|
PANORAMA N o. 3 6 7 SEP T E M B E R
'^T'oen er op de deur geklopt werd, schoot
Mrs. Alice Raymond met schrik wakker
uit haar middagslaapje op den divan. Met
schrik, want in haar half slapenden toestand
had het geluid van dien klop haar plotseling doen denken aan dien anderen klop
op een hoteldeur, nu reeds jaren en jaren
geleden: bij die gelegenheid was het dat
haar leven in stukken geslagen was. Zelfs
nu had zij zich daarvan nog niet hersteld.
Het was Elaine, haar dochter, die binnentrad.
„Schrikt moeder T' vroeg zij, toen zij het
ontstelde gezicht van haar moeder zag. „Ik
heb een sleutel vergeten/'
Met een zucht van verlichting stond
Mrs. Raymond van den divan op.
„Wel neen, El; hoe kom je er bij? Ik
ben altijd het gelukkigste als jij bij me
bent.*'
„Dat weet ik, mams/’ zei Elaine, en haar
stem klonk niet heel vergenoegd. „Niemand
kan zeggen dat u niet genoeg bij mij bent.
Weet u dat het vanmiddag voor den eersten keer was dat ik zonder u uitgeweest
ben? Voor den eersten keer sinds we
Paltburg verlieten? En ik heb enorm plezier gehad vanmiddag. -LI doet ook nog
altijd net of ik acht jaar ben, inplaats van
een en twintig,” ging het meisje door, een
beetje pruilend. „Waarom toch, mams?
Werkelijk, het is soms een beetje belachelijk.”
„Ik zou vanmiddag ook wel graag mee
gegaan zijn naar de show, El,” zei Mrs.
Raymond, een antwoord ontwijkend, „maar
heusch, ik was te moe.”
„Zelfs thuis was u precies hetzelfde,”
vervolgde haar dochter; „ais ik naar een
partijtje ging, moest u altijd mee. Ik vind
het wel prettig als u zoo lief voor me
bent, maar ik wil toch ook wel eens alleen
uit, — O ja, moeder, wanneer gaan we
weer naar Paltburg terug ? Dat reizen wordt
afschuwelijk op den duur. Vindt u ook niet?”
Mrs. Raymond was dankbaar dat haar
dochter niet verder op het onderwerp doorging. Hoe kon zij haar dochter vertellen
dat, meer dan moederlijke zorg, vrees voor
de erfelijkheid van het bloed haar gedragslijn bepaalde? Erfelijkheid! Een vreeselijk
noodlot. Alleen te onderdrukken door de
uiterste waakzaamheid. En Elaine, vooral
wanneer zij pruilde, leek zoo veel op haar
vader
„Terug naar Paltburg?” zei Mrs. Raymond.
„Wel, lieve, ik dacht er juist over. Verlang je er zoo naar terug?”
„Het is tenminste een plaats waar we
lang achtereen gewoondhebben; een „home”.
Toen vader nog leefde, reisden we ook
altijd. Waarom zijn we nu toch eigenlijk
weggegaan ? U houdt immers ook niet van
reizen?”
„Ik? Neen, absoluut niet.” De woorden
waren gesproken, vóór Mrs. Raymond ze
kon inhouden, en met intensen afkeer, want
dit nomadenleven bracht vreeselijke herinneringen. „Neen, El, ik kijk voortdurend
uit naar een lief, klein plaatsje, .waar we
kunnen gaan wonen; ook
met het oog op onze beperkte middelen/
„Laten we dan weer naar
Paltburg gaan,” hield het
meisje aan; „ik woon er
graag, en onze weinige
vrienden leven daar ook.
Waarom ergens anders?’
.-.Elaine, lieve,” antwoordde
haar moeder, en legde haar hand
op den arm van haar dochter, „het is onmogelijk. Er is een reden, een goede reden
— maar heusch. El. ik kan je die niet zeggen
Later misschien. We kunnen toch overal
gelukkig zijn, niet waar? En vertel me nu
eens,” ging zij door, vóór het meisje nadere
vragen kon stellen, „hoe de show was.
Geamuseerd ?”
„Zal ’t later vertellen, mams,” antwoordde
EL die eerst ook zenuwachtig scheen te
worden, maar er dadelijk over heen was;
„’k heb nu geen tijd. Moet nog even een
brief schrijven. O ja. dat wil ik u toch nog
even vertellen. De ster droeg een paarlsnoer, zóó iets moois heeft u nooit gezien.
Zal ’t u vanavond precies vertellen. Magnifiek!” Toen sloeg de deur achter haar
dicht.
Mrs. Raymond was doodsbleek geworden,
en zij leunde tegen de tafel. Het voornaamste dat Elaine blijkbaar op de show
had gezien, was een paarlsnoer. Vanavond
zou zij ongetwijfeld een nauwkeurige beschrijving geven. Juist als haar vader; die
kon een uur lang enthousiast vertellen over
één edelsteen. Elaine leek op haar vader;
erfelijkheid. Zij kleedde zich voor het diner
en ging naar de damesschrijfzaal. Elaine
was er niet. Evenmin in de eetzaal, waar
een tafel voor haar gereserveerd was. Mrs.
Raymond wenkte den gérant, maar hij had
Elaine niet gezien.
In groote ongerustheid gebruikte Mrs.
Raymond haar diner, elk oogenblik verwachtend dat Elaine zou binnenkomen. Het
was niets voor Elaine om haar moeder,
zelfs voor eenige minuten onbekend te laten
van haar verblijf. Na een slechts half genuttigd maal stond zij op en ging naar het
kantoortje in de hall van het hotel. Daar
moest zij even wachten, want vóór haar
stond een opgewonden heer te praten met
den boekhouder.
„Waarom heeft u ze dan ook niet in
onze safe gedeponeerd, mijnheer,” hoorde zij
juist den hotelman opmerken; „dan — ”
„Dat is mijn zaak,” snauwde de gast,
„ik weet al wat u zeggen wilt: de directie
is niet verantwoordelijk natuurlijk. Natuurlijk! Reden te meer om de politie oogenblikkelijk te waarschuwen. Terwijl uw idioot van een hotel-detective quasi het huis
doorzoekt, heeft de dief alle kans er met
de juweelen van m'n vrouw van door te
gaan/
De kamer scheen om Mrs. Raymond
heen te draaien; zij greep naar de hooge
lessenaar om steun. Het was of zij de
woorden hoorde uit een nachtmerrie, meer
dan tien jaar geleden reeds. — Toen zij
zichzelf weer werd, zat zij in een stoel en
dronk een glas water, dat plotseling voor
haar mond verscheen. Zij keek om zich
heen en bemerkte dat zij in het privékantoor zat. De man die haar had laten
drinken, zette het glas op een tafel en kwam
weer op haar toe.
„Kent u mij niet, Mrs. Raymond?” vroeg
hij; „Dane Craighan?”
„Craighan ? Neen, ik herinner mij u niet.’
Maar vaag voelde zij onheil naderen
„Ik was huis-detective van het Mott
House hotel in Philadelphia. nu ongeveer
dertien of veertien jaar geleden '
Mrs. Raymond zat doodstil; zij voelde
zich koud worden
„Ik meende u reeds te herkennen, maar
ik kreeg zekerheid toen ik vanmiddag een
foto op uw kamer zag, gelijkend op deze
Hij haalde een kleine foto uit zijn zak.
„Dit is een politie-foto, en het portret is
van Al Raymond, bekend als juweelendief.
en ruim dertien jaar geleden als zoodanig
gearresteerd
In een niet te beschrijven razend tempo
doorleefde Mrs. Raymond het verleden
Jaren na zijn dood bleek haar liefde voor
Alvin Raymond, haar echtgenoot, nog even
fataal als tijdens zijn leven. Dat ontzettende
verleden ! Haar ontgoocheling toen zij moest
ervaren een hotelrat te hebben gehuwd
Haar zwakheid, die haar belette hem te
verlaten. Het voortdurende reizen, van
hotel tot hotel, steeds in angst voor een
arrestatie, die tenslotte plaats had. En daarna de angstige vrees dat Elaine den aard
van haar vader mocht hebben geërfd. Ten
tijde der arrestatie was zij nog te jong om
te beseffen wat er gebeurd was.
„Uw echtgenoot,” begon de detective
opnieuw, aarzelend....
„Hij stierf in de gevangenis, eenige maanden na zijn arrestatie,” viel Mrs. Raymond
hem in de rede. „Ik heb persoonlijk een
klein kapitaal en daaruit heb ik verschillende diefstallen vergoed. O, als Alvin maar
naar mij had geluisterd; van mijn kapitaal
hadden wij kunnen leven.”
„Ik was er indertijd van overtuigd, mevrouw,” zei Craighan, „dat u volkomen
onschuldig was aan de misdrijven van uw
man, behalve dat u er van op de hoogte
was. Ik — ik houd er niet van mijn meening
op dat punt te herzien. Maar ik ben verplicht uw kamer aan een grondig onderzoek te onderwerpen. De andere kamers
zijn reeds doorzocht, en er is niets gevonden.
Ik heb met uw kamer gewacht tot u bijkwam. Misschien wilt u er bij tegenwoordig zijn ?”
Met loodzware stappen volgde Mrs.
Raymond den detective naar boven. Zij
was ongemotiveerd blij nu, dat Elaine onvindbaar was. Ongemotiveerd, want het
kon wel niet anders of zij zou alles vernemen. De barrière van jaren, opgetrokken
tusschen het meisje en de kennis van het
verleden haars vaders, zou neergehaald
worden. De waakzaamheid, de zorg, waarover het meisje zich dien middag nog had
beklaagd, alles was vergeefsch. Elaine
Raymond, de dochter van een dief!
Bijna wezenloos zag zij toe hoe de detective de kamer aan een grondige inspectie
onderwierp. In weerwil van haar toestand
constateerde zij toch bij zichzelf een soort
verbazing en bewondering voor de vlugge
en handige wijze waarop de speurder alles
overhoop haalde en het daarna weer keurig
op de zelfde plaats legde
Het onderzoek was bijna afgeloopen.
Half onwillekeurig trok hij een paar lage
schoenen, die onder het buffet stonden naar
zich toe. In elk was een zijden kous gepropt. Hij wilde de schoenen weer neerzetten, toen hij mompelde: „Die eene is te
zwaar; eens even zien.” Hij trok de kous
er uit, hield den schoen omgekeerd boven
zijn hand, en...
Mrs, Raymond gilde en sprong op hem
toe. „Neen! Neen! Je bedriegt me! Je.
6
|