|
P A N O R A M A N o. 3 0 2 7 J U L I
BOEK-SCHOUW
G. S. GOEMANS
(Donau- Vaart
Erven J. Bijleveid, Utrecht
\XZij ontvingen een boek, dat prachtig
aansluit bij het artikel „Den Donau
af’ in ons nummer van 29 Juni, en dat wij
den velen, die zulke lectuur waardeeren,
hartelijk kunnen aanbevelen. Het is getiteld
Donauvaart, geschreven door G. S. Goemans, uitgegeven door de Erven Bijleveid
te Utrecht, met 70 foto's en teekeningen
geïllustreerd, en beschrijft een watertocht,
per kano, van de bronnen van den Donau
naar de Zwarte Zee. Een apart en goed geschreven reisverhaal, zonder valsche lyriek
of aanstellerij. E. U.
Dr.C. CATH.v.d.GRAFT
Vondel-(Bloemlezing
Brusse's Uitg. Mij, Rotterdam
(^fschoon er veel en door velen gepraat
wordt over de „machtige cultureele
waarde van Vondel,” zonder dat men den
zin van eigen woorden begrijpt, is het waar
dat Vondel voor ons een cultuur-bezit is,
dat iedereen moet kennen, om er trotsch
op te zijn en er zich over te verheugen.
Iedere poging om dezen universeelen geest
nader tot ons te brengen, moet daarom
worden toegejuicht; voor velen zal dit door
een bloemlezing eerder bereikt worden, dan
door een zware studie en veel tijd vragende
verzameling van complete werken.
De verzamelaarster meende, dat er voor
deze bloemlezing (waarom het er eene is
„voor onzen tijd”, is ietwat onduidelijk)
plaats was naast de reeds bestaande. Er
is naar gestreefd om een zoo volledig
mogelijken indruk van Vondels poëzie
te geven, waarbij de verzamelaarster in
haar voorbericht hoopt, dat haar keuze
met de voorkeur der lezers overeenkomt
(wat overigens bij iedere bloemlezing het
geval is); de spelling heeft zij veranderd,
omdat het een bloemlezing is en geen studieboek, en wat betreft de fragmenten is een
nieuwe methode gevolgd.
HUIB LUNS
(Tien Wandelingen door
Gent, ^Brugge, CAntwerpen
Brusse’s Uitg. Mij., Rotterdam
^^ntwerpen Die Weelderige, Gent Die
Dappere, Brugge Die Scoone, zijn drie
steden van het aan traditie en historie zoo
rijke Vlaanderen, die voor den toerist een
verrassing zijn. Men geeft er in een vacantie
gaarne vreemde wereldsteden en trotsche
natuurpracht voor. Door de rijke kunst
zijn zij een genot voor velen, en door de
eigen sfeer van rust en oudheid spreken zij
tot iedereen.
Bij de vele gidsen, die er over bestaan,
heeft Huib Luns er nu nog één bijgevoegd;
in tien hoofdstukken geeft het prettig uitgegeven boekje historie en bijzonderheden
over de steden, kunstwerken, gebouwen,
verleden en heden met beschouwingen
van den schrijver, waardoor voor den
toerist na lezing het bezoek aan deze steden
vruchtdragender zal zijn en meer voldoening zal schenken.
Veel teekeningen van den schrijver en
foto’s veraangenamen de lezing en verduidelijken de lectuur zeer.
Annie (terwijl Karei zich het eerst üan de slagroom bedient): „Dames gaan Door, Karei, dames gaan üóór!
Karei (waardig): „Dames schreeuwen niet, Annie’. (London Opinion)
H.N. BRAILSFORD
Hoe lang nog ?
W. J. Thieme ö Cie, Zutfen
J-Joe lang nog zal het duren, dat de betrekkelijke evenwichtstoestand, uit den
grooten oorlog ontstaan, zich handhaaft ?
Hoe lang, voor dat de menschen beseffen, dat een practische eenheid de absolute voorwaarde is om de wereld, en in
't bijzonder Europa, uit den politieken en
economischen chaos te redden? De Engelsche
econoom Brailsford heeft deze twee vragen
in studie genomen en dit boek „Hoe lang
nog ?” brengt het doorwrocht resultaat. De
ellende sinds den wereldoorlog, het werk
van den Volkenbond, het Italiaansch vraagstuk, de mogelijkheden van een continentale federatie, de elementen, die werkzaam
zijn in het belang dier eenheid, ook op
andere continenten, al deze onderwerpen,
worden deskundig behandeld. Zelden lazen
wij lectuur op dit terrein, zoo boeiend van
doordachtheid, zoo raak van visie soms.
De materie blijkt beheerscht te worden en
het is verblijdend, dat deze stof, die meestal het odium van droogheid in haar uitgebreide lectuur draagt, hier in zulke klare
en vaak geestige taal wordt verwerkt. Het
Nederlandsch van Dr. W. van Ravesteyn
is zeer verzorgd. H. A.
<®UDE EN cAflEUWE oMlNIATUREN
oDVtislukte Ook het reizen met een
rycr goed artikel heeft z’n eigenaardige bezwaren, gelijk
ik u met een voorbeeld uit mijn practijk zal
bewijzen. Ik werkte met étalage-schilden en
-biljetten, die een fraaie illustratie en een
pakkenden tekst bevatten, met een zóó
groote keuze, dat in iedere plaats of stadswijk elke winkel andere exemplaren kon
betrekken dan de buren of concurrenten.
In een provinciestadje, dat ik vol moed
betrad, trof ik al aanstonds een nog gesloten, geheel nieuwe zaak, die op het punt
scheen geopend te worden. Ik ging binnen
en hoewel ik niet ontdekken kon, welk
artikel er gevoerd werd, sprak ik den eigenaar dapper aan.
„U wilt zeker graag uw afzet vergrooten ?”
vroeg ik, den man recht in de oogen ziende.
Hij keek een beetje verbaasd, maar zei
toch: „Ja, dat komt wel uit.”
„U wenscht dat de menschen in uw zaak
komen, niet een keer maar telkens weer ?”
Het scheen dat hij iets wou zeggen,
maar ik gaf hem geen kans, en praatte
door:
Hier heb ik iets, dat ongetwijfeld voor
uw zaak geknipt is.” En ik hield hem een
plakkaat voor, waarop stond :
Wie eenmaal door mij bediend is, gaat
nooit meer naar een ander.
Hij scheen dit niet aardig te vinden, dus
toonde ik gauw een ander biljet:
„Dit is een heel krachtige tekst,” betoogde ik, „een voorbeeld van wat in de
reclame-wetenschap intensieve suggestie genoemd wordt; de uitwerking is fabelachtig.’
En hij las :
Al onze klanten zijn geheel voldaan,
tvaarom zoudt gij u niet bij hen voegen ?
Mijn slachtoffer deed alsof hij iets door
moest slikken, dat diep in zijn keel zat en
schudde het hoofd; dus dook ik opnieuw
in de tasch.
„Dan is dit precies, wat u noodig hebt,”
zei ik, met dat air van zekerheid, dat de
kracht is van den verkooper. En ik bracht
te voorschijn een prachtkaart met vergulde
hoeken, compleet met stander, en met deze
woorden in artistieke letters:
Ééns wordt u toch mijn klant, tvaarom
dan niet heden ?
Eindelijk sprak de man. „Ik geloof niet
dat deze dingen mij kunnen dienen; vooral
het laatste is niets voor mijn branche.”
„Waarom niet ?” vroeg ik verbaasd.
„Wat is dan uw branche ?”
„Ik heb het perceel pas overgenomen,”
zei hij, „maar als de boel aan kant is
wordt het hier een begrafenisonderneming.
Dag meneer !”
(Bijdragen van onze abonnés voor deze rubriek zijn welkom.
Bij plaatsing worden ze gehonoreerd met f 2,50 per stuk.)
24
|