Panorama

Blad 
 van 2380
Records 11416 tot 11420 van 11897
Nummer
1929, nr. 29, 20 juli 1929
Blad
13
Tekst
PANORAMA No. 2 9 20 JULI NA HET EXAMEN. Leerlingen der Haarlemsche Middelb. Technische School, die voor het eindexamen zijn geslaagd, zoeken ontspanning na de inspanning in een dagje Jan Plezieren. in^en DEBREMEN, de nieuwe kolos der Norddeutsche Lloyd, is van Bremerhaven vertrokken voor de eerste reis naar NewYork. MISS BOLLINGER van Cleveland (Amerika) zal dienen als model .voor een aviatrice-figuur op het eereteeken, dat als prijs is uitgeloofd voor een te houden dames-vliegwedstrijd. Vliegenthousiasten noemen haar nu»Amerika’s luchtsymbool” 11
PDF
Nummer
1929, nr. 29, 20 juli 1929
Blad
14
Tekst
PANORAMA No. 29 20 JULI Een v&n «ie Koweek door Jan D. Voskuil E r is weleens gezegd, dat wie de Derby nimmer heeft bijgewoond, niet in Engeland geweest is. Met dezelfde vrijmoedigheid zouden wij kunnen beweren, dat zij, die nog nooit van de Kaagweek genoten hebben, evenmin Holland kennen. Want de Kaagweek is de kroon op het werk van de beoefenaars der watersport en de Hollander die, laten wij dezen keer maar eens optimistisch oordeelen, geen belangstelling voor die edele sport heeft, moet feitelijk nog geboren worden. Trouwens voor elkeen bestaat de kans een aardigen indruk van dit typische waterfeest te krijgen, want op den Zondag die steeds het hoogtepunt van deze dagen is, varen van de groote steden naar de Kaag talrijke plezierbooten, die met hun hooge dekken de passagiers voldoende in de gelegenheid stellen de wedstrijden en de drukte daaromheen in hun volle glorie gade te slaan. Ik kan mij nog goed de verbazing herinneren van een Duitscher, met wien ik eenige jaren geleden op dezen unieken Zondag het grootste meer van de Kaag, het Zweiland opstoomde. Den geheeien ochtend was de hemel met een grijze wolkenlaag bedekt geweest, maar juist in het oogenblik waarop wij het meer plotseling voor ons zagen liggen, baande de zon zich een weg van goud door de wolken en op de fonkelende golven dobberden duizenden booten en scheepjes. Witte puntige zeilen blonken in het licht, snelle motorbooten kruisten heen en weer en lieten telkens schitterende voren na in het zilveren water. Zoover wij zien konden uitgestrekte vlakten water, omzoomd door dunne groene landstrooken en tot aan den horizont een ontelbaar aantal masten. „Ich habe niemals so etwas gesehen! Das gibt es bei uns nicht!” stamelde de Duitscher naast mij. Het was de eerste en de laatste maal, dat ik een Duitscher dit hoorde zeggen. Hij schrok er zelf van, maar het was nu eenmaal gezegd en.... het zei genoeg! Wanneer wij enkele dagen kunnen blijven, leeren wij het „zeemansleven” eerst goed kennen. Want ook buiten de wedstrijden kunnen wij veel merkwaardige gebeurtenissen beleven. Daar ligt een motorboot met een kajuit van nauwelijks enkele vierkante meters oppervlakte, en toch ziet een dozijn menschen kans hierop eenige dagen genoeglijk door te brengen. Wij hebben respect voor den man, die daar de lakens uitdeelt. Deze kloeke kapitein die met eere zijn indrukwekkenden baard torst, moet wel een legkaart-virtuoos of een professor in de meetkunde zijn, want het is voor mij een raadsel, hoe hij daar ’s nachts alle schepelingen, zonder ze te vouwen, opbergt. Ik heb mij eens het verhaal laten wijsmaken van een practisch huisvader, die ’s avonds zijn talrijk kroost in een antieke ladenkast tot den volgenden ochtend wegsloot. Elke lade was een bed en het is niet onmogelijk, dat de baardman zulk een ladingsysteem aan boord toepast. Wij liggen thans in de luwte van een elzenbosch. Om ons heen is het water spiegelglad, maar een eind verder heeft de wind het gerimpeld. In dit warme middaguur hebben de meeste schepelingen zich op het dek languit gestrekt, om zich in de zon te laten „braden”. Er is een algemeene rust. Naast een jacht, dat eenige tientallen meters verder voor anker ligt, hooren wij plotseling een harde plons. Er ligt een meisje in het water te spartelen. De slapers worden opgeschrikt en nu is er natuurlijk van alle kanten belangstelling. Druipnat vischt de schipper haar op. En als even later haar kleurig toiletje in de mast geheschen wordt, klinkt er applaus en zingt een grappenmaker plechtig de eerste regels van het Wilhelmus. Het lijkt nu werkelijk of het jacht gepavoiseerd is. De drenkelinge heeft intusschen een zeewaardiger pak aangetrokken en spoedig duikt zij te water. Haar voorbeeld wekt navolging. Het waterballet is in vollen gang en met een weinig verbeelding wanen wij ons in Deauville. Er worden op primitieve wijze onderlinge wedstrijden georganiseerd in het snelzwemmen, duiken en polospelen. Een lieftallig meerminnetje heeft zich op den rug gewaagd van een bloeddorstigen krokodil. Geduldig wacht zij op haar ridder, die als ’n moderne Lohengrin bezig is zijn zwaan.... op te blazen. Inmiddels heeft ook de muziek niet op zich laten wachten. Gramophoon en radio blijken te veel plichtsbesef te hebben. Er heerscht zoo nu en dan een verwarring, waarbij die van Babylon kinderspel moet geweest zijn. Een paar bakvischjes liggen al een uur in zwijm voor het streelend gegalm van Richard Tauber; zij hebben zich, naar het schijnt, in zijn gramophoonplaten gespecialiseerd en het dwepende „Tausend rote Rosen” mengt zich tot een zonderlinge cacophonie met het schateren van de lachende saxophoon, die enkele meters verder wordt afgedraaid. Tusschen het riet lispelt de fluisterende Jack zijn liedjes van liefde. Eenige uren geleden heeft zich daar een werrie in het groen genesteld en wij vermoeden, dat Amor er eveneens is neergestreken. Jack Hilton ontlokt een dansje op het dek van een trotschen stoomer, maar een goedige Hollandsche tjotter heeft trouw gezworen aan Kees Pruis, die zijn dikke Jet niet thuis kon laten en ons daarna tracht te overtuigen, dat het in de rimboe zoo interessant is. Maar voor het oogenblik levert de Hollandsche rimboe ons avonturen bij de vleet, en al kunnen wij hier geen vriendschap sluiten met leeuwen en chimpansé’s en al eten de apen niet uit onze hand, zooals dat volgens het hartverheffende lied elders gebeurt, toch stellen wij ons vooreerst nog gaarne tevreden met het voeren van makke eenden, geiten en varkens. Ook de muziekinstrumenten zijn nog niet geheel en al door de „wonderen der techniek” verdrongen. De „trekpiano” weet nog steeds in allen eenvoud te boeien, een paar jeugdige muzikanten tokkelen krontjongliedjes en droomen later van Hawaii, terwijl in de verte een voor-historisch man op zijn nog oudere trompet de „Lorelei” blaast. En boven dit alles uit klinkt het hooge gekef van een paar blaffende honden! Wij zitten dus soms meer om muzikaliteit dan om muziek verlegen. Want wanneer we bij het krieken van den dag al gewekt worden met de populaire „avondklokken” van de onvergetelijke Russen, dan kan iedereen begrijpen, dat zelfs de mooiste liederen ons op den duur een indigestie bezorgen. Op allerlei gebied beleven wij hier de eigenaardigste en vermakelijkste toestanden. De dorpsveldwachter, met zijn deftige uniform en imponeerenden snor, wordt wel eens voor een admiraal versleten, terwijl professoren, generaals en andere gewichtige heeren 12
PDF
Nummer
1929, nr. 29, 20 juli 1929
Blad
15
Tekst
in hun zeemanskleeren treffende gelijkenis DE KAAGWEEK. vertoonen met parlevinken en verwilderde WWeruogeZs. watergeuzen. Bezadigde papa’s, die hun laatste haren nog tegen de zon willen beschermen, zien wij soms rond-loopen met den onttakelden stroohoed van hun vrouw op den plechtigen schedel, alsof dit de gewoonste zaak der wereld is, terwijl sommige meisjes, met Canadeesche idealen, zich in lange jongensbroeken gestoken hebben, wat inmiddels niet zonder reden gedaan wordt, omdat een rok, die de bewegingen altijd belemmert, onder het varen werkelijk noodlottig wezen kan. Er is een bonte verscheidenheid van menschen en booten. Het hoogmoedige jacht van den millionnair ligt gemoedelijk naast de nederige kano, eigen fabricage van een schooljongen, die hieraan zijn laatste spaarduiten opofferde en het is vaak aandoénlijk te zien, hoe ieder zijn vaartuigje heeft opgekalefaterd om toch maar netjes voor den dag te komen. „Alle Menschen werden Brüder” zingt iemand, die zich bezig houdt met het dek te zwabberen. Ik weet niet of hij een grootgrondbezitter of een arbeider is, maar in ieder geval kan ik hem, als ik om mij been kijk, geen ongelijk geven 1 Een bijzondere studie zijn de namen van de verschillende schuiten waard. Wij vinden er van allerlei soort: poëtische als De Wiekslag, 't Schrijverke, Eenzaamheid, Windekind en Blue Skies; litteraire als Pallieter, Flierefluiter en Pinokkio en bescheidene DE KAAGWEEK, Aan den steiger. zooals de Trekschuit, de Klomp, Dobbertje, de Eenvoud: en nederiger dan Plankie is toch niet mogelijk! De For Ever heeft een tevreden mensch tot kapitein, evenals Boffie en de jongedame die haar Ideaal commandeert en gevonden heeft, zal nu pleizierige dagen doormaken. De joviale bemanning van de Never Mind moet natuurlijk vriendschap sluiten met die van de Lef, Zwerver, Zwalker, Vagebond. Duvel en zijn zoon Duveltje; zij zullen het best met elkander kunnen vinden. Hou koers en Hou bij schilderden een paar vervaarlijke zeerobben op hun schuiten en een hoffelijk man verontschuldigt zich bij voorbaat met Excuse my Spray! Maar dat is noodig ook, want zijn deining is niet mis en als hij aan den horizont gesignaleerd wordt, grijpt ieder naar zijn petroleumstellen, primussen en koffiepotten om hun leven te beschermen. Een humorist noemde zijn twee-persoons roeibootje Dreadnought en de varensgezel, die zich in deKaagsluis waagt, moet ongetwijfeld steriel zijn. Dandy en Coquette verspreiden steeds een verfijnde hofstedelijke sfeer, maar op de Wester heerscht een rondborstig zeeman. Heldenvereering constateeren wij overvloedig, want een menigte Trompen, de Ruyters en Piet Heins doorkruisen de plassen. Het is jammer, dat men zich alleen tot de vechtjassen bepaalt en voor kunst en wetenschap, die ook haar „zeehelden” hebben, weinig belangstelling toont, want nog nimmer zag ik een pleiziervaartuig prijken met den naam van Drebbel, von Humboldt. Deysselhof, Israëls of den Vorst van Monaco! DE KAAGWEEK. In actie. P A N O R A M A No. 29 20 JULI Natuurlijk wordt de aandacht vooral gevestigd op grappige namen als: Pietepiet, Black Bottom. Föhn, Wippie, Ree, Karekiet en Pilletje! Verleden jaar wasDe Olympiade actueel; en wacht ons nu een Gunther? Een resoluut man maakte aan het lastige zoeken naar een naam kort en goed een eind, door een vraagteeken op zijn scheepje te zetten! De twaalfde Kaagweek, welke thans gehouden wordt, heeft weer de algemeene belangstelling op de zeilsport gevestigd. Voor alle klassen van de zesmeter tot de twaalfvoetsjollen werden wedstrijden uitgeschreven. Vooral de wedstrijd van de zesmeters met hun pittige zeilen en hun waarlijk mooie modern gevormde romp, is spannend en indrukwekkend om te zien. De Regenbogen en de twaalfvoetsjollen (er hebben niet minder dan vijftig jollen ingeschreven) worden elk in drie klassen verdeeld, zoodat de booten elkander gedurende de race veel minder zullen hinderen dan vroeger weleens het geval was, terwijl nu ook voor ieder een grootere kans bestaat een prijs te winnen. Volledigheidshalve vermelden wij nog, dat er ook voor motorbooten wedstrijden georganiseerd zijn. Maar als de drukte van de Kaagweek voorbij is, raad ik u sterk aan nog eens een paar dagen van de prachtige meren te blijven genieten. De liefhebbers der natuur zullen er geen spijt van hebben, want zooals uit de foto’s voldoende blijkt, zijn hier verrassende ontdekkingen te doen. Vooral op den starttoren, waar wij enkele opnamen maakten, is het uitzicht over het water en het groene polderland de moeite waard. Maar ook de schilderachtige dorpjes en gehuchten, welke hier en daar langs den oever verspreid liggen, bezitten veel bekoring. De afbeeldingen van het dorpje de Binnen Kaag en van de vriendelijke Kaag-sociëteit zeggen hieromtrent genoeg. Na het aardige feest zullen wij eveneens de stilte waardeeren, de natuur, die nimmer verveelt, ook zonder heldentenors, fluisterende en blazende Jacks. 13
PDF
Nummer
1929, nr. 29, 20 juli 1929
Blad
16
Tekst
PAN O R A M A No. 2 9 20 JULI AT.r.RR.N DP DP WRMrn \ TUSSCHEN WATER EN RIET. OP HET ZWEILAND. H
PDF
Nummer
1929, nr. 29, 20 juli 1929
Blad
17
Tekst
PANORAMA No. 29 20 JULI DE GROOTSTE. De Do X op het meer van Constanz. r 1 VA » l DE GROOTSTE. De twaalf motoren met de propellers (voor en achter). Daaronder, bij de patrijspoorten, het dek voor de passagiers. Door de groote vleugels kunnen de monteurs tijdens het vliegen de motoren bereiken voor controle en eventueele reparatie. DE GROOTSTE. De commandanten; links Schutte-Frohlinde, de algemeene leider der vluchten, rechts Richard Wagner, de „stuurman ’. O p de Dornier-werf te Altenrhein aan het meer van Constanz is men gereed gekomen met den bouw van de grootste vliegboot der wereld, de Do X, die reeds enkele geslaagde proefvluchten gemaakt heeft. Om eenig denkbeeld van dezen luchtkolos te vormen, heeft men slechts kennis te nemen van enkele cijfers: lengte 40 M, spanwijdte der vleugels 48 M, hoogte 10 M: de 12 motoren met even veel vier-armige propellers ontwikkelen 6300 P.K. (de 5-motorige Graf Zeppelin 2750 P.K.) De vliegboot, die drie etages heeft, kan 100 personen bevatten. Er is een „wandeldek” van 20 M. lengte voor de passagiers, keukens, kaartenhuis, stuurhut, berglaats voor duizenden liters benzine, bagageruimte, radiokamer. provisiekamers, machine-centrale, enz. Men heeft berekend met de nieuwe vliegboot een snelheid van 250 K.M. per uur te bereiken. DE GROOTSTE. De Do X in de groote hal der Dornier-werf te Altenrhein. 15
PDF
Blad 
 van 2380
Records 11416 tot 11420 van 11897