|
P A N Ö R A M A No. 30 27 JULI
voor-sigaretten, 's Avonds werd hij met een
speech in de vergadering ontvangen. Alle
leden beloofden, op voorstel van den penningmeester, hun rookartikelen alleen bij
Krumper te koopen. Het eerelidmaatschap
bleef uit, maar Krumper was niet ontevreden;
de voetballers prezen hem om strijd en hij
nam zich voor, morgen onmiddellijk nieuwe
voorraden te bestellen. Binnen enkele jaren
zou hij ’t renteniersbestaan veroverd hebben.
Zijn vrouw was intusschen op de vergadering der vrouwenvereeniging, waarvan
zij secretaresse was. Maar daar was het
voor firma Krumper minder plezierig. Er
waren, naar aanleiding van Binks’ reclame,
heftige woorden gevallen, en zij had in
drift haar functie neergelegd; natuurlijk was
de vrouw van Bink in haar plaats gekozen.
Krumper lachte erom, toen hij het bij
zijn thuiskomst hoorde.
„Maak je niet ongerust. Ik ben geëerd
als een koning bij de voetballers en Drum,
en Broozer en Diels en allemaal hebben
ze opnieuw beloofd, alleen bij mij te koopen.
De concurrentie van Binks is niets waard."
„Ik hoop het van harte," antwoordde
zijn vrouw, „want mevrouw Duim en mevrouw Diels en mevrouw Broozer hebben
op de vergadering betoogd, dat het de
plicht der dames was om hun mannen en
verloofden er toe te brengen, alleen bij
Binks te koopen. Dat was hun eigen belang. En als de vrouwen het werkelijk
willen, vrees ik ...."
Meneer Krumper voelde zich minder
zeker van de overwinning wanneer hij daaraan dacht, en zich herinnerde hoe vaak
hij zelf het overwicht van de aanminnige
sexe had moeten erkennen. Aan de overzijde was de winkelier nog minder optimistisch gestemd; terwijl Krumper, om zich
moed in te spreken, de ontvangsten van
dien dag telde — het was nog veel meer
dan zij verwacht hadden <— zwoegde Binks
aan zijn etalage; het verlokkende plakkaat
werd in een lijst van sigarenkistjes en
sigarettendoosjes geplaatst. Zijn vrouw, in
het beste humeur, gaf telkens aanwijzigingen.
Krumper’s pessimisme bleek den volgenden dag gerechtvaardigd. Er kwam geen
klant in den winkel. Hij praatte zichzelf
voor dat het niets verwonderends was,
omdat den vorigen dag iedereen wel voor
een week voorraad had gekocht, maar dat
bleek zelfbedrog toen hij zag, dat bij zijn
concurrent de eene klant den anderen volgde.
Binks stond stralend achter de toonbank.
Krumper moest het tandenknarsend aanzien, maar toen hij Diels en Broozer uit
den winkel aan de overzijde zag komen,
schoot hij vlug op hen toe : „Ik meende
dat jullie me beloofd hadden ....’* Maar Broozer deed verlegen.
„Ik weet wat ik beloofd heb, maar zie
je, m’n vrouw is lid van de Damesclub,
en ze heeft me eenvoudig gedwongen om
bij Binks te koopen; ginds staat ze op
wacht, of ik het wel werkelijk doe."
Krumper droop ontmoedigd af; hij begreep dat zijn philantropische reclame voor
voetballers waardeloos werd, wanneer hun
echtgenooten de partij van hun begunstiger
Binks hadden gekozen. Diels gaf ongeveer
hetzelfde antwoord.
„’t Spijt me, maar mijn vrouw is ook
lid, begrijp je? En ik heb liever niet, dat
ze mij met jou ziet praten. Ze wacht op me."
Krumper zag geen anderen weg, dan om
tien pCt. aan de Damesclub te geven. Zijn
vrouw verwierp dat plan echter onmiddellijk en beslist.
„Geen stuiver wil ik ze geven.
„Als ik het niet doe, moeten we den
winkel sluiten."
„Als je het wel doet, zijn we nog eerder
failliet. Binks is nu overwinnaar, maar het
zal niet lang duren. — Hang een groote
reclame in de étalage, dat wij 15 pCt. van
den verkoopprijs aan de voetballers geven."
„Dan verkoop ik met verlies."
„Doet er niet toe. We winnen er de
heele stad mee, voor altijd. Na veertien
dagen kun je de prijzen verhoogen, maar
dan hebben we iedereen aan ons gebonden.
’tGaat er alleen om Binks en die Damesclub te overtroeven, ’t Zal ze berouwen,
dat ze mij uit ’t Bestuur hebben verdrongen."
Het resultaat van het nieuwe plan was,
dat weer een dag later de voetballers en
hun vele vrienden den winkel bestormden.
Krumper en zijn ‘vrouw moesten den geheelen dag achter de toonbank blijven;
niemand bleek bestand tegen de prachtige
aanbieding, en daar velen terecht oordeelden,
dat deze gouden tijd voor hem zelf en de
voetbalclub niet lang zou duren, kochten
zij tabak en sigaretten in groote voorraden,
alsof zij plannen hadden voor een wereldreis. Wel dacht Krumper er met schrik aan,
dat iedere kooper zijn verlies vermeerderde,
maar hij bouwde op de aldus verkregen
populariteit en verwachtte met stelligheid
in de naaste toekomst zijn kostbare reclame
terug te winnen. Hij bleef vriendelijk en
beleefd, plaatste slechts nu en dan een
diplomatieke opmerking over het belang
van de sport en over diensten en wederdiensten. En allen beloofden grif niet te
zullen vergeten, hoeveel Krumper voor de
voetbalclub had gedaan en dat hij hun
eenige leverancier zou blijven.
Na drie dagen zou de penningmeester
met een speciale commissie naar het huis
van Krumper komen en een groote handkoffer, waarin de coupons waren. Hij wist
toen reeds, hoeveel deze manier van reclame
maken hem had gekost, omdat hij een flink
bedrag moest storten, doch de commissie
zwoer natuurlijk in naam van allen eeuwige
trouw, en Krumper kreeg de meest opwekkende vooruitzichten. Tenslotte zou ook
wel het eerelidmaatschap komen.
Zijn vrouw was, ondanks haar wraakzuchtige gevoelens, na den eersten drukken
dag naar de vergadering der Damesclub
gegaan, in de hoop, de leden in diepe verslagenheid tevinden over de nederlaag tegenover de voetbalclub en de firma Krumper.
Ze kwam echter met eenigszins ander
nieuws thuis. Krumper zat in zijn gemakkelijken stoel, nog peinzend over de waardeerende woorden van de commissie, toen
zijn vrouw in de kamer stormde.
„Wat scheelt jou?" vroeg hij verwonderd. „Ga zitten en luister naar me. De
commissie is juist vertrokken, we hebben
het glansrijk gewonnen en ., . ."
„Gewonnen?" steunde zij. „Verloren!
Hopeloos verloren! De Damesclub heeft
alles opgekocht. Alle leden hebben hun man
gedwongen om bij ons te koopen, onder
voorwaarde, dat de 10 pCt. van onzen
verkoop hun in kas zou worden gestort."
’t Is toch niet waar ! ?’’
„De zuivere waarheid! Wij hebben de
Damesclub rijk gemaakt. En ’t is nog niet
alles. Binks heeft alle sigaren en tabak van
de vereeniging teruggekocht; denk eens
aan, wat wij beneden kostprijs hebben
verkocht! Ze hebben voor maanden
voorraad in hun winkel, alles van
ons, beneden
inkoopsprijs !’’
19
|