Panorama

Blad 
 van 2380
Records 11591 tot 11595 van 11897
Nummer
1929, nr. 36, 7 sept. 1929
Blad
06
Tekst
P A N O R A M A N o. 3 6 S E P T E M B E Z 'j zitting; op net poaiw y/i minister Terpstra. ^-^ANDSCti HET INTERNATIONAAL CONGRES voor Handelsonderwijs is van 2 tot 6 September in het Koloniaal Instituut te Amsterdam gehouden. Foto van de openingszitting; op het podium, in het midden, ^ClEUrfS H. M. DE KONINGIN arriveert te Enschede. Z. E. KARD. VAN ROSSHM bij aankomst te Amsterdam. Voorgrond v, l. n. r. de heer Dreesman ; dr, Drehmans, secretaris van den Kardinaal; de Kardinaal; Statenlid P. J, M, Verschure (met hoogen hoed) ; de gentilhomme van den Kardinaal. 4
PDF
Nummer
1929, nr. 36, 7 sept. 1929
Blad
07
Tekst
P A N O R A M A No. 3 6 - 7 S E P T E M B E R VOORNAME BEZOEKERS IN BADEN-BADEN. Onze foto toont Koning Gustaaf van Zweden in gesprek met Mevrouw von Goldschmidt-Rothschild tijdens de Internationale Race-wedstrijden te BadenBaden. OP h6T BBN %Mgbb°uÏ^' De opening van de zesde groote Radiotentoonstelling 1929 te Berlijn. Op deze zeer interessante expositie was een origineele teekening tebewonderen, welke een beeld geeft van het overbrengen van nieuwsberichten zooals dit van het begin der wereld tot den huidigen dag gebeurd is. $ 5
PDF
Nummer
1929, nr. 36, 7 sept. 1929
Blad
08
Tekst
PANORAMA N o. 3 6 7 SEP T E M B E R '^T'oen er op de deur geklopt werd, schoot Mrs. Alice Raymond met schrik wakker uit haar middagslaapje op den divan. Met schrik, want in haar half slapenden toestand had het geluid van dien klop haar plotseling doen denken aan dien anderen klop op een hoteldeur, nu reeds jaren en jaren geleden: bij die gelegenheid was het dat haar leven in stukken geslagen was. Zelfs nu had zij zich daarvan nog niet hersteld. Het was Elaine, haar dochter, die binnentrad. „Schrikt moeder T' vroeg zij, toen zij het ontstelde gezicht van haar moeder zag. „Ik heb een sleutel vergeten/' Met een zucht van verlichting stond Mrs. Raymond van den divan op. „Wel neen, El; hoe kom je er bij? Ik ben altijd het gelukkigste als jij bij me bent.*' „Dat weet ik, mams/’ zei Elaine, en haar stem klonk niet heel vergenoegd. „Niemand kan zeggen dat u niet genoeg bij mij bent. Weet u dat het vanmiddag voor den eersten keer was dat ik zonder u uitgeweest ben? Voor den eersten keer sinds we Paltburg verlieten? En ik heb enorm plezier gehad vanmiddag. -LI doet ook nog altijd net of ik acht jaar ben, inplaats van een en twintig,” ging het meisje door, een beetje pruilend. „Waarom toch, mams? Werkelijk, het is soms een beetje belachelijk.” „Ik zou vanmiddag ook wel graag mee gegaan zijn naar de show, El,” zei Mrs. Raymond, een antwoord ontwijkend, „maar heusch, ik was te moe.” „Zelfs thuis was u precies hetzelfde,” vervolgde haar dochter; „ais ik naar een partijtje ging, moest u altijd mee. Ik vind het wel prettig als u zoo lief voor me bent, maar ik wil toch ook wel eens alleen uit, — O ja, moeder, wanneer gaan we weer naar Paltburg terug ? Dat reizen wordt afschuwelijk op den duur. Vindt u ook niet?” Mrs. Raymond was dankbaar dat haar dochter niet verder op het onderwerp doorging. Hoe kon zij haar dochter vertellen dat, meer dan moederlijke zorg, vrees voor de erfelijkheid van het bloed haar gedragslijn bepaalde? Erfelijkheid! Een vreeselijk noodlot. Alleen te onderdrukken door de uiterste waakzaamheid. En Elaine, vooral wanneer zij pruilde, leek zoo veel op haar vader „Terug naar Paltburg?” zei Mrs. Raymond. „Wel, lieve, ik dacht er juist over. Verlang je er zoo naar terug?” „Het is tenminste een plaats waar we lang achtereen gewoondhebben; een „home”. Toen vader nog leefde, reisden we ook altijd. Waarom zijn we nu toch eigenlijk weggegaan ? U houdt immers ook niet van reizen?” „Ik? Neen, absoluut niet.” De woorden waren gesproken, vóór Mrs. Raymond ze kon inhouden, en met intensen afkeer, want dit nomadenleven bracht vreeselijke herinneringen. „Neen, El, ik kijk voortdurend uit naar een lief, klein plaatsje, .waar we kunnen gaan wonen; ook met het oog op onze beperkte middelen/ „Laten we dan weer naar Paltburg gaan,” hield het meisje aan; „ik woon er graag, en onze weinige vrienden leven daar ook. Waarom ergens anders?’ .-.Elaine, lieve,” antwoordde haar moeder, en legde haar hand op den arm van haar dochter, „het is onmogelijk. Er is een reden, een goede reden — maar heusch. El. ik kan je die niet zeggen Later misschien. We kunnen toch overal gelukkig zijn, niet waar? En vertel me nu eens,” ging zij door, vóór het meisje nadere vragen kon stellen, „hoe de show was. Geamuseerd ?” „Zal ’t later vertellen, mams,” antwoordde EL die eerst ook zenuwachtig scheen te worden, maar er dadelijk over heen was; „’k heb nu geen tijd. Moet nog even een brief schrijven. O ja. dat wil ik u toch nog even vertellen. De ster droeg een paarlsnoer, zóó iets moois heeft u nooit gezien. Zal ’t u vanavond precies vertellen. Magnifiek!” Toen sloeg de deur achter haar dicht. Mrs. Raymond was doodsbleek geworden, en zij leunde tegen de tafel. Het voornaamste dat Elaine blijkbaar op de show had gezien, was een paarlsnoer. Vanavond zou zij ongetwijfeld een nauwkeurige beschrijving geven. Juist als haar vader; die kon een uur lang enthousiast vertellen over één edelsteen. Elaine leek op haar vader; erfelijkheid. Zij kleedde zich voor het diner en ging naar de damesschrijfzaal. Elaine was er niet. Evenmin in de eetzaal, waar een tafel voor haar gereserveerd was. Mrs. Raymond wenkte den gérant, maar hij had Elaine niet gezien. In groote ongerustheid gebruikte Mrs. Raymond haar diner, elk oogenblik verwachtend dat Elaine zou binnenkomen. Het was niets voor Elaine om haar moeder, zelfs voor eenige minuten onbekend te laten van haar verblijf. Na een slechts half genuttigd maal stond zij op en ging naar het kantoortje in de hall van het hotel. Daar moest zij even wachten, want vóór haar stond een opgewonden heer te praten met den boekhouder. „Waarom heeft u ze dan ook niet in onze safe gedeponeerd, mijnheer,” hoorde zij juist den hotelman opmerken; „dan — ” „Dat is mijn zaak,” snauwde de gast, „ik weet al wat u zeggen wilt: de directie is niet verantwoordelijk natuurlijk. Natuurlijk! Reden te meer om de politie oogenblikkelijk te waarschuwen. Terwijl uw idioot van een hotel-detective quasi het huis doorzoekt, heeft de dief alle kans er met de juweelen van m'n vrouw van door te gaan/ De kamer scheen om Mrs. Raymond heen te draaien; zij greep naar de hooge lessenaar om steun. Het was of zij de woorden hoorde uit een nachtmerrie, meer dan tien jaar geleden reeds. — Toen zij zichzelf weer werd, zat zij in een stoel en dronk een glas water, dat plotseling voor haar mond verscheen. Zij keek om zich heen en bemerkte dat zij in het privékantoor zat. De man die haar had laten drinken, zette het glas op een tafel en kwam weer op haar toe. „Kent u mij niet, Mrs. Raymond?” vroeg hij; „Dane Craighan?” „Craighan ? Neen, ik herinner mij u niet.’ Maar vaag voelde zij onheil naderen „Ik was huis-detective van het Mott House hotel in Philadelphia. nu ongeveer dertien of veertien jaar geleden ' Mrs. Raymond zat doodstil; zij voelde zich koud worden „Ik meende u reeds te herkennen, maar ik kreeg zekerheid toen ik vanmiddag een foto op uw kamer zag, gelijkend op deze Hij haalde een kleine foto uit zijn zak. „Dit is een politie-foto, en het portret is van Al Raymond, bekend als juweelendief. en ruim dertien jaar geleden als zoodanig gearresteerd In een niet te beschrijven razend tempo doorleefde Mrs. Raymond het verleden Jaren na zijn dood bleek haar liefde voor Alvin Raymond, haar echtgenoot, nog even fataal als tijdens zijn leven. Dat ontzettende verleden ! Haar ontgoocheling toen zij moest ervaren een hotelrat te hebben gehuwd Haar zwakheid, die haar belette hem te verlaten. Het voortdurende reizen, van hotel tot hotel, steeds in angst voor een arrestatie, die tenslotte plaats had. En daarna de angstige vrees dat Elaine den aard van haar vader mocht hebben geërfd. Ten tijde der arrestatie was zij nog te jong om te beseffen wat er gebeurd was. „Uw echtgenoot,” begon de detective opnieuw, aarzelend.... „Hij stierf in de gevangenis, eenige maanden na zijn arrestatie,” viel Mrs. Raymond hem in de rede. „Ik heb persoonlijk een klein kapitaal en daaruit heb ik verschillende diefstallen vergoed. O, als Alvin maar naar mij had geluisterd; van mijn kapitaal hadden wij kunnen leven.” „Ik was er indertijd van overtuigd, mevrouw,” zei Craighan, „dat u volkomen onschuldig was aan de misdrijven van uw man, behalve dat u er van op de hoogte was. Ik — ik houd er niet van mijn meening op dat punt te herzien. Maar ik ben verplicht uw kamer aan een grondig onderzoek te onderwerpen. De andere kamers zijn reeds doorzocht, en er is niets gevonden. Ik heb met uw kamer gewacht tot u bijkwam. Misschien wilt u er bij tegenwoordig zijn ?” Met loodzware stappen volgde Mrs. Raymond den detective naar boven. Zij was ongemotiveerd blij nu, dat Elaine onvindbaar was. Ongemotiveerd, want het kon wel niet anders of zij zou alles vernemen. De barrière van jaren, opgetrokken tusschen het meisje en de kennis van het verleden haars vaders, zou neergehaald worden. De waakzaamheid, de zorg, waarover het meisje zich dien middag nog had beklaagd, alles was vergeefsch. Elaine Raymond, de dochter van een dief! Bijna wezenloos zag zij toe hoe de detective de kamer aan een grondige inspectie onderwierp. In weerwil van haar toestand constateerde zij toch bij zichzelf een soort verbazing en bewondering voor de vlugge en handige wijze waarop de speurder alles overhoop haalde en het daarna weer keurig op de zelfde plaats legde Het onderzoek was bijna afgeloopen. Half onwillekeurig trok hij een paar lage schoenen, die onder het buffet stonden naar zich toe. In elk was een zijden kous gepropt. Hij wilde de schoenen weer neerzetten, toen hij mompelde: „Die eene is te zwaar; eens even zien.” Hij trok de kous er uit, hield den schoen omgekeerd boven zijn hand, en... Mrs, Raymond gilde en sprong op hem toe. „Neen! Neen! Je bedriegt me! Je. 6
PDF
Nummer
1929, nr. 36, 7 sept. 1929
Blad
09
Tekst
PANORAMA No. 3 6 7 SEPTEMBER Maar het was geen bedrog; haar eigen oogen overtuigden haar. Uit de schoen rolden schitterende sieraden: een armband, een halssnoer, een diamanten ring, nog een ring 1 De detective zag haar met een vreemde uitdrukking in de oogen aan, „Ik had dit niet verwacht Mrs. Raymond; maar u zult toch wel niet durven beweren dat u hier niets van wist." Elaine.... de schoen was van Elaine. Alice Raymond wist dat de vrees van jaren bewaarheid was geworden ; de dochter van Alvin Raymond, den juweelendief, had diens passie voor juweelen geërfd. Alles vergeefsch geweest: haar voortdurende waakzaamheid, de weigering om haar dochter sieraden te geven, het vertrek uit Paltburg, waar iemand was komen wonen die haar man in die oude dagen had gekend en ook van zijn beroep op de hoogte was. Zij kon Elaine niet van deze misdaad redden, maar misschien wei van toekomstige misdrijven en zeker van de gevolgen van deze daad. Zij lachte plotseling; hard en rauw. ... .11 heeft mij gesnapt, Mr.Craighan. Wel, ik beken. Craighan gaf geen antwoord, stapte naar de huistelefoon en sprak even. Toen kort daarna een politieman in burger de kamer betrad, ging hij oogenblikkelijk de kamer uit, met de juweelen. Zwijgend keek Mrs. Raymond naar den speurder. Zij voelde zich kalmer, nu het offer voor Elaine's zwakheid was gebracht. Was El reeds gevlucht ? De deur van de kamer vloog plotseling open. „Moeder!" — Het was Elaine! „Moeder; ik ben getrouwd!" „Getrouwd?" Het meisje had de aanwezigheid van den man niet bemerkt en Mrs. Raymond was haar bijna vergeten. „Getrouwd? Wie.... hoe?’ .Met Philip Hunter. We waren bijna verloofd toen wij Paltburg verlieten, en vanmiddag en — lieve mams, — u was er altijd zoo tegen dat ik met jongelui omging. En daarom besloten we eerst maar te trouwen, want ik ben er zeker van dat u ook van hem zult houden. U wilt me toch vergeven, mams? — Philip!" De jonge man, die op de gang stond te wachten, kwam binnen. Eenigszins verlegen stond hij voor de moeder. „Philip Hunter!" riep Mrs. Raymond. „LI.... u is toch geen familie van Mr. Hunter, die kort vóór ons vertrek, een huis kocht in Paltburg ?" „Zijn zoon," zei de jonge man. „Prettig, dat u hem al kent." Mrs. Raymond scheen zich van haar omgeving niet meer bewust te zijn. Het was Elaine's stem, die haar tot zichzelf bracht. „Moeder, wie is die heer.... en wat doet hij hier ?".... De oudere vrouw trok beiden in een hoek der kamer. De politieman keek discreet een andere richting uit. „El," zei Mrs. Raymond, bijna schreiend, „ik.... ik weet niet goed, hoe te beginnen, en jullie geluk te verstoren. Wij.... ik, verliet Paltburg omdat Mr. Hunter, Philip's vader daar kwam wonen. Hij weet.... dingen van je vader en mij; dingen, waarvan ik had gehoopt dat niemand ooit iets zou weten." „Wat praat u moeder ? Wat voor dingen ?" „Wij reisden voortdurend; je vader en ik. We stapten nooit tweemaal in hetzelfde hotel af. De gasten in ons hotel.... vermisten dikwijls juweelen. Den laatsten keer gebeurde dat met Mr. Hunter. En je vader had zijn juweelen...." „Gestolen... bedoelt u?" fluisterde Elaine. „Mrs. Raymond," viel Philip Hunter in, „ik ben getrouwd met El, en het kan mij niet schelen, wat haar vader is geweest. Wij houden veel van elkaar en ik weet zeker dat mijn vader.... ' „Maar moeder, wat moet die heer hier dan toch ?" onderbrak Elaine. „Hij is een detective, zei Mrs. Raymond; „er is vandaag een juweelendiefstal in het hotel gepleegd. Ik moet.... ik moet hem naar het politiebureau volgen; Oh, El; ik kan haast niet meer. Ik hoop, dat jullie gelukkig...." „Moeder!" Elaine greep haar bij de armen; haar stem klonk schril, en toch smeekend; „moeder! zeg niet dat u... u... Neen, dat kan niet!" Het „ja" bestierf Mrs. Raymond op de lippen. Een plotseling gevoel van hoop flitste door haar geest. Elaine, die zoo ontzettend was geschrokken toen zij dacht dat haar moeder een dievegge was, Elaine kon de juweelen zeker niet gestolen hebben. Maar dan werd haar zelfopoffering ook niet vereischt. En de gevonden juweelen? Voor zij de situatie had kunnen verklaren, werd de deur geopend en Dane Craighan trad binnen. „Ik begrijp er niets van; de bestolene zegt dat dit zijn juweelen niet zijn. Niemand kan ze indentificeeren..." „Dat wil ik wel gelooven," riep Elaine verontwaardigd, den man de sieraden uit de hand nemend. „Dat zijn mijn juweelen! Nietwaar Phil ? Die ik van jou gekregen heb. Ziet u, moeder," het meisje zag thans haar moeder aan, „ik wist, dat u niet wilde dat ik juweelen droeg, en zeker zou u dus niet willen dat ik die als geschenk van een vriend zou ontvangen. Daarom heb ik ze verborgen. Vanmiddag kwam ik hier om m n engagementsring te halen om die bij de huwelijksvoltrekking te dragen, maar u was hier en daarom had ik geen gelegenheid. ... Moeder, om u werkelijk.... oh, ik begin het te begrijpen.... lieve, lieve moederI" „Ik geloof, dat ik het al begrepen heb, ' mompelde Craighan; „voor zoover het mij betreft, zal niemand ooit een woord van mij hierover hooren. En jij, Burke ?" „Praten is mijn gewoonte niet, Dane, zei de man van het politiebureau. „We hebben hier niets meer te doen. Laten we gaan." hij volgde me naar hier. Ik sprak hem 7
PDF
Nummer
1929, nr. 36, 7 sept. 1929
Blad
10
Tekst
PANORAMA N o. 3 6 Ten NAMIDDAG-OPENLUCHTConferentie ter behandeling van Volendamsche belangen, Volendamsche politiek en Volendamsche nieuwtjes. 7 SEP T E M B E i< VISSCHERS en havenarbeiders in Marseille tijdens het middaguur; op den voorgrond ’n primitief oventje om visch te bakken. het lunch-uurtje, wanneer het mooi weer is. 8
PDF
Blad 
 van 2380
Records 11591 tot 11595 van 11897