|
P A N () R A M A \ o. 3 3 1 7 A U G U S T U S
.Omdat hij dacht, dat je hem inderdaad
liefhad en ook, omdat hij te arm en te
trotsch is, om van het geld van zijn vrouw
te leven.’
„Maar ik dacht, dat Punch er heei goed
bij zat?”, zei Judy verwonderd. „Ik heb
menschen hooren zeggen, dat sinds hij naam
gemaakt heeft, hij heel veel verdienen moet. ”
„En toch is hij, ondanks alles, een arm
man en ik zal je vertellen waarom. In den
laatsten tijd heb ik ontdekt, dat hij jaarlijks
groote sommen betaalt om eenige feiten
jou niet te laten weten. Ik wensch van de
dooden geen kwaad te spreken, maar het
is een feit, dat je vader zijn geld verdiende
op verschillende— zacht gesproken—'minder
faire manieren en het is om jou die ellendige
details te besparen, dat Punch chantagegeld betaalt.”
Judy staarde haar stom verwonderd aan.
„Mijn arme Punch!” zei zij ten laatste
op zachten toon. „Als ik dat maar geweten
had! Oh, wat moet ik doen, tante? Zeg
mij dat eens; ik ben zoo ongelukkig.”
„Heb je Punch lief?”, vroeg Lady Saltwell
zacht.
Een glimlach speelde om Judy’s lippen,
toen de herinnering aan haar kinderjaren
haar weer voor den geest kwam.
„Ik—ik zou liever door Punch iederen dag
geslagen worden dan gekust door wien ook. ”
verklaarde zij heftig.
„Hm. Dat is duidelijk genoeg. Wel,
kind, omdat je jezelf in deze moeilijkheid
gebracht hebt, moet je je er maar weer
zien uit te redden ook. Een man zal voor
zulk een bruidsgift als jij meebrengt, veel
slikken en voor een hertog is Altringham
beslist arm.” Na deze verstandige opmerkingen ging Lady Saltwell heen en gaf
Judy den tijd er over na te denken.
Dit had blijkbaar tengevolge, dat Judy
den volgenden morgen haar zaakwaarnemer
ging opzoeken en een lange en zeer ernstige
conferentie met hem hield. Het resultaat
daarvan was, dat er al spoedig geruchten
begonnen te loopen, dat de rijke Miss
Adair zwaar in rubber gespeculeerd had.
Sommige vriendelijke menschen beweerden
reeds, dat zij geruïneerd was en vertelden dit
met een bijzonder genoegen aan Altringham.
De hertog zat in een leelijk parket. Hij
wenschte als eerlijk man te handelen, maar
met Judy te trouwen zooals zij nu was
met nauwelijks een stuiver er bij, wras meer
dan hij verdragen kon.
Zijn sombere gedachten werden onderbroken door de binnenkomst van de hertogin.
Haar dierbare Cecil kon die zaak beter
aan haar overlaten.
Vastbesloten hem uit dat wespennest
te bevrijden, besloot zij moedig, de zaak
ronduit met Judy te gaan bepraten en
bevond, dat haar de geheele aangelegenheid buitengewoon gemakkelijk werd gemaakt.
Judy luisterde naar de excuses en omhaal
van woorden met een ondeugende flikkering
in de oogen en een cynischen glimlach op de
lippen, terwijl zij haar hoofdje op bevallige
wijze liet hangen, en vroeg, toen de oudere
vrouw haar haperende uitleggingen beëindigde :
„Heeft Cecil u naar mij toegezonden,
hertogin?”
Tot haar groot ongenoegen voelde de
hertogin, dat zij een hevige kleur kreeg.
„Natuurlijk niet,” antwoordde zij verontwaardigd, zich in haar volle lengte
oprichtend. „Die arme Cecil is er erg van
in de war. en daarom dachten wij .,. ik..
„Dacht u. dat u beter in staat zoudt zijn
om mogelijke tranen en smeekingen te
weerstaan,” viel Judy haar droog in de
rede. „Ik begrijp het. Alleen moet ik zeggen,
dat ik meer respect voor hem gehad zou
hebben, als hij mij dit zelf ronduit verteld
had en zich niet achter zijn moeder's rokken
had verscholen. Maar ...”
Zij zweeg en zuchtte zwaar. Toen deed
zij haar engagementsring af en gaf dien
zonder een woord te spreken aan de hertogin, die er zich onaangenaam van bewust
werd, dat zij in deze niet de fraaiste rol
speelde en zoo haastig mogeiijk vertrok.
Het meisje wachtte tot zij veilig buiten
de deur was en rukte toen met een wild
gebaar den sluier van haar gezicht.
„Vrij!” riep zij triomphantelijk en rende
toen naar de deur, om daar in botsing te
komen met Lady Saltwell, die juist binnentrad. Haar verbaasde chaperon met een
wild gebaar omhelzend, herhaalde zij dat
woord aan haar oor en vloog toen de trap
op.
Lady Saltwell veegde haar gezicht af.
dat na de juist ontvangen omhelzing een
weinig vochtig en kleverig voelde.
„Ik geloof,” mompelde zij, naar de telefoon
gaande, „dat ik haar wel een opwekkend
middel kan geven.”
Voor de tweede maal in die maand
werd Punch in voile vaart voor Judy’s
deur gebracht. Uit den vollen zonneschijn
in den halfduisteren salon komend, duurde
het eenige oogenblikken voor hij zag, dat
hij niet alleen was. Judy zat in een stoel
gedoken en het gezicht van haar, die voor
hem alles beteekende, terneergeslagen en
vernederd, verbrak de barrière, die hij om
zijn liefde had opgetrokken. In twee stappen
was hij de kamer door en lag naast haar
op de knieën.
„Judy . . . Judy .... mijn kleine meisje,
huil maar niet zoo,” zei hij heesch. „Ik
kan niet verdragen, dat jij moet lijden. God
weet, dat ik mijn leven zou willen geven,
om jou verdriet te besparen.”
Er was een oogenblik stilte en Judy’s
snikken werd minder. Even later hief zij
het hoofd op en fluisterde beverig: „En
waarom doe je het dan niet, Punch?”
„Waarom doe ik wat niet?” vroeg Punch
verwonderd.
„Je leven aan mij geven.” zei een zachte,
beschaamde stem. „Oh, Punch! Wat ben
je dom! Begrijp je het niet?”
Toen haar bedoeling eindelijk tot hem
doordrong, was het of een groote beer
haar omkneld hield.
„Judy!” hijgde hij. „Is het waar? Heb
lachend bukte hij
zich en sloot
haar in zijn
armen.
je mij lief? Ik kan het niet gelooven.'
Jou lieve, oude dwaas! Natuurlijk is het
waar. Jij was het altijd, Punch. Jij was die
ééne andere. Ik deed mijn best, om het je
te laten begrijpen, maar het lukte niet.
Maar waarom heb je mij niet eerder gevraagd?
Ik ben nu alles kwijt, wat mij aantrekkelijk
maakte: schoonheid, geld, alles is weg.”
„Daarvoor dank ik den Hemel,” zei
Punch vurig. „Wat het verliezen van je
geld betreft, bedoel ik, want hoe kon anders
een groote, leelijke, arme kerel als ik, het
gewaagd hebben, je van zijn liefde te spreken?
Jou wil ik hebben. Judy, niet alleen je
schoonheid. Doe je sluier af, lieveling en
laat mij de tranen wegkussen.”
Een weinig bevend trok Judy zich uit
zijn armen terug en verzocht hem de gordijnen op te halen.
Hij gehoorzaamde vol verbazing en keerde
zich toen weer naar de plaats waar het
meisje met haar gezicht in de handen verborgen stond. Met zachten dwang trok hij
haar handen weg en hief het hangende
hoofdje op.
„Judy!”, riep hij en deed een stap terug,
terwijl hij haar met ongeloovige oogen
aanstaarde.
Want de Judy, die hij zag, was dezelfde,
die hij steeds voor oogen had gehad, en
niet de leelijke misvorming, waaraan hij
zich in den laatsten tijd gewend had. Judy
met haar mooi gelaat onbeschadigd, behalve het litteeken van een pas geheelde
lichte snede op haar wang en de verdwijnende
schroeiplek van een lichte brandwond.
„Heb ik jullie niet allemaal prachtig beet
gehad?” vroeg zij met schitterde oogen.
„Het was heel gemakkelijk. Ik overdreef
alleen een beetje met daarvoor geschikte
verf en ik heb nooit iemand van al te
dicht bij naar mij laten kijken.”
„En het verloren fortuin is zeker van
denzelfden aard?”, vroeg Punch heesch.
terwijl hij een gevoel had, of hij stikken zou.
„Oh, ik heb heel wat verloren,” zei zij
luchtig, „maar niets om je bezorgd over te
maken. Je . . . je vindt het toch niet erg?”
Nog antwoordde hij niet en daarom
raapte zij al haar moed bijeen en sloeg
haar armen om zijn hals en keek hem met
haar schitterende oogen verlangend aan.
„Zie je, lieveling, ik weet, wat je al dien
tijd gedaan hebt, om mij te sparen,” zei
zij zacht, „maar dat is nu uit en als je dat
wilt, zullen wij van jouw inkomen leven
en mijn geld gebruiken om anderen gelukkig
te maken. Wil je me nog niet kussen,
Punch?”
Wie zou haar kunnen weerstaan? Punch
zeker niet en
7
|