Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1156 tot 1160 van 11897
Nummer
1914, nr.20, 11 nov. 1914
Blad
15
Tekst
PANORAMA DE ,,GOEBEN’’. De Duitsche kruiser „Goeben”, welke met de „Breslau” (in ons vorig nummer afgebeeld), aan Turkije werd verkocht en thans een werkzaam aandeel in den strijd van Zuid-Oostelijk Europa neemt. Terwijl zij zoo haar gedachten liet gaan, kwam het voorwerp dier bittere overpeinzingen binnen : een flink gebouwd, knap jonkman van zoo’n vijf, zes en twintig jaar. Eerbiedig, merkbaar bedeesd kuste hij haar de hand. „Wees welkom 1” zei ze koeltjes. ,,Je bent hier zeker gelogeerd ?” „Pardon, tante, ik ben al meer dan twee jaar werkzaam aan Buitenlandsche Zaken !” „Dan heb je wel wat veel tijd noodig gehad om den weg naar je tante te vinden ! Niet dat ik je dat kwalijk neem, o neen ! Bij je thuis zullen ze mij wel zoo goed afgebeeld hebben, dat je je niet dan bij hoogen nood in het hol van den leeuw zoudt wagen. Voor den dag er dus mee! Hoeveel heb je noodig?” „Maar tante, ik kom heelemaal niet om geld 1” luidde het verbaasde antwoord. „Dus iets nog ernstigers dreef je hierheen ?” Even weifelde de jonkman, toen evenwel vastberaden zei hij : „Ik heb u vroeger maar eenmaal gezien, tante, al lang geleden, ’k was een jongske nog, van een jaar of zes, maar toch herinner ik me nog heel goed, hoe u me toen liefkoozend over m’n haar streek, en ’k heb altijd aangename herinneringen aan u behouden. Dat ik niet vroeger bij u kwam, was een gevolg van de omstandigheid, dat .... nu ja, dat m’n ouders me ronduit verboden u te bezoeken.” „En thans stoor je je niet aan dat verbod ?” „Erger nog, ik sta op het punt heelemaal met m’n familie te breken en ik kom hier, om een beroep te doen op uw hart, niet voor me zelf, maar voor het meisje, dat ik liefheb . . . .” „Ah, een roman 1” sneed zij hem den pas af, om er dan zoo ironisch mogelijk op te laten volgen : „Ik vrees, m’n waarde, dat je dan al aan een heel verkeerd adres bent. Heeft men je dan thuis niet verteld, dat ik geen hart heb ?” „Best mogelijk, maar dat geloof ik niet, want niet alleen om lief te hebben maar ook om te haten moet men een hart hebben 1” „Wat weet jij daarvan ?” viel de barones ruw uit. „Wat hebben ze je van me gezegd ? Leugens en verdachtmakingen natuurlijk !” „Neen, tante 1 Ik weet alleen, dat u in uw jeugd een ongelukkige liefde hebt gehad, die u verbitterde en tot een menschenhater maakte.” „Een ongelukkige liefde 1” hoonde ze. „Een prachtige benaming voor den schurkenstreek, dien de broer van jouw vader tegenover mij uithaalde, ’k Had toentertijd geen vermogen — m’n vader had ongelukkig gespeculeerd — maar ik ging algemeen door voor een aardige verschijning en was daarom net goed genoeg om als speeltuig te dienen van de luimen van jouw oom. Hij misbruikte schandelijk mijn vertrouwen, want op zekeren dag deelde hij me zijn engagement met een schatrijk meisje mee. — Op dien dag nu is mijn hart versteend en ben ik een menschenhater geworden.” „Van dat alles was mij tot op dit moment niet het minste bekend, tante ! Men had mij alleen verteld, dat u door een ongelukkige liefde veel had geleden en juist daarom kwam ik bij u steun zoeken.” Peinzend keek zij een oogenblik voor zich uit. De warme, vertrouwensvolle toon van den jongeman had haar getroffen, maar dat wilde ze hem in geen geval laten merken. „Wat is het voor een meisje, die uitverkorene van je?” vroeg ze geheel uit de hoogte. „Een wees, tante, de dochter van een armen onderwijzer.” „Dan begrijp ik best, dat je ouders zich daartegen verzetten. Maar hoe kom je nu ook aan zulke kennissen ?” „Ik ontmoette Jo meermalen bij een collega van me.” „En ben je nu inderdaad besloten, ter wille van dat meisje met je familie te breken, terwijl je toch maar al te goed weet, wat dat voor je zeggen wil ?” informeerde ze dan nadrukkelijk. „Wanneer ze mij thuis dwingen willen van haar af te zien, — ja ! Maar ik hoopte bij u steun te vinden, moreelen steun wel te verstaan, in den strijd tegen de onbillijke vooroordeelen van m’n ouders,” kwam het haast smeekend van zijn lippen. „Als je gehoopt hebt, dat ik mij er toe zou leenen om je ouders tot andere gedachten te brengen, moet ik je bitter teleurstellen. Daar denk ik in de verste verte niet aan, maar .... eh . . . . weet je liefje, dat je bij mij zou aankloppen ?” „Neen, tante ! ’k Heb haar niets daarvan gezegd !” „Des te beter ! Beloof me met geen woord van ons onderhoud te reppen en geef me haar adres eens. Misschien, heel misschien, dat ik dan eens op informatie uitga. Stel je er echter maar niets van voor, want het moet heusch al heel raar loopen, als ik in deze kwestie partij kies tegen je ouders 1” Enkele dagen later werd er op een achtermiddag aan de deur geklopt van het eenvoudige kamertje, dat Johanna Nieuwerkerken bewoonde. Het meisje meende van schrik te zullen sterven, toen op haar „binnen !” eensklaps Hectors tante voor haar stond, en ze was dan ook absoluut niet bij machte te vragen, wat haar de eer verschafte van zulk voornaam bezoek, ’t Was echter niet noodig ook ! „Ik ben de tante van meneer Hector Livius van Heemskerken,” begon de barones .... en ik denk, dat u wel ongeveer de reden van mijn komst zult vermoeden. U hebt liefdesbetrekkingen met mijn neef aangeknoopt en stelt u voor met hem te trouwen, nietwaar?” Ineens was Johanna’s ontsteltenis geweken. De harde, bijna brutale toon, waarmee die vraag gesteld werd, stuitte haar tegen de borst, en vastberaden keek zij haar tegenstandster vlak in het gezicht, toen ze antwoordde : „Hector en ik zullen een paar worden, zoodra zijn positie het zal toelaten, mevrouw 1” „U denkt natuurlijk, dat dat zóó maar gaat, hé ? Het groote verschil in stand tusschen u beiden acht u zeker heelemaal geen bezwaar ?” „Dat verschil bestond toch reeds, toen uw neef met mij in kennis kwam,” antwoordde zij bits. „Toen reeds heb ik hem mijne omstandigheden blootgelegd !” „Dat neem ik gaarne aan, zoo openhartig en eerlijk beschouw ik u wel, maar hebt u er wel eens ernstig over nagedacht, wat het zeggen wil, dat mijn neef door zoo’n huwelijk ver beneden zijn stand in onmin geraakt met z’n familie? Hebt u wel zekerheid, dat Hectors liefde sterk genoeg is om dat te dragen ? In boeken en op het tooneel mogen de menschen spreken van eeuwige liefde en trouw, in het werkelijke leven is het zoo geheel anders, zijn het MR. A. S. OPPENHEIM, benoemd tot buitengewoon Hoogleeraar aan de Universiteit te -Leiden. DE „EMDEN”. Wij zijn erin geslaagd van dezen Duitschen kruiser, welke door zijn onverschrokken optreden, zooveel van zich deed hooren, een foto te krijgen. De kruiser is voorgesteld, liggend in de haven van Wilhelmshafen. maar al te vaak woorden, niets dan woorden. U kent wel het oude gezegde : Als de armoede de deur binnensluipt, vliegt de liefde het venster uit, nietwaar ? Zal dat ook niet bij jullie het geval worden als Hector doordrijft ? Zijn ouders zullen hem onterven, van mij heeft hij geen cent te verwachten, zijn salaris is bij lange na niet toereikend, om zich te blijven omgeven met de luxe, waaraan hij gewoon is, hij zal zich arm beginnen te gevoelen, zoodra de liefderoes voorbij is, en dan ? Dan zal het oogenblik komen, waarop hij zal inzien, dat u hem in het ongeluk hebt gestort, hij zal u dat verwijt voor de voeten gooien en u beider jonge leven zal verwoest zijn. Aarzelt gij dan niet zulk een zware verantwoordelijkheid willens en wetens op u te nemen ?” Een pijnlijke stilte volgde. De barones zat met een zegevierend gelaat de uitwerking van haar bittere woorden gade te slaan. Johanna kon zich niet meer goed houden en brak in een krampachtig snikken uit. „Maar, mijn God, wat wilt u dan toch van me ? Wat moet ik dan doen om Hector voor dat ongeluk te bewaren ?” bracht ze er eindelijk met moeite uit. „Voor goed uit zijn oogen verdwijnen 1” klonk het harde antwoord. Lang streed het zwaarbeproefde meisje een harden tweestrijd, maar tenslotte zegevierde haar groote innige liefde voor den jonkman. Als zij hèm daarmee voor het ongeluk kon bewaren, zou ze zich zelf opofferen en elders, waar hij haar niet kon vinden, haar dan ellendig bestaan voortsleepen. „Het zij zoo 1” fluisterde zij. „Om zijnentwille zal ik gaan, heden nog, zonder hem meer ontmoet te hebben 1” „Flink zoo I ’k Had het ook geen oogenblik anders van u verwacht, prees de barones. Schrijf dus nog gauw even een afscheidsbriefje, opdat Hector weet, dat gij voor zijn bestwil dit besluit hebt genomen, en dan direct de reis aanvaard. Laat de rest maar aan mij over I” En Johanna, geheel in haar macht, greep werktuigelijk naar de pen en begon : „Liefste Hector, Als je dit schrijven in handen krijgt, zal ik reeds ver weg zijn. Doe geen moeite mij te vinden want het is voor je eigen bestwil, dat wij voor altijd scheiden. Ik weet, dat jij zou doorzetten en mij tot je vrouw maken, maar ik weet ook, dat dat je ongeluk . . . .” Een heftig openen van de deur deed haar opschrikken en op het alleronverwachtst stond Hector voor haar. „Tante, u hier?” stamelde hij. „Zooals je ziet, maar schaam jij je niet den goeden naam van dit meisje in gevaar te brengen, door bij haar alleen op de kamer te komen ?” luidde het verre van vriendelijk antwoord. „Ik bezweer u, tante, dat het de eerste maal is, en ik had nu zulk goed nieuws, dat ik Jo direct even blij moest maken !” „Zoo, en wat is dat voor belangrijks ?” vroeg de barones, de rol van heerscheres voortzettend. „Ik krijg een mooie betrekking aan de Deli-maatschappij en over een paar maanden gaan we trouwen !” „Jij wilt dus je Rijksbetrekking vaarwel zeggen en in particulieren dienst overgaan ? Dat zou toch de dwaasheid gekroond zijn ! Neen, manneke ! zet dat maar uit je hoofd, daar komt niets van in 1” „Maar tante „Geen maren, alsjeblieft! Jij gaat niet naar Indië, jij blijft hier, .... voor de rest zorg ik !” „U, tante,....?” „Laat me eerst eens uitpraten, hè 1 Ik heb Johanna van nabij leeren kennen en ben er zoozeer van overtuigd, dat zij met hart en ziel van je houdt en een goed vrouwtje voor je zal zijn, dat jullie van mij een maandelijksche toelage krijgt, zoodat jullie onbezorgd kunt leven, en als ik er niet meer ben.........nu ja, dan zal jullie ook niet over me te klagen hebben. Maar één ding moet ik je nog zeggen, Hector: zorg, dat je je vrouwtje waard wordt, anders krijg je het met mij te doen, dat verzeker ik je !” V.
PDF
Nummer
1914, nr.20, 11 nov. 1914
Blad
16
Tekst
Het middagmaal wordt gehaald aan de kazerne te Mons. Duitsche hoefsmeden aan het werk in een Belgische smederij, Het gemeentehuis te Mons, dat thans tot kommandantur is ingericht. Een met gerequireerde fietsen beladen auto. Het overladen der benzine geschiedt heel nauwkeurig, daar de voorraad zeer beperkt is. Een autopark te Mons van gerequireerde Belgische auto’s. (foto's Vereen. Fotobureaux). ....... ....-....DE GEALLIEERDEN AAN DEN YSER ... DE FRANSCHE ALGERIJNSCHE CAVALERIE IN VEURNE. die op het punt staat naar het front te vertrekken, trekt de algemeene belangstelling. Op den voorgrond ziet men de Belgische soldaten. PRINS ALEXANDER VAN TECK, broeder van de Engelsche koningin, die voortdurend aan het front aanwezig is, werd te Veurne in het hoofdkwartier gefotografeerd. Ook de gewonden brachten hun stille bloemenhulde op de graven hunner gesneuvelde makkers. Schoolkinderen trokken in processie naar de graven van de in den oorlog gevallen Fransche soldaten. NEDERL. ROTOGRAVURE-MAATSCHAPPIJ, LEIDEN AAN DE FRANSCH= BELGISCHE GRENS ALLERZIELEN TE PARIJS
PDF
Nummer
1914, nr.21, 13 nov. 1914
Blad
01
Tekst
Sfï ' No. 21a 13 Nov. 1914,2e 3rs. Verschijnt 2 maal p.week ........... .............. ■■■■—■ — Abonnement per kwartaal f 1.30 DIT nummer kost afzonderlijk 7*/a_Ct. Voor DELGIE 20 Centiemen UITGAVE VAN A.W. SIJTHOEF's UITGEVERS MAATSCHAPPIJ LEIDEN ® Redactie e n ■Ad m i m s tPati e DOEZASTRAAT l Telefoonnummer I ® FOTO’S van het FRANSCHE FRONT PRESIDENT POINCARÉ BEZOEKT KONING ALBERT TURCO’S ACHTER HET FRANSCHE FRONT GEKAMPEERD
PDF
Nummer
1914, nr.21, 13 nov. 1914
Blad
02
Tekst
PANORAMA IS EEN INVAL IN ENGELAND MOGELIJK A DE GREY. Een uit te Londen geoefend, eigen land ner’s leger. |n een redevoering te Liverpool, aldus melden ! de dagbladen, zeide lord Derby: „De reden, dat de Duitschers zich zoo goed houden is, ! dat ze altijd hun verliezen kunnen aanvullen. De Engelschen moeten eri van verzekerd kunnen zijn, dat ook hun gelederen aangevuld worden. Ik geloof niet aan een invasie, doch ik geloof, dat de Duitschers een overval willen beproeven. Wanneer Engelsche kruisers in de straat van Dover in den grond geboord worden en schoten een halve mijl van de landingsbrug te Yarmouth neerkomen, dan moet men er wel rekening mee houden, dat het gevaar werkelijk bestaat.” Deze uitspraak typeert de gevoelens welke op dit moment in Engeland heerschen. Men wil niet officieel erkennen dat de groote zekerheid welke in de zoo voortreffelijke ligging van het eilandenrijk bestond, door de gebeurtenissen van de laatste maanden merkbare wijziging heeft ondergaan doch... in Chili heeft de Engelsche vloot, een deel van de ,,grootste vloot der wereld” een gevoeligen klap gekregen; in den Grooten Oceaan vaart de Vliegende Hollander (een naam, welke ook in Duitschland aan de schijnbaar alom aanwezige „Emden” wordt gegeven) en helpt tientallen schepen, onder Engelsche vlag varend, naar den kelder. Ranke onderzeeërs vervullen hun welbewuste taak. En omtrent de plannen van Duitschland gaan in Engeland allerlei geruchten, welke de meest wonderlijke verrassingen doen vreezen. Men kan zonder voorbehoud verklaren, dat ten slotte deze oorlog er een is, welke voornamelijk gaat tusschen Duitschland en Engeland. Deze beide rijken toch zijn op de wereldmarkt de meest scherpe concurrenten. Het na ’70 machtig opbloeiende Duitsche Rijk vond zijn weg door de bewonderenswaardige energie-ontwikkeling zijner bewoners. Wat Duitschland op dit gebied te zien gaf, zelfs de meest verstokte anti-Germaan (waarvan ons land, in zijn hand. Ging Engeland nu zijn achterstand herstellen, werd het zelf weer actiever koopman, liet zich den band tusschen Moederland en Koloniën krachtiger EEN NACHTELIJKE UITVAL. NAAR LONDEN. Op deze kaart is aangegeven hoever een vijandelijke vloot in den nacht varen kan. gevoelen, dan, ja dan werd de V. verhouding voor Duitschland niet gunsti- r • x ger op. Zoo bleef de naijver koken, zoo werd Kiel met zijn reusachtige scheepswerven een doorn in de oogen van Engeland. En nu gaat het er om, hoe de toekomst de verhouding zal doen zijn, wat het oorlogsresultaat zal opleveren, waarheen de Fortuin de heerschappij der baren zal overbrengen. Het is dus te begrijpen, dat de vraag of een inval in Engeland, wat eigenlijk gelijk zou staan met een vernietiging of verkleineering van de Engelsche vloot, succesvol zal kunnen blijken, in beide kampen een uiterst belangrijk punt is. Een staatkundige, aan wiens oordeel wij veel waarde hechten, zei ons onlangs als zijn vaste overtuiging, dat de toestand tenslotte door den zeeoorlog zal worden beheerscht. Er is geen kwestie van, dat de strijd uitgevochten zal zijn, zoolang niet de suprematie van een der beide volkerengroepen is vastgesteld. En deze suprematie beteekent niets, zoolang niet de heerschappij over de zee, dien machtigen verbindingsweg der volkeren, het zoo alles beteekenende handels-communicatiemiddel vaststaat.. , tenzij tenslotte de beide groepen leeren inzien, dat elke overheersching, voor alle partijen uit den booze is en een gezonde overeenkomst-basis gevonden kan worden. ♦ * * Dat dit laatste spoedig gebeuren zal, och wie weet het. Er naar uitzien doet het op dit moment allerminst. Met een volharding, die duizenden menschenlevens kost, worstelt Duitschland om den doorgang naar Calais te banen. Van Calais naar Dover, de Engelsche Kanaalhaven, is maar een stap, een peuleschilletje voor Zeppelins, vliegeniers, transportschepen, onderzeeërs, terwijl de groote Duitsche vloot de positie in het Noorden hachelijk maakt en tot groote voorzichtigheid dwingt. dank zij zijn neutraliteit, geen enkele onder zijn inwoners telt), zal moeten erkennen, dat het hoogst merkwaardig was. Daarbij zijn de Duitschers plooibare kooplieden en handige verkoopers en past hun aard zich schijnbaar goed aan hun omgeving aan, kortom, zij zijn heel succesvolle exploitanten. Een uiterst verbitterde concurrentie tegen Engeland, dat in vele gevallen gewend was de eerste viool te spelen, ook op commercieel en technisch gebied, kon niet uitblijven. En in dien strijd won Duitschland het in vele gevallen. Naar Engeland zelf ontstond een uiterst belangrijk export, de Engelsche Kolonies werden, evenals Zuid-Amerika, beteekenende afnemers. Het „made in Germany” door Engeland geëischt op de waren welke uit den Bondstaat kwamen, en oorspronkelijk bedoeld om eigen Engelsche industrie te bevorderen, was geen beletsel, integendeel bevordering voor de uitbreiding der handelsconnecties. Men zou, als gewoon denkend mensch, nu meenen dat Duitschland alle redenen had om over den toestand tevreden te zijn. Toch bleek het anders te wezen. Er was blijkbaar nog altijd een groote schaduwzijde aan dezen stand van zaken verbonden. Great Brittain rules the waves. Engeland was de baas op den oceaan, Duitschland mocht wel verkoopen, maar, de zeevaart, de zeebeheersching was niet LORD KITCHENER HEEFT U NOODIG. Het sprekende plakkaat, dat men op de Londensche taxi’s ziet. In hoe verre is het voor een Duitsche vloot van beteekenis, mogelijk, om gebruik makend van den nacht, een inval in Engeland te wagen? Dit is een vraagstuk waarmee heel veel hoofden zich op dit moment bezighouden. De Engelsche bladen trachten te bewijzen dat zulk een waagstuk niet heel wel mogelijk is. Onze kaart op deze bladzijde geeft aan hoever, volgens Engelsche opgaven, een Duitsche vloot van haar meest vooruitstekende vlootbasis zich in een winternacht kan voortbewegen. Zóó gezien lijkt het resultaat niet ongunstig voor de Engelsche havens. Wanneer dus de Britsche vloot zich niet laat verschalken of de verrassingen, welke de Duitsche marine achter het gordijn bewaart, alle berekeningen niet doen falen, dan schijnt het werkelijk noodig dat het Duitsche landingsleger een anderen basis* bezit, wil een samenwerken met zijn vloot de zoo hartstochtelijk begeerde afstraffing van Engeland mogelijk maken. * * * Met gespannen verwachting blikken wij zeker in dit verband naar wat de toekomst geven zal. Geen Nederlander kan onverschillig zijn, want de afloop van den strijd beteekent ook voor ons heel veel. Hoe een onderzeeër, gedurende vijf dagen en nachten van zijn basis verwijderd, manoeuvreert. LONDON SCOTTISH regiment, saamgesteld wonende Schotten. ■ Met grooten ijver wordt door om ten spoedigste voor den gereed te zijn. Elke weerslag de nieuw aangeworven Engelsche troepen dienst in Frankrijk, of voor verdediging van van belang brengt nieuwe recruten in Kitche-
PDF
Nummer
1914, nr.21, 13 nov. 1914
Blad
03
Tekst
PANORAMA DE VERSCHRIKKINGEN VAN DEN OORLOG OP HET KERKHOF TE PERVYSE (BIJ NIEUWPOORT). Gesneuvelde Belgische soldaten door hun landgenooten begraven. — Wanneer we al maar door in de dagbladen over de oorlogsverschrikkingen lezen, dan wordt ons als het ware door die * veelvuldige herhaling de gedachte aan de werkelijkheid ontnomen. Wij realiseeren niet meer in onderdeden, wat wij lezen. Een foto als bovenstaande brengt ons echter weer tot de volle werkelijkheid. En deze is vreeselijk. V DUITSCHE GEWONDEN TE BRUGGE. Duizenden soldaten zijn er in de laatste dagen van den slag aan den Yser gewond teruggekomen. Zooveel mogelijk werden zij met voertuigen vervoerd, doch velen zag men loopend terugkomen. GEWONDEN OP ZEE. Bij den aanval op den Engelschen kruiser „Pegasus werden er verscheidene van de bemanning aan armen of beenen gekwetst. Van een werd de benedenarm zelfs geheel weggenomen (zie tweede van links op onze foto). EEN HARTVERSTERKING. Duitsche Roode-Kruiszusters dienen den zwaargewonden Belgischen soldaat, voor zijn vervoer met den trein naar het hospitaal te Brugge, nog wat versterkend voedsel toe. NAAR HET HOSPITAAL TE BRUGGE. Een Belgisch officier die in den slag bij den Yser gewond is, wordt in het hospitaal te Brugge binnengebracht.
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1156 tot 1160 van 11897