Panorama

Blad 
 van 2380
Records 11571 tot 11575 van 11897
Nummer
1929, nr. 35, 31 aug. 1929
Blad
12
Tekst
PANORAMA N o. 3 5 3 1 A U G U S T IJ 8 ees, ga je mee vanavond?” „Waarheen?” „’n Schitterende lezing vanavond in de stad.” „Geen tijd.” „Nonsens* je hebt niets te doen. Of correspondentie ?” Kees dacht na. Hij zou stellig den laatsten trein naar het dorp kunnen nemen en vroeg genoeg thuis zijn, om den brief te kunnen schrijven en posten. Hij was niet bestand tegen plagerij en duchtte de minste toespeling op zijn drukke correspondentie. Dus vroeg hij: „’n Interessante lezing?” „Geweldig!” „Ik ga mee. Ik zie jullie wel aan den trein?” Na de lezing was hij een kwartier voor het vertrek van den laatsten trein op het perron. Maar het treintje vertrok om de een of andere reden een half uur te laat, moest daarom onderweg lang wachten bij een tusschenstation op een sneltrein en had ten slotte meer dan een uur vertraging door het breken van een koppeling* Ver over middernacht kwam Kees thuis. Schrijven was nu nutteloos, want door de gebrekkige verbinding zou de brief zelfs den volgenden avond niet op zijn bestem ming zijn. Het meisje sloop heimelijk naar de brievenbus. Er was wel post* ook voor haar — een circulaire van een vereeniging — maar niet van hem. Het kon ook niet* dacht ze; nu was het geen brievenavond. Morgen was er stellig iets. Een jongere broer had de escapade naar de voordeur toch gezien en vroeg plagend: „Weer niets?” „Kees ?” .Ja?” „Zeg, je kunt me prachtig helpen* Ik ga vanavond uit met mijn verloofde, en nu moet ik overwerken. Zou jij.... ? Om negen uur ben ik weer op kantoor om je af te lossen.” „Kan ik er op rekenen?” „Ik ben er zeker.” Maar hij was er niet om negen uur. Kees trachtte edelmoedig te zijn en zich zelf te overtuigen, dat zijn vriend buiten zijn schuld verhinderd was om zich aan de afspraak te houden, maar dacht intusschen met wroeging aan haar. Nu zou zij tevergeefs de brievenbus inspecteeren. Wat een teleurstelling. De chef was niet te verschalken; Kees zag geen kans heimelijk een briefje te schrijven op een blocnote. En het zou met overwerken wel te laat worden voor de laatste buslichting. Kees zuchtte en verwenschte alle vrienden en slechte postverbindingen. Morgen zou hij een extra dikken brief sturen. ’s Avonds heel laat kwam hij thuis en vond een brief. Met spijt las hij: „Morgen is er weer een brief van je? Fijn! Weer zoo dik als den vorigen keer?” „Nog dikker,” nam Kees zich voor. Hij ging naar bed, anders zou hij zich verslapen. Dat gaf altijd ellende met den strengen chef. Met hoed en mantel kwam het meisje in de huiskamer. „Post?” „Ja, veel, maar niets voor jou.” „Plaag niet, Er is toch een brief van.... „Neen, heusch niet” Hoe was dat nu mogelijk, dacht het meisje teleurgesteld. „’t Was toch brievendag ? Zou hij ziek zijn. Zij trachtte zich dien avond schadeloos te stellen met een serie oude brieven en stuurde een flink epistel aan hem. NAZOMER IN HET GEBERGTE. „Meneer v. d. Riet!” Kees schrok: de directeur zelf. „Meneer v. d. Riet, u moet onmiddellijk naar Rotterdam. Komt u even op mijn bureau; het gaat over een gewichtige zaak.” Kees keek, terwijl hij naar ’t privékantoor van den directeur liep, op zijn horloge, Vijf uur al! Dat werd natuurlijk weer afschuwelijk laat! Maar als hij geen tijd voor een brief vond, kwam hij morgen niet op kantoor! Zij kon nu onmogelijk nog langer wachten. Het was een gewichtige conferentie, maar ook ’n zeer lange met de firma in Rotterdum. Kees voelde zich trotsch, dat aan hem de zaak was opgedragen en vloog naar 'n café, zoodra het onderhoud was geëindigd. Daar krabbelde hij vlug enkele blaadjes van een blocnote vol en vroeg den kellner een enveloppe. „Hebben we niet, meneer.’ „Wat? En het is al over achten, alle winkels zijn dicht. Waar krijg ik nu een enveloppe ?” Dat was nu de derde pech. Kees wanhoopte* dat hij nog ooit een brief zou kunnen schrijven. Wat zou zij wel denken? Hij dacht weer aan haar teleurstelling als de post niets bracht. Misschien huilde ze wel. Hij zou de blocnote-velletjes morgen posten, maar dan kwam de brief toch weer veel later dan hij gewild had. Kees verwenschte de eervolle opdracht en gewichtige conferentie en spoorde naar huis in een afschuwelijk humeur. Het meisje tuurde door het raam naar den naderenden postbode. Zij was bij de bus toen de besteller nog een krant door de opening werkte. Weer geen brief. De broers hadden een serie plagerijen gereed, maar zeiden niets, toen ’t verdacht trilde om de lippen van ’t meisje. Natuurlijk moest Kees overwerken of had hij andere onoverkomelijke bezwaren, maar de teleurstelling was groot, ’s Avonds vond moeder een huilend meisje in bed. De vierde dag. „Meneer v. d. Riet,” zei de chef, „er is een vergissing in het kasboek. Al wordt ’t twaalf uur, de fout moet gevonden worden, ’t Is u toevertrouwd. Wilt u blijven vanavond ?” Kees had reeds op pech gerekend. Zondag. Half twee. „Waar is Kees?” „Boven.” Half drie. „Waar is Kees?” „Boven.” Half vier. „Waar is Kees?” „Boven.” Om half vijf komt Kees beneden. „Wat heb je uitgevoerd?” „Een briefje geschreven.” Zeven uur, volgenden dag. „Waar is Jo?” „Boven.” Acht uur. „Waar is Jo?” „Boven.” Even later komt het meisje in de huiskamer. „Wat heb jij uitgevoerd?” „’n Brief gekregen* Even gelezen.” 10
PDF
Nummer
1929, nr. 35, 31 aug. 1929
Blad
13
Tekst
P A N O R A, M A N o. 3 5 3 1 A U G U S T U S DE D-TREIN Parijs-Warschau verongelukte, door te groote snelheid op een in reparatie zijnd baanvak, tusschen Duren en Keulen. Deze foto toont hoe enkele wagons buiten de rails werden geplaatst. Wat er overbleef van een derde klas wagon van den Dtrein naar Klagenflirt, die bij Loifarn op een tegemoet komenden personentrein liep: vier passagiers verloren bij dit ongeluk het leven. Een derzwaargehavende rijtuigen; door den schok werden de truckstellen van de wagons gerukt. 1 1
PDF
Nummer
1929, nr. 35, 31 aug. 1929
Blad
14
Tekst
PA N O RAM A No. 3 5 - 31 AUGUSTUS Over de Mormonen door FRANK A. RUSSELL persèe^^■\K v ^oi/verneur H oe stelt gij u een Mormoon voor ? Ik wed er om, net zooals ik — een oud man met een krans van woeste bakkebaarden, een mond als een stalen val, en een oogopslag, die het erom te doen is, zooveel mogelijk vrouwen te verkrijgen. Ik heb eenigen tijd in Salt Lake City doorgebracht, een van de mooiste steden van Amerika. Ieder der prachtige gebouwen aldaar is een monument voor de kolonisatie-kunst der Mormonen. Het is niet aan te bevelen een dergelijke spotternij als de bovenstaande in Utah aan den man te brengen, want ten eerste is het bijna zeker, dat gij met een Mormoon spreekt, en geheel zeker is het, dat iedere Mormoon of niet-Mormoon er zich beleedigd door zal achten. In Utah staan de Mormonen hoog aangeschreven. Daar zijn „de Heiligen van de laatste dagen", zooals zij zich noemen, geliefd wegens hun burgerdeugden, als huurlieden en als menschen. In Utah maken de Mormonen ongeveeer 70% der bevolking uit; in Salt Lake City is het percentage een weinig minder, maar de leden van elke andere godsdienstige gezindheid zijn eensgezind in hun lof voor de mannen en vrouwen, die een wildernis vonden, en daaruit een van de meest vooruitstrevende gemeenschappen van het groote rijk der Vereenigde Staten maakten. Een eeuw geleden voerde Brigham Young, het hoofd van een uitgeworpen, verachte, en 'in Nieuw-Engeland vervolgde sekte, verdreven uit zijn vaderland om een nieuw land te ontdekken, waar hij een eeredienst kon inrichten volgens zijn eigen inzicht, zijn troepje van 143 mannen, 3 vrouwen en 2 kinderen naar de vallei van Salt Lake, die zelfs door de Indianen gekenschetst werd als: „verschroeid door den Grooten Geest". Toen hij en zijn metgezellen door den pas trokken, en neerkeken op de troostelooze vallei, omzoomd door sombere heuvels, riep hij uit: „Hier is de plaats, waar wij zijn moeten!" In Utah ontmoette ik een oud man, die zich die vroegere tijden nog herinneren kon. Op den dag, dat ik aankwam, stierf een oude vrouw, welke de eerste baby was geweest en eenige dagen na de aankomst geboren was. In Utah bezit men een neiging tot heldenfeiten, een zin voor romantiek. Van dezen ouden man hoorde ik verschillende bijzonderheden over de gevaren, die hun aankomst vergezelden, en door hem leerde ik Brigham Young beschouwen, niet als een borsteligen ouden man, die aan veelwijverij deed, maar als een man, die aan zijn volk leefregels en voorschriften had gegeven, waardoor zij in staat gesteld werden uit een woestijn een grooten Staat te scheppen. Strenge wetten en handhaving der orde. Ik wil hier geen reisbeschrijving van Utah en zijn hulpbronnen geven, noch ook een poging doen om zijn natuurschoon te beschrijven en zijn hooge bergen, waar ertsen van allerlei soort te vinden zijn. Hetgeen mij veel meer aantrekt is het menschelijk mineraal, dat sinds bijna een eeuw groote dividenden heeft afgeworpen, en een erfenis van geestelijken en materieelen rijkdom heeft nagelaten aan een volk, dat onder de verschillende staten van Amerika bekend is door zijn zin voor wet en orde. Deze zin voor wet en orde werd hun ingepompt door den strengen, ouden leider, die hun eerste gouverneur werd, en door wien Utah eerst een terratorium en daarna een staat van de Unie werd. Ik was gelukkig genoeg een lang gesprek te kunnen voeren met den tegenwoordigen gouverneur, George Dorn, een man, die zulke voortreffelijke persoonlijke eigenschappen bezit, dat hij, hoewel zelf democraat, twee keer tot gouverneur werd gekozen in een republikeinschen staat. Hij heeft gezegevierd ondanks zijn politiekongunstige positie, ondanks zijn godsdienstige overtuiging; want hij is niet Mormoon, en toch hebben de Mormonen hem tot de hoogste waardigheid in hun staat gekozen. Dorn is een mijn-magnaat, de zoon van een rijk vader, die zijn fortuin in de mijnen heeft gemaakt. In de gekleede jas en gestreepten broek, die de kenteekenen zijn van een officieele positie in de hoogere kringen van Amerika, was hij het figuur van een staatsman, zittende aan een zwaar versierde schrijftafel, in een zwaar versierde studeerkamer, terwijl hij mijn vragen afwachtte. Deze gouverneur houdt er niet van veel te zeggen, maar laat anderen spreken. Ik vroeg hem uit omtrent de Mormonen, en leerde door hem feiten kennen, die mijn spottende houding tegenover deze menschen geheel veranderden, en mij reden tot bewondering gaven. Bringham Young, ik heb het reeds gezegd, was een genie. Hij heeft dezen titel verdiend, niet alleen door zijn politieke scherpzinnigheid, want hij was een geboren leider, maar hij bezat ook die geheimzinnige zekerheid, welke iemand tot een man van den eersten rang stempelt. Spoedig nadat hij met zijn haveloos troepje was aangekomen, zette hij hen aan het werk om den stroom af te dammen. Dat was het begin van een irrigatie-systeem. dat sedert steeds uitgebreid, een van de slechtste, droogste woestijnen van Amerika tot een vruchtbaar land heeft gemaakt. Met volkomen geloofsvertrouwen droeg hij zijn kolonisten op graan te gaan verbouwen, in een streek, die nauwelijks regen kende. Toen de eerste tarwe-oogst bijna rijp was, en de bevolking aanstalten maakte om te gaan oogsten, ten einde in het leven te kunnen blijven om meer land vruchtbaar te kunnen maken, en het gewas voor ’t volgende jaar tot rijpheid te brengen, gebeurde er iets verschrikkelijks. Een groote horde kleine sprinkhanen, aldus het verhaal, naderde de velden, en begon al wat plantaardig was te verslinden. Voortdurend en onverbiddelijk kropen deze insecten voort, alles op hun doortocht verwoestend. Het handjevol Mormoonsche kolonisten zag in, dat niets hun oogst en hun levens zou kunnen redden. Zij waren gedoemd van honger te sterven in de wildernis. De heilige vogel Er werd voorgeschreven van Utah. gebedsoefeningen te houden, maar niets scheen te helpen. Reeds vielen de verslindende beesten op een deel der velden aan. Het volk bad voort; hun leider verzekerde hen, dat God hen kon en zou beschermen. Toen alle hoop verSALT LAKE CITY. Het graf van Brigham Young in Salt Lake City.
PDF
Nummer
1929, nr. 35, 31 aug. 1929
Blad
15
Tekst
P A N () R A M A N o. 3 5 3 1 A U G U S 3' U S loren scheen, gebeurde er iets vreemds. In deze groote vallei verscheen een ontelbaar aantal witte zeemeeuwen. In sierlijke vlucht schoten zij neer en begonnen hun maaltijd. Zij aten en aten en spuwden het voedsel weer uit volgens de manier van de zeemeeuwen, en begonnen weder te eten. Toen alle sprinkhanen opgegeten waren, vlogen de meeuwen weer weg. De oogst was gered, het leven ging weder zijn gewonen gang; maar het volk vergat niet. In de omgeving van den tempel verrijst heden ten dage in 't midden van ’n vijver, ’n hooge slanke zuil, op wier top twee gouden zeemeeuwen staan, alsof zij juist zijn neergestreken. Aan den voet van de zuil bevinden zich vier tafereelen in brons, gebeeldhouwd door een beroemd kunstenaar uit Lltah, voorstellende: de Angst, het Gebed, het Geloof en de Vervulling, herinnerende aan dien verschrikkelijken tijd. Bovendien is het strafbaar gesteld om ooit een zeemeeuw te dooden, want het is de heilige vogel van Lltah. De Mormoonsche kerk is zeer rijk. Men heeft prachtige kerkgebouwen en tempels gesticht. De Groote Tempel zelf is een wereldwonder. Hij is ontworpen door Brigham Young, die een universeele geest was. Hij ontwierp ook den Grooten Tabernakel, in den vorm van een elips, waarin 10.000 menschen kunnen plaats vinden, gedekt door een groot dak van zuiver schildpad, waarin geen enkele metalen spijker is geslagen, Het orgel, dat zich in het gebouw bevindt, is gemaakt door de eerste kolonisten, waaronder zich personen van alle ambachten bevonden. Deskundigen zeggen, dat het de mooiste tonen ter wereld voortbrengt. Ofschoon Brigham Young geen architect van beroep was, heeft hij goed werk geleverd, want zijn plannen, die nauwkeurig uitgevoerd werden, hebben aan dit gebouw een verwonderlijke acoustiek geschonken. Men kan aan het uiteinde van den tabernakel, dat is op een afstand van 300 voet, een speld in de orgelgalerij hooren vallen, en gefluisterde woorden kan men er gemakkelijk verstaan. Daarom worden, wanneer de dagelijksche orgeluitvoering begint, geen bezoekers meer toegelaten, zelfs niet in de nabijheid van het gebouw, opdat het geluid hunner voetstappen de muziek niet zal storen. Een koor van 250 zangers voert hierbij gezangen uit. Fraaie beeldhouwkunst, edele muziek, grootsche SALT LAKE CITY. De tempel der Mormonen, SALT LAKE CITY. Een andere foto van den tempel der Mormonen, met op den achtergrond de ellipsvormtgt tabernakel. het Mordat worden en sociale hen onderarchitectuur, zijn de uitwendige versieringen van monisme. Behalve philanthropische stichtingen door steund. Bovendien had Brigham Young vele tientallen jaren geleden een handelsvereeniging opgericht, opdat de Mormonen niet zouden uitgebuit worden door vreemde handelaars, die de goederen met pakpaarden uit Missouri via de Emigration Pas aan brachten en exorbitante prijzen rekenden. Deze vereeniging is genaamd: „Zion Cooperative Mercantile Institution”; zij richtte de eerste warenhuizen in Amerika op. Nog heden is zij de grootste handelsfirma van de stad,; verkocht wordt jaarlijks voor 13 millioen dollar. Van den beginne heeft zij aan de coöperatieve aandeelhouders gemiddeld 11 pCt uitgekeerd, benevens nog dividend in natura. Terwijl andere groote inrichtingen in tijden van crisis ten onder gingen, bleef de Zioncoöperatie vast als een rots. 13
PDF
Nummer
1929, nr. 35, 31 aug. 1929
Blad
16
Tekst
P A N O R. A M A No. 3 5 3 1 A U G U S T U S Forf°' BOVEN SCHEVENINGEN defileerden een aantal Fokkers tijdens het diner, waaraan de deelnemers van het congres der Intern. Air Traffic Association aanzaten. IN DE AMSTERDAMSCHE haven is een Engelsch jacht binnengeloopen; het prachtige schip heeft een bemanning van 42 koppen. TER VIERING van het 50-jarig Nederlanderschap van H. M. de Koningin-Moeder werd te Huizen een openluchtspel vertoond* voorstellende een bezoek van Michiel de Ruyter (rechts) aan Hellevoetsluis, !4
PDF
Blad 
 van 2380
Records 11571 tot 11575 van 11897