|
P A N O R A M A No. 4 0 5 O C T O B E R
D
e Alcazar Opera Company van NewOrleans maakte een tournee door
Mexico, Centraal Amerika en de Noordkust van Zuid-Amerika. Het waagstuk bleek
een buitengewoon succes, en de Company
oogstte bij de muzikale Spaansch-Amerikanen dollars en „viva’s". De directeur
was in zeldzaam goed humeur en bijna was
hij er toe gekomen de gages der artisten
vrijwillig te verhoogen. Slechts door enorme
zelfbeheersching gelukte het hem deze
fatale impuls te onderdrukken. Maar het
kan den lezer toch in elk geval een denkbeeld geven van het behaalde succes. * Zijn hoogtepunt bereikte dit in Macuto.
Macuta ligt aan de kust van Venezuela en
is de mondaine badplaats van dit land.
Er zijn feesten, stierengevechten en schandalen. De komst van de Alcazar Opera
Company beteekende het hoogtepunt van
het seizoen en den eersten avond speelde
het gezelschap voor een uitverkocht huis.
Het toeval wilde dat juist de dictator van
Venezuela, Guzman Blanco, met zijn hof
in Macuto verbleef; hij luisterde de openingsvoorstelling met zijn tegenwoordigheid op. Ook de volgende avonden vochten de muziekliefhebbers om een plaats.
De op elkaar gedrongen bezoekers vormden een zeldzame kleuren-symphonie. De
olijfkleur der zuivere Spanjaarden wisselde
af met het geel-en-bruin der Mestiezen,
sloot aan bij het zwart van Caribische en
Jamaica-negers, en vervloeide met de lichtbruine tint der Indianen, die in een hoek
der zaal weggedrongen stonden. De Indianen
werden slechts amper geduld, want zij behoorden niet tot de pleiziermakers der badplaats, maar waren van de bergstreken
van Zamora, Los Andes en Miranda naar
Macuto gekomen om daar hun stofgoud te
verhandelen.
De betoovering, tijdens de voorstellingen
over deze heterogene massa geworpen, was
merkwaardig. Zij zat in extase, tot de begeestering zich op een origineele wijze
uitte gedurende de voorstelling van Faust.
Tijdens den zang van Gretchen — volgens
de aanplakbiljetten Mlle. Nina Girand —
geraakte Guzman Blanco zoo in begeestering, dat hij zijn beurs met goudstukken op
het tooneel wierp. Andere voorname bezoekers volgden zijn voorbeeld en senora's
voelden zich daarop gedrongen een juweel,
een ring aan de voeten van Gretchen te
werpen. Toen vlogen, van achter uit de
zaal, kleine bruine zakjes door de ruimte
die met een doffe bons op de tooneelplanken vielen. Ongetwijfeld was het enkel
genoegen over dit eerbewijs aan haar kunst,
waardoor Mlle Girand's oogen zoo helder
schitterden, toen zij later in haar kleedkamer deze zakjes opende en constateerde
dat zij zuiver stofgoud bevatten.
Maar het is niet mijn bedoeling het succes van de Alcazar Opera Company te
schilderen; mijn verhaal krijgt er slechts
kleur door. Er had een tragische gebeurtenis in Macuto plaats, een onoplosbaar
mysterie, waardoor voor een tijd de badplaatsgenoegens bedorven werden.
Op een avond, kort vóór de voorsteldoor O'HENRY.
&
ling van Carmen, bleek Mlle. Nina Girand
verdwenen. De opwinding was geweldig,
in alle richtingen werd gezocht; vergeefs.
Mademoiselle was verdwenen. En de voorstelling wachtte ! De dictator, niet gewend
aan de grillen van een prima-donna, zond
een adjudant naar den directeur met de
mededeeling dat, indien het doek niet onmiddellijk gehaald werd, hij het heele gezelschap in de Calabosa zóu laten opsluiten,
ofschoon het zijn hart pijn zou doen, tot
een dergelijken maatregel te moeten overgaan. Een lid van het koor, dat jarenlang
gehoopt had op een dergelijk gezegend
oogenblik, werd vliegensvlug tot Carmen
gepromoveerd en de voorstelling ging door.
Toen ook later de Ster niet verscheen,
zette de president politie en leger aan 't
zoeken. Maar geen spoor werd gevonden.
Na twee weken vertrok de Alcazar Opera
Company om de engagementen in de andere
kuststeden na te komen en daarna naar
New-Orleans terug te keeren. De persoonlijke bezittingen der vermiste dame werden
in het hotel gedeponeerd, om daar te
wachten op een eventueel wederverschijnen
van Mlle. Nina Girand.
Aan den buitenkant van Macuto stonden
de twee rijpaarden en de vier bepakte muilezels van Don Senor John Armstrong gereed tot vertrek. De paarden bevatten
aardewerk en allerlei snuisterijen; de eigenaar trok hiermede het binnenland in om
deze nuttige artikelen bij de Indianen in te
wisselen tegen stofgoud, dat uit de rivieren gewonnen werd. Het bedrijf was ontegenzeglijk zeer voordeelig en Senor
John Armstrong zou spoedig de koffieplantage kunnen koopen, die voor hem
het ideaal van zijn leven beteekende. Luis,
de gids en drijver, stond bij de dieren en
zijn patroon nam, terzijde van den weg,
afscheid van twee vrienden. Peralto, de
Spaansche koopman, die hem beslist te
veel had gerekend voor een partijtje kapmessen, drukte hem de hand, wenschte hem
succes en adviseerde hem voorzichtigheid.
„Vergeet vooral daarom je dagelijksche
portie quinine niet/* gromde Rucker, ~~
Duitscher, die consul voor de Vereenigde
Staten was, door zijn pijp. „Twee grein
iederen avond, en anders zien we je niet
terug aan onze whisttafel. Auf wiedersehen."
Armstrong sprong te paard en wuifde
voor het laatst ten afscheid; de bellen van
Luis' paard gaven het sein van vertrek
en de karavaan zette zich in beweging.
Eerst door Macuto, langs het standbeeld
van Guzman Blanco, door dezen heer voor
zich zelf opgericht; buiten de stad door
de bananenplantages, die zich tot het gebergte uitstrekten, waar de beschaving,
voorzoover die aan de kust bestond, ophield.
Weken achtereen zwierf Armstrong, geleid door Luis, door de bergen en bezocht
de verspreid liggende Indianendorpen. Toen
de muilezels nog slechts weinig handelsartikelen torsten, en in plaats daarvan een
lading stofgoud, waarvan Armstrong de
waarde op 5000 dollar schatte, besloot hij
de kustbeschaving weer op te zoeken.
Luis raadde hem toen: „Senor, een halve
dagreis oostelijker ligt het dorpje Tacugama, waar we nog nooit geweest zijn,
De geruchten willen, dat daar veel stofgoud gewonnen wordt. Het zou de reis
waard zijn."
Armstrong stemde toe en de karavaan
trok in de richting van Tacugama.
De tocht bleek zwaarder dan vermoed
was; het oerwoud was buitengewoon dicht,
verschillende bergstroomen moesten doorwaad worden, en het was bijna avond eer
men op een open plek Tacugama ontwaarde. Het bestond uit een ordelooze
verzameling kleine en groote hutten, gebouwd van leem. Toen hij de eerste hutten
naderde, beleefde Armstrong een verrassing. Niemand der bewoners liet zich zien,
maar uit een der leempaleizen klonk de
heerlijkste vrouwenzang dien hij ooit gehoord had, De muziek herkende hij vaag,
maar de woorden zeer beslist: Engelsch.
Hij voerde de karavaan een eindje terug,
sprong van zijn paard en sloop voorzichtig
naar een smalle opening, een soort venster,
in een der wanden van de bewuste hut,
en gluurde naar binnen. Geen drie voet
van hem verwijderd zag hij een vrouw van
imposante schoonheid. Vóór haar was een
kleine open ruimte en overigens was de
geheele ruimte gevuld met donkere gestalten
van Indianen.
De vrouw eindigde haar zang en ging
zitten bij de raamopening, waardoorfrissche
lucht naar binnen stroomde.
Toen zij opgehouden had te zingen,
stonden verschillenden van het auditorium
op en wierpen kleine gevulde zakjes aan
haar voeten. Tegelijkertijd klonk een schor
gemompel — ongetwijfeld een soort barbaarsch applaus — door de grimmige schare.
Armstrong had wel geleerd van gunstige
omstandigheden partij te trekken. Hij benutte het eigenaardige applaus om zacht
maar duidelijk te zeggen: „Blijf in dezelfde
houding, maar luister. Ik ben een Amerikaan. Als u hulp noodig heeft, zeg me vlug
hoe ik die kan verschaffen. Zoo kort
mogelijk."
De vrouw was zijn durf waard. Een licht
verbleeken was het eenige teeken dat zij
hem verstond. Toen sprak zij, bijna zonder
de lippen te bewegen :
,,'k Word gevangen gehouden door de
Indianen. Help me! Let op. waar zij mij
heenbrengen. Denk om den bewaker die
voor mijn hut staat. Help me!"
Armstrong hielp. Hij en Luis overvielen
’s nachts de wacht en bevrijdden Mlle.
Girand. Met zich bracht zij verscheidene
ponden stofgoud; de opbrengst van haar
gedwongen engagement van zes maanden
in Tacugama.
De Carabobo-Indianen zijn de hartstochtelijkste muziekliefhebbers tusschen den
equator en de French Opera House in
New-Orleans. Ook zijn zij overtuigde en
practische aanhangers der leer van Emerson,
6
|