Panorama

Blad 
 van 2380
Records 11686 tot 11690 van 11897
Nummer
1929, nr. 39, 28 sept. 1929
Blad
23
Tekst
PANORAMA No. 39 28 SEPTEMBER G eheel buiten het gewone!** Gifford dacht er over na, wat zij wel zouden gezegd hebben als zij de eigenlijke waarheid hadden gehoord......... dat hij zijn nieuw en mooi huis voor den eersten keer zag, dat geen steen en geen stuk hout hem in het minst bekend voorkwam, dat hij zijn kinderen, die misschien in den tuin aan het spelen waren onder de hoede van een dienstbode, niet kende, niet eens hun namen wist. Dokter Mc Intyre. die toch elk detail had uitgedacht, had dit vergeten. En wat het wonderlijkste was, hij kende niet eens zijn vrouw, die hij had voorgegeven zoo verlangend te zijn om hem te begroeten, toen hij zich verontschuldigde tegenover die sympathieke reporters. Wat zouden zij wel daarvan gedacht hebben? Nu, terwijl hij langzaam voortging naar het mooie huis, begon zijn moed hem opnieuw te begeven. Ook deed zich de vermoeidheid gevoelen, ondanks zijn krachtig gestel. Hij wilde zich Drusil voor oogen stellen. . . een vreemde naam, volgens den vluchtigen blik, dien hij op haar had kunnen werpen. Hij herinnerde zich haar bekoorlijk profiel; het rechte voorhoofd en de vastberaden kin, den smallen neus, die iets had van de klassieke Grieksche lijn, den fijn besneden mond met goed ontwikkelde volle lippen. . . er was een bekoorlijke beweeglijkheid in haar geweest, terwijl zij sprak. Hij zag weer de bevallige houding van het hoofd, den mooien hals. Haar slank lichaam was in goede proportie met zulk een hoofd en buste ... lenig, buigzaam als het lichaam van een marter en even rond en sierlijk, met ongetwijfeld groote kracht, een bekoorlijke combinatie van schoonheid en bevalligheid. Zij scheen een beetje boven de gewone maat te zijn, maar toch goed geproportionneerd: het physiek van een teedere en zachte moeder, nog versierd door haar jeugd. Zijn herinnering van heur haar was onvolkomen, omdat hij haar tegen het licht had gezien, maar het leek glanzend en overvloedig, niet donker en ook niet blond, en de kleine krulletjes hadden een soort van stralenkrans om haar hoofd gevormd. Maar afgezien van zooveel schoonheid, eer geraden dan duidelijk gezien, wat was het dat hem, den onmeedoogenden zoeker van genot, die hij geweest was, zoo had bewogen, dat bij zijn ontwaken uit zijn bewusteloosheid hij nog steeds meende die zoeker te zijn? Voorheen hadden mooie vrouwen, goede vrouwen, slechte vrouwen en zij, die tegelijk goed en slecht waren, alleen maar in zijn leven de rol gespeeld van plezier en genot; het waren vroolijke dagen geweest, die hij met ze had doorgebracht en daarvoor voelde hij een soort van heidensche onverschilligheid. Nooit had hij een liefde ernstig opgenomen. Zulke ontmoetingen hadden iets van den zorgeloozen omgang van nymf en faun en als zij dreigden dieper te worden, had hij zijn vrijheid hernomen en was weggegaan. Maar onmiddellijk bij het gezicht van Drusil had hij verlangd naar ketenen, niet haar maar voor hem zelf, ketenen of bomden, die om zijn hart en het hare zouden gewonden worden om onverbrekelijk te zijn. Was het mogelijk, dat de veronderstelling van dokter Mc Intyre waar was, dat een of andere diepe bron van herinnering er naar streefde tot uitdrukking te komen? Als dat zoo was, dan was het een andere, dan alleen zinnelijke liefde. Gifford had er hoegenaamd geen besef van, dat hij die vrouw vroeger gekend of zelfs gezien had. Zij kon, meende hij, slechts de incarnatie zijn van zijn droomen en idealen, van het beste, wat in zijn ziel leefde. Toen hij den hoofdingang naderde, terwijl zijn hart weer fel klopte, werd de groote deur open geworpen en een huisknecht kwam naar buiten met een haast, die hij trachtte te matigen. Gifford herkende onmiddellijk den huisknecht van zijn vader, John Kenny. Er was een kleine verandering in hem gekomen, zijn haar was wit geworden en hij was dikker. Maar dat misstond hem niet. om den van de ontmoet dat niet Kenny kwam stralend van blijdschap hem tegemoet en riep uit: „Mijnheer Gifford! En u wandelt daar naar huis, alsof u van een uitstapje terug kwam!” „Och ja, Kenny, dat is veiliger dan de manier, waarop ik het laatst trachtte te komen/* Gifford schudde den huisknecht de hand, en de man scheen zich te moeten weerhouden om hem hals te vallen. „Waar is mevrouw?” „Mevrouw reed met de kinderen naar den steiger boot in Eastport. Het verwondert mij, dat u ze niet hebt. En hoe maakt u het, mijnheer? Eigenlijk behoef ik te vragen.’' „Het schijnt, dat ik er leelijk aan toe was, Kenny. Maar na de eerste uren van verbijstering kwam ik tot mezelf. Wel zijn er eenige dingen, die ik mij niet kan herinneren, maar dokter Mc Intyre verzekert mij, dat dat wel voorbij zal gaan. De dokter heeft mij tot aan de poort gebracht ; hij meende, dat het beter was alleen naar huis te gaan om aan te toonen, dat ik heelemaal in orde ben/* „Het lijkt een wonder, mijnheer. Maar ja, u is er een, die niet gauw u ten onder laat brengen. Maar toch u moet gaan liggen en rusten, na zoo den heelen dag op reis te zijn geweest. Dokter Mc Intyre telefoneerde, dat u met de boot van Digby zou komen en toen is mevrouw aan het rekenen gegaan, hoe lang de afstand was en hoe zij u het best kon tegemoet gaan.” Zij gingen het huis in . . . het zag er prachtig uit. Kenny geleidde hem de breede trap op naar een ruime suite van kamers. Gifford ontdekte met weer een van die opstijgingen van het bloed, die andere menschen fataal zouden zijn geworden, dat dit zijn kamers en die van Drusil waren. Toen zijn oogen rondwaarden, beving hem weer die vreeselijke sensatie van schandelijk bedrog. Hij nam een bad en dan, in plaats van toe te geven aan het aandringen van Kenny om te gaan liggen, kleedde hij zich met de kleeren, die de knecht voor hem gereed had gelegd. Drusil zou wel in Eastport vernemen dat Gifford op een speciale boot over de baai was gegaan, dacht hij en zij zou, zoo spoedig zij kon, terug komen. Hij dacht er over na, of het huren van die boot niet een tactiek van dokter Mc Intyre was geweest om hem een beetje meer tijd te geven om zich te oriënteeren. Kenny bracht hem thee en sandwiches, die, vreemd genoeg, hem buitengewoon goed smaakten; toen Gifford beloofde wat te rusten, ging hij de kamer uit. Het raam stond open, het weer was warm en een fijne bloemengeur steeg uit den tuin op. Het zomerseizoen is laat in Maine, zoodat de lucht meer op die voor zes KORTE INHOUD VAN HET VOORGAANDE. De held van het verhaal, Gifford Derring, ontwaakt uit een bezwijming in een kamer, die hij herkent als die van een ziekenhuis. Er komt een zeer aantrekkelijke vrouw bij hem, en die ondervraagt de verpleegster naar zijn toestand. Gifford herinnert zich niet, haar ooit gezien te hebben. Na zijn vertrek uit het ziekenhuis vindt hij in zijn zak het horloge van zijn vader, het portret van de mooie vrouw die hij in het ziekenhuis zag en meer stukken, waarvan hij niets begrijpt. Van dr. Mc Intyre verneemt hij, dat zijn vader dood is, en dat hijzelf een vrouw (de bezoekster uit het ziekenhuis) en twee kinderen heeft. Dit alles weet hij niet meer, wijl door een vliegongeluk zijn geheugen voor een deel verloren is gegaan. Hij overlegt met den dokter, hoe hij zich tegenover zijn vrouw gedragen moet, om haar geen pijn te doen door klaarblijkelijke onbekendheid met haar liefste herinneringen. Dan komt hij thuis. van de lente leek. Gifford dacht er over na, dat jaar geleden op dezen dag hij juist een week met Drusil getrouwd was geweest. Hij sprong op en begon rusteloos door de kamer te loopen om de verschillende meubelen en andere voorwerpen te bekijken en zoo een idee te krijgen van den persoon, die hij was geweest vóór dat ongeluk met de vliegmachine hem zeven jaar achteruit bracht. Er was een tamelijk ruime kamer, aan de andere zijde van de badkamer, die blijkbaar Drusil diende als boudoir; er stond geen bed. Een ander vertrek was klaarblijkelijk een soort van toiletkamer voor zijn eigen persoon; er waren diepe kasten, waarin kleeren hingen voor elke gelegenheid, meer dan een man recht heeft te bezitten. Het behangsel van die kamer was nauwelijks zichtbaar, zooveel foto’s, voornamelijk souvenirs van sportgebeurtenissen, waren opgehangen. Een reusachtige toilettafel met spiegels aan weerszijden, die het beeld naar alle kanten weerkaatsten, was bedekt met allerlei benoodigdheden, dieGifford met walging 21
PDF
Nummer
1929, nr. 39, 28 sept. 1929
Blad
24
Tekst
PANORAMA No. 3 9 28 SEPTEMBER Uit het land der onbegrensde mogelijkheden. Het gigantische gebouw van de Chicago Daily News te Chicago. vervulden. Hoe was het mogelijk, dat hij al dien rommel voor zijn persoon had noodig gehad! De afschuwelijke overtuiging greep hem opeens aan, dat hij in die zes vervlogen jaren een fat was geworden. Zelfs in zijn vorig leven was hij toch nooit zoo geweest. Was hij dan weelderig, verwijfd geworden? De sportbenoodigheden en zijn stevige spieren verzekerden hem, dat hij in goede conditie was gebleven, maar een man kan krachtig van lichaam zijn en toch zwak van hoofd. Het trof hem, terwijl hij die foto's bekeek, dat er veel bij waren, waar hij met dames werd voorgesteld. Hier zag hij een kiek, waarop hij een lachend jong meisje leerde sturen, daar een ander met een groep jongelieden, die bij een kampeertent stonden, hij in het midden met hetzelfde meisje. Er waren kiekjes van de zee, waarin hij met eenige dames en heeren aan het zwemmen was, andere waar hij te paard zat, of op een arreslee, allerlei kiekjes, die Gifford tot zijn onuitsprekelijke ergenis voorstelden als een fat en vrouwengek. Op sommige zag hij op den achtergrond half ververscholen achter de anderen een zeer mooie vrouw, die wel iets van Drusil had, maar hij was er niet zeker van. Waarom, in hemelsnaam, hield een man, die een vrouw bezat als Drusil, zich bezig met die brutale meisjes? En wat zou Drusil daarvan gedacht hebben. De overtuiging kwam op hem neer als een donderslag, dat de Gifford van deze moderne dagen heelemaal niet het voorbeeldig leven leidde, waarin dokter Mc Intyre hem had doen gelooven. Maar misschien wist de geleerde geneesheer niets van die bespottetelijke verslapping. Geheelonthouder kon hij geworden zijn en gebleven, vluchtend ordinaire genietingen en slecht gezelschap, vijf dagen in de week werkend als een bekwaam zakenman. Maar in zijn vrijen tijd moest hij zich vermaakt hebben op de manier, waarvan de kiekjes hem getuigenis gaven. Gifford kende dat type van rijke sportmannen, altijd bezig zich te trainen, altijd elegant gekleed, flink aan tafel, geen rooker, geen drinker, altijd gezond en slank. Dus dat was het individu, dat hij geworden was sedert den dood van zijn vader en zijn bezitname van diens erfenis! De kleerenkasten vertelden de geschiedenis. De toiletbenoodigdheden, de toilettafel en de spiegels bevestigden die en de kiekjes bewezen het. Daar was er een, waar op hij stond als het prachtige beeld van een athleet, aan boord van een watervliegtuig, met een meisje naast hem, leunende op zijn schouder, bijna in zijn armen... Met de handen in de zakken stond Gifford de kamer te bekijken en zijn voorhoofd was gefronst. Blijkbaar had Drusil geen bezwaar gemaakt tot die bespottelijke uitstalling van kiekjes........ of was zij er in het geheim bedroefd over, terwijl zij moedig vocht om hem voor zich te behouden? In het boudoir stond een mooie tafel, gebeeldhouwd in Renaissance stijl, waarop eenige boeken lagen, daarnaast een vaas met bloemen, eenige portretten in mooie lijsten. Welk contrast tusschen die intieme bezittingen van Drusil en de schaamtelooze souvenirs in zijn heerenkamer! Zijn blik vestigde zich eerst verstrooid, dan met een plotselinge belangstelling op een groot portret van twee babies, naast elkaar. Het idee kwam in hem op, dat die schatjes zijn kinderen waren, van hem en Drusil. Hij greep het zilveren lijstje en met brandende oogen verslond hij als het ware het portret. Die lieve kindertjes met die stralende oogjes waren de zijne. Gifford’s blik ging naar een veel grooter portret aan den wand. Daar waren zij weer, een paar jaar ouder, engelengezichtjes, stevige armpjes, flinke gestalten... en dan die harem van vrouwen in zijn kamer ... Hij zette het portret neer en schelde. Dan keek hij hongerig rond naar andere portretten van zijn kinderen. Ja, daar was er een aan den tegenovergestelden muur. O, wat allerliefste kinderen. Een jongen en een meisje... de jongen een jaar of twee ouder. De jongen blond als hij en het meisje donkerbruin, zooals hij instinctmatig voelde dat Drusil moest zijn. Hoe waren hun namen ? Gifford was er benieuwd naar. Gifford junior, om een naam te doen voortleven, die rechter Gifford Derring tot aanzien had gebracht? En het meisje waarschijnlijk een naam van iemand uit de familie van zijn vrouw... welke kon dat zijn ? Er werd geklopt en Kenny kwam binnen. Gifford wendde zich tot hem met een rimpel op zijn voorhoofd. „Kenny,” zei hij. „Ik ben van dat ongeluk teruggekomen met geheel veranderde ideeën over sommige dingen. Laat een paar man komen en pak in een grooten koffer of kist al de portretten in mijn kamer, waarop een vrouw voorkomt. Breng die dan weg naar den zolder of kelder, ergens waar ze heelemaal niet meer te vinden zijn.” Een eigenaardige glans kwam een oogenblik in de oogen van van den huisknecht, maar hij was zoo goed gedresseerd, dat hij slechts antwoordde: „Best mijnheer, ik zal het dadelijk doen.” „Liefst eer mevrouw thuis komt. Gooi dan ook al dien rommel van mijn toilettafel weg. Laat er alleen op blijven, hetgeen een heer noodig heeft om er fatsoenlijk uit te zien.” „Uitstekend, mijnheer.” 22
PDF
Nummer
1929, nr. 39, 28 sept. 1929
Blad
25
Tekst
PANORAMA No. 3 9 28 SEPTEMBER „En als je al die foto’s hebt weggegooid, ga dan eens kijken of je geen portretten vindt van mevrouw en de kinderen en hang die daar dan op. Ik wil die kamer heelemaal anders ingericht hebben. Morgen zal ik ook al die overtollige kleeren uitzoeken. Een man heeft toch zooveel kleeren niet noodig. Heb ik gelijk?” „Ja, mijnheer Gifford, eenige jaren geleden zou u ook daar niet aan gedacht hebben/’ waagde Kenny te zeggen. „In sommige opzichten ben ik terruggekomen tot hetgeen ik was zeven jaar geleden, Kenny, maar laat dat tusschen ons blijven. Ik heb een groot gedeelte van mijn geheugen verloren en nu voor het eerst, sedert ik daarvan bewust werd, ben ik er blij om. Als ik soms ergens mee blijf steken, zooals ik waarschijnlijk wel zal doen, help mij dan een beetje. Ik zeg je, Kenny, ik heb een heeleboel vergeten en of het terug komt of niet, dat staat te bezien. Heb je eenige verandering in mij opgemerkt?” „Nu u ervan spreekt, mijnheer Gifford, uw stem klinkt juist zooals die was direct na uw huwelijk. Flink, scherp als het knallen van een zweep, meer beslist.” „Laten wij hopen, dat het zoo blijft.. . Dus, Kenny, je gaat met een paar man die beeldengalerij zuiveren. Doe het snel en trek je er niets van aan als je er soms een paar kapot gooit. Feitelijk zou ik er niet kwaad om zijn als ze allemaal kapot waren.” „Ook de portretten van mevrouw Kilbourne?” „Zeker, die ook. En nu je erover spreekt, neem die eerst en doe ze heel beneden in den hoop. Alle portretten van vrouwen, behalve die van mijn eigen vrouw zijn voortaan voor mij niet om aan te zien. En de origineelen evenmin.” Kenny ging aan het werk om zijn meester te helpen zijn huis te zuiveren. Gifford was er benieuwd naar, hoeveel Kenny wist van zijn afdwalingen, als die waren voorgekomen. Hij ging naar een hoekje van Drusils boudoir, waar een mooi bureautje stond. Daarop lag een schrijfmap met een brief in een gesloten enveloppe. Het zegel was versierd met het wapen der Derrings. Gifford keerde den brief om en was verbijsterd toen hij zag, dat die aan hem geadresseerd was. Hij scheurde de enveloppe open en las: „Giff, schat. Het breekt mij het hart je dit te schrijven, maar ik voel, dat de tijd er voor is gekomen. De schuld ligt aan mij, of ten minste, de dwaasheid, want ik ben slechts een dom, beminnend en teerhartig wezen, dat nooit genoeg schijnt te hebben van den Marsbewoner, dien zij zoo dwaas was te beminnen en te trouwen. Mijn grootste vrees op dien dag was, dat ik niet in staat zou zijn je altijd en voor immer te boeien. Ik voelde, dat de tijd eens zou komen, dat mijn onvolmaaktheden zich zouden vertoonen. Ik ben bang, dat ik te veel een klis ben geweest voor je liefde, er te veel van geprofiteerd heb, zonder een reservefonds om te betalen voor alles, wat ik eischte. Het groote bezwaar is, dierbare Giff, dat ik de geestelijke hoedanigheden mis, die een geest als die van jou vraagt in een vrouw, een gezellin. Mijn verstand houdt zich bezig met de gewone dingen van het leven, met de kinderkamer, de waschkeuken, de provisiekamer ; zooals Asschepoetster zit ik aan den haard in de keuken, terwijl jouw geest zich verheft in hoogere regionen. Ik kan andere vrouwen niet veroordeelen, omdat zij door je bekoord worden en je bekoren. Maar, o, Gifford, laten ze niet je karakter bederven, zooals er*hu gevaar voor bestaat. Laten ze niet mijn adelaar van een man verwijven, mijn arend, die vleugellam tot mij kwam om genezen worden. Als je dit leest, zal ik op weg zijn naar Frankrijk met Giff en Anna. Ik ben bang, dat de kinderen niet meer mee tellen in je leven. Toch weet ik, dat je ons zeer zult missen, tenminste in het begin, want eigenlijk heb je ons nog lief. Als je dus ons blijft missen, behoef je ons slechts achterna te reizen; ik ben er benieuwd naar, of je dat zult doen. Lieveling, de beslissing ligt daarin of je wel of niet zult komen om den verjaardag van ons huwelijk te vieren, of dat zaken of andere belangen je zullen verwijderd houden. Ik werp geen schuld op je. Mijn dwaasheid — want een schuld kan ik het niet noemen — is geweest, dat ik te veel vroeg, dat ik de bruid wilde blijven van zes jaar geleden, terwijl ik niets meer bezat dan het recht een plaats in te nemen als tevreden huismoeder, een man bezittend, dien men niet met een keten van kussen kan boeien. Het is nu het uur, waarop zes jaar geleden ons huwelijk voltrokken werd... vier uur ... en alles wat ik van je heb ontvangen, dat is een massa bloemen en een telegram, waarbij ik erg gehuild heb. En toch, wat ik wil, dat ben jij, jij, en nog eens jij. Wij vertrekken vannacht met het stoomschip State of Maine. Vergeef mij, lieveling. Terwijl ik schrijf, hoor ik een vliegtuig ergens in de buurt en plotseling schijnt de motor stil te staan. Ik hoor niets meer. Maar je kunt het niet zijn, want een jaar geleden heb je mij op eerewoord beloofd op vasten grond te blijven, ter wille van mij en de kinderen. Met al onze liefde, D. ' (Wordt vervolgd.) PROBLEMEN EINDSPEL Auteur: W. H. Lyons. (Uit Henri Delaire’s „Traité Manuel”) Stand in cijfers: Wit: Kcl, Td7, pion h 7. Zwart: Kal, Th2, pion a 2. Wit forceert hier als volgt de winst: 1 Td7—dl! Th2-b2! (a) 2 Tdl-el’(b) Tb2-blf 3 Kcl—C2! Tbl:el 4 h7—h8 — dame f en wint. Zwart is n.1. gedwongen tot: 4 ----- ------Tel-e5 en nu volgt: 5 Dh8:e5f en mat. (a) 1----------- Th2:h7? (b) 2. h7-h8 - dame? pat. 2. Kcl—C2f en mat. en schijf 5 op 26 te plaatsen, is een geheel andere slag mogelijk, die echter niet wint. PROBLEEM (Auteur: K, S. B. Vélocipède) Stand in cijfers: Zwart: 3,5, 7, 9, 13, 15, 16, 18/20 23/25. Wit: 27, 30, 33/36, 38, 40/43, 45, 48. Wit Zwart 1 27-22! 18 : 27 2 33-28 23 : 32 3 43-39 32 : 43 4 36—31 27 : 38 5 39-33 38 : 29 6 34 : 14 25 : 34 7 48 : 8 3 : 12 8 14 : 3! gewonnen. Een mooie slag, in zeer natuurlijken stand. Door in den diagramstand schijf 48 op 47 Wit Zwart 1 27-22 18 : 27 2 33-29 24 : 33 3 38 : 18 13 : 22 4 34-29 25 r 23 5 36-31 26 : 39 6 40-34 39 : 30 7 35 : 4 Zwart speelt nu echter 7.-—- , 20-24! met 27—32; of 3—9; 15 : 24! op den volgenden zet en wint. Alles betreffende deze rubriek te adresseeren aan : Den redarteur der rubriek „Problemen” p. a. „Panorama” Stationsweg 34 Den Haag 23
PDF
Nummer
1929, nr. 39, 28 sept. 1929
Blad
26
Tekst
panorama No. 39 - 28 SEPTEMBER „zkuxxAytótc ^Ixtztuvó ^/Vtnxu iöovt< flz öCöu^ ~vo^ w nrVUCAAAA^ ” VÓ U^oLSLT cLq, X óiivoyuUtutzO üu ■tXxvVQ AXV**z 4.tfC/Uftvo. Lu*>o >5^ ^ÖUA^W 'V vv<^ l^vo^vvxx. Q«-v~u - 't lv>j Uv-v Ó^LoIc^uaAmv* M- iv^ (bvMU~> «sdXv«^ C/Vtz-GlyvM-è . ' .^>9 O « • • lt OeJL J 2A<^ m*j hUHXarT n*M>t i- f 9.» (s^-|v ’MaaX- _ J<*zU*Y^^XTM^«La^ [v (^vcaaaAa^ nmo^ GUawX • * lwa2o Wvï düJr ^9 CjQasv zovM^y _ ct * cUX <^» ■''W atssfÉSS v**4c%vX«-4c, XCvru3y4^CcuaAv&«Xa. |-aX'iA-ka«X' ^ül/fyaGDu^vOvX y vvx cto^A- 5te - ctx.a^ 'vmxÜEÈZoo^w Xj>£Cxvx,; Uzu^^aX^UViAA UL AMbtN* d^1 fC /yyxJM-x^uJ^ rt^eX^> 0 U oel‘ TxcvUU Ivtutr nnrvOcAr idc^ (jok oLo<2^ rrvuCt y^v Uvó ctóu aiA^x^i ^Y^/uoC^'^ ,r>^ 3tev**XAO rvA-^w^Z ZYVkQ ölJM-ztL kjZzXtfdL (XVAZ-Jo^^^ Cmu^ H (Lm^vv^-^o cX^ ote«A/fc ^ww XóaA "te Cxyte^ jJtAstMUvv • t^4^r X4vAA^x> . Cvm /tüAvw x'^vv xuuv* <2^ XvwlA-C LV’oGXA/vw.a^Va-d Xjta-Af’ Tixv»- Ja. uxMc. tL»y>XvvrvX>CU, JLe^A-Xo *^C-OA-u^UxlcSt^ tv, VlflQ-Z^ r»wc4* 5tetevw o-pt a-w** ‘tyva* XoAa^^-. CjtueXóyiuu^ £u-wj2-Xyu cuv-^ k>»x<>4*AA-Zyu^ (LUaaz fWx-z ’ .oa>c»v. » ICtfS"* z k^wLo.... ^XMUvOe. ol GLCUtöCt-ö O*Lt7 ^^ yt^SVm ^m^vv^axaa t". vCCo^t JjfjuX, Xag OtvxAva/ öLsl 'VO/Va*-* AA-^A—Acy^vv/ • TtC W"2-'*- b>M I* %x, (AuktfUVV? nJ^xuwvx ....... jfl «jL^k>ö Xxafi- h/a^JLxxxm)^ ctet fr* cta»OrrA^U^ U**£ XXa*v ol»ti> cXx IJLalvnA, J LuUjQ~^ döo«3- ICtVw^^nrxx^v^ ^4/v^c, mjué ^Qa— cUnrTfnztnn^%J»9V^ V** (MzVM^vcJBk VVVMA^rvA*»-» CaaX )L&ó&JUw Xsl te* l4Mby^»^*w da^~ CL*^La/1- ff-»v A-d^-s-z /V*aX^z> a^Jdc/V?
PDF
Nummer
1929, nr. 40, 5 okt. 1929
Blad
01
Tekst
 
PDF
Blad 
 van 2380
Records 11686 tot 11690 van 11897