar door een onderaardsche gang in een staatsgevangenis in verbinding konden komen; dit komt voor in de geschiedenis van den man met het ijzeren masker, doch het staat vast, dat het niet gebeurd is in de kerkers van Chateau d’If. Zijn geheim is nog steeds een geheim; men kan slechts gissen dat hij iets wist, wat men tot eiken prijs niet algemeen bekend wenschte te zijn, waarom men hem tot aan zijn dood in strenge afzondering hield. Natuurlijk heeft men tallooze veronderstellingen gemaakt en voortdurend in de geschiedenis gezocht naar een man, die met den gemaskerden gevangene vereenzelvigd kan worden. Een Engelschman, die de archieven van de Vaticaansche bibliotheek tot zijn beschikking had, heeft gezocht naar iemand, die kennis droeg van belangrijke staatsgeheimen uit dien tijd, en meent hem gevonden te hebben in DE MAN MET HET IJZEREN MASKER, die in de gevangenis van Chateau d'If zou geweest zijn. 12
PDF
Nummer
1929, nr. 41, 12 okt. 1929
Blad
15
Tekst
PANORAMA No. 41 12 OCTOBER DE CELLEN van Mirabeau en Louis Philippe d’Orléans in de staatsgevangenis van Chateau dlf. abbé Pregnant een Italiaansche monnik, die met een bijzondere zending aan het Engelsche hof verbleef in opdracht van Lodewijk XIV. Deze Fransche koning trachtte in dien tijd Engeland te winnen als bondgenoot in een plan, dat de verovering van ons land ten doel had. Het was echter te vreezen, dat het Engelsche parlement tegenstand zou bieden, en daar het zeer waarschijnlijk was, dat abbé Pregnani die plannen kende, daar hij het bijzonder vertrouwen van Karei II van Engeland bezat, voelde men het als noodzakelijk om te verhinderen dat de abbé de plannen zou bekend maken. Daarom trachtte men te verhinderen, dat hij naar het buitenland zou reizen en kwamen er dringende brieven bij Colbert, den Franschen gezant in Londen, om abbé Pregnani naar Parijs te doen terugkeeren. In begin Juli van 1669 zou hij eindelijk in Calais aankomen, maar vandaar uit is hij spoorloos verdwenen. In denzelfden tijd kreeg de bevelhebber van de gevangenis*vesting Pignerol op de Piëmonteesche grens, Saint Mars, van minister Louvois bericht, dat er binnenkort een nieuwe gevangene zou arriveeren. Het zou een man uit het volk zijn, de bediende Dauger, die goed behandeld moest worden, maar tegen niemand mocht spreken over zijn vroeger leven, wat hij gedaan mocht hebben of ondervonden, enz.; in dat geval zou Saint Mars hem onmiddellijk moeten dooden. De gevangene kwam in de vesting Pignerol op 21 Augustus 1669, onder geleide van Vouroy, officier des konings in Duinkerken. Hij werd, toen hij bijna vijf jaar in Pignerol had doorgebracht, als bediende toegevoegd aan Foucquet, den vroegeren minister van financiën, die in ongenade was gevallen en naar de eenzame gevangenis werd gedeporteerd. Het stond waarschijnlijk vast dat Foucquet de gevangenis niet zou verlaten, nu men hem in relatie liet komen met den onbekende en het geheim dus zou kunnen vernemen. toersmEBlR dienaar van Foucquet, uit de omgeving van Lauzun moesten ver* dwijnen, hetgeen stipt werd uitgevoerd. De onbekende gevangene bleef steeds onder bewaking van Saint Mars, volgde hem naar de vesting Exiles, toen hij daar tot commandant benoemd werd, en later naar het fort Sainte Margue* rite aan de Riviera. Ten slotte ontving Saint Mars zijn benoeming als gouverneur van de Parijsche Bastiile; ook nu volgde hem de geheimzinnige gevangene, die er in 1703 stierf. In de Bastiile is eerst sprake van een zwart masker, dat de gevangene droeg. Men heeft verband gezocht tusschen de aankomst van Dauger vanaf Duinkerken in Pignerol en het verdwijnen van den Itali* aanschen monnik bij zijn reis naar Calais, waarbij men als argu* ment aanvoert dat in dien tijd niemand zoo sterk betrokken was in belangrijke staatsgeheimen als abbé Pregnani, die dus onschuldig slachtoffer zou zijn van geheimen, die hij misschien zelf niet gezocht heeft. Inderdaad stierf hij in den kerker; toen men na zijn dood zijn cel reinigde, werd ontdekt dat er een geheime verbinding be* stond met de cel van hertog Lauzun, eveneens een vroegere gunsteling van Lodewijk XIV. In de vrees dat deze nu meer wist dan men wilde en om verdere communicatie onmogelijk te maken, werd nu bevel gegeven dat de onbekende en Larivière, de eigenlijke Met de gevangenis van Chateau dTf staat dus de gemaskerde onbekende in geenerlei verband, evenmin als daar, volgens de romantische geschiedenis van Dumas, Dantès gezucht heeft. Wel hebben verschillende bekende persoonlijkheden uit de Fransche geschiedenis er de ellende van het gevangenisleven gekend, zooals de graaf de Mirabeau, de eigenaardige figuur uit den revolutie-tijd, en Philip van Orleans, bekend als Philippe Egalité, die zich onder de omwenteling bij de revolutionnairen aansloot, doch niettemin later een der vele slachtoffers van de guillotine werd. Doch ook zonder den mysterieuzen achtergrond van Dantès of den man met het ijzeren masker, welke geschiedenis intusschen voor de exploitatie van Chateau d' If niet onvoordeelig is, is deze gevangenis voor toeristen interessant genoeg om een denkbeeld te verkrijgen van vroegere kerkers en de redenen, waarom men er menschen opsloot. EDMOND DANTÈS, en abbé Faria in de cel van Chateau dlf, waar zij nooit geweest zijn (zie artikel). 13
PDF
Blad 
 van 2380
Records 11726 tot 11730 van 11897