|
PANORAMA No. 3 7 14 SEPTEMBER
o^avVSCITE^N('//
I
s er wel een moderne mensch, die
ondanks de meest verfijnde eischen
aan zijn huiselijke omgeving gesteld,
verfijnd op het beste wat moderne
kunstenaars ontwierpen en wrochten
in wand- en vloerbekleeding, in meubelen, in glas en aardewerk, is er een
moderne mensch, die niet heel stillekens een plekje in zijn hart weet
dat hem doet verlangen, zelfs in
meer up to date omgeving, naar
iets uit vroeger tijden? Iets dat hem
vertelt van vroeger dagen, van vroeger
liefde tot wat schoons, van vroeger
zorg voor datgene, dat in overgrootvaders tijden en daarvoor het
interieur sierde. Daar als iets bijzonders gekoesterd werd.
Slechts heel weinigen kunnen zich
onttrekken aan het gezellige, het intieme dat ook maar een enkel stuk
„antiek” onmiddellijk wekt. Weinigen
kunnen ontkomen aan de charme van
den stillen glans van een oud noten
of mahonie meubeltje, van het zacht
geflonker van een oud stuk tin of
koper in het clair obscur van hun
woonvertrek. Vandengeestigen noot,
dedigd tegen de steeds verlokkender
temptaties van den mammon. Steeds
hooger geprijsd door de antiquairs,
die hun enkele nog overgebleven
stukken ongaarne afstaan.
Velen beschouwen deze potten
abusievelijk als tabakspotten, terwijl
hun eigenlijke inhoud nimmer anders
dan uit snuif heeft bestaan. Snuif in
diverse smaken en geuren. Volgens
oude familierecepten zorgvuldig door
het snuivend voorgeslacht vervaardigd. En waarvan de benaming,
onverklaarbaar dikwijls voor het
huidige geslacht, op de cartouches
vermeld staat. Rosmaryn, Nagelgeur,
Pompadour, Duinkerker, Spaanse,
Marteniek, om enkele soorten te
noemen. Ze zijn den tegenwoordigen snuifpotten-liefhebber welbekend. Gering in aantal zijn nog de
winkels, waar deze potten zich op hun
aloude plaats in de winkelstellingen
rijen. Afgewisseld door de bruingele
spanen doozen waarin de gekorven
tabak in molligen overvloed gevlijd
was. Doozen waaruit de ouderwetsche
tabakverkooper, het eerbaar hoofd
dien een mooi stuk oud Delftsch
tegen de rust van een stemmige
wandbekleeding, boven ’t edele
bruin van een eiken meubel slaat.
Weinigen,die eenmaal gegrepen
door de glazuurschittering van
het heerlijke Oude Delftsch,
den drang om meer daarvan te
bezitten kunnen weerstaan.
En welke liefhebber van
Delftsch is niet begonnen, begint
niet met een diepblauwen waaierschotel, met een simpel apothekerspotje of een pretentieloozen snuifpot ? Een Delftsche
snuifpot! Zoo menigmaal het
begin van onverzadiglijken dorst
naar meer van de oude vaderlandsche ceramiek. Deze snuifpotten, tot voor kort nog als
minderwaardige gebruiksvoorwerpen beschouwd, nauwelijks
goed om het cachet van een
ouderwetschen tabakswinkel te
bewaren, hoe zijn ze in de
laatste jaren vrijwel van de
markt verdwenen. Angstvallig
nu bewaard door die enkele
tabaksverkoopers wier winkelstellingen zij nog in glanzende
12
|