|
PANORAMA No. 2 9 20 JULI
„<& cJMadchen
mein CsMfcïdchen
wie Heb ich dich”
door
TEO DE WITTE
G
ewichtig boomende tooneelknechten,
zenuwachtige regisseur Hirsch, die
altijd acteurs en actrices moet hebben als
ze juist weg zijn, dirigent Donath in rosé
overhemd en lichte broek. Tauber voor
het voetlicht, de onafscheidelijke monocle
voor het rechteroog. Men repeteert enkele
laatste maten uit de juist geëindigde tweede
akte. Donath gooit korte knappende bevelen naar de zichtbaar weerbarstige musici — 't zal laat worden vannacht! — Mehr
ein seufzer! Nun gut! Verklingen, verklingen! Sssst. Danke! De muzikanten
mopperend af. Blitz-lichten laaien hel op.
Series fotos worden genomen. Tauber in
blauwe jas met veel goud en pauwblauwen
mantel in allerlei standen en groepeeringen.
Gretchen maakt gekheid met enkele dames
tusschen de coulissen, roept dan nijdig
tegen den fotograaf: Ein Augenblick, ein
Moment um mich zu sammeln.
In de groote halfdonkere holte van
het Gebouw vinden we Hugo Helm, die
ons langs gangen en gangetjes tot aan
Tauber’s kamer brengt. Een groot bord
vermeldt in sierlijke letters: Kammersanger
Richard Tauber,
’t Ziet er aanvankelijk naar uit, dat ook
Hirsch en Helm hun belofte niet gestand
kunnen doen. We moeten het stellen met
Herrn Tauber, ’n jongeren neef en eenige
heeren van het gezelschap, die duizend
verontschuldigingen hebben om me ten
slotte te zeggen, dat Richard te vermoeid
is om te ontvangen.
We staan dus wat in het gangetje te
praten, en informeeren eens naar de ongesteldheid, die wel met angina-symptomen
was ingetreden, doch tot een boosaardige
gewrichtsrheumatiek was uitgegroeid. Gelukkig was de zanger nu geheel ontslagen
van geneeskundige behandeling.
Later bleek, dat Holland zich reeds in
December niet onbetuigd had gelaten, toen
Tauber in Weenen voor de radio had gezongen. Honderden brieven waren binnengekomen.
Nu regende het duizenden verzoeken
om autographen. De meest geraffineerde en
simpelste manieren om aan een handteekening te komen werden uitgedacht. Natuurlijk alles met ingesloten postzegels.
Onze degelijkheid Gelukkig zijn onze meistriomfeert! jes gezonder in hun te
verklaren vereering voor
Tauber dandesentimenteele Amerikaanschen
— o, land van techniek en dollar! Bijna
alle brieven zijn in rustigen, prijzenden toon
gehouden.
Het Hollandsche meisje heeft zich gunstig
onderscheiden van de uit het lood geslagen
Valentino- en Lindberghvereersters, wier
excessen tot aan het hysterische grensden.
Deze kunstenaar heeft trouwens beters
te doen. De geheele week heeft hij dagelijks vier tot vijf uur gerepeteerd, ’s Avonds
werden enkele Nederlandsche theaters bezocht; zoodat er bijna geen tijd overbleef
om geëxalteerde jonge dames met een handteekening te believen.
Van aangezicht Als in de derde akte een
tot aangezicht. paar heeren den kunstenaar „wie einen kranken
Prinzen” naar zijn kleedkamer brengen,
duwt Dr. Helm ons met een glimlach in
het kleine rijk van dezen grooten operettekoning. Of neen, vergeten we niet te veel,
dat Tauber wel degelijk Mitglied is van
de Wiener- und Berliner Staats-Oper ? Hij
beperkt zich dan ook alleen tot de operettes
van zijn vriend Lehar, die zich bij de compositie geheel op Tauber inspireert.
De Kammersanger heeft zich in een ruime
kamerjapon gewikkeld en bijt smakelijk in
een broodje met ham.
„Zeker, zeg maar, dat ik me sterk verheug in de serieuze belangstelling van het
Nederlandsche publiek. In heel den stapel
correspondentie is geen enkele „bloder”
brief te bekennen.”
Dan zien we van het regelmatige sympathieke gezicht even vragend naar Dr. Helm
en komen voor den dag met de vraag, die
zeker op de lippen van duizenden luisteraars
heeft gebrand.
Komt u voor ’t Is een penibele kwestie,
de radio? waarin het zakelijke element niet verwaarloosd
mag worden. „Persoonlijk heb ik geen bezwaar, als ook buiten Holland kan worden
geluisterd.”
Fritz Hirsch doet het voorstel op den
afscheidsavond in Den Haag in te schakelen
tijdens het vermaarde lied: Madchen, mein
Madchen”, totdat het applaus na de zooveelste Wiederholung verstorven zal zijn.
Daar wordt het voorloopig op gehouden.
Dan grijpt Tauber onze vulpen en schrijft
op zijn foto:
Hoffentlich freut sich Holland so auf
mich, wie ich mich auf Holland freute.
16 July 1929. Richard Tauber.
Met een: Herzlichen Dank, Auf Wiedersehen, Grüsz Gott, en een stevigen handdruk neemt hij afscheid.
Buiten hangt de maan scheef in de
lucht.... Madchen .... wie.,..
10
|