Panorama

Blad 
 van 2380
Records 11501 tot 11505 van 11897
Nummer
1929, nr. 32, 10 aug. 1929
Blad
20
Tekst
P A N O R A M A N o. 3 2 l 0 A U G U S T U S TtaMexftoeM DOOR HANS DE LA RIVE BOX T oen de lange D-trein zich op het vastgestelde uur dien Zaterdagavond weer in beweging zette, loosde Max Brinkman, de bekende Amsterdamsche juwelier, een zucht van verlichting. Na bijna drie etmalen gereisd te hebben, zonder het koffertje met juweelen uit het oog te hebben verloren, was dit vertrek voor de laatste étape hem een verademing. Den volgenden morgen, Zondagochtend tegen tien uur, zou hij na een veertiendaagsch verblijf in het buitenland weer thuis zijn. Hij had mooie zaken gedaan en ook van de reis zelf kunnen genieten, hoewel hij elke seconde de groote verantwoordelijkheid van den inkoopenden diamanthandelaar had gevoeld. Enfin, dat risico was voor hem geen nieuwtje, maar toch zou hij blij zijn, als dat kostbaar goedje veilig en wel in zijn brandvrije kluis lag 1 Hij had een coupé in den voorsten slaapwagen voor zich zelf en evenals Op dit tafereel uit „De baby, mijnheer en Pukkie", Centraal Theater, Amsterdam, ziet men van links naar rechts: Mevr, M, v. Kerckhoven-Kling, Corrie Roosendaal, Pukkie, Carl Tooi en van Warmelo. den vorigen avond verdeelde hij zijn aandacht tusschen het avondblad en het in schemer gehulde voorbijschietende landschap. De gedachte aan zijn huis deed hem goed en op zijn gemak ging hij het zilveren beursje en enkele antieke snuisterijen, welke hij voor zijn vrouw had medegenomen, bekijken. Het waardevolle koffertje bevond zich veilig naast hem, als een steun voor zijn arm. Het was tegen negen uur, toen hij een paar maal reizigers langs zijn compartiment door de zijgang hoorde loopen. Juist toen hij de coupé wilde verlaten, om in den restauratiewagen een kop koffie te gaan drinken, werd er op de schuifdeur geklopt en nog voordat hij kon antwoorden, ging de deur met een ruk open en staarde een jonge, zeer elegante vrouw eenigzins onthutst naar binnen. „Neem me niet kwalijk!*’ sprak zij in vloeiend Engelsch; „Ik ben blijkbaar verkeerd. Ik zoek een echtpaar en de conducteur van dezen slaapwagen zei mij, dat die menschen deze coupé hadden. Max Brinkman was een man van de wereld, doch voor alles een voorzichtig man. Doch deze charmante vrouw, modieus gekleed in haar flatteerend reiskostuum dreef elke gedachte aan onraad onmiddellijk weg. Zij keek hem met haar groote blauwe kinderoogen zoo verbaasd en tegelijkertijd smeekend aan, dat hij opstond, zijn krant over het koffertje wierp met een onverschillige beweging en antwoordde : „Die conducteur moet zich vergist hebben. Miss, deze coupé is van mij. Maar kan ik u soms helpen ?" „U is landgenoot?" lachte ze koket; „Maar doet u geen moeite, mijn coupé is naast deze en ik zal dien conducteur nog wel even opzoeken." Max boog beleefd, onder den indruk van deze stralende schoonheid, doch zij knikte hem vriendelijk toe en na de deur achter zich te hebben dicht geschoven, liep zij verder de gang in. De diamanthandelaar stak een sigaret op, nam het koffertje en de krant en richte zijn schreden naar de restauratiewagen om iets te gebruiken. En tien minuten later, achter zijn kop koffie, was hij het mooie Engelsche meisje alweer vergeten! ALS DE APPELS RIJPEN. 18
PDF
Nummer
1929, nr. 32, 10 aug. 1929
Blad
21
Tekst
P A N O R A M A N o. 3 2 1 0 A U G U S T (J S Hét was juist elf uur, toen hij opnieuw het compartiment betrad. Regelmatig stoomde de nachtexpress door den nacht, steeds naar het Noord-Westen en eentonig ratelden de zware wielen over de ijzeren staven. Een beetje moe, doch overigens in een best humeur maakte Max zijn toebereidselen voor den nacht. Op het oogenblik, dat hij zijn colbert uittrok schrok hij op, door een hevig gestommel in den coupé naast den zijnen. Hij luisterde in spanning toe en hoorde een angstkreet en een heftig kloppen op den wand tusschen de beide slaapvertrekken. Hij herinnerde zich plotseling weer de woorden van de Engelsche en vermoedde een misdaad. Even stond hij in tweestrijd; wanneer dit een laffe valstrik was? Bij de idee joeg het bloed hem naar de wangen, het was vreeselijk in elk medemensch een spitsboef te zien; maar toch .. . Hij veranderde snel iets in zijn coupé en rende toen in de zijgang. Nog steeds klonk een geluid van vechtende lichamen, nu ten deele gesmoord. Met een ruk schoof hij de deur open van den volgenden coupé en tot zijn ontzetting zag hij een in smoking gekleed jongmensch, die over een languit op den grond liggend lichaam gebogen stond. Hij herkende de jonge vrouw en zag haar bleek gelaat, gesloten oogen, overschaduwd door de lange, zwarte wimpers en de roode, saamgeknepen lippen. Hij gaf een kreet van afschuw en stortte zich op den aanrander, die zich ijlings bukte. Hoewel klein en tamelijk gezet was de juwelier sterk en moedig. Hij had zijn revolver, dom genoeg, in zijn coupé achter gelaten, doch zijn harige handen balden zich tot staalharde vuisten en geen drie seconden na zijn binnenkomst was hij in verwoed gevecht met den ander. En terwijl hij vocht voor zijn zelfbehoud, drong het ook tot hem door, dat deze misdadiger even goed in zijn coupé had kunnen doordringen, om eens rond te neuzen. Hij slaagde er in zijn vijand in een hoek te drijven en hem door een kunstgreep, waardoor de ander bij de minste beweging van zijn handen zou stikken, in bedwang te houden. Hijgend wendde hij zich om en zag het meisje juist opstaan. Een vloek perste zich tusschen zijn lippen... zij gleed als een slang den coupé uit. Hij, de voorzichtige Max Brinkman, was toch in een val gelokt. Die mooie, geraffineerde kat moest van zijn juweelen afgeweten hebben. Een hevige woede maakte zich van hem meester: zijn handen knelden zich om de keel van zijn slachtoffer, zoodat deze op een gegeven oogenblik in elkaar zakte! Op dat oogenblik temperde de express zijn vaart, moeizaam optornend tegen een hooge spoorbrug. Max nam een sprong en rende de zijgang in. Toevallig kwam juist de nachtconducteur aangewandeld. Hij schrok zichtbaar van dezen geagiteerden man in hemdsmouwen. „Ga mee.. . een bende roovers in den trein!” hijgde de ander en hij liep ZEEROBBEN haastig terug naar zijn eigen compartiment, Doch juist voordat hij de deur kon openen, werd deze met een ruk open geschoven en ijlde een slanke vrouw de gang in naar den harmonica-overloop. Onder haar arm hield zij een donker koffertje gekneld. . „Daar!” schreeuwde Max luid: „Grijp dat wijf, conducteur!” Beiden volgden de vrouw, doch zij opende zonder aarzelen het portier van den volgenden wagon en sprong lenig uit den langzaam rijdenden trein op den spoordijk. „De noodrem!” riep de conducteur, doch een kreet van den ander deed hem van dit plan afzien. Beiden konden juist de deur zien van Max zijn coupé in den anderen wagon. Een slanke jonge man, in een smoking gekleed snelde uit dezen coupé en geholpen door de schaduw langs den zijwand rende hij eveneens naar een der deuren. Het portier openen en er door naar buiten glippen was het werk van een oogenblik. Ook hij verdween in den nacht. Toen veegde de diamanthandelaar zijn bezweet voorhoofd af en trok hij den conducteur mee naar zijn compartiment. Zijn jas lag op den grond, doch hij miste er niets uit. De conducteur, die instinctief be greep, dat de kleine dikke koopman bestolen moest zijn, wierp een hulpeloozen blik door de kleine ruimte. „Zat er veel in?” vroeg hij. „Wacht laat ik toch aan de noodrem trekken. Die schoeljes!” „Veel? Bedoel je dat koffertje dat zij onderden arm klemde?” lachte Max: „Wat zal ik je zeggen?” Hij sloeg de deken van het bovenste bed op en haalde iets van tusschen de lakens vandaan. Met groote oogen staarde de conducteur er naar. Het was een klein, donker koffertje. „Wat mij betreft rijden wij zoo gauw mogelijk door!” grinnekte Max en hij woog het koffertje taxeerend op de hand. „De heele kwestie is, beste vriend, dat je altijd op je qui vive moet zijn, niet waar ? Zij lokte mij in haar eigen coupé, maar zij dacht niet aan de mogelijkheid, dat ik twee van die koffertjes had. Eén leeg ... en één ... nou ja, eenigszins gevuld! Wil je een sigaartje voor den schrik?” 19
PDF
Nummer
1929, nr. 32, 10 aug. 1929
Blad
22
Tekst
P A N O R AM A No. 3 2 - 10 AUGUSTUS Nauwsluitend lijfje met zeer wijden rok. Gar~ neering van smalle biais. N og altijd is het Parijs, dat den toon aangeeft bij de damesmode. Er is geen enkel land — hoeveel pogingen ook daartoe werden aangewend, — dat zich van Parijschen invloed wist vrij te houden. En wat aan zoovelen niet gelukt is, wat Duitschland, zelfs gedurende den oorlog, niet gelukken mocht, zal zeer waarschijnlijk ook aan Mussolini, die zich nu tot taak gesteld heeft een Italiaansche mode te scheppen, maar weinig succes bezorgen. De groote dictator, die reeds op zoo velerlei gebied met succes „gemassregelt" heeft, begeeft zich nu op een terrein dat ook voor hem vol voetangels en klemmen ligt. De mode toch is samengesteld uit zoo ontzaglijk veel kleinigheden, zoo velerlei invloeden en combinaties, dat men zich een algeheele omwenteling, op commando, eenvoudig niet kan voorstellen. Parijs geeft den toon aan en Parijs zai zeker nog wel heel lang den toon blijven aangeven. i INADE WAEL Waarom ? Parijs heeft zijn geniale mode-ontwerpers, die door geen andere ter wereld worden geëvenaard. En... de Parijsche vrouw weet de scheppingen van haar modekunstenaars met sierlijke gratie te dragen. Misschien is dit wel het groote geheim: zooals een bekoorlijke mannequin den vrouwen doet besluiten tot den aankoop van toiletten, door de illusie dat de eigen persoonlijkheid er even of tenminste bijna even bevallig in zal uitkomen als het prachtige sierlijk zich bewegende figuurtje, dat ze zoo voordeelig weet te doen uitkomen — evenzoo brengt de elegance der Parisienne de vrouwen van andere landen telkens weer tot het aanvaarden van modes welke noch voor haar figuur noch voor haar geaardheid ontworpen werden. Dat wil volstrekt niet zeggen, dat de Parijsche mode voor ons Hollandsche Sierlijk toiletje van wit met zwart gebloemde crêpe-georgette. Garneering van effen zwart en wit. vrouwen ten eenemale ongeschikt zou zijn. Verre vandaar. Maar wij kunnen niet alles zonder meer overnemen. De sierlijke levendigheid van het Latijnsche ras, welke zich bij het frêle figuurtje der Parisienne zoo volkomen aanpast; is zoo geheel verschillend van de geaardheid der meer Noordelijke vrouwen, dat wat uitermate geschikt is voor de eerste, ten eenenmale ongeschikt kan zijn voor de tweede categorie. Dan aan ons zelve de taak om uit den overvloed der nieuwe Parijsche modes telkens juist datgene te kiezen wat harmonieert met de eigen persoonlijkheid. Misschien is ’t die japon met wijden rok en het nauwsluitende lijfje, dat herinneringen wekt aan de tailles van vroegeren tijd met rug en zijpanden; die werd ontworpen door Jean Macquin. Misschien is het dat bekoorlijke wit wollen toiletje, met zijn grillige garneering in bonte kleuren. En mogelijk zal het sierlijke dingske van zwart met wit gebloemde crêpe-georgette, evenals het tweede van het modehuis Melnotte Simonin, bijzonder fiatteerend voor ons wezen, ’t Is gracieus gegarneerd met randen en strikken van effen zwarte en witte crêpe-georgette. Deux-pièces van wit wollen stof met grillige garneering in bonte kleuren. 20
PDF
Nummer
1929, nr. 32, 10 aug. 1929
Blad
23
Tekst
PAN O R A M A No. 3 2 1 0 A U G U S T U S HET ^EOP 1T>° - D OOR P. G. WODEHOUSE 21
PDF
Nummer
1929, nr. 32, 10 aug. 1929
Blad
24
Tekst
P A N O « A M A N' o. 3 2 - 1 0 A U O U S T U S ... Eustace kwam vol moed onder de dekens vandaan . . . Rechten erven P.G. Wodehouse 22
PDF
Blad 
 van 2380
Records 11501 tot 11505 van 11897