Panorama

Blad 
 van 2380
Records 11511 tot 11515 van 11897
Nummer
1929, nr. 33, 17 aug. 1929
Blad
04
Tekst
PANORAMA No. 3 3 17 AUGUSTUS PRONKENDE FAZANT. D e natuur heeft niet gezorgd voor schoonheidsspecialiteiten voor vogels. Feitelijk is dan ook ieder vogel zijn eigen manicurist, zijn eigen tailleur, zijn eigen badmeester. Veelvuldige baden zijn een belangrijke factor in het dagelijksch leven van een vogel. Iedereen, die een kanarievogel zijn morgenbad heeft zien nemen, weet hoe grondig daarbij te werk wordt gegaan. Wanneer de badende vogel weder uit het water opduikt, spreidt hij zijn vederen uit door de kleine spiertjes die daarvoor in aanmerking komen, en terwijl hij zijn lichaam met kracht schudt, laat hij zooveel lucht tot de oppervlakte van zijn huid toe als maar mogelijk is. De ingewikkelde bewerking om zijn wanordelijk gevederte weder in orde te brengen geschiedt door middel van zijn bek. Zoodra zijn toilet voltooid is, bevindt zich elk veertje precies in de rij, ieder spoortje vuil is verwijderd, het gevederte bezit dan den glans van schitterende zijde. Wanneer de handigheid van den kanarie onze bewondering wekt, wat zullen wij dan zeggen van een vogel als de pelikaan? Zijn bek, die ongeveer achttien inches lang is, is aan de spits gewapend met een puntigen haak. Iedere veder wordt met de uiterste zorgvuldigheid door dien zwaren bek getrokken, ieder scheurtje wordt met den fijnsten kam opgezocht. Ieder soort vogels houdt er een eigen manier van baden op na. Terwijl de kanarie en de musch flink in het water plonzen, dompelt de boerenzwaluw zich zeer voorzichtig onder, waarbij hij sierlijke bogen op het water beschrijft. Sommige vogels wasschen zich nooit met water. Kalkoenen, fazanten en gewone hoenderen bezitten een diep geworteld voorDOOR LEE S. CRANDALL Directeur van de Afdeeling Vogels in het Zoölogical Park te New York o G E L S oordeel tegen water. Toch baden zij. op hun eigen manier, in het stof of in het zand. Iedereen heeft wel eens een kip gezien, die met pleizier zich in het warme stof van een landweg dompelde. Hare bewegingen zijn dezelfde als die van den kanarie in zijn badje. Wolken stoffig leem rijzen op in de zomersche lucht; hoopen van dit stof worden door het gevederte gezeefd en verstikken het kleine ongedierte. Duiven baden zich alleen in water. Aan den anderen kant gebruikt de huismusch en menige andere inlandsche vogel zoowel water als stof om zich te reinigen. Dikwijls, wanneer men over een uitgedroogde weide op het platteland wandelt, ziet men een open plek met kleine uithollingen; dat zijn de plaatsen, waar de veld- en grasmusschen hun stofbad hebben genomen. Het denkbeeld om lange afstandzwemmers met vet in te smeren is niet nieuw. Eenden hebben dit middel van het begin van de schepping af gebruikt. Alle eendensoorten leven in of bij het water. Om hierin met succes te slagen, moet een eend niet alleen het water weghouden van zijn rug maar van zijn geheele lichaam. Een eend komt zoo droog als een landvogel uit het water: natte vleugels zouden voor dit dier van groot nadeel zijn. Zooals men had kunnen verwachten, bereikt de eend dit resultaat door het gebruik van vet, en hij draagt zijn eigen vetpotje bij zich. Aan den wortel van zijn staart bevindt zich een orgaan, bekend als de olieklier, welke genoegzaam vet afscheidt voor alle doeleinden. Ofschoon de eenden het meeste van hun tijd in het water doorbrengen, vinden zij toch, dat het noodig is zich dikwijls te wasschen en hun vederen op te maken. Na ieder bad worden de vederen met zorg glad gestreken, en overal wordt olie overgestreken. 2
PDF
Nummer
1929, nr. 33, 17 aug. 1929
Blad
05
Tekst
PANORAMA No. 3 3 17 A U G U S T U S Vogels, die zich De vogels maken ook gebruik van poeder. Bij vele poederen. groepen, speciaal bij de reigers, de papegaaien en sommige roofvogels, komen bosjes natte veeren voor, die bekend staan als: .poederlappen". Deze vederen groeien voortdurend, maar komen niet tot volkomen afwikkeling daar haar toppen altijd afbreken. Hierdoor ontstaat een afslijtsel, een mooi grijs poeder, dat veel overeenkomst toont met vollersaarde. Dit poeder zoekt zijn weg door het geheele gevederte, dichtbij de oppervlakte van de veeren. Bij de reigers vindt men deze „poederlappen" in groot aantal op de borst en de dijen, gedeeltelijk verborgen door de bovenste veeren. De Afrikaansche grijze papegaai, beroemd wegens zijn handigheid in het na-spreken, heeft een andere eigenaardigheid — hij poedert zijn gezicht! Dit gedeelte van het vogellichaam is vrij van vederen, maar het is dik bedekt met het mooie, witte product van zijn poederlappen. Het is niet bekend, wat eigenlijk wel het nut van dit poeder is; somtijds dient het tot bescherming tegen water. Duiven bezitten geen uitgesproken poederlappen, maar bepaalde kleine veertjes op de zijden dienen voor hetzelfde doel, daar zij zachtjes afbrokkelen. Het gevederte der duiven is volkomen verzadigd met poeder, zoo zelfs dat het aan de handen blijft kleven, wanneer men zoo n vogel aanpakt, of een zwarte lap wit zal maken, wanneer men de vederen daarmede afveegt. verlaten, en hun eigen weg zoeken, zoodat de vederen snel moeten groeien. De meeste jongen uit deze groep verlaten het nest in tien of veertien dagen, hun lichaam geheel bekleed met het eerste costuum van werkelijke veeren, met volgroeide vleugels, maar met een staartje, dat nog stomp is en armzalig. Gevederde Voor het grootste gedeelte zijn de vogels tevreden ijdelheid met wat de natuur hun toebedeeld heeft, en nemen de kleeding, welke zij verstrekt, aan, hetzij deze eenvoudig of zwierig is. Er is slechts een groep, die verbeteringen wenscht aan te brengen. Dat zijn de motmots, tropische vogels, die gelijken op een meerkol, ofschoon zij niet verwant zijn aan deze luidruchtige, scherpzinnige schepselen. De beide midden-veeren van den staart van den motmot zijn veel langer dan de andere veeren. Wanneer deze eerst uitkomen, schijnen zij geheel normaal maar wanneer men ze nauwkeurig bekijkt, ziet men, dat een gedeelte van de vliezen aan de schacht verbonden zijn. Wanneer deze vederen nu haar volle lengte bereikt hebben, begint de motmot ze te bewerken, en trekt de toppen voortdurend door zijn bek. Het resultaat van deze bewerking is. dat de vliezen loslaten, en een gedeelte van de schacht geheel van vederen ontbloot wordt. De top blijft echter intact en krijgt den vorm van een spatel aan het eind van de veer. Dit versiersel is blijkbaar een bron van groot genot voor den vogel, want hij kan wel uren bezig zijn met het heen en weer draaien van dezen nieuwen decoratieven staart. Dagelijksche manicure. Zorg voor de nagels is ook een toiletmiddel, dat bij de vogels bekend is. Dagelijksche aanraking met de aarde, zand en rots houdt gelijken tred met den groei van nagels en klauwen, zoodat ze steeds op de behoorlijke lengte blijven. Kanaries en andere kooivogels zoowel als hoenders en' duiven, die op planken vloeren worden gehouden, toonen spoedig, dat zij de natuurlijke afslijting missen. De nagels worden niet alleen bijzonder lang, maar verkrijgen ook een merkwaardige spiraalvorming, zooals een ramshoorn. Zij moeten dan gerestaureerd worden (of liever gezegd gepedicureerd) zooals bij de menschen geschiedt, anders raken zij verward in de tralies, hetgeen de meest tragische gevolgen na zich sleept. Op het gebied van kleeding zijn de vogels eigenlijk stiefmoederlijk bedeeld; geen enkele vogel krijgt meer dan twee costuums per jaar, sommige krijgen een extra nieuwe jas en vest in de lente, maar velen moeten het maar met de oude plunje doen. Daarom dragen de vogels zoo bijzonder zorg voor hun vederen. Geen naald stopt de gaten, geen kleermaker levert nieuwe kleeding. Afgesleten of gebroken veeren worden niet vervangen voor den volgenden rui. Als zij uit het ei komen, zijn de meeste jonge vogels voorzien van baby-kleeren van het zachte dons, van verschillende dikte, ofschoon sommige, zooals de groote cazieken of cropendula’s van tropisch Amerika, geheel naakt op de wereld komen. Vooral bij zangvogels is het noodig, dat zij zoo snel mogelijk ’t nest kunnen PINGUÏNS IN GESPREK 3
PDF
Nummer
1929, nr. 33, 17 aug. 1929
Blad
06
Tekst
P A N O R A M A No. 3 3 • 17 AU G U S 'F U S DE POLITIEGROEP: tijdens de zittingen staat het Binnenhof trouw onder bewaking. VAN DE VLIEGVELD-TAFEREEL: Loucheur neemt op Waalhaven de pas gedaalde Fransche papieren in ontvangst. 4
PDF
Nummer
1929, nr. 33, 17 aug. 1929
Blad
07
Tekst
PANORAMA No. 3 3 17 AUGUSTUS cA°IEUWS INTERNATIONAAL TOURNOOI te Aken. Ritmeester Oem (Zweden) in den rit. FEEST VAN DE GRONDWET in Duifschland. Hindenburg inspecteert, na de feestelijke Rijksdagzitting, de eere~compagnie. De eerste Kabinetsraad van het nieuwe ministerie vond Maandagmiddag plaats in het Departement van Justitie. Van links naar rechts ziet men op onze foto hunne Excellenties dr. L. N. Deckers, mr. J. Terpstra, mr. J. Donner, jhr. mr. F. Beelaerts van Blokland, jhr. mr. Ch. Ruys de Beerenbrouck, mr. P. ]. Reymer, den heer S. de Graaff en mr. T. J. Verschuur. Slechts jhr. mr. de Geer ontbrak wegens vacantie. 5
PDF
Nummer
1929, nr. 33, 17 aug. 1929
Blad
08
Tekst
P A N O R A M A No. 3 3 17 AU G U S T U S M aar ik weet niet, hoe ik tusschen hen kiezen moet,” zei Judy klagend. Zij zat op den rand van de schrijftafel en zwaaide een klein voetje heen en weer, terwijl zij met vroolijke uitdagende oogen naar den jongen man keek, die schijnbaar onbewogen het mooie visioen daar voor hem aanstaarde. „Zij zijn allemaal zoo aardig/' voegde zij er zuchtend aan toe. „Als Mr. Lessage zegt, dat mijn profiel een inspiratie is en mijn portret en face een vervulde droom, dan denk ik bijna . . . Maar Altringham heeft een titel en ik stel mij voor wat het zijn zou, om hertogin te worden. Wat vindt jij Punch? En de familie-juweelen zijn een droom !” „Zijn ze dat allemaal ?" vroeg haar toehoorder droogjes. „Groote gunst, neen! Er zijn er nog heel wat meer, maar ik heb ze beperkt tot den artist, den hertog en — en één ander,” eindigde zij zacht, terwijl haar wangen zich wat hooger kleurden. De man keek snel op, terwijl de lijnen zich in zijn leelijk, maar aantrekkelijk gelaat scherper afteekenden. Wie was die ééne andere, vroeg hij zich verdrietig af. „Wel en wat wilde je nu, dat ik deed?” vroeg hij geduldig. „Ik wou, dat je iets kon voorstellen, waardoor ik er achter kon komen, of het mijn geld is, waar zij op afkomen,” antwoordde het meisje ... „Zou jij dat onderzoek op je willen nemen, als iemand het je vroeg ?” vroeg zij plotseling. „Ik ? Ik heb het veel te druk voor eenig onderzoek, behalve naar de beste manier om aan geld te komen,” antwoordde hij prozaïsch. „Men moet toch leven.” „Als je dat tenminste leven noemt,” antwoordde zij spottend. „En als je zoo krap bij kas bent, waarom neem je dan niet wat van mijn geld ?” „Een mooi soort voogd zou ik zijn, als ik dat deed,” zei hij luchtig. „Neen, Judy. Je fortuin moet intact blijven.” „De nieuwe auto is prachtig, Punch,” merkte zij op, toen zij naar de deur liepen. „Je moet eens gauw met mij mee gaan.” „Ik wou, dat je niet zelf chauffeerde, en zeker niet in het drukke verkeer,” zei hij met gefronste wenkbrauwen. „Je zou een ongeluk kunnen krijgen...” „En mijn schoonheid bederven, hè ? Ik vraag me af” .. . een eigenaardige blik kwam er in haar mooie oogen. .. „ik vraag me af, of de menschen dan nog zoo op mij gesteld zouden zijn, als ik op de een of andere manier verminkt was.” „Schei uit.” zei Punch heesch. „Ik kan niet hebben, dat je zoo iets verschrikkelijks zelfs maar veronderstelt.” Maar zij lachte weer en haar boodschap blijkbaar vergetend, was zij even later verdwenen, den zonneschijn en den geur van zijn eentonig bestaan meenemend. Gedurende eenige oogenblikken bleven de acten, die Punch geld en positie moesten bezorgen, onaangeroerd liggen, terwijl hij de laatste jaren nog eens overdacht, beginnend met zijn vriendschap met dien eigenaardigen millionnair, Mac Adair, Judy s vader, waarvan het gevolg was, dat Punch met de opvoeding van het meisje werd belast. Het was een moeilijke taak voor een man met weinig familie of relaties; daarom was hij zoo verstandig, die taak op te dragen aan zijn nicht, Emily Saltwell, de kinderlooze weduwe van een baronet en onder haar liefderijke en zorgvuldige opvoeding groeide het mooie kind op tot een lief meisje. Lady Saltwell’s oogen hadden reeds lang het geheim van Punch doorgrond, maar van Judy was zij niet zeker. Ten slotte was het toch een ongeval, dat Judy’s aanbidders een paar dagen later op de proef zou stellen; en Lady Saltwell telefoneerde het nieuws naar zijn rustige kamers met een stem, die verstikt klonk van verdriet. „Een auto-ongeluk ? . .. Judy gewond ?” Punch smeet den hoorn op den haak, greep zijn hoed, rende de trappen af en in de eerste voorbij komende taxi springend, gaf hij den verbaasden chauffeur bevel hem naar het opgegeven adres te brengen. Lady Saltwell ontmoette hem met tranen in de oogen in Judy’s aardige huisje. „Wat een ramp!” hijgde zij. „Het is verschrikkelijk. Haar rechter pols is ontwricht, maar dat is niets. Het. .. het is haar gezicht.” Zij zweeg en verborg haar gelaat in haar zakdoek, „Haar gezicht ?” stamelde Punch, terwijl hij zelf lijkbleek werd. „J-ja,” snikte zij. „De dokters zeggen, dat zij voor haar leven verminkt is. Al haar schoonheid is weg.” „Kan ik haar bezoeken ?” vroeg hij even later. Emily schudde het hoofd. „Zij moet een paar dagen heel rustig gehouden worden; de schok is te hevig geweest. Moet ik haar een boodschap geven ?” „Oh, mijn hartelijke groeten natuurlijk en zeg haar, dat ik ... oh, verduiveld 1 Waar zijn mijn handschoenen?” en Punch was gevlucht, maar niet voor zij zijn oogen vol tranen en zijn verwrongen gezicht had gezien. Zij ging in gedachten naar boven en trad Judy’s slaapkamer binnen. „Wel ?” vroeg een nieuwsgierige stem, die uit een verbonden hoofd en gezicht kwam. „Wie was dat ?” „Alleen maar Punch,” antwoordde Lady Saltwell gapend. „Was-was hij erg in de war?” „Wel, hij vond het natuurlijk verschrikkelijk.” antwoordde Lady Saltwell tamelijk onverschillig. „De meest hardvochtige voogd kan wel niet onverschillig staan tegenover het ongeluk van een pupil,” voegde zij er kalm aan toe. „Was dat alles?” Judy’s stem begon te beven van teleurstelling. Zij had heel iets anders verwacht, dan deze koele navraag en haar oogen sluitend, om de opkomende tranen te verbergen, veinsde zij te slapen. Den volgenden dag kwamen er dozijnen bezoekers om kaartjes en sympathie-betuigingen voor de rijke, maar helaas niet langer mooie miss Adair achter te laten. De artist had zich teruggetrokken. Zijn gevoelige naar schoonheid dorstende ziel kon geen misvorming van welken aard ook verdragen en in een in zeer delicate termen vervat schrijven deelde hij dit mede. , „Hij is tenminste eerlijk en hij is niet hebzuchtig, zei Judy. „Zelfs mijn geld trekt hem niet meer aan, nu mijn schoonheid weg is. Ik vraag mij af, wat Altringham zal doen. Hij schijnt zeer standvastig te zijn, maar hij heeft mij nog niet gezien Ik denk, dat hij wel net zal zijn als de rest, als hij mij ziet.” voegde zij er droog aan toe. Maar hierin vergiste zij zich. Hij verbleekte zelfs niet, toen hij het arme misvormde gelaat met de groote lidteekens van de nauwelijks geheelde brandwonden onder oogen kreeg, maar hield stoutmoedig vol dat zijn liefde voor haar overanderd was. Wat kon zij dus anders doen, dan hem zijn belooning geven. „Dus het noodlot en niet ik deden je de proef aan de hand, die je wenschte Judy,” zei Punch, nadat hij zijn gelukwenschen had uitgebracht, en met een ongelukkig gezicht naar Altringham’s glinsterenden saffier zat te staren. „Ik-ik hoop, dat je heel gelukkig zult zijn,” voegde hij er aan toe, niet in staat om aan iets origineelers te denken en verlangend om zijn gewond en bloedend hart ergens anders te gaan verbergen, opdat hij zich goed zou kunnen houden en geen dwaasheden zou begaan. „Dank je ! Daar ben ik zeker van” antwoordde zij, luchtig van achter de voile, die zij droeg om haar veranderd gezicht te verbergen. „Stel je voor om een hertogin als pupil te hebben. Punch,” voegde zij er haastig aan toe. „Ik kan mij voorstellen, hoe je je daarop zult laten voorstaan ?” Hij hief de slanke witte vingers, die zij hem gaf naar zijn lippen op. „Niet langer de mijne,” zei hij ernstig, „maar waar je ook moogt zijn, God zegen je, Judy !” Alleen gelaten bleef Judy stil naar de hand zitten staren, die Punch gekust had. Het scheen haar, of zij de aanraking van die koele ferme lippen nog voelde. „Kom, ik ben een gelukkig kind,” zei ze hardop. „Natuurlijk ben ik dat. Om een hertogin te worden. . ..” Zij stompte giftig tegen een kussen. „Ik wou, dat ik dood was!” hijgde zij plotseling en haar gezicht in het mishandelde kussen verbergend, snikte zij het uit. „Maar Judy!” Lady Saltwell’s verbaasde stem stoorde het meisje. Zij ging zitten en nam Judy’s vrije hand in de hare. „Judy,” zei zij ernstig, „ik zal je eens wat vertellen. Misschien is het niet goed van mij om een geheim, dat ik ontdekt heb, tè verraden, maar ik ben niet van plan om de twee menschen waar ik het meest van houd, ongelukkig te zien worden, omdat er niet eens ronduit gesproken is. Punch aanbidt den grond, waar je op loopt. Hij heeft je innig lief en de inspanning om te zwijgen, doodt hem.” Judy slaakte een lichten kreet en haar oogen schitterden vochtig. „Oh, tante, is het waar?”, stamelde zij. „Waarom heeft hij mij dat niet verteld? Waarom liet hij mij Altringham aannemen?” 6
PDF
Blad 
 van 2380
Records 11511 tot 11515 van 11897