|
PA N O RAM A No. 3 5 - 31 AUGUSTUS
Over de Mormonen
door
FRANK A. RUSSELL
persèe^^■\K v
^oi/verneur
H
oe stelt gij u een Mormoon voor ? Ik wed er om, net zooals
ik — een oud man met een krans van woeste bakkebaarden,
een mond als een stalen val, en een oogopslag, die het
erom te doen is, zooveel mogelijk vrouwen te verkrijgen.
Ik heb eenigen tijd in Salt Lake City doorgebracht, een van
de mooiste steden van Amerika. Ieder der prachtige gebouwen aldaar
is een monument voor de kolonisatie-kunst der Mormonen. Het is
niet aan te bevelen een dergelijke spotternij als de bovenstaande in
Utah aan den man te brengen, want ten eerste is het bijna zeker,
dat gij met een Mormoon spreekt, en geheel zeker is het, dat iedere
Mormoon of niet-Mormoon er zich beleedigd door zal achten.
In Utah staan de Mormonen hoog aangeschreven. Daar zijn
„de Heiligen van de laatste dagen", zooals zij zich noemen, geliefd
wegens hun burgerdeugden, als huurlieden en als menschen.
In Utah maken de Mormonen ongeveeer 70% der bevolking
uit; in Salt Lake City is het percentage een weinig minder, maar
de leden van elke andere godsdienstige gezindheid zijn eensgezind
in hun lof voor de mannen en vrouwen, die een wildernis vonden,
en daaruit een van de meest vooruitstrevende gemeenschappen van
het groote rijk der Vereenigde Staten maakten.
Een eeuw geleden voerde Brigham Young, het hoofd van een
uitgeworpen, verachte, en 'in Nieuw-Engeland vervolgde sekte,
verdreven uit zijn vaderland om een nieuw land te ontdekken, waar
hij een eeredienst kon inrichten volgens zijn eigen inzicht, zijn troepje
van 143 mannen, 3 vrouwen en 2 kinderen naar de vallei van Salt
Lake, die zelfs door de Indianen gekenschetst werd als: „verschroeid
door den Grooten Geest". Toen hij en zijn metgezellen door den pas
trokken, en neerkeken op de troostelooze vallei, omzoomd door
sombere heuvels, riep hij uit: „Hier is de plaats, waar wij zijn moeten!"
In Utah ontmoette ik een oud man, die zich die vroegere
tijden nog herinneren kon. Op den dag, dat ik aankwam, stierf een
oude vrouw, welke de eerste baby was geweest en eenige dagen
na de aankomst geboren was. In Utah bezit men een neiging tot
heldenfeiten, een zin voor romantiek. Van dezen ouden man hoorde
ik verschillende bijzonderheden over de gevaren, die hun aankomst
vergezelden, en door hem leerde ik Brigham Young beschouwen,
niet als een borsteligen ouden man, die aan veelwijverij deed, maar
als een man, die aan zijn volk leefregels en voorschriften had
gegeven, waardoor zij in staat gesteld werden uit een woestijn
een grooten Staat te scheppen.
Strenge wetten
en handhaving
der orde.
Ik wil hier geen reisbeschrijving van Utah en
zijn hulpbronnen geven, noch ook een poging
doen om zijn natuurschoon te beschrijven en zijn
hooge bergen, waar ertsen van allerlei soort te
vinden zijn. Hetgeen mij veel meer aantrekt is het menschelijk
mineraal, dat sinds bijna een eeuw groote dividenden heeft afgeworpen, en een erfenis van geestelijken en materieelen rijkdom
heeft nagelaten aan een volk, dat onder de verschillende staten
van Amerika bekend is door zijn zin voor wet en orde. Deze zin
voor wet en orde werd hun ingepompt door den strengen, ouden
leider, die hun eerste gouverneur werd, en door wien Utah eerst
een terratorium en daarna een staat van de Unie werd.
Ik was gelukkig genoeg een lang gesprek te kunnen voeren
met den tegenwoordigen gouverneur, George Dorn, een man, die
zulke voortreffelijke persoonlijke eigenschappen bezit, dat hij, hoewel
zelf democraat, twee keer tot gouverneur werd gekozen in een
republikeinschen staat. Hij heeft gezegevierd ondanks zijn politiekongunstige positie, ondanks zijn godsdienstige overtuiging; want
hij is niet Mormoon, en toch hebben de Mormonen hem tot de
hoogste waardigheid in hun staat gekozen.
Dorn is een mijn-magnaat, de zoon van een rijk vader, die
zijn fortuin in de mijnen heeft gemaakt. In de gekleede jas en gestreepten broek, die de kenteekenen zijn van een officieele positie
in de hoogere kringen van Amerika, was hij het figuur van een
staatsman, zittende aan een zwaar versierde schrijftafel, in een
zwaar versierde studeerkamer, terwijl hij mijn vragen afwachtte.
Deze gouverneur houdt er niet van veel te zeggen, maar laat anderen
spreken. Ik vroeg hem uit omtrent de Mormonen, en leerde door hem
feiten kennen, die mijn spottende houding tegenover deze menschen
geheel veranderden, en mij reden tot bewondering gaven.
Bringham Young, ik heb het reeds gezegd, was een genie. Hij
heeft dezen titel verdiend, niet alleen door zijn politieke scherpzinnigheid, want hij was een geboren leider, maar hij bezat ook
die geheimzinnige zekerheid, welke iemand tot een man van den
eersten rang stempelt.
Spoedig nadat hij met zijn haveloos troepje was aangekomen,
zette hij hen aan het werk om den stroom af te dammen. Dat was
het begin van een irrigatie-systeem. dat sedert steeds uitgebreid,
een van de slechtste, droogste woestijnen van Amerika tot een
vruchtbaar land heeft gemaakt. Met volkomen geloofsvertrouwen
droeg hij zijn kolonisten op graan te gaan verbouwen, in een streek, die nauwelijks regen kende.
Toen de eerste tarwe-oogst bijna rijp
was, en de bevolking aanstalten maakte om
te gaan oogsten, ten einde in het leven te
kunnen blijven om meer land vruchtbaar te
kunnen maken, en het gewas voor ’t volgende
jaar tot rijpheid te brengen, gebeurde er iets
verschrikkelijks. Een groote horde kleine
sprinkhanen, aldus het verhaal, naderde de
velden, en begon al wat plantaardig was te verslinden. Voortdurend en onverbiddelijk kropen
deze insecten voort, alles op hun doortocht
verwoestend. Het handjevol Mormoonsche
kolonisten zag in, dat niets hun oogst en hun
levens zou kunnen redden. Zij waren gedoemd van honger te sterven in de wildernis.
De heilige vogel Er werd voorgeschreven
van Utah. gebedsoefeningen te houden, maar niets scheen te
helpen. Reeds vielen de verslindende beesten
op een deel der velden aan. Het volk bad
voort; hun leider verzekerde hen, dat God hen
kon en zou beschermen. Toen alle hoop verSALT LAKE CITY. Het graf van Brigham Young
in Salt Lake City.
|