|
P A N' O R A M A N o. *7 T 0 A U G U S T U S
verwachtingen al of niet in vervulling gaan, het heeft ongetwijfeld
zijn goede zijden, van te voren een
schema vast te stellen. Het geeft een
onwrikbaar zelfvertrouwen, wat voor
den schaker een eerste vereischte is. Ik
heb perplex gestaan toen ik zag, hoe
een speler van de kracht van Treybal het
in een overwegende positie langzamerhand
tegen Bogoljubov moest afleggen. Bogoljubov zelf vond er niets verwonderlijks in,
zijn tegenstander stond immers op de lijst
der „Lipschütze” en dat beteekende „la
mort sans phrase”. Het eenige, wat hij
vreemd vond, was, dat het zoo lang geduurd had.
Hoe geheel anders is de ex-wereldkampioen Capablanca, die slechts langs
gebaande wegen zijn doel tracht te bereiken.
Staat hij slecht, dan stuurt hij zoo spoedig
mogelijk op remise aan. Hij heeft niet den
moed, op een flater van zijn tegenstander
te rekenen en dit komt zijn score in het
algemeen niet ten goede. Daartegenover
staat, dat hij nooit de kans loopt, naar
lagere regionen af te dalen. Steeds behoort
hij tot de hooge prijswinners, maar of hij
nummer één wordt, hangt niet zoozeer van
hemzelf, als wel van het meerdere of
mindere geluk van zijn concurrenten-avonturiers af.
Daartoe behoort ook Nimzowitsch, de
representant van twee uiterste richtingen.
Tegen de sterke tegenstanders speelt hij
degelijk positiespel, zonder ook maar het
geringste risico te aanvaarden. Tegen de
mindere góden daarentegen speelt hij het
merkwaardigste soort schaak, dat ooit vertoond werd. Gewoonlijk kiest hij een inférieure opening en plaatst zijn stukken op
de meest zonderlinge velden. Gelukt het
hem niet, zijn tegenstander in het middenspel door bizarre manoeuvres te verschalken, dan beproeft hij zijn laatste kans in
het eindspel, in welk partijgedeelte hij
buitengewoon goed thuis is.
Een tactiek, die zeer productief kan zijn
en welke hem in groote tournooien gewoonlijk in de voorste gelederen brengt.
De goe-gemeente tracht hij wijs te maken,
dat zijn vreemdsoortige speelwijze onderdeel
is van een bepaald door hemzelf uitgewerkt
systeem. Dit systeem zou dan blijkbaar
alleen van toepassing zijn op de zwakkeren
onder de deelnemers.
Een ander speltype vertegenwoordigt
Prof. Dr. Vidmar, de rector der Universiteit
te Laibach. Zijn spel is wetenschappelijk
onderlegd en staat zeer hoog. Hij paart
een fijn positiegevoel aan een buitengewone
vaardigheid in het scherp en correct combineeren. Zijn resultaten zijn daarmede in
overeenstemming en steeds ver boven de
middelmaat, hoewel nog nooit het allerhoogste bereikt werd.
Voegen we aan het viertal Capablanca,
Bogoljubov, Nimzowitsch en Vidmar nog
Rubinstein toe, dan hebben we de voornaamste pretendenten naar de eereplaats
gehad.
Rubinstein, die reeds 22 jaar geleden in
den eersten wedstrijd te Karlsbad den
eersten prijs won, maakt ook thans een
goede kans. Hij beschikt over een demonische kracht in alle soorten stellingen, van
het meest combinatierijke middenspel tot
het eenvoudigste eindspel. Veel hangt bij
hem van den start af.
Op het besproken vijftal grootmeesters
volgt een serie vooraanstaande meesters.
Noemen we allereerst den sympathieken
Het Tournooi
te Karlsbad
door
Dr. MAX EUWF
K
arlsbad, beroemd om zijn geneeskrachtige bronnen en modderbaden, het land
van belofte voor vele lijdenden, is op het
oogenblik het centrum van belangstelling
der geheele schaakwereld.
Karlsbad staat in het teeken van de rust!
Wil men ’s avonds na negen uur nog 'n kop
thee machtig worden, dan dient men naar
een nachtcafé te gaan. Ook in het tournooilokaal heerscht een plechtige stilte, welke
harmonieert met enkele in de zaal aangebrachte borden, waarop met groote letters
„silentium” te lezen staat. Zelfs in de vertrekken, welke voor de pers gereserveerd
zijn, kan men een speld hooren vallen, in
scherpe tegenstelling met wat we dienaangaande in Holland gewend zijn. Wie wel
eens een partij van de match Aljechin-Euwe
of Bogoljubov-Euwe bijgewoond heeft, zal
zich de groote en luidruchtige belangstelling
herinneren, die steeds in de nevenzalen
heerschte. De uitroep: „Als Aljechin deze
partij niet wint, leert hij het nooit!” welke
ik tijdens de achtste matchpartij opving,
klinkt mij nog als een levendig blijk van
die belangstelling in de ooren. En Aljechin
verloor, maar werd niettegenstaande de
minder gunstige prognose een jaar daarna
wereldkampioen.... Hoe geheel anders
hier! Bijna zwijgend worden de partijen der
grooten nagespeeld en opgeteekend, vol
eerbied luistert men, als een der deelnemers,
toevallig aanwezig, zijn meening ten beste
geeft.
Het sterkst bezette tournooi van den
tegenwoordigen tijd, zoowel wat aantal als
wat kracht der spelers betreft. Zien we af
van Lasker en Aljechin, dan dingen de besten der besten mede. De beteekenis van het
niet-medespelen van Lasker moet overigens
niet overschat worden, daar het te verwachten is, dat deze schaakreus wel aan
geen enkel tournooi meer zal deelnemen.
Hij heeft genoeg lauweren geplukt en een
eventueele mislukking, ja zelfs het bezetten
van een lagere dan de tweede of derde
plaats zou een schaduw werpen op de
mooiste carrière, welke de schaakgeschiedenis kent.
Dat echter Aljechin niet tot de deelnemers hoort, is inderdaad te betreuren, hoewel we zijn besluit ten volle kunnen billijken. In September neemt zijn match tegen
Bogoljubov om het wereldkampioenschap
een aanvang en terecht beschouwt hij het
spelen van een dergelijken zwaren wedstrijd
als een te gewaagde krachtproef. Bogoljubov daarentegen denkt er anders over,
en speelt toch, wat typeerend is voor dezen
gemoedelijken optimist. Hij heeft de deelnemers in twee groepen ingedeeld: „Lipschütze” en „Rabinowitsche”. De laatsten
zijn de besten, met hen speelt hij remise,
de „Lipschütze" moeten sterven. Hij rekent
op elf winstpunten, tien remises en geen
enkele verliespartij; met 16 uit 21 kan hij
zeker zijn van den eersten prijs. Of zijn
Hongaar Maroczy, wiens groote daden
reeds in het grijze verleden liggen, maar
die er desondanks in slaagde, zich op het
vorige tournooi te Karlsbad (1923) aan de
spits te plaatsen. Sindsdien nam hij slechts
aan minder belangrijke tournooien deel en
daarom worden zijn prestaties met belangstelling tegemoet gezien. Te hoog mag men
de verwachtingen echter niet spannen, want
Maroczy nadert de 60 reeds en is met een
kleine tien jaar de oudste van alle deelnemers.
Marshall gaat langzamerhand ook tot de
oude garde behooren, wat vooral in zijn
speelsterkte tot uitdrukking komt. Dat dit
bij hem eerder dan bij eenig ander zijn
invloed doet gelden, is een gevolg van zijn
agressieven stijl. De aanval is steeds zijn
ideaal geweest en daarbij komen een buitengewone vindingrijkheid en scherpte goed
van pas. Deze kwaliteiten zijn echter
minder dan andere tegen den tand des tijds
bestand en de Marshall van de laatste
Europeesche wedstrijden is dan ook slechts
een zwakke afschaduwing van den vroegeren schrik der tournooien.
Spielmann, Tartakower en Grünfeld vertegenwoordigen de z.g. Weensche school.
Hun resultaten zijn zoo wisselvallig, dat
voorspellingen betreffende hun prestaties
in het tournooi tot de onmogelijkheden
behooren. De bezetting van één der hoogste
plaatsen is voor hen evenmin buitengesloten
als het behooren tot de niet-prijswinners.
Samisch, Duitschlands beste speler, treedt
in den laatsten tijd weer sterk op den voorgrond. Zijn spel is diep doordacht en ook
voor de allersterksten uiterst gevaarlijk.
Dit ondervond o.a. Bogoljubov het vorig
jaar, toen hij te Berlijn in negentien zetten.
Samisch’ meerderheid moest erkennen.
Van de overige deelnemers memoreeren
we nog Miss Menchik, Mattison en Canal.
Miss Menchik, de dameswereldkampioene,
is de eerste dame, die aan een belangrijken
meesterwedstrijd deelneemt. Hoewel ze niet
met de sterkste deelnemers van dit tournooi
op één lijn te stellen is, zal men goed doen,
haar krachten niet te onderschatten. Zij
heeft een gezonden en degelijken stijl en
is vooral sterk ,in het weerleggen van combinaties, waar een steekje aan los is. Van
haar kunnen gaf ze reeds blijk in Ramsgate,
waar de sterkste Engelsche spelers het
tegen haar moesten afleggen.
Mattison, die in 1928 zijn titel van
amateur-wereldkampioen moest afstaan, zal
zich in dezen wedstrijd ongetwijfeld van
zijn beste zijde laten kennen. De resultaten
der eerste ronden bevestigen reeds den
hoogen roep, die van hem uitgaat.
Tenslotte noemen we Canal, den meest
exotischen deelnemer. Hij komt uit Peru
en had nog weinig gelegenheid, aan tournooien deel te nemen. Hij beschikt over
een natuurlijk talent, dat groote dingen
van hem doet verwachten.
Wij zouden den voortreffelijken tournooileider Viktor Tietz te kort doen, als we
hier niet een enkel woord aan hem wijdden.
Hij is de organisator van alle vier Karlsbader tournooien (1907, 1911, 1923 en 1929),
waarvan de eerste drie reeds een waardige
plaats in de schaakliteratuur innemen. Hij
vierde onlangs zijn zeventigsten verjaardag
en gaat nog geheel in zijn werk op.
Terecht wees Karlsbads burgemeester er
bij de receptie der deelnemers dan ook op,
hoe grooten dank zoowel de schaakwereld
als de badplaats zelf aan dezen organisator
verschuldigd is.
15
|