|
P A N O R A M A N o. 3 6
U
en uw vriend zijn leden van het
Koninklijk Luchtvaartcorps, nietwaar?"
vroeg de officier van Justitie.
„Ja, mijnheer."
„U en uwe officieren kunnen toch zeker
zwemmen, veronderstel ik ?"
„Ja, mijnheer."
„LI kent kapitein Forster?"
„Ja, mijnheer. Hij is onze commandeerende
officier.
Margaret Kingsmill, die onbeweeglijk zat
toe te luisteren, kreeg een gevoel of de
wereld om haar heen draaide. Haar lippen
werden droog. Het scheen, dat haar hart wilde
ophouden met kloppen. „Hij kon zwemmen!
Hij kon zwemmen! Hij kon zwemmen!"
Het was. of die afschuwelijke mededeeling
eindeloos herhaald in haar ooren dreunde:
.Hij kon zwemmen! En toch had hij niet
getracht de vrouw te redden, die zij hem
smeekte te hulp te gaan!"
Haar ziel kwam in opstand. En door de
tragiek van het voorval drong zich nog
een andere gedachte naar voren, duidelijk
en onweerstaanbaar:
„Hij stond juist op ’t punt om zijn liefde
te verklaren! Hij wilde mij juist kussen!"
Haar gezicht werd vuurrood.
Toen zij het benauwde gerechtshof uitliep, duizelde het voor haar oogen. Zwijgend ging zij naast haar vader in den wagen
zitten, terwijl majoor Jaynes, die ’t geding
als een belangstellend toehoorder gevolgd
had, zorgvuldig de plaid om haar heen
sloeg en het portier sloot.
Vanaf dien dag werd kapitein Forster,
als hij zich onder zijns gelijken bewoog,
door de schaduw van zijn houding gevolgd;
hij, kapitein John Forster, van Zijner Majesteit’s Koninklijk Luchtvaartcorps, officier
en gentleman, had een gelegenheid voorbij
laten gaan, om 'n menschenleven te redden
en te toonen, dat hij in zijn hart geen
lafaard was.
II.
Een ballon-picnic was de voornaamste
attractie van de week-end bijeenkomst op
Chalwyn, waar de Kingmills ongeveer tien
maanden na die ongelukkige affaire in
Hatergay door de oude Lady Hawkley
uitgenoodigd waren.
Een half dozijn kleine gezelschappen,
ieder met hun eigen ballon, zou zich op
Chalwyn verzamelen en op Zaterdagmiddag
naar Claythorpe Court vertrekken, dat op
20 mijlen afstand gelegen was.
Margaret Kingmill was er aan gewend,
om in dit tijdverdrijf een kalm genoegen
te scheppen. Haar moeder, die een stille,
kalme vrouw was, met dezelfde rustige
grijze oogen als haar dochter, zou zich
evenmin tegen den militairen dienst verzet
hebben, als zij er aan dacht, zich ongunstig
over ballonvaarten uit te laten. Het was
het stokpaardje en grootste genoegen van
baar heer en meester.
Daarom had zij met genoegen de uit7 S E P T E M B E R
noodiging van Lady Hawkley aangenomen.
Zij voelde zich bovendien nog opgewekter,
omdat zij wist, dat de zoon van Lady
Hawkley, Jimmie Culls, zich zeer voor
Margaret interesseerde.
Toen kapitein Forster, met zijn legervliegtuig door de grauwe lucht vliegend,
een open veld zag met zes amberkleurige
ballons, die aan hun touwen rukten, begreep
hij, dat dit veld een zeer geschikte plaats
zou zijn om te landen en dat hij daar op
een hoffelijke manier zou worden welkom
geheeten.
Toen hij de situatie nog eens bekeek,
bemerkte hij op eenigen afstand in ’t park,
dat aan het veld grensde, 'n prachtig huis,
terwijl hij dicht daarbij een twee-persoons
eendekker zag.
Hier was het wel een ideale plek voor
een zwervend vlieger om te landen en, hij
had daarom nauwelijks de zes ballons ontdekt, of hij gleed zoo gracieus, als hem
dat in den ongelijken wind mogelijk was,
naar beneden.
„Hallo!"
Forster keerde weer tot de werkelijkheid
terug en wendde zich snel om. Het bleek
hem, dat de menschen, die hij op een afstand gezien had, nu natuurlijkerwijze de
ballons verlieten en eens kwamen kijken,
waaraan zij dit onverwachte bezoek uit de
lucht te danken hadden.
Geen half dozijn personen bleef bij de
ballons. Drie hiervan waren helpers, knechts
van het landgoed, die er bij stonden, de
touwen en de zandzakken in orde hielden,
en zich gereed hielden, om een ballon los
te maken van de talrijke touwen, waaraan
zij verankerd waren.
Toen Forster’s vliegtuig neerstreek, kreeg
Margaret Kingsmill een prop in haar keel.
Jaynes zat tegenover haar in de mand
van een der ballons. Zij hadden beiden
naar buiten gekeken, toen de eerste kreet
hun de tegenwoordigheid van den aviateur
aankondigde en waren weer gaan zitten,
terwijl de anderen wegliepen om hem te
begroeten.
Een kreet van ontsteltenis van de gasten,
die naar den tweedekker toegegaan waren,
deed Jaynes en het meisje opspringen. Zij
zagen, dat een wervelwind zich om den
tweedekker gekronkeld had en deze als ’n
blad papier honderd meter over het gras
voortgeschoven had.
„Groote Goden!", riep Jaynes, over den
rand van de mand springend. „De arme
drommel zal gekraakt worden. Gauw ! Kom
mee en help, kerels!"
De drie helpers lieten de touwen los, en
kwamen naar voren om den onbekenden
aviateur uit den nood te redden.
„Ffftt!"
Ontdaan van het gewicht van Jaynes en
van de tegenhoudende touwen, schoot de
ballon als een vogel de lucht in. In enkele
seconden was zij reeds boven de boomen
uit en gleed majestueus over de torens van
Chalwyn naar de open ruimte van de
lersche zee.
Het wilde geschreeuw en de gebaren
van de menschen, die om de vliegmachine
stonden, deden Jaynes stilstaan en omkijken.
De ballon dreef steeds meer naar de open
zee. Margaret Kingsmill stond in de mand,
dapper met haar zakdoek naar haar kennissen
wuivend.
Kolonel Kingsmill kwam uit de groep
bij het vliegtuig te voorschijn en greep
Jaynes bij den arm, terwijl hij op de verdwijnende ballon wees.
„Is het Madge V', vroeg hij bedaard,
„Ja, kolonel, zei Jaynes, „en het is mijn
schuld!"
Zijn arm uit den greep van den kolonel
bevrijdend, rende hij naar de ballons en
gaf zijn drie helpers een teeken hem te
volgen. In de mand van dien ballon springend, welke het beste gevuld was, begon
hij ballast uit te werpen.
Kolonel Kingsmill bleef staan, waar Jaynes
hem verlaten had en stond als verwezen
naar den ballon te staren.
„Mijn kleine Madge!", mompelde hij.
„Mijn eigen kleine Madge!"
De andere leden van het gezelschap, die
eerst om den tweedekker hadden gestaan,
keerden zich nu allen om, eveneens naar
den ballon kijkend.
„Het is Madge Kingsmill!", werd er gefluisterd.
Forster ving deze woorden op. Hij was
bezig met z'n zwaarbeschadigdentweedekker.
Onmiddellijk kwam hij onder de geknakte
vleugels vandaan en sprong overeind.
„Laat mij er door! Laat mij er door,
alsjeblieft!" riep hij opgewonden en baande
zich een weg door de toeschouwers.
Hij rende naar de ballons, waar Jaynes
in groote haast bezig was te trachten weg
te komen en greep den rand van de mand
vast.
„Ik wist niet, dat jij het waart, Jaynes!",
zei hij. „Wat ter wereld denk je, dat je in
een ballon voor haar doen kunt? Wees
geen gek, man! Is dat niet jouw Blériot,
die daar in het park staat? Volg haar
daarin!"
Jaynes zag doodsbleek, toen hij op
Forster neerkeek.
„Laat los, alsjeblieft!", gramde hij. „Kijk
naar je eigen machine. Het is een tweedekker en die is zoowat verpletterd! Hoe
denk je in dezen storm een eendekker te
hanteeren ?"
De gele bal van den ballon werd al
kleiner en kleiner in de wolken boven de
zee.
„Groote Hemel!" mompelde Forster. „Ik
had het heelemaal vergeten!"
Jaynes knikte met een nonchalante
verdraagzaamheid.
„Ik veronderstel, dat ik nu mag vertrekken?", stelde hij voor. „Dit is in ieder
geval mijn ballon!"
Forster sprong uit de mand en keek naar
Jaynes met een kalmte, die den laatste van
zijn stuk bracht.
.Wanneer je maar wilt!" zei hij. „Maar
ik neem jouw Blériot en zal haar op mijn
manier volgen, als jij het niet doet!"
Jaynes keek hem zelfs niet aan.
„Los!" zei hij tegen de verbaasde
helpers.
De mannen lieten de laatste zandzakken
schieten en de ballon schoot naar boven
en zeewaarts. Toen hij de lucht inging,
wendde Forster zich tot dengene, die als
voorman scheen dienst te doen.
„Is majoor Jaynes' vliegmachine gereed
voor een vlucht?" vroeg hij.
„Ja, mijnheer," antwoordde de man. „Wij
hebben den motor af en toe laten loopen.
in de hoop, dat het nog mogelijk zou zijn
een vlucht te maken. '
„Kom mee en help mij te starten, zei
Poster.
Drie minuten later zat hij in den eendekker.
De groote schroef gonsde heftig; hij kon
de zuiging door de bekleeding van de
machine heen voelen.
|