|
N o. 3 6 7 SEP T E M B E R
IN HET POOLGEBIED. Leden van een Poolexpeditie
verlaten het vastgevroren schip om per slede verder de
ijsivoestenij in te trekken.
P A N O R A M A
vlucht over de Poolzee konden wij constateeren,
dat op afstanden van 40 K.M. telkens het water
open was of slechts met een dunne ijslaag bedekt; latere waarnemingen hebben dit bevestigd,
zoodat het mij voorkomt dat men met een onderzeeër minstens elke 50 K.M. boven water kan varen.
Maar juist het aan de oppervlakte komen
is in de Poolzee het gevaarlijkst. Het pakijs is
n.1, steeds in beweging; de ijsvrije plaatsen veranderen telkens, evenals de dikte en grootte van
ijsmassa's, zoodat een onderzeeër theoretisch in
staat moet zijn de geheele reis onder water te
INHET POOLGEBIED
Het graf in het ijs.
maken. Een onderzee-vaart van 3400 K.M.
is echter nu nog vrijwel een onmogelijkheid.
Moderne onderzeeërs varen boven water op Dieselmotoren, en onder
water op electromotoren en batterijen. In verband met de snelheid en de
capaciteit der batterijen heeft men vastgesteld, dat een snelheid
van ongeveer 8 K.M. per uur onder water het grootste nuttig
effect heeft. De onderzeeër, dien ik voor mijn expeditie in 1930 wil
gebruiken, is natuurlijk uitgerust met de nieuwste hulpmiddelen en
gewapend tegen alle mogelijkheden. Door middel van twee op
elkaar volgende lucht-kamers is het mogelijk het schip onder water te
verlaten voor waarnemingen, eventueele reparaties, enz. Op deze
manier kan ook een duiker het schip verlaten om ontplooiingsmiddelen in het ijs aan te brengen, indien n explosie voor de doorvaart
noodig is, of om langs chemischen weg een gat in het ijs naar boven te
smelten, dat groot genoeg is om de periscoop of, indien noodig.
zelfs den commandotoren aan de oppervlakte te brengen.
Een bijzonder instrument heb ik laten aanbrengen
om gedurende het varen onder water voldoende
ruimte te bewaren tusschen het schip en den onderkant
van het ijs. Een soort van groote stang, die door middel
van een kogelgewicht aan het dek van de boot is verbonden, houdt het schip door een sterke veer 10 a
12 M. onder het ijs. Ik geloof niet dat de vorm van
het ijs aan den onderkant zoo onregelmatig is, dat wij
ongewenschte en onverwachte botsingen met het ijs
behoeven te vreezen. Mocht de beveiliging door deze
stangen onvoldoende blijken, of mochten ze buiten werking gesteld worden, dan hebben we nog een krachtig
veiligheidsmiddel in veerende instrumenten, welke aan
het dek zijn bevestigd; hierdoor zal men in het inwendige van de boot geen schade ondervinden, wanneer het schip onverhoopt tegen het ijs zou stooten.
Bovendien ben ik voornemens nog een bijzondere inrichting te bouwen, om versche lucht in het schip te
brengen. Twee sterke boren aan den voorsteven, welke
IN HET POOLGEBIED. Een ijsbreker tusschen de ijsmassa s
van de Poolzee.
vanaf de machinekamer worden aangedreven,
moeten n.1., waar noodig, een weg door het ijs
banen. Deze boren kunnen uit de pakkingsbus
worden verwijderd en vervangen worden door twee
buizen van 18 cM. doorsnede; door de eene buis
kan de gebruikte lucht worden weggezogen en
door de tweede de versche lucht in ’t schip worden
gepompt. Door deze installatie is luchtverversching
mogelijk, zonder dat dus het schip aan de oppervlakte behoeft te komen.
De navigatie onder water zal geen bijzondere moeilijkheden geven; de expeditie wordt
in den zomer, dus bij voortdurend daglicht, ondernomen, terwijl het water van de Poolzee
zeer helder is. Ik neem aan dat wij onder water
tot op een afstand van 50 M. kunnen zien; deze
afstand kan door sterke schijnwerpers gemakkelijk
verdubbeld worden. Door het gebruik van Kreiselkompassen en
andere moderne navigatie-middelen zullen wij in staat zijn nauwkeurig koers te houden, terwijl wij nu en dan aan de oppervlakte
kunnen komen voor nauwkeurige plaatsbepaling.
Ik hoop dat na acht a negen maanden de onderzeeër gereed
zal zijn voor de expeditie. Natuurlijk staat het mij duidelijk voor
den geest, dat de reis niet zonder gevaren zal zijn, maar ik geloof
toch dat de moeilijkheden en het risico, onvoorziene tegenspoeden
buiten beschouwing gelaten, niet zoo groot zijn als bij een sledeexpeditie over het barre en moeilijk begaanbare pak-ijs. En als de
poging gelukt — waaraan ik niet twijfel — dan worden door de
ontdekking van een Noordwestelijke doorvaart mogelijkheden geschapen, welke voor de scheepvaart van alle Noordelijke landen
van zeer verstrekkende beteekenis zullen zijn.
3
|