|
PANORAMA No. 38 21 SEPTEMBER
W
ie op jeugdigen leeftijd het genie heeft bewonderd en
de kracht van den Corsikaanschen burgerzoon, die het
bracht tot keizer van half Europa — en er zich over
verbaasde, hoe een zóó groote figuur zoo snel vallen
kon — wel wist op te bouwen maar niet te bestendigen — die
zal leeren beseffen, dat ook hier de nederlaag uit eigen zwakheid
volgen moest, als hij den aard van den zoon vergelijkt met dien
der moeder — en voor het karakterbeeld dier groote vrouw zal
hij eerbied opvatten, onomstootbaar. Want de gebreken, die
haar zoon gemaakt hebben tot een groteske figuur — al had hij
dan ook aan eenige dier gebreken, zooals de liefde voor uiterlijken
pronk, die hij met zijn vader gemeen had, mede zijn wereldsche
grootheid te danken, (erzonder zou hij beter mensch, maar niet licht
keizer geworden zijn) — die ontdekt men in haar karakter niet.
Ja, het is de vraag, of er in haren aard eene tekortkoming licht
aan te wijzen zou zijn — al bleef ook zij niet vrij van blaam,
wanneer zij haar helder inzicht dapper in praktijk bracht.
Géén vrouw misschien in de geschiedenis heeft zooveel voorspoed gekend — gééne misschien heeft dieper geleden, gééne kennen wij er, die in eiken toestand zoo consequent zichzelf bleef,
niet zwak in tegenslag, niet verwaten in het geluk.
Zooals zij, die zich het liefst tot de deugden eener bescheiden
huisvrouw had bepaald, volgens den zin van haar mondainen man
vroolijk het Corsikaansch gezelschapsleven aanvaardde, zoo voegde
zij zich later geheel in het vergulde kader van de positie haars
zoons, maar zonder humbug en zonder zich aan den goudglans te
hechten; alleen omdat zij het plicht vond voor de moeder van
zulk een zoon.
Zooals zij, jonge echtgenoote in blijde verwachting, te paard
de moeilijkheden, ontberingen, gevaren van den vrijheidsoorlog
meemaakte (1768), dapper en geestdriftig, de mannen nog aanmoedigend! zoo doorstond zij later zonder buigen of verbleeken
rustig de armoede, de scheiding en miskenning en den dood van
haar kinderen, zich bewust dat zich zóó haar levensgang ontwikkelen moest, als God het wilde.
Zooals zij, in haar moeilijk huwelijksleven, dubbel ijverig en
spaarzaam was tegenover de ijdelheid en spilzucht van haar man,
rustig zorgde en liefde gereed hield voor haar vele kinderen, zoo
bleef zij koel van hoofd in de glorie van het keizerrijk en onderging gelaten de blaam van gierigheid, teneinde kracht en spaarpenningen te vergaren — alweer terwille van haar kinderen —
voor de dagen van vernedering en zorg, die zij vóórvoelde.
Vergelijk haar gedrag en aard met den levenstoon van haar
man!
Carlo Maria di Buonaparte had weinig geld, maar wel talent,
bovendien een kolossale portie ijdelheid en den vasten wil, zich
op te werken; al moest hij er voor verwisselen van vaderland.
Zijn vrouw had geen bezwaar tegen een sober bestaan, pronkte
met schoonheid noch stand, stelde zich tevreden met de nauwgezette vervulling der plichten, die zij als echtgenoote en moeder
voor zich zag, en had Corsica lief ook in tegenspoed. En toch
wist zij, toen de tijd daarvoor gekomen was, met gratie en gezag
keizerin te zijn!
De vader van den kleinen Napoleon wist geen beteren raad,
dan het eigenzinnige en koppige ventje bij diens eersten kreet
zijn zin te geven; Laetitia stuurde den vijfjarigen tyran naar een
meisjesschool, in de hoop, dat hem wat zachtheid zou toevloeien
en wist met onverwrikbare, hoewel kalme gestrengheid haar gezag
te handhaven. Zelfs later, tegenover den keizer, die er haar wel
aan herinnerde dat ze zijn onderdaan was, durfde ze op te treden
met de woorden: „Denk er aan, dat je tegen je moeder spreekt.”
Carlo was eergierig, ontevreden, verkwistend, pronkerig; hij
was niet zeer kiesch in de keuze van middelen, om aan geld te
komen, en als hij het had, versmeet hij het. Zijn promotie vierde
Marie-Letitia Ramolino,
de moeder van Napoleon.
hij met een fuif, die hem het dubbele van zijn jaarlijksch inkomen
kostte, en vormde het plan, er den wijnberg voor te verkoopen,
die een belangrijk deel uitmaakte van den bruidsschat zijner vrouw.
Laetitia schaamde zich over geldverkwisting, spaarde, wist zich te
ontzeggen.
Haar man was ijdel en ging zich graag te buiten aan een overvloed van welluidende, maar holle woorden. Zij zelve sprak bedachtzaam en raak.
Carlo Buonaparte had altijd zijn hoofd vol plannen, altijd wat
nieuws, en als hij de helft tot stand had gebracht begon hij weer
wat anders. Laetitia koos langzaam haar doel, en ging er dan met
volhardende zekerheid op af.
Napoleon’s vader was vrijdenker, — maakte in zijn jeugd
godslasterlijke verzen, maar werd angstig vroom toen hij den dood
nabij voelde. De moeder was haar leven lang consequent geloovig,
en verdroeg alle leed wijl zij het als Gods beschikking beschouwde.
Haar man was trotsch op zijn ouden naam en pochte op zijn
voorouders. Laetitia, van even ouden adel, vond het van meer
belang, de erfenis der deugden te bewaren.
Geeft dit overzicht geen lust, de karaktereigenschappen van
Napoleon in twee categorieën te verdeelen: de vaderlijke en de
moederlijke ? En schiet ons respect niet zeer bepaald éénen kant uit ?
Altijd dezelfde in alle lotgevallen: een schoone vrouw, maar
niet ijdel of coquet; een sterke vrouw, maar niet hard of ongevoelig; een teedere moeder, maar niet zwak: een vrouw die wist
te geven, maar ook met volle handen geven kon.
Ja, men heeft haar van gierigheid beschuldigd. Maar hoe wordt
een vrouw, die ziet hoe haar man het geld het raam uitgooit, en
steeds dieper den angst voor het dagelijksch brood, eindelijk zelfs
de pijnlijkste armoede ondervindt? Als zij de moeder van een
keizer is, en in weelde leeft, — maar niet gelooft aan de duurzaamheid der fortuin, en zich bewust is. dat er wel méér dan één
12
|