|
PANORAMA No. 31 3 AUGUSTUS
DE LONDENSCHE
BOBBY — Het arbeidsterrein van den Londenschen Bobby als verkeersagent.
Bobbv p°iitia9ent vo°r
' yj’ plaatst, waarvan D
e Engelschman, die in dienst
wenscht te treden bij de
Londensche politie, moet
vóór hij zijn sollicitatie instuurt, zijn lichaamslengte meten.
De Londensche agent moet een
man van meer dan normale grootte
zijn. Daarmede moeten echter zijn
geestelijke en verstandelijke vermogens in niet te ongunstige
verhouding staan. Want zijn taak blijft niet bepaald tot surveilleeren (wat hij gemeen heeft met collega’s in andere groote
steden) en optreden als verkeersagent, hetgeen overigens meer
eischt dan ’n leek geneigd is te denken. Vooral in ’n internationale
verzameling van menschen en rassen als de Engelsche hoofdstad
wordt de politiebeambte voor feiten en toestanden geplaatst, welke
een sterk zenuwgestel, vlugheid van handelen, initiatief en persoonlijken moed eischen. Soms, wanneer men ’t sensationeele verslag
van een moeilijke arrestatie in een van de dagbladen leest, vermoedt men wel iets van de moeilijkheden en misschien de gevaren,
welke daaraan verbonden zijn, maar in het algemeen heeft het
publiek niet den juisten indruk van het werk der politie, kan dien
niet hebben. In Londen, zoogoed als in New-York, Parijs, Barcelona of Chicago, zijn nog steeds buurten, waar men politie liever
niet dan wel ziet en men haar ongeveer als ’n natuurlijken vijand
beschouwt. Onder de misdadigers, welke in deze reuzenstad verblijven, zijn er, die er de voorkeur aan geven een politieagent te
ontwijken, maar die ook zeer vlug naar hun revolver grijpen om
den agent te dooden of ten minste onschadelijk te maken, hetgeen
’n verwonding beteekent, die den getroffene tot ’n invalide maakt.
. Sinistere kroegjes in East End moeten voortdurend bewaakt
worden, speelhuizen, verzamelplaatsen van revolutionnaire elementen
of huizen, waarin verdachte individuen zich ophouden, de buit van
inbraken is geborgen, enz. Achtervolgingen door den chaos van
steegjes, door kleine huisjes met donkere trapjes en binnenplaatsen
en over de daken zijn geen zeldzaamheden.
Maar behalve deze meer of minder tooneelmatige avonturen,
hoe gevaarlijk ze ook zijn, met schieten en klopjachten, wordt de
door Edw. Woodhall
ex-inspecteur van Scotland Yard
DE LONDENSCHE BOBBY -
Politie - agenten verwijderen demonstreerende werkloozen, die
weigerden het Ministerie van Arbeid
te Londen te verlaten, vóór zij een
onderhoud verkregen
Labour-minister
met den
van Arbeid, miss
Marg. Bondfield.
toestanden gemen met minder
ophef verneemt, doch waarin niet
minder van hem geeischt wordt.
Het is niets buitengewoons dat
een paard op hol slaat (of het
moest zijn, omdat er zoo weinig
paarden zijn) en ook een burger
toont dikwijls den moed een paard tot stilstaan te brengen om
ongelukken te voorkomen, doch wie dit eens gedaan heeft, kan
het best beoordeelen, dat er groote moed noodig is om zich voor
een hollend en woest dier te plaatsen; van een agent wordt niet
anders verwacht. En heeft men wel eens ondervonden, wat het
beteekent, om in een rijdende auto te springen, waarin misdadigers
trachten te ontkomen, die op Amerikaansche manier werken en
neerschieten, wie hun vlucht probeeren te beletten? Voor ’n agent
is ’t plicht, in Londen zoowel als in Amerika en in welke Europeesche
stad ook. De kranten maken met lof melding van de gevaarlijke
redding van een drenkeling, maar niet altijd wordt het bekend, dat
een agent van de Theemsbrug in het water sprong, winter of
zomer, en meermalen dook naar een drenkeling, soms zelfs iemand
die zich tegen zijn redding verzette en den redder mee in den dood
dreigde te trekken. En dan zijn er nog de tallooze gevallen,
’s nachts en in eenzame buurten, waarin de agent moet optreden,
raad en hulp verschaffen aan zwervers, dronkaards, ongelukkigen,
wanhopigen, verdwaalden. Zelf heb ik eens een agent, die surveilleerde op de Putney-brug. vijf maal zien duiken en met de
grootste moeite en gevaar een vrouw redden, die in haar dronkenschap te water was geraakt. Dergelijke voorvallen worden dagelijks
genoteerd in de rapportboeken der politiebureaux en worden soms
ook algemeen bekend, maar zij ontgaan veler aandacht, wanneer
er niet bijzonder sensationeele omstandigheden waren.
Op het kerkhof te Harparkey vind men een grafsteen met
het opschrift: „Ik moet mijn plicht doen.” Het is de laatste eer
voor een konstabel, die, door eenige misdadigers overvallen, voor
de keus gesteld werd de deur van hun cellen te openen en hen te
laten vluchten, of te worden neergeschoten. Hij wilde zijn plicht
2
|