|
P A N O R A M A No. 38 21 SEPTEMBER
„Zullen wij volgens uwe meening ooit komen tot draadlooze
overbrenging van electrische kracht ?”
„Dat is zeer twijfelachtig/' zeide hij. „tenzij op kleine schaal/’
Dit was zeer interessant als uiting van een man. die reeds in
1883 had waargenomen, dat gloeiende kooldraad negatieve elecrriciteits-deeltjes uitzond, een phenomeen, dat later „Het effect
van Edison” werd genoemd, en dat sedert de ware hoeksteen is
geworden van de radio-telephonie en van honderd andere moderne
uitvindingen.
„Zoudt u denken, dat vliegtuigen ooit electrisch zullen kunnen
worden voortbewogen zonder draadlooze kracht?”
..Dat is zeer twijfelachtig/' zeide Edison.
„Denkt u, dat alle spoorwegen ter wereld in de toekomst
zullen worden geëlectrificeerd ?”
„Voor het meerendeel wel,” schreef hij.
„Gelooft gij, dat er een tijd komen zal, dat de wereldvoorraad
aan petroleum uitgeput zal raken en dat de menschheid over zal
gaan tot electrische vervoermiddelen?”
„Wanneer de petroleum uitgeput is,” schreef Edison, „kunnen
wij kracht krijgen uit poeder-steenkool, benzol en alcohol.”
„Denkt gij, dat de mensch uit de Natuur altijd zooveel kracht
kan halen, als hij noodig heeft?”
„Ja.”
„Zal men den wind, de getijden, en de hitte van het binnenste
der aarde ooit kunnen gebruiken naast stoom- en waterkracht, zooals zij tegenwoordig toegepast worden?”
„Vulkanische warmte wordt reeds gebezigd om kracht te ontwikkelen,” zeide hij, „op verschillende plaatsen in Italië, en op een
plaats in Californië. De werking der getijden wordt benut in Maine
en op andere plaatsen.”
„Denkt u, dat het zonlicht ooit op een groote schaal direct
in electriciteit zal worden omgezet tot nut der menschheid ?”
„Ja,” zette Edison op het papier.
„Bent u van meening, dat electriciteit de laatste vorm van
natuurlijke energie is, die door de menschen kan gebruikt worden,
of is het denkbaar, dat er nog een andere vorm bestaat, die wordt
ontdekt en nuttig gemaakt? Kortgezegd is er een andere vorm van
energie denkbaar, behalve licht, warmte, zwaartekracht, radio-activiteit en electriciteit ?”
„Ik geloof,” schreef Edison vastberaden, „dat er andere vormen
van energie zijn, die nog niet ontdekt zijn.”
„Is het waarschijnlijk, dat er een nieuw middel zal ontdekt
worden om electriciteit te produceeren naast de batterij en de dynamo? Kunt gij u indenken, dat eenige andere vorm om electriciteit op te wekken wordt ontdekt in de onbegrensbare toekomst?”
„Wij kunnen in de toekomst electriciteit direct uit de steenkool verkrijgen,” schreef hij op, „dat is reeds op kleine schaal
geschied.”
„Denkt u, dat alle middelen om electriciteit op te zamelen
reeds ontdekt zijn? Dit is wellicht hetzelfde als te vragen: Denkt
u, dat uw eigen accumulator ooit overtroffen zal worden ?”
„Het zou buitengewoon moeilijk zijn,” schreef hij, terwijl zijn
blauwe oogen ondeugend knipten, „een andere chemische reactie te
ontdekken, waardoor hij overtroffen werd, maar mogelijk is het.”
Nu kwam er een opwindende vraag. „Laten wij de electrische
industrie eens vergelijken bij een menschelijk wezen. Deze industrie
is uw eigen kind, en was dus veertig jaar geleden een zuigeling.
Wat voor leeftijd heeft zij nu? Middelbaar of grijsaard?”
Edison dacht geen seconde na, voor hij met potlood deze twee
woorden schreef: „Een luierkindje.”
En met dit beeld van een luierkindje voor oogen, een beeld,
dat gebezigd werd voor een tijdperk van huilende turbo-generators,
van straten, schitterend van electrisch licht, en schallende door de
luidsprekers, van duizenden van nieuwe dingen, geschikt om een
mensch vooruit te brengen, gaf ik het op om den geest te peilen van
den grooten tachtigjarige. De roem, waarin hij zich verheugt, is
welverdiend. Iedereen die gebruik maakt van electrisch licht, die
een film ziet ontrollen, die luistert naar een gramofoon, of plaats
neemt in een electrischen trein, is aan hem iets verschuldigd. Zijne
ontdekkingen vormen de basis van industrieën, die millioenen menschen
werk geven, en honderden millioenen kapitaal bezitten. Hij is de
centrale figuur van de eeuw der toegepaste wetenschap. Gedurende
vele tientallen van 'jaren heeft zijn land hem beschouwd als een der
eerste burgers der wereld.
En zijn land kan gelukkig hopen hem nog lang te behouden.
Twee en tachtig jaar is voor Edison niet oud. Zijn Hollandsche
en Schotsche voorvaderen hebben hem een groot uithoudingsvermogen gegeven. Zijn overgrootvader, een vermogend
bankier uit New-York, werd 104 jaar oud, en zijn
grootvader 102. Zijn vader was 94, toen hij THOMAS EDISON
stierf, en Edison zeide. met een onderdrukt m zijn laboratorium.
lachje: „Ik denk niet, dat ik het gemiddelde van den familieleeftijd zal doen dalen.”
Bovendien, wanneer hij werkelijk 100 jaar oud zou worden,
zal hij volgens zijn eigen berekening langer geleefd hebben dan
Methusalem, want toen hij nog een jongmensch was van 65, placht
hij te zeggen, dat hij reeds 115 jaar geleefd had. „Dat wil zeggen,”
legde hij uit, „ik heb genoeg gedaan om 115 jaar oud te zijn, wanneer
ik gewerkt had zooals andere menschen. En ik hoop, dat ik het
nog twintig jaar uithoud, hetgeen mij 155 jaar oud zou maken, te
rekenen naar het gemiddelde van wat een man per dag werkt....
En dan,” hij glimlacht, „ga ik leeren bridge spelen met de dames.”
Intusschen zijn er reeds zeventien van deze twintig jaar voorbij
gegaan, en Thomas A. Edison toont volstrekt geen neiging om
met de dames bridge te gaan spelen. Hij heeft gebroken met zijn
gewoonte om des nacht slechts vier uur te gaan slapen, hij slaapt
een weinig langer, en hij dut wel eens in overdag, wanneer hij
vermoeid is, maar hij is dezelfde hard-werkende, en diepdenkende
man gebleven als vijftig jaar geleden.
Toen op een van zijn tochten met Henry Ford zijn belangstelling werd gewekt voor de Amerikaansche rubber-productie, en
de noodzakelijkheid, die zich zou kunnen voordoen, om op binnenlandsche productie aangewezen te zijn, en Ford in zijn oor schreeuwde:
„Waarom doet gij hiervoor niet iets?” lachte Edison, en zeide:
„Ik zal het terstond doen”. Sindsdien is hij steeds bezig met
pogingen om rubber te produceeren uit zaden en alle soorten
groenten op zijn modelboerderij in Florida.
Sommige van zijn uitvindingen vertegenwoordigen onophoudelijke, moeizame proefnemingen gedurende jaren. Om het electrisch
licht geschikt te maken voor het algemeen gebruik arbeidde hij
onafgebroken aan dynamo’s, distributeurs, schakelaars, inladers,
meters, en andere onderdeelen van het centraal-krachtstation, dat
de basis uitmaakt van de groote electrische industrie van heden
ten dage. Maar hij bleef altijd individualist.
Een genie van dezen rang, die uit de grap zijne gaven definieert als: 1 °/() inspiratie en 99 °/0 transpiratie, is zeldzamer dan
een komeet. Hij heeft meer dan iemand anders recht op den naam:
stichter van het nieuwe tijdperk. Later komende generaties mogen
uitmaken, of Thomas Alva Edison, behalve zijn pionierswerk voor
deze nieuwe aera, waarvan zij dan reeds de oud-gedienden zullen
vormen, ook nog heeft medegeholpen aan de voorbereiding van
de ontwikkeling der toekomstige tijdperken, wanneer electrische
kracht direct uit de zon zal worden getrokken, wanneer nieuwe,
thans onbekende krachtbronnen zullen zijn ontdekt, en wanneer
de electrische industrie van een luierkindje zal zijn opgegroeid tot
de gratie, de welsprekendheid, en de kracht van een rijpheid, die
men zich thans nog niet voorstellen kan.
3
|