Panorama

Blad 
 van 2380
Records 11701 tot 11705 van 11897
Nummer
1929, nr. 40, 5 okt. 1929
Blad
12
Tekst
PANORAMA No. 40 5 OGTOBER A Het Duistere Rijk . * Vê«VaLsChingEn^N Z ooals bij zooveel belangrijke zaken, speelt de overdrijving ook bij het vraagstuk der vervalschingen een belangrijken rol. Een van de meest humoristische staaltjes hiervan werd in de „Revue des Deux Mondes’ geleverd in den volgenden vorm, door Denys Cochin. Een bezoeker van een Parijsch restaurant beklaagt zich als volgt: „Na een bordje groentesoep met aardappelmeel inplaats van sago, en koperzouten (voor de groentekleuring) genuttigd te hebben, kreeg de patiënt (want aldus is deze ongelukkige te betitelen) een stuk vleesch (gelijkende op een anatomisch preparaat) eetbaar gemaakt met een saus welke in hoofdzaak uit met lood-chromaat gekleurde margarine bestond. De nu volgende doperwten waren sterk koperhoudend, terwijl bij het voor roastbeef opgediende paardenvleesch champignons gevoegd waren, die den verbruiker tot de zeden der vuurlanders of klei-eters doen afdalen. (Soms worden de truffels door dunne lapjes fijn zwart laken vervangen!) De salade die nu volgt, werd toegedund met verdund zwafel- of zoutzuur inplaats van azijn, terwijl het dessert uit chocoladebonbons en suikerwerk bestaat, — een en ander vervalscht met meel, zaagsel, arsenicumhoudende kleurstoffen enz. Nadat het ongelukkige slachtoffer der vervalsching dezen maaltijd verorberd heeft, wil hij zich restaureeren door een kop sterke koffie en ontvangt een ijzerhoudend cichorei- of moutaftreksel met als likeur een sterk foezelhoudend vocht. Het is duidelijk dat de martelaar na eenige uren onduldbare ingewandspijnen krijgt, en dus medische hulp inroept. Helaas! welk een hopelooze taak voor den medicus die bij het voorschrijven van laxeerende minerale wateren, slechts met looddeelen bezwangerde waar kan krijgen, terwijl de ter herstel benoodigde peptonpreparaten uit gelatine, glucose, glycerine en salicylzuur bestaan, en den lijder, nog geholpen door met arsenicum en kwik-vermengde bismuthpreparaten, naar een vroegtijdig, doch welkom graf doen verhuizen !” Deze ten deele op „Wahrheit und Dichtung” berustende satyre bewijst wel hoe sceptisch men vroeger tegenover levensmiddelen stond, toen de knoeiers vrij spel hadden en goed ingerichte keuringsdiensten nog ver te zoeken waren. Een niet onaardige tirade dateert ook uit dien tijd en is misschien in onze dagen ook actueel. Een kat en een konijn loopen door een der achterbuurten van Parijs en zien voor een restaurant een uithangbord staan: „Au Lapin!” en dit ziende, loopt het konijn hard weg... maar de kat liep nog veel harder! Wat de „ouderwetsche” knoeierijen betreft, moge het verhaal dienen van den melkboer uit de 16e eeuw die een „mingelen melck” willende verkoopen, en in het vat niets dan water vindende, uitriep: „O door Dr. P. F. VAN HAMEL ROOS je! wa’s dat!... nou vergat ik glad er melck bij te gieten!” Ook onze Bredero heeft zich ten opzichte der knoeierijen niet onbetuigd gelaten. Zoo schreef hij in zijn Klucht van de Koe: „Want wie kan hem voor sulcke schelmen wachten? En sijn se dan ook veur geen Dhieven te achten Die een’ge drooghe Waren of lichte safferaen In een bedompte kelder laten staen Omdattet gewicht zou vermeeren in ’t verkoopen!” Deze laatste truc wordt in onze dagen nog wel eens uitgehaald door tabak en andere vochtaantrekkende waren in „bedompte” óf vochtige kelders onderdak te geven. Wat de tallooze „trucs” betreft door de knoeiers uitgedacht, — deze zijn o.a. voor de melk legio te noemen. Ik heb vroeger eens beweerd dat het wasschen in Holland door de melkboeren meer op de melk, dan op hun lichamen toegepast werd, en een niet onaardige illustratie hiervan is het feit, dat een melkknoeier voor de Rechtbank hier als verontschuldiging gaf „dat hij de typhus-bacillenhoudende melk extra met water verdund had, om zijn klanten „minder vergiftige” waar te leveren”! Een melkslijter-veehouder te Parijs had voor zijn deur het volgende brutale uithangbord : „Melk 20 centimes per liter, melk in tegenwoordigheid van den kooper gemolken, 30 centimes p. L en melk door den kooper zelven gemolken 50 centimes p. I. ! Een Belgische melkknoeier had een ingenieuze inrichting aan zijn lichaam bebevestigd, waardoor hij ongemerkt bij het melken telkens een straaltje water bij de melk kon laten loopen. Een scherp toeziende controleur maakte spoedig aan dit misdadige spelletje een einde. Een humoristisch aangelegde knoeier uitte bij vervolging de klacht, dat de koeien de schuld droegen „daar deze arme dieren bij de zomerhitte een zoo ondraaglijken dorst hadden, dat hij onwillekeurig slappe melk leverde”! Onnoodig te zeggen dat strenge straffen op al deze knoeierijen volgden, — het betreft immers een ideaal voedsel, hetwelk bij vervalschingen, ziekte en dood kan verspreiden; het behoort buitendien als schandelijke diefstal gebrandmerkt te worden, te erger daar leeken het bedrog natuurlijk niet gemakkelijk kunnen constateeren. Op het gebied van surrogaten voor allerlei voedingsmiddelen, zou een lange kroniek samengesteld kunnen worden, natuurlijk voornamelijk in zake de tallooze Ersatz’-preparaten tijdens den oorlog. Waar speciaal melk- of meelpreparaten aanbevolen worden om de kostelijke moedermelk te vervangen, heb ik vroeger reeds de aandacht op deze belangrijke zaak gevestigd in den vorm van deze regelen: SURROGATEN VOOR MOEDERMELK. „Kindjelief, — zoekt gij naar „eten”? Moederlief — ge zult ’t wel weten — Heeft genoeg voor u... maar ziet: Onze Mode wil dat niet! Want Papa’s crediet verbiedt, Dat men ’s avonds hem niet ziet, Met zijn ega aan zijn zij In de stalles♦.. éérste rij! Moedermelk?... Wat zou 't baten? Onzin!... Men heeft surrogaten! ... ’t Kindje krijgt de spijslijst nu Maar zegt niets dan... „bu... abu”! Melk uit bussen, zacht en zoet! Ja! die geeft eerst kracht en bloed.” „Maar het wurmpje zucht: „boe! boe!” En... de bus blijft daarop toe, Maïsmeel dan... dat is eten! Maizena liefst geheeten. Dat klinkt beter — fijn zoo *t hoort Bij een kind van deze soort; Doch het schaapje wil niet groeien... Ik geloof dat ze weer knoeien Met dat duivelsch maïsgoed! Zegt Papa, en grijpt zijn hoed, Om zijn vrienden te gaan spreken, Hóe zijn kindje op te kweeken.” „ErvalentaT zegt een wijze Wat! roept nu een wijz’re grijze, Revalenta heet dat goed! Toen ik nog een zuig’ling was, Kwam ’t mij reeds goed van pas.” (Deze slimme man vergat Dat reeds Ezau linzen at, En dat ’t wondermeel „du Barry”, Linzenmeel is, plus wat herrie. Op het etiket geplakt.) „Vader koopt een aantal bussen, En wil ’t huilend kindje sussen Met een portie Revalenta... Maar de baby zegt steeds bah! Langzaam kwijnt het arme wichtje, Bleeker wordt het klein gezichtje, Moeder is ten einde raad, Nergens, nergens schijnt meer baat! Eindelijk... moet de dokter komen. Nauw heeft hij ’t geval vernomen, Of hij schrijft een kort recept: Voor het bloempje, schier verlept; ’t Kind moet „op zijn „Hollandsch” leven! Geef het kleintje toch zijn zin: Wil ’t uw eigen boezem geven, Doe gelijk uw Koningin!” Voorzeker de beste raad dien een dokter geven kan... mits de moeder natuurlijk gezond is en haar levenswijs en voeding overeenkomstig de eischen der hygiëne zijn. 10
PDF
Nummer
1929, nr. 40, 5 okt. 1929
Blad
13
Tekst
PANORAMA No. 40 5 OCTOBER HET RAKET TEN VLIEGT UIG. Frifz von Opel heeft op het vliegveld Rebstock bij Frankfort een geslaagde proefvlucht gehouden met het eerste rakettenvliegtuig» Voor de toeschouwers was dit vlieg-evenement geen bijzondere sensatie, daar het toestel in de lucht vrijwel onzichtbaar was in dichte rookwolken» HET EINDE der Engelsche bezetting in het Rijngebied» De commandant der troepen in bad Schwalbach geeft, nu alle soldaten vertrokken zijn, den sleutel als symbool der vrijmaking aan een vertegenwoordiger van ’t Schwab bachsche stadsbestuur. 11
PDF
Nummer
1929, nr. 40, 5 okt. 1929
Blad
14
Tekst
PANORAMA No. 4 0 5 O C T O B E R 700 GRADEN D it is louter een denkbeeldig begin van een dagboek van een geleerde, die proeven neemt van wat er zou gebeuren, wanneer de sterren eens dwaas gingen doen en onze „Oude Zon” van plaats zou verwisselen met de naastbijgelegen ster in de wereldruimte: de vaste ster Sirius van het Groote Hondsgesternte. Gedurende dezen zomer werden zeer belangrijke proeven genomen teneinde zooveel mogelijk nuttige gegevens te verkrijgen. De diepere studie van deze geheimen, die nu mogelijk Zon”, ofschoon zij in de vacantie een warmte kan produceeren van 100 graden in de schaduw, een van de koudste der vaste sterren, want zoo zal onze zon in detoekomst officieel gekenmerkt worden. De ster, die haar opvolgt in warmtegraad is de „hondsche” Sirius, maar ofschoon deze geregistreerd is als tweemaal zoo heet, beteekent dit verhoudingsgewijze heel wat meer dan het dubbele. Bij voorbeeld, door de hoogere absolute temperatuur en door den grooten omvang van Sirius, zou de hittegolf van 100°, onder welke wij in Augustus versmacht zijn aan het strand der zee en tegen welke wij mopperden in de stad, in eens 700° in de schaduw worden, wanneer Sirius plotseling de plaats in zou nemen van onze zorgzame zon. Daarmee begint het denkbeeldig dagboek. Laten wij eens veronderstellen, dat deze wisseling plaats greep op Paasch-Zondag om middernacht, officieelen Amsterdamschen tijd. Dan zou er den volgenden morgen vroeg een geweldig gesis worden gehoord, het laatste geluid, dat ooit op aarde zou klinken. Dat zou de Atlantische Oceaan zijn, die zich oploste in een wolk van stoom. Wanneer dan Sirius aan den horizon zou oprijzen, inplaats van de zon, zouden de volken der aarde verzengd worden, eerst als gekookte kreeften en dan tot asch vervallen. En Sirius is alleen maar tweemaal zoo warm als de zon. Er zijn andere vaste sterren, die veel warmer zijn. De juiste hitte-graad van twee onder haar, Vega en Rigel, is door het gemaakt is door een wonderbaarlijke nieuwe ontdekking, zal onze geleerden in staat stellen meer te weten te komen omtrent de inwerking van de zon op onze aardsche temperatuur, en derhalve beter het weder te kunnen voorspellen om de menschen te waarschuwen, welke voorzorgsmaatregelen zij moeten nemen. Wanneer men meer begrip heeft van de werking der zonnestralen, zal men er ook meer nut uit kunnen trekken. De laatste proefnemingen in deze richting zijn gedaan door Dr. C. G. Abbott, Directeur van het Astro-Physische laboratorium van het beroemde Smitsoniaansche Instituut, die boven alle verwachting geslaagd is in zijn pogingen om den actueelen en den relatieven hittegraad van de vaste sterren te registreeren. Sedert meer dan een halve eeuw hebben de menschen getracht 'te ontdekken hoe warm de sterren zijn in vergelijking met de warmte-waarden, die wij * kennen. Engelsche sterrekundigen hebben reeds in de jaren 1869 en 1870 zeer verfijnde instrumenten vervaardigd, teneinde dezeinlichtingenteverkrijgen, maar de resultaten waren poover. Maar nu is het een feit waaraan niet te twijfelen valt, dat er een instrument is uitgevonden, dat kan meten en gemeten heeft, hoe warm de warmste en verst verwijderde sterren zijn. Reeds hebben de resultaten, verkregen na maandenlange, geduldige pogingen in stikdonkere kamers, aan het licht gebracht, dat onze zon, in stede van het ondeugende, boosaardige schepsel te wezen, zooals wij haar iederen vochtigen en kouden dag hooren noemen, in werkelijkheid de goedheid zelve is, vergeleken met de andere vaste sterren of de andere zonnen aan het uitspansel in stille en heldere nachten. Tegenwoordig is onze „oude Dan zou er den volgenden morgen een geweldig gesis worden gehoord. 12
PDF
Nummer
1929, nr. 40, 5 okt. 1929
Blad
15
Tekst
PANORAMA No. 4 0 5 O C T O B E R Prof. E. F. NICHOLS trachten ons in te denken, in welken toestand de aarde zou geraken, wanneer een zon zooals Rigel plotseling in de plaats van onze zon kwam. Rigel straalt op het oogenblik dertig maal zooveel warmte uit als de zon. want zij is bijna driemaal zoo warm, en zij heeft een diameter, die twintig maal zoo lang is, als die van de zon, Doch niet alleen de andere zonnen, ook onze eigen vaste ster is voor de eerste maal nauwkeurig gemeten door Dr. Abbott en zijn geduldige medewerkers Menig nieuw feit, dat de meest nauwkeurige waarnemingen, inbegrepen die van de zonsverduisteringen, niet aan het licht gebracht hadden, is nu ontdekt, dank zij het nieuwe instrument om de sterre-hitte te meten. Wat kan Dr. Abbott ons nu vertellen over de Zon — onze Zon. Zij is, zegt hij, niets anders dan een doorsnee vaste ster van een zeer matige warmte. Haar licht is tienduizend maal zwakker dan dat van de grootste vaste ster, die wij tot dusverre gemeten hebben en haar spectrum houdt het midden tusschen dat van de blauwe en dat van de roode sterren. Haar massa is dezelfde als van alle andere sterren. Het eenige bijzondere aan de zon is, dat zij een planeten-familie om zich heen heeft, en dat één daarvan bewoond is door levende wezens. Het is een interessant vraagstuk, of leven alleen mogelijk is met een zon, die zulk een hitte uitstraalt als de onze. De Zon is een geweldig groote bol, welke alle chemische elementen, die op aarde bekend zijn, inhoudt. Zij is zoo heet, dat al deze elementen zich in gasvormigen toestand bevinden. Ieder van hare deelen is veel heeter dan de witgloeiende, volmaakt vloeibare stroom metaal, die wij als water zien vloeien in een staalgieterij. Op de zon vindt men geen enkele vaste staanplaats, noch een vloeibare massa om op te drijven. Een vliegtuig zou zich in haar atmosfeer niet kunnen bewegen. Het zou zich terstond, evenals alle andere dingen, in gasvorm oplossen. nieuwe instrument tot op een onderdeel van een graad vastgesteld. Wanneer Rigel, van het Orion-gesternte — al ziet hij er ook nog zoo aardig uit — eens dezelfde plotselinge verwisseling met onze zon wilde bewerkstelligen, dan zou deze Aarde spoedig zelve een zon worden. De oppervlakte der aarde zou volmaakt witgloeiend worden met groote gasuitstroomingen van dezelfde soort als die uitstralingen, waarvan de kenners der eclipsen zoo’n ophef maken. Dit alles, en nog veel meer omtrent de hitte en de kracht van de zon, meer dan de waarnemingen der zonsverduisteringen ooit aan den dag hebben gebracht, wordt nu voortdurend ontdekt door het gebruik van het nieuwe instrument. De uitvinder is Prof. E. F. Nichols van het Nela Research Laboratorium te Cleveland. Eenigen tijd geleden verbeterde hij zijn hypergevoeligen radiometer, maar de telescoop, die tot zijn beschikking stond, was niet sterk genoeg, om er het volle succes van te genieten. Ondertusschen was was Dr. Abbott, de geleerde van het Smitsoniaansche Instituut, jarenlang bezig geweest de hitte van de sterren te meten met zijn bolometer op het Mount Wilson Observatorium, maar dit instrument was zoo teergevoelig, dat het gestoord werd door de trillingen van het verkeer op een weg op kilometers afstand, en op de kritieke oogenblikken ongedurig en onbetrouwbaar was. Het was eerst toen deze twee bij elkaar kwamen, en Prof. Nichols' verbeterde radiometer aangepast werd aan Dr. Abbotfs telescoop — het krachtigste „speurglas” ter wereld — dat het succes bereikt werd. Het is een langdurige procedure om deze gegevens te verkrijgen omtrent de absolute temperatuur van de andere zonnen uit het Heelal, maar vele cijfers zijn reeds geregistreerd, geverifieerd, en nog eens weer gecontroleerd, voordat zij gepubliceerd werden. Wij kunnen hier eenige van die temperaturen geven. Onze eigen zon staat opgeteekend als 6000° warm, Vega 14000° en Sirius 11000°. Hier moet nu een kleine uitlegging volgen, want daar schuilt nog een adertje onder het gras, ten opzichte van de uitdrukking „absolute temperatuur" bij sterrenwarmte. Wanneer een sterrekundige over absolute temperatuur spreekt, dan meent hij wat hij zegt. Met andere woorden, hij begint zijn opteekeningen bij het absolute en positieve nul-punt, hetwelk is vastgesteld op de kleinigheid van 273 centi-graden onder het vriespunt. Dit is het punt, waarop de moleculen ophouden zich te bewegen en er geen warmte meer bestaat. Daarom moeten wij van dit punt uitgaan, als wij Dr, C. G. ABOTT van het Astrophysische Laboratorium van het Smitsoniaansche Instituut. 13
PDF
Nummer
1929, nr. 40, 5 okt. 1929
Blad
16
Tekst
PANORAMA No. 4Ü 5 O C T O B E R BARON TANAKA, oud-ministerpresident van Japan, is plotseling overleden. De staatsman was de zoon van een worstelaar, die, via 'n mooie carrière in het leger, de hoogste post in zijn land bereikte. V DE DANSENDE DOOD. Riki Raab, eerste danseres van de Weensche Opera, heeft in Weenen veel succes met haar optreden als de dood. Bij een tournee door Europa zal zij ook deze doodendans uitvoeren. 14
PDF
Blad 
 van 2380
Records 11701 tot 11705 van 11897