Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1151 tot 1155 van 11897
Nummer
1914, nr.20, 11 nov. 1914
Blad
10
Tekst
PANORAMA Mosselen!... E et mosselen, echte Zeeuwsche mosselen. Er is geen beter en goedkooper voedsel. Een emmer met 5 K.G. kost 15 ct. en één zoo’n emmer mosselen is, met aardappelen, voldoende voor een middagmaal van man, vrouw en drie kinderen.” Dit is geen aanbevelende straatroep van een of anderen mosselventer. Geen aanplakbiljet of advertentie van een Zeeuwschen handelaar. Het is, lezer, niets meer of minder dan de aanhef van een officieeie circulaire van de Algemeene Commissie tot Steun, om de aandacht te vestigen op de voortreffelijke voedingswaarde van de mossel. De Rotterdamsche bevolking kent de mossel. Als lekkernij, als speciale volkslekkernij. In die maanden van het jaar dat zij het best is, klinkt vooral ’s avonds door de stille straat het geroep, met altijd dezelfde, zingende cadans. Die cadans, die klank, die rhythmus van den roep, ze zijn één met de mossel. Woorden zijn niet te onderscheiden. Alleen als ge het weet, kunt ge met moeite den roep volgen, den roep, die bij iederen venter dezelfde is: „Zeeland- F1JNPROEVERS. of margarine; alles pl.m. 10 minuten zachtjes koken en het vocht binden met wat aardappelmeel. Men kan ook wat azijn (1 theekopje) erbij voegen en meekoken. Bakken. De gekookte mosselen aan een dun stokje rijgen, bestrooien met peper, wikkelen in azijn, door wat bloem halen, bakken in heete boter of margarine. Beter introductie heeft het nederige schelpdier niet kunnen vinden ! De verspreiding van de mosselen werd opgedragen aan de werkloozen, die zich daarvoor alras in grooter getale, dan vereischt was, aanmeldden. Een groen-wit-groene emmer en later een band om den arm toonde aan, dat zij Steuncomité-mosselen verkochten, wat gelijk staat met gekeurde mosselen van puike, Zeeuwsche kwaliteit. Met dat ai is er ook voor de Zeeuwen een goede kant aan. Moeizaam wordt de mossel gewonnen. Na „uitgezaaid” te zijn is er een jaar of drie noodig om op kwaliteit te komen. Dan worden ze opgevischt (ieder huurt een stuk van de Scheldewateren) weer voor een paar dagen „uitgezet” en opnieuw opgevischt. De volgeladen schuit zoekt dan haar bestemming. Van elke schuit, door het Steun-comité aangekocht, wordt nauwkeurig controle gehouden over elke mand die „opgedragen” wordt voor de venters. Hoeveel millioen worden er wel verorberd ? Dit is slechts een deel van een schuit. Misschien een vijfde. En elke week komen er tientallen aan de markt! sche mosselen . . . (nooit Zeeuwsche), Grroooote . . . 15 cente per emmer”. Maar de echte smuller heeft maar een halven klank noodig; de emmer mosselen wordt gekocht en ’n kwartiertje later smullen allen van de „Zeelandsche”, met deuren en ramen dicht. De lekkernij is ook buitenshuis te genieten. Op vaste plaatsen heeft Rotterdam zijn mosselwagens. Een groote, dampende ton met mosselen, ’n welgedane, veelgerokte vischvrouw, kommen voor azijn, vormen de installatie. Twee, zegge twee centen per portie van ongeveer twintig mosselen, azijn toe! Dit laatste niet te vergeten, want ’t eind van de twee-centensmulpartij is altijd het leegdrinken van het azijnkommetje, waarin de mosselen gedoopt zijn. Niet zelden knapt die azijn een stevigen kater op, nadat de mosselen een onderlaag gelegd hebben! Maar nu ineens heeft de Commissie tot Steun de mossel gelanceerd als voedingsmiddel. Meer dan lekkernij dus. En uit de bijgevoegde analyse blijkt, dat 5 K.G. mosselen met schalen (gelijkstaande met 7 ons gepelde mosselen) die men voor 15 ct. koopt, evenveel eiwit bevatten als bx/2 ons mager rundvleesch, kostende pl.m. 60 ets. en als 6 ons paardevleesch van 43 ets. Dat wat de voedingswaarde betreft. Maar de Commissie begreep, dat ook smaak een factor is, die meetelt. Zij verspreidde daarom ook een circulaire dc met recepten voor koken, stoven en bakken. En daar verscheidene lezeressen en lezers waarschijnlijk niet weten, hoe zij het onooglijke schelpdier echt smakelijk kunnen toebereiden, volgen hier een paar van die recepten. Koken. Na grondig schoonmaken der schelpen en nazien of er geen opengaande „slikmosselen” bij zijn (die verwijderen!), rscheidene werkloozen zijn happig op een vrachtje mosselen, waarmee ze in deze dagen een aardig daggeld kunnen verdienen. Twee cents per portie. De smulpartij aan den mosselwagen Belgische vluchtelingen zijn trouwe klanten van de mosselverkoopster. opzetten zonder water met wat gesneden ui en selderij. Koken pl.m. 5 minuten. Stoven. Mosselen koken als boven. Uitpeilen, dan (de 7 ons opzetten, f 0.15) met pl.m ’/2 L. taptemelk (f 0.02), voor 1 ct. selderij en peterselie erbij en wat noot; daarbij x/2 ons boter En in gewone omstandigheden is België een enorm afzetgebied. Maar dat staat nu stil. Dood zou de handel zijn wanneer Rotterdam nu geen flinke afnemer was. Geregeld komen dan ook de schuitjes vanuit Ierseke, Tholen, Bruinisse naar Rotterdam zeilen, zijn daar in een paar dagen haar lading kwijt en keeren weer om nieuwen voorraad terug. Net een week gaat er zoowat mee heen en al naar de groote van het schuitje besommen ze 120, 150, soms 200 gulden. Waar dan ook èlles afmoet, schuit, knecht, huur van „akker”, levensonderhoud, zaadgeld enz. De pogingen, waaraan vooral de heer de Bij een werkzaam aandeel had, slaagden zeer naar wensch. Rotterdam aanvaardde grif de „Steun-Comité-Mosselen” en verorbert er wekelijks honderden balen è 100 K.G. van. Geen straat, waarin niet het „grrooote” weergalmt. Zelfs in de deftige buurten is de invasie van het democratische beestje doorgedrongen. Als oesters worden ze per telefoon besteld en bijna als gelijkwaardigen behandeld. Wanneer Rotterdammers elkaar ontmoeten is, na de oorlogs-inleiding en de weerpraatjes, de eerste vraag : „Heb je al mosselen gegeten?” Waarlijk wie dit nog niet deed, hij is in deze dagen geen Rotterdammer. Andere steden volgen. Schiedam, Dordt, Gouda. En zelfs „Het Haagje” had een groote bestelling bij het Steun-Comité opgegeven, zooals de heer LEYDEKKER, de hulpvaardige marktmeester, mij inlichtte. En ook de Belgen smullen. Aan de stalletjes treft men ze herhaaldelijk aan en ze verlangen er zooveel te harder naar, om ze weer ongestoord in Antwerpen naar hun smaak te kunnen verorberen. Zeelandsche
PDF
Nummer
1914, nr.20, 11 nov. 1914
Blad
11
Tekst
PANORAMA DE ZORG VOOR DE GEWONDEN VOOR DE LICHTGEWONDEN. — Lichtgewonde Engelsche soldaten worden in speciaal daarvoor ingerichte auto’s vervoerd. DOOR EEN GRANAAT GETROFFEN. — Uit den aard ontkomen ook de ambulance-wagens niet aan het oorlogslot. Verschillende ambulance-auto’s werden dan ook onbruikbaar DE ERNST VAN HET HOSPITAAL. In groote steden van bijna alle landen zijn in alle opzichten uitstekende hospitalen ingericht ter verpleging der gewonden, waaronder vele hoogst-ernstige. Met voorbeeldige liefde en zorg wordt door de verpleegster haar moeilijke taak volbracht, ’t Zijn de stille heldinnen van den krijg. Wij geven hierbij een foto van een der hospitalen van Berlijn. EEN HOSPITAAL TE BIRMDNQHAM. EEN OPGEWEKT PARTIJTJE. In de groote hal van het Universiteitsgebouw te Birmingham is een uitmuntend ingericht hospitaal geïnstalleerd. De herstellende gewonden worden ook in de hospitalen op aangename wijze beziggehouden. Ze spelen hun kaartje en schrijven hun brieven. Een opgewekte geest, zoo schijnt het voorschrift, waaraan ook de pleegzusters meehelpen, bevordert de gezondheid van het lichaam. HET CAMBRIDGE-HOSPITAAL. Alles werk! ook in Engeland mede om de slachtoffers van den krijg zoo goed mogelijk te verplegen. De CambridgeTIniversiteit opende een hospitaal, waar 500 verpleegden konden worden opgenomen en paste hierbij de openluchEverpleging toe.
PDF
Nummer
1914, nr.20, 11 nov. 1914
Blad
12
Tekst
KONING EN KROONPRINS. De koning van Saksen bezocht voor enkele dagen het hoofdkwartier van den Duitschen kroonprins en werd door deze rondgeleid. PRZEMYSL ONTZET. „PANORAMA” IN LONDEN. f ¥ tusschen de afbeeldingen, op deze bladzijde welke van strijd en I van niets anders dan strijd getuigen, mag hier zeker wel een plaatsje JL gegeven worden aan het verhaal van een aardig incident, dat een onzer getrouwe lezeressen in Londen overkwam. Zij schrijft ons, dat het haar gewoonte is, haar Panorama s na lezing aan de Belgische réfugié s te geven, die daarop blijkbaar zeer gesteld zijn. Op haar weg daarheen ontmoet zijn een onder-officier, die, het Belgische uniform droeg. Belangstellend informeert zij in t Hollandsch, of hij ook op het bezit van een „Vlaamsch blad gesteld is. De krijgsman verstaat blijkbaar geen Hollandsch, doch ook Fransch wordt tevergeefs geprobeerd. Dan maar in t Engelsch gevraagd. En wat blijkt nu? Dat onze soldaat (in Londen s straten in ’t geheel niets vreemds), een Engelschman is en zijn uniform niet een Belgische is, doch een oud type van Engelsch uniform is, dat bij gebrek aan khaki-jassen gedragen wordt. — Ge kunt u de situatie indenken I EEN HERINNERING UIT 1870. In een Duitsch blad vinden wij de volgende anecdote opgehaald. Een Parijsche kunsthandel bestelde kort voor het beleg van Parijs aan een Berlijnschen collega, de portretten van de Duitsche generaals. De Berlijner, die de nadering zijner landgenooten naar Parijs had vernomen, schreef terug: Portretten uitverkocht, zal de origineelen zenden. DUITSCHE INSTRUCTEURS. Het Turksche leger heeftzijn opleiding aan Duitsche instructeurs te danken. Het is een eigenaardig gezicht zoo’n typisch Germaansche figuur met de Turksche uniform te zien. SOLDATEN-GRAVEN Hoewel in den aanvang het er allen schijn van had dat de Russen deze Oostenrijksche vesting zouden nemen, kwam het niet zoover. Met groote vreugde vierde de bevolking de ontzetting. DE 42 CENTIMETERS. Allerlei namen zijn verzonnen voor deze reuzen-mortieren, de verrassing van den huidigen oorlog. Hun werking op de forten van Luik, Namen en Antwerpen b ee van v digenden invloed. Een der nadeelen van dit geweldig geschut is, dat er een zeer va bodem voor noodig is, om ze te plaatsen. DE DUITSCHE STELLINGEN IN VLAANDEREN. DE DARDANELLEN. In het mulle Voortkruipend moeilijkheden van dezen strijd zijn. ■ .Aten He Turksche forten, welke dezen doorgang, de sleutels tot de Zwarte Zee, °Ve" ^t^X^ch^tn^ schepen hebben deze forten reeds beschoten.
PDF
Nummer
1914, nr.20, 11 nov. 1914
Blad
13
Tekst
Het verloop van een gevecht aan de zijde der Gealliëerden W ij zijn in staat op deze pagina een overzicht te geven van het verloop van een gevecht, zooals er dagelijks geleverd worden. Het terrein is hier de Vlaamsche kuststreek. De korte onderschriften onder de foto’s geven het verloop reeds aan. Voortdurend trekken versche troepen naar de vuurlinie om geleden verliezen aan te vullen en door de versche krachten de vermoeiden te steunen. Onze tweede foto is vooral merkwaardig. Hier heeft men een overzicht van de zooveel besproken zandverschansingen. Achter deze bergen liggen de geallieerden, hun vuur gericht op den vijand, die ergens verborgen ligt. Terwijl aan den horizon de ontploffende granaten de lucht invliegen, gi azen de koebeesten rustig op de weide. Een wonderlijker mengeling van landelijken vrede en oorlogswoede kan men zich niet denken. Wij hebben ons uit schilderijen en gravures van vroegere oorlogen een heel ander denkbeeld van het slagveld gemaakt. Of dit nu te wijten is aan de groote fantasie der artisten of aan de geheel veranderde strijdwijze, waar is het, dat het terrein van den strijd, hoe verschrikkelijk ook, een veel minder ,,krijgsachtigen” aanblik biedt, dan men zich het meestal voorstelt. De derde en vierde foto typeeren het geleidelijke voortrukken. Natuurlijk zijn dergelijke stormloopen slechts zelden mogeiijk. Achter het front verricht de ambulance haar taak, terwijl de zegevierende strijders met voldoening hun gevangenen wegvoeren. IN EN OM DE LOOPGRAVEN. OP, UIT DE VERSCHANSING. DE STORMAANVAL. Ambulance-wagens rijden bij voortduring van en naar hel tront. Gemaakte krijgsgevangenen worden door de Algerijnsche soldaten weggevoerd.
PDF
Nummer
1914, nr.20, 11 nov. 1914
Blad
14
Tekst
PANORAMA Prof. J.W.R. Tilanus overleden Mr. h. s. van lennep. f Te Haarlem is de vorige week overleden Mr. H. S. van Lennep, die gedurende 27 jaar zitting heeft gehad in den Amsterdamschen Gemeenteraad. Veel heeft de overledene ook gedaan als bestuurslid van verschillende instituten en stichtingen. DE AAPMENSCH EEN SCHETS UIT DEN KERMISTIJD VERKORTE INHOUD VAN HET GEDEELTE UIT HET VORIGE NUMMER. Barnum, eigenaar van een kermistent met wilde beesten en spelingen der natuur, zooals een kind met drie hoofden, een dame met een leeuwenkop, enz., heeft de hand kunnen leggen op een menschbeest. Deze was van den stam der Goollollywashiqarri’s, die in de onontdekte landen van Borneo leven. Natuurlijk veroorzaakte de aankomst van „MissingLink” — zoo heette deze mensch-aap —, in een groote leeuwenkooi, heel wat opschudding in de stad, en spoedig was hij het onderwerp van ieders gesprek. Laat in den avond echter van denzelfden dag ontvluchtte „Missing-Link” naar het naastbijzijnde bosch. Bamum organiseerde een jachtpartij en begaf zich hiermede naar het woud, om den menschaap te vangen. ^^^®amum ontplooide ware veldAwt heerstalenten in het opstellen van zijn mannen rondom het bosch. Het meerendeel miste evenwel den moed het donkere geboomte binnen te dringen, ondanks het prachtige aanbod van Barnum, die honderd gulden beloofde aan degenen die den ,,Missing Link” levend vingen. Eindelijk waagden enkele van de dapperste mannen het op verschillende punten het woud binnen te dringen, maar dat is een dezer slecht bekomen, want hij werd in het stikdonkere van het struikgewas door de anderen voor den gezochten aapmensch gehouden en zoodanig op stokslagen getrakteerd, dat hij in het ziekenhuis 14 dagen noodig had om op zijn verhaal te komen. Het was intusschen middernacht geworden zonder dat ze een spoor van den „Missing Link” gevonden hadden. Daar ontving Barnum opeens de tijding dat de aapmensch gevonden was, weggescholen onder den bagagewagen achter de tent. Men had hem gevangen en veilig weder in zijn kooi geborgen. Barnum toonde zich buitenmate verheugd dat de kostbare Link weder in zijn bezit was en onder dankaan zijn verschillende medehelpers keerde hij en alle overigen naar de stad terug. Onderweg legde hij aan ieder die het hooren wilde de verklaring af, dat hij alle mogelijke veiligheidsmaatregelen nemen zou, opdat het gevaarlijke creatuur niet weer ontsnappen zou. Ik begreep echter dadelijk, heeren, dat die heele vlucht maar een uitvindsel van Barnum geweest was om reclame voor zijn ,,Missing Link” te maken en daarin was hij uitstekend geslaagd. De ,,Missing Link” was de attractie van de kermis. Er waren natuurlijk meer attracties maar de wildeman van Goollollywashigarri was wat je noemt de „clou”. Lang voordat de voorstelling beginnen zou, stond er reeds een enorme menigte te roepen om binnengelaten te worden en als de tent eindelijk openging, ontstond er zoo’n gedrang, dat het kalf met twee koppen onder den voet raakte. Alle bezoekers begaven zich dadelijk zonder een oog te slaan op de andere bezienswaardigheden naar de plaats waar de roode kooi stond, nu gedeeltelijk van zijn houten wanden ontdaan. En daar in een somber , smerig hok zagen ze een vreemd wezen, dat half mensch, half harig monster was, een soort verbeterde gorilla. Ik wil u eerlijk bekennen, heeren, de eerste maal dat ik het monster zag, slapende in een hoek van zijn kooi, liep een koude rilling me langs mijn rug. Het was van boven tot aan zijn teenen behaard, een soort kiel hing om zijn lijf en reikte tot aan zijn knieën. Zijn vingers waren precies klauwen en zijn ooren waren verborgen onder een grooten verwarden haardos. Het gezicht echter was evenals bij gewone apen volkomen onbehaard en zag er uit zoo gladgeschoren als ... als ’t uwe, mijne heeren. In het eerste oogenblik konden de bezoekers het monster in het halfduister van de kooi niet zien, doch toen een van hen zijn wandelstok door de tralies stak, sprong het met een afschuwelijk gehuil naar voren en rukte aan de tralies alsof hij de geheele kooi uiteen zou rukken. Dadelijk kwam Barnum aangeloopen en na den aapmensch gekalmeerd te hebben, hield hij een toespraak tot het publiek, waarin hij een beschrijving gaf van het geboorteland, het leven en de gewoonte der Goollollywashigarri’s. Hij vertelde hoe het monster was gevangen door den beroemden dierentemmer Hagenbeek, die het voor zijn menagerie in Hamburg bestemd had. Aangezien het evenwel een scheepsjongen had verscheurd en twee douanenbeamten in zijn armen had doodgedrukt was zijn vervoer naar Hamburg wegens het groote gevaar voor de bewoners door de stedelijke regeering verboden. Met ontzettende moeite en enorme kosten was Barnum er evenwel in geslaagd het monster hier ingevoerd te krijgen, onder belofte het na zijn tournée aan de Amsterdamsche artis af te staan. Na deze uiteenzetting verzocht hij het publiek de andere abnormaliteiten te gaan bezichtigen. Behalve het kind met de drie beenen trok echter niets zooveel bezoekers, als de ,,Missing Link”. Een ieder sprak over hem; de een wees op de afgekloven beenderen in de kooi, een andere op de pan met water met een stuk zwavel er in. Een juffrouw die de kooi te dicht naderde, werd de hoed van het hoofd gerukt. Een jongedame werd zoo bang voor het monster, toen het tegen de tralies opvloog, dat ze flauw viel en Barnum haastig met vlugzout kwam aanloopen. Den volgenden dag was de toeloop haast nog grooter. Ik stond aan den ingang en bemerkte onder de binnentredenden ook een lange boerenvrouw met scherpe gelaatstrekken. Ze had aan elke hand een klein meisje en scheen KEUKEN-AUTOMOBIELEN VOOR HET LEGER. De Infanterie heeft sinds eenigen tijd haar keukenwagens door paarden getrokken, de bereden wapens zullen thans hun keuken-auto’s hebben. De eerste daartoe vervaardigde Spijker-automobiel verliet dezer dagen de werkplaatsen der Ind. Mii. Trompenburg te Amsterdam. Het 12 P.K. chassis werd in genoemde fabriek vervaardigd, voorzien van de kookinrichting, die bij de Artillerie-werkp4aatsen te Delft gemaakt was. De grijze wagen ziet er flink en degelijk uit, en wel berekend, om de compagnie wielrijders, waarvoor hij bestemd is, te velde te volgen. Het geheel weegt, met gevulde ketels, zonder de «drie bedieningsmanschappen ca. 1800 K.G. hetgeen, in aanmerking genomen de beide kookketels, de hooikist, de oven en de bewaarplaatsen voor levensmiddelen en brandstoffen, niet te veel mag genoemd worden. De beide kookketels met haarden er onder zijn achter het chassis geplaatst en maken het mogelijk dat de kok vanaf een trede aan de achterzijde den inhoud gemakkelijk kan omroeren, etc. Daarvoor, dus achter de zitplaats van den chauffeur, vindt men de bewaarplaatsen, de hooikist, en een vak waarin koffiemolen, vleeschmachine, en andere gereedschappen een plaats vinden. De achterspatborden zijn van binnen voorzien van asbestbekleeding, om de banden te isoleeren van den vuurhaard. Het benzine-reservoir onder druk bevindt zich onder de voorzitting. klaarblijkelijk van den „Missing Link” niets gehoord te hebben, ten minste ze begon kalm van het begin af de verschillende merkwaardigheden te bezien. Ik weet niet waarom ik dit alles opmerkte maar ik deed het. Plotseling, terwijl zij naar het nest van de mammoethwespen stond te kijken, had een der kijkers rondom de kooi van den „Missing Link” dezen met zijn wandelstok een prik in den buik gegeven. Dat werkte als een lucifer op een vaatje buskruit. De aapmensch ging te keer als een bezetene, ik had hem nog niet zoo woedend gezien. Hij rende door zijn kooi, trok aan elke staaf, siste, gromde, schreeuwde, wierp de waterpan en de afgekloven beenderen tusschen het volk en vloog dan weer tegen de tralies op. De toeschouwers waren van schrik een meter teruggedeinsd. Natuurlijk trok dit voorval de aandacht van alle aanwezigen dus ook van de lange boerenvrouw met de twee kinderen. Nieuwsgierig liep zij naar de kooi van het gedrocht, doch opeens uitte ze een kreet en haar beide kinderen loslatende, dringt ze door de menigte heen en staart den „Missing Link” met woedende oogen aan. Deze houdt op met stampen en rukken en kijkt verbluft de vrouw aan, die zich dan omkeert en met schrille stem vraagt: „Waar is de eigenaar van deze tent ?” Daarne wendt ze zich weer naar het monster, dat zich evenwel stil teruggetrokken heeft tot achter in zijn hok. „Jaap Sanders 1” roept ze, „kom er uit! Denk je dat ik jou niet herken, jou schavuit ? Kom dadelijk uit deze smerige kooi! Kom er uit en ga je vuilen snoet wasschen, doet die pruik van je kop en trek je kleeren aan, zooals het den man van een eerbare vrouw als ik past!” Gelijk een wilde kat vloog ze rond de kooi en pakte den aapmensch bij zijn enkel. „Juffrouw, pas op!” schreeuwde Barnum, die haastig kwam aanloopen, niet wetende wat er plaats greep. „Pas op, voor hij je kwaad doet I” „Hij mij kwaad doen ! Mij ?” riep de furie uit, terwijl ze den „Missing Link” aan zijn voet trok, alsof ze hem uit de kooi wilde trekken. „Daar is-ie veel te laf voor, dat beest van een kerel. Hij dacht zeker dat ik hem niet herkennen zou. Ik die hem al zoo lang gezocht heb. Drie jaar geleden heeft de schoelje mij en zijn twee arme bloeien van kinderen verlaten, we beschouwden ons al als weduwe en weezen en nou vind ik ’m hier terug als een aap. Praat niet tegen me, mijn goeie man, maar maak gauw de kooi open, dan kan ik den schurk even onderhanden nemen. Ik zal hem die apenkunstjes wel afleeren. Kom eruit, Jaap 1 Gauw! ’k Heb je vaak genoeg met zoo’n smerige tronie gezien om je nou niet te herkennen.” „Maak geen ruzie, Geert,” zei de aapmensch, „en laat mijn voet los. Ik zal eruit komen.” De verteller zweeg een oogenblik en dronk zijn glas leeg. „Moet ik u nog meer zeggen, heeren? Moet ik u vertellen de verwoesting die volgde en alle verdere onheilen ? De bedrogen menigte ging als razenden te keer. Het was een complete ruïne en het had met Barnum slecht afgeloopen als hij zijn kans niet schoon gezien had cm zijn biezen te pakken. Aan mij liet hij de droevige taak over de overblijfselen van onze tent met merkwaardigheden bij elkander te verzamelen. Ik was verplicht hierbij de hulp der politie in te roepen. Het was voor mij een droevige plicht, gelijk aan de begrafenis van een dierbaren doode. En Barnum? Wel, heeren, je zag hem daar opbrengen door zoo’n leelijken smeris, omdat hij aan het hardloopen was op de „openbare” straat in een „vrij” land. — Zoo gaat de glorie der wereld voorbij!” RUWE BOLSTER, BLANKE PIT ector Livius van Heemskerken, adjunct-commies aan het Departement van Buitenlandsche Zaken”, las barones Sweerts op het sierlijk kaartje, dat juist was binnengebracht. Die naam scheen allesbehalve aangename herinneringen op te wekken bij de oude dame : de rimpels in haar hoog voorhoofd werden nog dieper dan gewoonlijk. „Laat meneer binnen !” beval zij kort, en mompelde dan in zichzelf: „Hector Livius! Dat moet de jongste zoon zijn van Henry. Die komt natuurlijk een aanval doen op m’n brandkast; maar dan is hij aan het verkeerde kantoor, daar kan hij op rekenen I”
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1151 tot 1155 van 11897