Panorama

Blad 
 van 2380
Records 11491 tot 11495 van 11897
Nummer
1929, nr. 32, 10 aug. 1929
Blad
10
Tekst
P A N O R A M A No. 3 2 1 0 A IJ G U S T U S LU DE GEZANT te midden van oude en nieuwe kleederdrachten. DE DANS. De beide volgende foto’s zijn van het Volks- und Trachtenfest te Schreiberhau (Pruisen). COSTUME-GROEP. elijk ieder jaar is op Amager, bij Kopenhagen, een midzomerfeest gevierd ter herinnering aan de Hollandsche afstamming ; ditmaal in tegenwoordigheid van den Nederlandschen gezant te Kopenhagen, den heer W. L. F. C. Ridder van Rappard. 8
PDF
Nummer
1929, nr. 32, 10 aug. 1929
Blad
11
Tekst
PANORAMA No, 3 2 Jhr, mr, D. J, de Geer, Financiën 10 A U G U S T‘ U S S. de Graaff, Koloniën Mr, dr, L, N, Deckers, Defensie Mr, T. J, Verschuur, Arbeid, Handel, Nijverheid Mr. P, J, Reijmer, Waterstaat Mr, ], Donner, Justitie FIGUREN EN FEITEN SIR ROBERT BADEN POWELL blaast de Koodoohoorn op het Padvinderscongres te Birkenhead, DE PRINS VAN WALES als deelnemer aan het Padvinderscongres te Birkenhead. 9
PDF
Nummer
1929, nr. 32, 10 aug. 1929
Blad
12
Tekst
PANORAMA No. 3 2 10 AUGUSTUS De Weglooper door Will. Scott T oen ik Jef Spiker voor het eerst zag was hij bezig, steenen aan te dragen voor het toen nieuwe, nu stokoude stadion, en droomde hij van het kampioenschap zwaargewicht; nadien heb ik hem meermalen aanschouwd in zeer beknopt gewaad, zegevierend over andere zwaarwichtige personnages, en toen kroop zijn lot weer de duisternis tegemoet. Wat een beetje jammer was, want Jef was in zijn lichamelijken opbouw een gedicht voor het oog. Hoog een-meter-negentig, breed buiten proportie, vuisten als doodsdreigingen en een schedel waar je steenen op kon bikken. Jef ging op en onder als de zon. Hij werd kampioen van zijn stad, van de streek, en kreeg toen op zijn huid van den Tijger van Bermond. Ik zag Jef een heele poos niet. Naar het scheen had hij zijn lot, en het verbleeken van zijn wereldkans, vreedzaam aanvaard. Wel vroeg ik me somtijds af, hoe hij zich weer zou hebben aangepast aan bekrompener financiëele omstandigheden, want in den ring had hij het gebracht tot een inkomen van wel dertig gulden per week; en geen man aanvaardt dan weer de soberheid zonder somberheid! Maar plotseling, enkele weken geleden, zag ik hem wéér in pralenden welstand. Een luxe Jef! Een Jef in een geruit, o zoo geruit pak, en een diamant op zijn das, en een half dozijn gouden artikelen, en geluid in de buurt van zijn zak. Hij kwam een restaurant binnen, terwijl ik daar juist zat, en stapte naar mij toe, en beweerde zeer luid: „Ik heb je zóó lang niet gezien, daar moet op gefoven worden 1" Vond ik ook, wijl hij geld had, en ik at en dronk en probeerde hem uit te hooren, maar hij zei niet veel over de bronnen van zijn welvaren, en juist toen hij scheen te willen spreken werd hij afgeleid, op zonderlinge wijze. Ik zag zijn gezicht betrekken, zijn blik gejaagd worden, en ik keek rond naar de oorzaak. Een man en een vrouw kwamen het restaurant binnen, of tenminste.... een man,.... nou ja, 1M. hoog, breed naar verhouding, en een hoofd alsof hij nog moppenbladen las en nu en dan wel een kaneelstok bliefde. Hij bezat de keurigste taille en de langste haren en het fijnste parfum, kortom, hij was waarschijnlijk het snoezigste ventje dat ooit een pak slaag verdiende wegens het feit van zijn aanzijn. Wat het meisje zien kon in zoo’n insect.... Vriend Jef scheen echter door zijn verschijning anders te worden aangedaan. Jef werd bleekachtig en ik zag dat zijn hand trilde terwijl hij naar zijn hoed tastte. „Zeg ’s,” begon ik, maar hij luisterde niet. Op dat moment ontmoetten elkaar hun beider oogen en de oogen van het meisje ontmoetten die van hen beiden. Ik zag het sprinkhaantje de schouders heffen en de vuisten ballen en een stap voorwaarts doen en .... er was geen Jefmeer. Wijl het mannelijk snoesje den eenigen ingang barricadeerde verzwond Jef door de keukendeur. Toen was er aan den eenen kant ’t man-meisje, met dikke woorden uitleggend wat hij doen zou als hij Jef tusschen zijn knuisten kreeg, en aan den anderen kant, in de keuken, Jef, die met verachting van al hetgeen hem in den weg stond en van zijn eigen toilet, ontsnapte door een tuimelraam. Of ik het begreep? Neen. Ik zocht Jef en vond hem niet en dien MIDDERNACHTSZON boven Tocnetrösk, Zweden. nacht sliep ik nauwelijks door mijn gepieker op de puzzle. Maar den volgenden avond, als door een zorgzaam instinct gedreven, was ik weer waar Jef was. Ik ging een hoek om, en bleef staan om een sigaret aan te steken, en wie kwam er anders aan dan dezelfde Jef, dravend als het legendarisch postpaard? Hij kwam recht op mij toe, en omver ging ik, en weg was de sigaret. Hij pufte en hijgde als weet-ik-wat en zijn gelaatsuitdrukking sprak van hevigen schrik; de mijne trouwens ook, toen ik het plaveisel tegen mijn hoofd voelde. Het eerste wat ik deed, toen ik mijn evenwicht terug had, was uit te zien naar het lieve kleine minneduifje van een bijna-man dat den vorigen avond oorzaak der ontroering was geweest. Maar wat ik ervoor in de plaats zag, gevat in de deurlijst van een restaurant, met een dozijn kellners die hem vasthielden en een meisje dat gilde, was een knaap die er uitzag als een verbleekt portret van den origineelen stierenvechter. Het was een inspanning voor de oogen hem te onderscheiden van de menschelijke wezens links en rechts. „Muggen en slakken/* riep ik uit, mijn hoofd bewrijvend, „slaan die Jef Spiker op z’n zenuwen ? Wat blijft er dan van hem over, als hij eens een kuiken ontmoet ?... Maar ’t is vreemd, vreemd... Wat kan het beteekenen?” In den loop dezer gedachten was ik op de been en de vervolging van Jef Spiker begonnen. Ik vond hem terwijl hij zich stond te schikken en af te stoffen juist voor het café Waterlelie. „Hallo,” groette hij, „mee hierin? Ik moet hier wezen, afspraak om acht uur, hebben we precies een kwartier om te kletsen.” Wij gingen binnen en zitten en ik ging vragen en Jef ging lachen. Vervolgens boog hij zich naar mij over en begon te fluisteren. „Hoor eens Jog,” zei hij, „als je een meisje was, en je had 't oog op een jongen, zou je ’t dan niet leuk vinden als je’t bewijs kreeg dat ie een kraan was, en dat ie tegen iedereen op dorst? Nou, die vodderige ventjes waar je me voor weg zag loopen... je weet wel dat ik ze maar aan hoef kijken, en ze liggen omver. Snap je me? Ik loop voor ze weg, en dat is voor de meisjes genoeg. Als die suikerdotjes van ze eerst een woordje met mij gesproken hebben en als ze wat spaarduitjes bezitten. .. nou, dan ontmoeten ze me en ik loop weg... snap je me? „O Harold,” zegt het meisje, „als zoo’n stier van een kerel bang voor je is, wat moet jij dan een man zijn, al lijk je dan wat je lijkt, als je tenminste wat lijkt. Maar nu ben je mijn held, dus kies een datum, en ik ben de jouwe voor eeuwig!” — Snap je me?” „Dus ....” „Precies: weglooper van beroep. Reuzen idee hè?En’t brengt een bom duiten in ’t laadje. Ik heb een compagnon die de klanten voor me opduikt. Dertig gulden voor een loopje en twintig extra voor een tik met zoo’n zacht wit pootje. Maar ik heb nu geen tijd meer .... over twee seconden moet ik mij redden uit de handen van die baby met twee Adamsappels en geen kin en x-beenen. Moet je me bleek zien worden .... waar is mijn hoed ?” 10
PDF
Nummer
1929, nr. 32, 10 aug. 1929
Blad
13
Tekst
PANORAMA Onze foto werd tijdens de openingszitting vervaardigd. No. 32 - 10 AUGUSTUS De Japansche gezant te Parijs Adatsji, die zijn land te Den Haag vertegenwoordigt. De aankomst van den Duitschen minister van Buitenlandsche zaken Dr. Stresemann, die de belangen der groote Germaansche republiek zal waarnemen. Hij werd begroet door minister Beelaerts van Blokland (in grijze jas). WW -:vl D insdag jl. werd in de zittingszaal van de Eerste Kamer der Staten Generaal op het Binnenhof te 'sGravenhage door onzen minister van Buitenlandsche zaken Jhr. Beelaerts van Blokland, de politieke liquidatie-conferentie op plechtige wijze officieel geopend. Het doel dezer grootsche conferentie, waaraan door de beroemdste na-oorlogsche diplomaten der groote mogendheden wordt deelgenomen, is de ontspanning der internationale politieke situatie en de definitieve organisatie van den vrede in het herboren Snowden, de Engelsche Labour-minister van Financiën, toonde zich tijdens de eerste plenaire zitting der Herstelconferentie een tegenstander van de gewijzigde verdeeling der Duitsche annuïteiten. Anstide Briand, de Frarische premier en Minister van Buitenlandsche zaken, bekend om zijn pacifisme en idealisme ten opzichte van de Vereenigde Staten van Europa, welk denkbeeld door Minister Stresemann in zijn begroetingsrede en passant werd aangeroerd, leidt de Fransche delegatie. Europa. Een der gewichtigste punten van bespreking maakt het z.g. Plan-Young uit. dat de uiteindelijke regeling der Duitsche reparatiebetalingen behelst en waaraan de Duitsche, Engelsche, Belgische en Italiaansche financieele experts hun fiat hebben gehecht. De Internationale Bank, een ontwerp der Parijsche bijeenkomst, en de ontruiming van het Rijngebied zullen eveneens onder de loupe worden genomen. 11
PDF
Nummer
1929, nr. 32, 10 aug. 1929
Blad
14
Tekst
PANORAMA No. 3 2 10 AUGUSTUS C.J.MAKS de schilder van cy het circusleven °oA l/oskuü D e lichte verschijning van de circustent» die als een hooge schuimtaart uit luilekkerland op het groene veld geplant staat, wekt onmiddellijk veel illusie op. Het luchthartig en romantisch vermaak, dat onder het klapperende zeildoek geboden wordt, trekt ons onweerstaanbaar aan. De dunne masten en touwen, die het linnen dak boven de primitieve arena gespannen houden, de baldakijn van verschoten rood fluweel en de fonkelende vergulde knoppen, kortom elk onderdeel in het bonte tenue van dezen protserigen wereldreiziger duidt op zijn zwervend en wat losbandig bestaan. De geheele omgeving is hiermede in harmonie en ieder gevoelt zich in een feestelijke stemming. Daar staat met een kleurig pak aan een hansworst, die, snoevende op de heldendaden der artisten, hun fabelachtige kunsten aankondigt alsof het ware wereldwonderen zijn. De „doodensprong”, de toeren der klassiek geworden „Dikke Dame”, die ondanks de populariteit der slanke lijn zich in heel haar breedheid heeft weten te handhaven, de geheimzinnige fakirs, die vuur eten en degens slikken met evenveel genoegen als wij ons twaalfuurtje verorberen, de onvervaarde dierentemmers met hun olifanten, leeuwen, tijgers, wolven en kangeroe’s, dit alles en nog veel meer wordt met een grootsch gebaar aan het publiek medegedeeld. En het goedgeloovige ras van „boeren, burgers en buitenlui”, dat nooit schijnt uitgestorven, laat zich gaarne al deze heerlijke beloften op de mouw spelden. Dichte rijen van nieuwsgierigen stroomen naar PORTRET. binnen, telkens even gestuit bij den man 12
PDF
Blad 
 van 2380
Records 11491 tot 11495 van 11897