|
P A N O R A M A No. 2 7 6 JULI
Indrukken en Herinneringen door J, de Meester - xii
H
et behoort, meen ik tot de uitzonderingen,
’n Nederlandschen naam nietinNederlandsche woordenboeken en wel bij Larousse vermeld te zien. GraafAlfredNieuwerkerke is een grand-seigneur en tevens een
beeldhouwer geweest, te Parijs geboren,
van Nederlandschen bloede. In de kerk te
Saint-Gratien vindt men een standbeeld,
door hem gemaakt voor „le Père la Pensee”,
den aldus door zijn soldaten genoemden
maarschalk van Lodewijk XIV, Catinat,
die als soldaat begonnen was en, in ongenade gevallen, zich op het kasteel te SaintGratien terugtrok, waar hij in druk gekomen „Mémoires” heeft geschreven.
Dezelfde kerk heeft nu ook een
grafmonument voor Prinses Mathilde
Bonaparte, de oomzegster van Napoleon I (dochter van Jéróme) en eenigen tijd beschouwd als de aanstaande
echtgenoote van Napoleon III. Zij
was een belangwekkende vrouw, die
op haar landgoed te Saint-Gratien
kunstenaars en schrijvers noodde.
Graaf Nieuwerkerke was een vriend
uit haar jeugd.
Aan Montmorency is de naam van
Rousseau verbonden, o.a. door zijn
verblijf op de nog bestaande, maar
gansch verbouwde en nu aan een
straat staande „Ermitage”. Montmorency ligt hoog boven Enghien en
Saint-Gratien. Tallooze litteraire en
andere herinneringen zijn hier als voor
het oprapen (in het stadhuis is een
Rousseau-museum) en wie aan het
station een auto neemt, zooals er des
zomers bij eiken trein staan, kan in
korten tijd heel wat oude en nieuwe
landelijke schoonheid zien. Door bosschen gaat het op en af. Dikwijls ziet
men er schilders zitten. Voor wandelaars is zeer bezwaarlijk, dat van het bosch
’t meeste is afgesloten, en niet met bordjes
voor de leus, als bij ons in Gelderland,
„veur de streupers” zooals het daar heet;
maar met een uit muren en rasterwerk
blijkenden ernst, welke dan ook nog met
voetangels dreigt.
Om vrij te wandelen, moet men verder,
maar dan is er ook keus te over. De Oise
is, als sommige menschen, een bescheiden
weldoenster. Het oude dorp Auvers-sur-Oise
ligt op een helling boven dat liefelijke
stroompje; helaas ligt er een nieuw dorp
in het dal; nochtans heeft men boven bij
de XlIIe-eeuwsche kerk een uitstekend uitzicht. Vele schilders werkten er — ook
Vincent van Gogh, die er is gestorven.
Hij is er maar ruim twee maanden geweest,
maar de geneesheer, Dr. Gachet, die met
de groote Fransche modernen was bevriend
geweest, o.a. met Cézanne, zag al spoedig
„een reus” in hem en schreef na zijn dood
aan Theo van Gogh: „Voor hem is het
woord liefde voor de kunst onjuist, men
moet zeggen geloof, „croyance jusqu' au
martyre.” Hij ligt er nu met dien broeder,
die hem zes maanden overleefd heeft, op
het kleine kerkhof tusschen de korenakkers.
Iets noordelijker ligt het stadje L’Isle-Adam,
ook aan de Oise; de rivier vormt er twee
eilandjes. Men kan er zwemmen en velerlei
sport doen en ’t eikenbosch dat op de heuvels
erboven begint, is ongeveer 1700 H.A. groot.
De Nederlander, die voor het eerst in
deze buurt en dus per D-trein naar Parijs
■komt, doet het best per sneltrein, — er
rijden er vele — terug te keeren tot Chantilly. ’t Is het weelderigste oord van den
omtrek. De dwaas, die mijn liefde voor
paarden deelt, haalt te Chantilly zijn hart
op en niet alleen op wedrendagen. integendeel, juist op de zomerochtenden dat er
geen courses zijn en hij de weelde van het
paardenbezit te Enghien bij het uitrijden
krijgt te aanschouwen. De vierde zoon van
Louis Philippe, de eerste duc d'Aumale,
die de erfgenaam van de Condé’s was,
heeft het werk van den in 1830 gestorven
HANS KINDLER (Zie Indrukken)
laatsten Condé voortgezet en op de plaats,
waar het oude kasteel had gestaan, ’n nieuw
laten zetten, dat hij in 1886, met behoud
van vruchtgebruik tot zijn dood (1897),
aan het Institut de France heeft geschonken.
Door veelvuldige schatten, waarbij een
ongelooflijk aantal in dubbelen zin kostbare portretten, door een boekerij en wat
niet al, is dit kasteel een kostbaar museum.
Met een park er om heen, ligt het dicht
bij de stad aan den ingang van een bosch,
dat door de talrijkheid en de regelmatigheid van zijn wegen, lanen en paden
(layons) het meest „comfortable” woud van
de wereld is; om te wandelen wel wat
eentonig, maar van een deftige genoeglijkheid om door te fietsen of door te tuffen
(de paardrijders hebben hun eigen wegen!).
Het bosch van Chantilly is het eerste
van een reeks bosschen, zich eenigermate
in waaiervorm naar het noorden, zoowel
westelijk als oostelijk uitstrekkend. De
Oise regeert met haar zijriviertjes, waarvan
de Nonette een van de aardigste is.
Aan dit riviertje ligt als een kostelijk
staal van welbewaarden ouderdom het stadje
Senlis, waar men u een weiland toont met
aan twee kanten onderaardsche gangen, uit
welke eens menschen en wilde dieren zijn
te voorschijn gekomen om elkander te
bevechten! Want dit is een Romeinsche
arena geweest. De eerste Fransche koningen,
van Clovis I (481) tot Hendrik IV hebben
te Senlis hun residentie gehad. Dit stadje
van nu circa 7000 inwoners heeft zóóveel
kerken gekregen, dat men alleen de beste
gebruikt en er bijvoorbeeld vlak bij de
groote hoofdkerk, aan de Heilige Maagd
gewijd, een Sint Pieterskerk staat, met
twee torens in verschillende stijlen en met
dertiende-eeuwsche gewelven. Een gedeelte
ligt vrijwel in puin, maar wat nog staat,
doet dienst als markt! De uitstalling van
groote stukken vleesch als in een slagerswinkel, van kazen en ronde botergevaarten,
van groenten, tomaten, en kersen en appels,
waarbij dan nog kramen met kleurige
boersche kleedijen, alles vóór en in
die indrukwekkende oude gewelven,
is zonderling maar schilderachtig. Ook
de schouwburg is een vroegere kerk
en een andere, 12de eeuwsche, was
te koop.
De stad is bijna geheel door een
wal met zeer ouden, aan den buitenkant diepen muur omringd. Aan dien
lommerrijken wal grenzen lommerrijke
tuinen met oude, ruime huizen, die aan
smalle straten staan, nog romantischer, vaak, door veel stijgen of
dalen. Aan het belangrijkste brok van
den wal ligt de ruïne van het kasteel
der Fransche koningen; er zijn gedeelten van meer dan duizend jaar
oud en men wijst u een griezelige
duisternis, die het begin is van een
onderaardsche gang, welke ver het
bosch in voert... Merkwaardiger nog
is hetgeen er nog over bleef van een
Gallo-Romeinschen ringmuur, die
eenmaal de veel kleinere veste Augustomagus omsloot.
Al ’t ouds van Senlis ligt aan de wallen of aan smalle hobbelige straatjes,
welke aan twee zijden dalen naar wat de
hoofdstraat van de stad is en tevens de
voortzetting van den straatweg, die uit
Parijs door het bosch van Chantilly voert
en van Senlis door het bosch van Halatte
naar Compiègne. Het kenmerkende van al
deze bosschen zijn de talrijke rechte wegen
en lanen. Zij geven aan de wandeling
stijfheid, doch wel ziet men prachtig hout
en van groote verscheidenheid. Het is een
sedert eeuwen door de machtigen der
Fransche aarde gecultiveerde natuur, wat
ook de vele vijvers bewijzen. Voor fietsrijders is de streek ideaal.
Door golvend graan van de wouden gescheiden, ligt, dicht omhuifd door het
loover der wallen, het torenrijke oude
stadje. Achter dien wal, in een grooten
tuin, met gazons, waar acacia’s geurden,
mocht ik luisteren naar het spel van Hans
Kindler. ’t Is de tuin zijner woning vol
jong geluk, waar hij de zomermaanden uitrust, na winters vol werk in de Nieuwe
Wereld. Hoe kort lijkt het me geleden,
dat ik dezen vader van drie kinderen te
Rotterdam in het tuintje zijner vele pianolessen gevende moeder, over de sloot en
het verre ,,weiland van Hoboken” heen,
de koeien hoorde roepen, door in een opgerold muziekschrift hun geloei na te bootsen. De dieren kwamen, het een na het
ander.... Nu is hij beroemd in Amerika,
de eerste cellist in de U.S.A., die er al
eens het beste orkest, dat van Philadelphia,
mocht besturen! Nu komen de menschen,
wanneer hij roept.
10
|