|
P A N O R A M A N o. 3 7 - 1 4 S E P T E M B E R
punt. Moet er niet volgens billijkheid een periode van kennismaking
zijn, hoe kort dan ook?’
„Ter wille van jou T vroeg dokter Mc Intyre, „of ter wille
van haar?*’
„Ter wille van ons beiden, ” riep Gifford uit, „Ter wille van
alles wat geestelijk is tusschen man en vrouw, en den mensch van
het dier doet verschillen/
„Wel, ja, natuurlijk, als je liefde tot haar iets heeft van het
dierlijke. Niet, dat ik een oogenblik denk, dat die zoo is. In zoon
geval zou ik je een anderen raad geven. Maar ik geloof, dat in
een geval als dit, Gifford, het zeer wel mogelijk is voor een man
om 's morgens een vrouw te ontmoeten, verliefd op haar raken en
haar dienzelfden dag te trouwen en als zijn echtgenoot in zijn huis
binnen te leiden en dit zonder de liefde te besmeuren, als die liefde
was zooals zij moet zijn.”
Gifford verborg zijn vuurrood gelaat in zijn handen. „Misschien
heeft u gelijk, dokter. Het bezwaar is, dat, omdat zij onbekend
aan mij is, ik mij maar niet kan voorstellen, dat ik iets anders dan
een vreemde voor haar ben.”
„Als zij het eerste zou gelooven, zou je weldra ontdekken,
dat het laatste ook het geval is. Dat moet
volgens mijn idee vermeden worden. Zulk
een schok zou voor je vrouw fataal zijn
en zou je beiden vreeselijk kwetsen.
Geef toe aan die gedachte, die tot
een idee fixe zou kunnen worden,
dan zou je een vreemdeling zijn en
in zeker opzicht ook blijven ’ Gifford knikte, nog altijd het
gelaat in de handen verborgen. De
aderen op zijn voorhoofd waren gespannen. In stilte bestudeerde dokter
Mc Intyre die worsteling om het
geheugen terug te krijgen, om het
verleden te ontrukken aan het graf,
waarin het begraven scheen. Hij zag
ook, toen Gifford eindelijk het hoofd
ophief, dat de worsteling vruchteloos was geweest.
„Dus u meent, dokter,datik terug
moet gaan en de valsche rol van echtgenoot spelen, kome er van wat wil ?”
De geneesheer schudde het
hoofd. „Dat heb ik je niet aangeraden,” zei hij berispend. „Ik raad
je enkel aan naar je liefhebbende
vrouw terug te gaan en de rol te
spelen, die inderdaad je toekomt,
of je je dit herinnert of niet.Waarom
zou je je vrouw en je zelf straffen
voor ’n ongelukkigen toestand, waarvoor je in geen geval te laken bent ?”
Deze vermaning trof doel. Gifford keek
peinzend naar het mooie, oude gelaat
voor hem.
„U heeft gelijk, dokter. En als het haar moet bespaard worden
te denken, dat ik mijn verstand met mijn geheugen verloren heb,
zie ik in, dat ik eenigermate de waarheid voor haar verborgen moet
houden.”
De geneesheer knikte. „Het zou te veel van haar gevergd zijn
te gelooven, dat je gezond naar geest oent, zooals je zelf weet te
zijn, als je haar ging vertellen, dat je haar je absoluut niet kunt
herinneren.”
„Dat begrijp ik, dokter. Zij zal natuurlijk ondervinden, dat
mijn geheugen allerlei gapingen vertoont, ook omtrent haarzelf, maar
voor haar eigen bestwil mag ik haar niet laten weten, dat zij er
geheel en al uit verdwenen is.”
„Je moet vanaf het eerste oogenblik in de gedachte houden,
wat de waarheid is. Zeg tot je zelf: die bekoorlijke vrouw, die
twee schatten van kinderen zijn de mijne, geheugen of geen geheugen. Zij zijn vleesch van mijn vleesch, ziel van mijn ziel, hart
van mijn hart. Dat is misschien moeilijk, maar alleen op het eerste
oogenblik. Daarna zal het heelemaal niet moeilijk zijn. Het is misschien
mogelijk, dat bij het zien van hen de sluier zal weggetrokken
worden. Maar als je hen laat voelen, dat zij je onbekend zijn, dan
zou je ze van je vervreemden.”
„Dat is te vreeselijk om er aan te denken. Ik begin het nu
in te zien. In het eerst leek het mij schaamteloos wat betreft Drusil.
Maar u heeft gelijk. Als zij inderdaad mij bemint zooals u zegt,
dan zou het eenvoudig wreedheid zijn om haar de geheele waarheid te doen kennen.”
<
<
◄
<
4
<0
«
<
<
◄
&enzaam SBerkje
♦
’t Eenzaam berkje staat in zon te blinken,
zilverblauw in fijne, blanke bast.
dun de twijgen en de top, die wast,
zomerliedjes laat een merel klinken.
Bi/ 7 riviertje staat een knaap te drinken,
buigt al dieper, door iets schoons verrast,
tot hij weer door ’t water schrijdend, plast,
en aan land wedijvert met de vinken.
Langs het voetpad, voerend door valleien,
tijgt hij fluitend naar het hoog, wit huis,
waar de sparren staan in rechte rijen.
Waar de lucht dóorgonsd is van gesuis;
maar ikzelf hoor droom'rig naar het vleien
van mijn berk, die zingt met zacht geruisch.
♦
JOANNES REDDINGIUS
„Als je haar bemint, zooals je zegt, laat haar dat dan onmiddellijk voelen. Dat moet zoo moeilijk niet zijn/
„Dat is juist, wat mij in de verwarring brengt, dokter. Het
lijkt mij zoo gemakkelijk .... gewoonweg schandelijk om partij te
trekken van hetgeen zij misschien raadt..., als een vermomde tot haar
te gaan . . . beschamend en niet sportief . . . Het is een vreemd
woord voor deze situatie, maar dit beschrijft het ’t best/
„Komaan,” zei dokter Mc Intyre langzaam, „het zou niet
sportief zijn, als je door persoonlijke bezwaren verdriet ging brengen
daar, waar vreugde je wacht. Het geheugen kan ontwaken en al
de zaligheid van de verloren jaren terugkomen. Het zou vreeselijk
zijn, als dat te laat zou gebeuren/
Gifford zweeg eenige oogenblikken en vroeg toen: „Apropos,
wat was mijn laatste ongeluk? Een botsing met een auto?”
De dokter glimlachte. „Neen, het was op een hooger niveau,
zoowel figuurlijk als letterlijk. Je wilde den verjaardag van je
huwelijk, den derde van deze maand, met je vrouw door brengen
Zaken hadden je tot bijna het laatste uur opgehouden ; toen je
daarmede gereed was en je eraan wanhoopte om op dien meest
belangrijken dag thuis te zijn, bood een van je kennissen aan. om je
naar Cambden te brengen per vliegtuig
Hij had een mooi, nieuw toestel. Maar
zijn manier van leven was niet al te best
en zijn brevet als vlieger had hij
pas kort geleden gekregen.”
„En ik waagde die kans ... ik.
man en vader?” Gifford scheen
nog een beetje verbijsterd over die
nieuwe hoedanigheid
„Ja, dat deed je, hoewel je als
oorlogsvlieger, vader en echtgenoot
meer gezond verstand had moeten
toonen. Jelui stegen vlot op, maar
je ontdekte pas later, dat de piloot
half dronken was en aan zijn fiesch
zat te zuigen. Eerst heb je hem
gewaarschuwd, dan heb je de fiesch
met geweld afgenomen en overboord
geworpen. Maar het werd hoe langer
hoe erger. Ik weet niet precies, wat
er gebeurde, maar dat kan ik wel
zeggen, dat dicht bij het doel het
vliegtuig begon te schommelen en
dat jij het stuur in handen nam. Hij
heeft verteld, dat je het toestel niet
kon machtig worden. Toen heb je
hem uit den stuurstoel losgemaakt
en hem overboord gezet met de
open parachute.”
„Dat was de eenige kans,” zei
Gifford grimmig... „Ik meen, om
hem kwijt te zijn.”
Ja, dat zei hij ook. Sedert is ontdekt, dat
zijn brevet ingetrokken was om zijn slecht
leven en voortdurende dronkenschap.’
„Dat verklaart mij,” onderbrak hem Gifford, „wat ik hoorde
in het ziekenhuis.”
„Wat was dat?”
„Juist toen de twee vrouwen mijn kamer verlieten, hoorde ik
iemand in den corridor zeggen: Ginds ligt hij. Hij was dronken
zooals gewoonlijk. Wij hebben gezorgd, dat het niet in de kranten
komt, maar de rechter weet het. Ik dacht, dat hij over mij sprak
en over mijn vader.”
„Natuurlijk sprak hij over je piloot. Hij kneusde zich bij zijn
val, maar het was niet ernstig. Toen je hem buiten boord had
gezet, sloeg het vliegtuig om en jij sprong eruit, maar doordat je
al laag bij den grond was gekomen, ging je parachute niet tijdig
open. Gelukkig viel je in een moerassige weide, waar de grond
zacht en sponsachtig was. Toch moet de schok vreeselijk zijn geweest en het scheen, dat je gedood was. Je werd ook voor dood
opgenomen en naar het naburige ziekenhuis gedragen. Je vrouw
hield vol, dat er nog leven in je was en een collega van mij, een
specialist in dergelijke gevallen, onderzocht je en verklaarde, dat
je in een toestand van schijndood verkeerde. Die toestand duurde
drie dagen, waarna je blijkbaar plotseling tot bewustzijn kwam,
opstond en ontsnapte uit het ziekenhuis, dat, tusschen twee haakjes,
veel aan je familie te danken heeft, omdat je ter nagedachtenis aan
je ouders de fondsen hebt gegeven om er een nieuwen vleugel
aan te bouwen.”
(Wordt vervolgd.)
►
►►
►
►►
►
23
|