Panorama

Blad 
 van 2380
Records 11366 tot 11370 van 11897
Nummer
1929, nr. 27, 6 juli 1929
Blad
15
Tekst
wolkenpak te doorboren met haar gouden lansen. Vondel gaat aan het raam staan, ziet verrukt naar de schaduw van het vliegtuig op de grond. De dichter strekt z’n handen naar het licht en deklameert uit z’n Leeuwendalers: Zijt wellekom herboren stralen die schemering en duisternis het hoofd beschaamd doet onderhalen. Vertoont ons al mat zichtbaar is, Paleizen, naalden, lanen, stroomen, en,... wekt.... het.... Nog juist weet ik z’n arm te vatten, en terwijl ik hem den beroemden luchtziektezak toestop, vraag ik: „Hoe hijgt ge dus ontsteld? Bedaar wat [en bekoel Nu koom en zet u hier wat neder in [die stoel" En met Arend uit Gijsbrecht antwoordt hij: „Wat mij op ’s herten grond leit, dat welt me,,., naar,.,, de..,." De ongesteldheid is spoedig vergeten. „Nu schep ik lucht, De zon schijnt uit de kim in velden en [landouwen" hoor ik hem zeggen. „Wat is er?" vraagt hij even later, terwijl hij vuur slaat op ’n versch gestopte pijp. „We hebben 'n paar honderd liter benzine bij ons!" roep ik verschrikt uit. De piloot werpt ontzet het deurtje naar de cabine open. Doorheen de benzinestank is de fijne geur van varinas tot hem gekomen. „Die pijp weg!" schreeuwt hij. Doch Vondel citeert z’n Palamedes: „Wat onrust drijft uw geest: wat houdt uw zinnen wakker? „Die pijp weg,".... brult Te Roller. „We vliegen direkt allemaal in de lucht." „Gij gaat dan heen naar vader Abraham " antwoordt de dichter van Jefta. Doch den nuchteren piloot schijnt deze verheffende gedachte slechs matig te inspireeren. We schieten met een vaartje naar beneden en boeten het beloofde uitstapje naar de Zaanstreek in door het hardnekkig verzet van den aarts-opposant die nu pathetisch uitroept: „O kracht, die niet en zijt te ontvlien geweld, dat tusschen uwe knien beklemt de stalen stuurdersspil daar 7 al op draait na uwe wil!" Hij stapt naar de piloot, die hem nijdig toebast: „Ik verzoek u die pijp weg te doen." „Verzoek me niets, opdat u niets geweigerd word'F citeert Vondel zichzelf. „Val Qm," wenscht Te Roller beminnelijk. „Ik ben tevreden, dat gij dit een ander wenscht" zegt de dichter. Maar de piloot antwoordt niet en daalt; een rookende passagier is te gevaarlijk in de lucht. Na de landing komt de heer Thomson hem lachend begroeten, maar van weerskanten treedt er een verkoeling in. De hut hangt vol rook. Zwijgen lijkt de eenige oplossing. Als Vondel z’n vliegbewijs heeft opgestoken en z’n naam gezet in het gouden boek, komt er weer ’n rimpel langs z’n neus. „Gaat het goed, meneer Thomson?" „O, ja. Zie eens aan. In 1920 niet één pleziervlieger en verleden jaar 17200." „Nooit last er mee?" AMSTERDAM VANUIT EEN FOKKER. Hoeveel boomen er zijn in het centrum der wereldstad; op den voorgrond de Amstel met de Blauwbrug. (Luchtfoto K.L.M.) P A N O R A M A No. 2 7 6 J U L 1 „Tot voor kort niet," antwoordt de ander gewiekst. „Toch ’n prachtuitvinding, hè? „Zeker. Ik zou de heele wereld willen afvliegen. Over zeeën en Alpen, ziedende stroomen en blinkende gletschers wil ik varen, om de koorts in m’n polsen te bevredigen." „O, dat zou best gaan. We vliegen naar Londen, Bazel, Praag, Stockholm en misschien duurt het niet zoo lang meer of we gaan naar Indië. Maar.... dan zou u de pijp thuis moeten laten, meneer Vondel.” „Nee, dan ga ik maar weer terug," antwoordde de eeuwige ruziezoeker. Even later trok de motor onder in de boot ons langs riet en grasoevers. Vondel leefde op. Die vaarten waren hem vertrouwd. „Hebt u genoten?" vroeg ik, toen we aan de andere zijde van het sleutelgat in de Nieuwe Kerk zijn hoed weer terugvonden. „’t Was ’n weelde," zegt Vondel. „Stel je voor, dat ik in ’n dag heen en weer naar Denemarken had gekund. Of.... na acht dagen bij die ongelukkige Joost in Indië.... AMSTERDAM VANUIT EEN FOKKER. Het Koninklijk Paleis en de Nieuwe Kerk: op den achtergrond de Beurs. (Luchtfoto K.L.M.) Maar toch.... niet rooken.... nee,.... dat laat ’n zeventiend-eeuwer zich niet gezeggen. In m/n jeugd had ik al last van de overheid ; nu laat ik me niet meer koejeneeren! Maar toch, wat ’n uitvinding. Opgenomen worden van de aarde en van de aarde blijven. Weg van de menschen met hun groepjes, hun kliekjes, om den afstand tusschen volkeren te verkleinen.... „O," zei ik, „iederen keer bestijg ik met genoegen de kist." „Zorg dat je dat ook kunt zeggen, voor den allerlaatsten keer, jongen." Hij gaf me 'n hand, haalde alles binnen boord, gaf me ’n knipoogje en sprak ,,Eeuwig gaat voor oogenblik F Buiten rumoerde de stad. Hoog er boven dreef tusschen twee wolken ’n Fokker, en beneden liep er een, die den vlieger daarboven benijdde... 13
PDF
Nummer
1929, nr. 27, 6 juli 1929
Blad
16
Tekst
P A N O R A M A No. 2 7 6 JULI Fotografen-Kunst Een bijzondere foto van het interieur der Kathedraal van Granada in Spanje, het land, dat nu door de beide groote tentoonstellingen, in Sevilla en Barcelona. de algemeene belangstelling heeft. De fotograaf heeft, om een typische opname van deze vijfbeukige kerk te verkrijgen, het punt van opstelling (op den hoek der pilarenrij) zeer goed gekozen, terwijl bijzondere moeilijkheden nog moesten overwonnen worden, daar het hier, als in vele andere Spaansche kerken, zeer donker is. 14
PDF
Nummer
1929, nr. 27, 6 juli 1929
Blad
17
Tekst
PANORAMA No. 2 7 6 J U L I DE RESTAURATIE-WAGEN in internationale treinen is voor velen een bijzondere attractie. Dat heeft den eigenaar van een kortelings geopend restaurant in Berlijn op het plan gebracht, deze attractie te imiteeren en tusschen twee zalen van zijn etablissement een gang te laten bouwen, welke volkomen het aanzien heeft van de wandelgang in een D-trein ; zelfs het „uitzicht" ontbreekt niet. OP DE BIJEENKOMST der Vereeniging tot HervormingderHeerenmode in Engeland werd nevenstaand costuum gedemonstreerd (rechts), dat ons echter meer excentriek dan sierlijk lijkt. DE TREMEN", de nieuwe Oceaanstoomer van deNorddeutsche Lloyd, is uitgerust met een „katapult" -st a rtinrichting voor vliegtuigen. De passagiers kunnen nu gedurende de reis een vliegtochtje maken, en bij Amerika de boot per vliegtuig verlaten en aldus enkele uren vroeger aankomen. 15
PDF
Nummer
1929, nr. 27, 6 juli 1929
Blad
18
Tekst
P A N O R A M A N o. 2 7 6 J ü L I cnMode aan het Strand DOOR JEAN PATOU Z oodra de badcostuums aan de groote kleermakers een nieuw gebied voor hunne creaties openden, gaf dit aanleiding tot een ongeloofelijke verscheidenheid in ontwerpen en modellen, waarin helaas de verbeeldingskracht maar al te dikwijls het gezonde verstand overtroefde. Dit geheel nieuwe onderwerp dat bovendien den schijn heeft dat er gemakkelijk iets goeds van te maken is, moest wel tot het uiterste verleiden; de overdrijving bleef niet uit. Het gevolg was een enorme hoeveelheid ideeën en een buitengewone bloei van ontelbare modellen, die misschien alle zeer tot eer van het decoratieve genie van hunne scheppers strekten, maar waarbij het werkelijke doel van het badcostuum meestentijds totaal vergeten scheen tijdens de uitvoering. En toch, van welken kant men de kwestie ook bekijkt, zal men mij moeten toegeven dat bij een zoo bij uitstek sportief kleedingstuk één grondgedachte steeds voorop moet staan: n.1. het zoo practisch mogelijk te maken. Nu is een badcostuum weliswaar het meest eenvoudige van alle toiletten die men zich denken kan, maar de ontwerpers zijn gedwongen om in den cirkel, begrensd door dezen eenvoud, te manoeuvreeren, de meest mogelijke verscheidenheid te scheppen en toch te zorgen dat het badcostuum aan zijn doel beantwoordt. Voorwaar geen makkelijke opgave. Het weinigje, dat men als allerkleinste fantasie aan het badcostuum wil aanbrengen, eischt meer studie en meer tact dan de gecompliceerde en wetenschappelijke coupe van een groot avondtoilet. Hoewel een gekleurd badcostuum het oog aangenaam aandoet, vooral wanneer men effen kleuren kiest, geef ik voor mij de voorkeur er aan wit of zwart of beide tegelijk voor mijn modellen te gebruiken. Een ander geval is het met de badmantels, welke men op het strand pleegt te dragen. Deze kan men op één lijn stellen met de z.g. strandcostuums en kunnen daarom minder streng gekozen worden dan het badpak. Zij zijn dikwijls gebloemd, gemaakt van grof zijden serge en gevoerd met badstof, en laten combinaties van levendige kleuren toe, maar toch is het natuurlijk zeer gewenscht, dat deze levendiger kleuren van den badmantel in goede harmonie zijn met de kleuren van het badcostuum. Dikwijls zijn er onder mijne klanten, die mij vragen een garneering op haar badcostuum aan te brengen, maar daartegen heb ik mij steeds verzet, omdat ik dit geheel uit den booze acht. De eenige volgens mijne opvatting toelaatbare garneering is een ceintuur en dan nog slechts op voorwaarde dat het een wollen badcostuum is, nog afgezien van het feit dat vele dames er nu niet direct voordeeliger door uitkomen^ Wat betreft het materiaal voor badcostuums, — de grove wollen jersey en de fijne zijden jersey, die trouwens steeds in den smaak waren, blijven per slot van rekening de eenige die men dit jaar gebruikt. Lijnrecht tegenover dezen eenvoud bij de badcostuums staat de groote fantasie welke bij de strandcostuums toelaatbaar is en die het meest tot uiting komt in de lichte soepele pyama’s. Bedrukt crêpe de Chine in een oneindige verscheidenheid van patronen en kleuren wordt voor deze gebruikt, met geel, grijs en paars als over16
PDF
Nummer
1929, nr. 27, 6 juli 1929
Blad
19
Tekst
PANORAMA No. 2 7 6 JULI tamelijk lang en wanneer men ze bij den kleermaker ziet» lijken zij een beetje simpel van snit, maar aan het strand weet de zeewind zelfs aan de eenvoudigste creaties het ware leven in te blazen. Wat betreft het hoofddeksel, voor het badcostuum is dit waterdicht en van zeer grooten eenvoud, maar voor de strandpyama ontwierp ik hoeden met hoogen bol, bijna kegelvormig en met breede randen, soms enorm van afmeting waarvan de fantasie eigenlijk op het kantje van excentriciteit is; maar zij beschermen heerlijk tegen de zon, completeeren op aangename wijze het ensemble en hebben in ieder geval heel wat meer allure dan het clownachtige Amerikaansche matrozenmutsje dat in vorige jaren zoo en vogue was. De eenvoudige strandjapon doet dit seizoen een schrede in de richting van de deux pièces. Alle mogelijke stoffen komen hier in aanmerking maar toch is er een bepaalde voorkeur voor wollen jerseys, dikwijls gecombineerd met Crêpe de Chine en Crêpe Georgette onder den vorm van een quimpe, terwijl een peau de suède ceintuur het geheel completeert. Eenige japonnen van bedrukt Crêpe Marocain hebben een kraag, welke in een grooten landelijken strik eindigt. De shantung, de stof die de gave STRAND-PYAMAs ontwerp Jean Patou. Een strand-costuum van roode zijde met beige mantel, dathetvorigejaar nog in de mode was. Een elegant sportcostuumpje met crêpe de chine blouse, geplisseerd rokje en breedgeranden hoed. heerschende tinten. Maar aan dezen overvloed •~~ om niet te zeggen verspilling - van dooreengemengde en dikwijls een beetje vloekende kleuren is een bepaalde overdrijving niet vreemd. En ik verwacht voor de toekomstsoberdermodellen in lichte bedrukte stoffen» grijs op wit of grijs op zwart, hetgeen overigens aan de levendiger kleuren niet beletten zal, zich aan de zee in een eeuwige gunst te mogen verheugen. De manteltjes dezer strandpyama’s zijn in het algemeen heeft om een eenvoudig japonnetje ervoor te behoeden er armelijk uit te zien,wordtookveel gedragen, maar heeft dit tegen, dat het wel eens min of meer saai aandoet. Om dit weg te nemen, gebruik ik dikwijls een soepele garneering van lingerie. Bij deze strandjaponnetjesworden groote hoeden van licht stroo gedragen. Zij zijn gegarneerd met een een voudig lint — effen of in twee kleuren — dat dikwijls eindigt in een fladderenden strik. 17
PDF
Blad 
 van 2380
Records 11366 tot 11370 van 11897