Panorama

Blad 
 van 2380
Records 11356 tot 11360 van 11897
Nummer
1929, nr. 27, 6 juli 1929
Blad
05
Tekst
den geschiedschrijver, „alle wetenschappelijkste mannen van het hof te Rome zich aan het meer verzamelden.” In 1535 werd het voor de tweede maal beproefd door den Milaneeschen ingenieur Francesco de Marchi. Hij maakte daartoe gebruik van de oudst bekende duiker-costumes. Het eenige resultaat was. dat enkele stukken marmer en houten versieringen naar boven gebracht werden. Daarna probeerde Annesio Fusconi het nog eens in 1827. Evenals Alberti was het zijn bedoeling, de schepen te lichten, maar het eenige, dat hij aan de oppervlakte vermocht te brengen, waren een paar houten fragmenten. Niet meer geluk had Ronchie in 1895. Negen jaar daarna trachtte men weer de schepen te lichten. Thans was het resultaat, dat een Medusa-beeld en eenige kunstig bewerkte bronzen leeuwenkoppen opgevischt werden. Tevens ontdekte men bij deze gelegenheid de grondvesten van den hiervóór vermelden tempel van Diana. Na 1904 is de kwestie voortdurend in studie gebleven. Vooral de ingenieur Vittorio Malfatti heeft het probleem van alle zijden bestudeerd; en zijn rapporten zijn van groote waarde geweest voor de thans ondernomen en bijna voleindigde pogingen. De meeste vroegere plannen waren gericht op het naar de oppervlakte brengen der schepen. Malfatti kwam tot de conclusie dat dit, nu de schepen negentien eeuwen op den bodem hadden gelegen en natuurlijk totaal met dikke lagen slijk waren overdekt, niet meer mogelijk was. Zoo bleef als eenig middel, het meer zoo ver leeg te laten loopen, dat de schepen vrij komen. Hier was werk voor de voortvarendheid van Mussolini. In 1926 werd door hem een commissie benoemd, onder leiding van Fedele, ter bepaling van de beste methode om het meer te laten droogloopen. Het meer heeft geen natuurlijke afwatering, maar wel een kunstmatige : een tunnel, reeds gegraven in de dagen van Julius Caesar, DE ITALIAANSCHE VLAG op een der schepen van Caligula, toen het water zoo. ver was gedaald» dat het eerste schip zichtbaar werd» die door de omringende heuvels liep en uitkwam even boven den normalen waterspiegel van het meer. Aan de andere zijde mondt de tunnel uit in een riviertje, dat zijn water naar de Middellandsche zee afvoerde. Nadat verschillende plannen bestudeerd waren, besloot men den ouden tunnel schoon te maken en te herstellen, en door middel van vier breede buizen het water naar dien tunnel op te pompen om het aldus af te voeren. Dit is, gelijk men weet, geschied; gedurende den laatsten tijd zakte de waterspiegel gemiddeld vier a vijf cM. per dag. Het werk wordt uitgevoerd door een particuliere maatschappij, onder de hooge goedkeuring en het toezicht van de regeering. Om het eerste schip te bereiken — het tweede ligt iets dieper — moest dertig HET RESULTAAT. Een gedeelte van een der schepen op den oever van het meer nan Nemi. PANORAMA No. 2 7 6 JULI DE UITMONDING der pompinstallatie. millioen ton water weggevoerd worden. Thans heeft de oude Romeinsche tunnel deze enorme hoeveelheid bijna afgevoerd, en het eerste schip is thans bereikt. Van het onderzoek hiervan zal afhangen, of men het werk zal voortzetten en ook het tweede schip te voorschijn brengen. Er bestaan zelfs plannen om het geheele meer droog te leggen. Voor een archaeoloog om te watertanden. Want al mogen water en slijk gedurende 19 eeuwen dan veel vernietigd hebben, waarschijnlijk is het toch wel, dat nog tal van oudheidkundige vondsten zullen plaats hebben. 3
PDF
Nummer
1929, nr. 27, 6 juli 1929
Blad
06
Tekst
PANORAMA No. 27 6 JULI Ö 1 hcf Foto DE START voor de kampioenswedstrijden 12 voetsjollen op de Kager-plassen, die Zondag werden gehouden en waarin de heerB.Maas den kampioenstitel behaalde. DE ROODE KRUISHOND brengt de helm van een gewonden soldaat bij zijn meester en geleidt hem naar de plek, waar de gewonde ligt — bij den wedstrijd dien de Ned, Vereeniging voor Roode Kruishonden bij haar 20- jarig bestaan op 't landgoed Eikenhorst bij den Haag organiseerde» 4
PDF
Nummer
1929, nr. 27, 6 juli 1929
Blad
07
Tekst
PANORAMA No. 2 7 6 JULI IN DEN HAAG is een sprekende film opgenomen door de Hispano Film, W, Derby tijdens de opname. Trotzki, die in Afghanistan is geaccrediteerd. 5
PDF
Nummer
1929, nr. 27, 6 juli 1929
Blad
08
Tekst
P A N O R A M A No. 2 7 6 JULI De Nieuwe Kamer door COR. RHONE E mma Guenther trok met de platte spaan sierlijke lijnen en figuurtjes in de boter, dekte de potten toe en zette ze op de plank. „Veertig pond," mompelde zij. „Veertig pond. Ik heb nu geld genoeg, ja. De gele gordijnen zullen gauw komen, ja." Zij keek naar de prent boven haar keukentafel; het was een advertentieplaat uit een Magazine, een ruime kamer met een zware lamp, een eikenhouten lambrizeering, een prachtig tapijt, een zachte vacht en gele zijden gordijnen. De gordijnen waren wel het mooist. Die kamer was het ideaal van Emma Guenther, en dat ideaal zou gauw werkelijkheid worden. Jaren had zij al het geld, dat zij aan de toeristen had verdiend, voor dit doel opgespaard; zij had nu ruim drie honderd dollar, genoeg voor de gordijnen, de lamp en het tapijt; de vacht en de haard zouden later komen. Dan was het toppunt van geluk bereikt; dan behoefde zij haar visite niet meer te ontvangen in de middelste kamer, waar het bed van Otto stond. Wat 'n glorie als zij de bezoekers in de mooie nieuwe kamer zou brengen, met de lamp, het tapijt en de gordijnen, vooral de gordijnen. Buiten klonken ruziënd de stemmen van Otto, haar echtgenoot en Karl, hun zoon. Den laatsten tijd twistten zij dikwijls; Otto werd erg geplaagd door de rheumatiek en dan was hij kribbig en onvriendelijk. Och, het was begrijpelijk, maar ook zeer onaangenaam. Misschien werd het beter wanneer de kamer klaar zou zijn; als zij daar zouden zitten en de mooie gordijnen zien, zouden zij immers niet meer denken aan twist. De stemmen buiten werden heftiger. „Karl," riep Emma, „wil je water voor me halen? Ik wacht er op — Otto, koffie?" Haar echtgenoot kwam langzaam aansloffen. „Die Karl," gromde hij. „Hij moet weg; niets voert ie uit en hij maakt maar ruzie en loopt met een ontevreden gezicht rond. Hij moet weg." „Hij blijft hier," antwoordde Emma. „Wat doen we zonder hem in den winter? Jij kunt niet al het hout hakken en iederen dag de sneeuw ruimen. En hij moet de boomen zagen voor de nieuwe kamer, volgende week kan hij beginnen; de nieuwe kamer moet hij bouwen aan den Zuidkant. De wand daar is nog nieuw, er moet alleen ’n deur in gemaakt worden. En dezen winter zullen we nog in de nieuwe kamer zitten." „Hij is lui en onhandelbaar," bromde Otto. „’n Beetje geduld," pleitte Emma. „Als de nieuwe kamer klaar is en ik kan mijn visite behoorlijk ontvangen en we weer zullen kaarten.... het zal een goeie winter worden en Karl zal veranderen." Zij keek weer naar de prent boven de keukentafel. Karl moest immers veranderen. Otto had gelijk ; hun zoon was onvriendelijk en lastig den laatsten tijd. Maar een flinke jongen, en knap, heel knap. De meisjes keken altijd naar hem; vooral Abbie Wheelock. Abbie was een aardig meisje, ze zou een goeie huishoudster zijn en ze was heel geschikt om met de toeristen om te gaan. Karl zou het wel inzien; de streek kwam meer en meer in trek, Abbie zou den toeristen wel den weg naar hun huis leeren en er zou veel geld verdiend worden. Als Karl zijn eigen belang en eigen geluk maar begreep! Abbie Wheelock, niet dat meisje van Lassom. Hij moest er niet zoo dikwijls mee uitgaan. De menschen praatten er al over. En dansen was duur! Ach, Karl; Karl was haar vreugde maar ook haar zorg. Emma veegde vlug den vloer van de keuken. Dan ging zij naar de middelste kamer, de slaapkamer van Otto en tegelijk de zitkamer. Hier had zij steeds haar visite moeten ontvangen; er hing een gordijn voor het bed, maar je kon toch zien dat het een slaapkamer was. En de gordijnen waren KOSTBARE HANDBAGAGE. oud en leelijk. Nee, gele gordijnen, gele zijden gordijnen.... Zij maakte het bed van Otto op en bracht orde in haar kleerkast. Haar beste japon hing over een stoel: gisteren had zij die gedragen bij de gewone bijeenkomst van de club. De vrouw van den onderwijzer had voorgesteld om te sparen voor een clubhuis, waar zij konden kaarten en naaien, maar Emma had een beter plan; om de beurt bijeenkomst in het huis van een der leden; dat was intiemer en gezelliger. In de komende lente zouden de leden in haar huis komen; dan was de nieuwe kamer klaar. Haar voorstel was aangenomen, ofschoon zij nog niet lang lid was. „Je blijft altijd lid, hé ?" had mrs. Spitzer gevraagd, de vrouw van den apotheker. „Je moet geen enkele vergadering verzuimen. ’ ’ „Zoolang Karl bij me is, zal ik komen," had Emma beloofd. „We wonen ver van het dorp, hè, en zonder Karl kan ik niet komen; de weg is erg slecht om te rijden." Toen zij nu in de keuken terug was, bezig vóór haar fornuis, kwam Karl terug. Hij keek norsch en drentelde ongedurig in het kleine vertrek; Emma werd er bang van. „Ga zitten Karl; je zult wel erg moe zijn. Koffie? En ik heb lekkere cake; zal ik een flink stuk voor je afsnijden?" Toen hij zijn koffie met kleine genietende slokjes had genoten, waagde Emma te vragen: „Is ’t niet goed geweest vandaag, Karl?" Haar zoon bromde iets binnensmonds. „Begin morgen met de boomen," vervolgde Emma, „als je gaat werken voor de nieuwe kamer, zul je alle onplezierige dingen vergeten. Je moet er vlug aan beginnen, want er is nog veel aan te doen, en dezen winter moeten we de kamer al gebruiken. In December en met Kerstmis als ik visite krijg, en in Maart, als de club hier komt vergaderen, moet de kamer heelemaal in orde zijn. Volgende week ga ik gordijnen koopen." Karl schoof driftig zijn kopje van zich af en verkruimelde de cake. „Die kamer, die kamer. Die kamer laat me koud; kamer, gordijnen — ik ben er ziek van! Ik ga hier vandaan; ik kan het niet langer uithouden. Iederen dag ruzie met vader; niets kan ik goed doen; altijd mopperen en grommen. Ik ga weg; ’t is het beste voor ons allen." „Maar Karl," vroeg Emma ontsteld; „dat meen je toch niet ? Wat moet ik dan zonder jou? Ik heb je altijd noodig. En je moet nog de planken zagen voor de.. . Maar je meent het toch niet, hè? Zeg dat je het niet meent." „Jawel," zei Karl hard. „Ik ga. U hebt genoeg geld verdiend aan de toeristen, moeder. U kunt een knecht nemen om vader te helpen. Dat is veel beter." „’t Is dom, erg dom. Je hebt toch een prachtige toekomst hier," pleitte Emma. „Je kunt hier rijk worden. De toeristen betalen veel. Je kunt trouwen en een mooi huis bouwen met electrisch licht en vaste waschtafels, een heel huis zooals onze nieuwe kamer. En je kunt ’n auto koopen en je gaat iederen Zondag rijden met je vrouw. Begrijp je dat niet ? Als je weggaat, zul je arm blijven, ergens in een stad als arbeider." „U begrijpt t niet moeder, antwoordde 6
PDF
Nummer
1929, nr. 27, 6 juli 1929
Blad
09
Tekst
PANORAMA No. 2 7 6 JULI Karl. „Dat is alles bijzaak. Als ik maar weg ben uit dit ellendige, vervelende land. Niets is er te zien, niets te hooren, niets te beleven! Wie verlangt er rijk te zijn op de Noordpool'? Ik wil de wereld zien en mijn eigen leven leven. Ik ben ziek van het land en het leven hier!” Emma zonk vermoeid op een stoel; ergens in een flauwe verte zag zij een kamer met gele gordijnen, en een kamer met een bed en een oud vloerkleed, waar de gasten van de club zaten en kaart speelden en minachtend de omgeving opnamen. Een slaap-ontvangkamer! Misschien was het beter om het lidmaatschap op te zeggen .... „Karl,” begon zij aarzelend, „als we eens een radio-toestel hadden en je kon alles hooren van de heele wereld, muziek en allerlei sprekers en zoo, en we kochten ’n auto? Dan kun je ’s Zondags uit toeren gaan, of 's Zaterdags avonds ga je je meisje halen om samen boodschappen te doen in de stad? Zou het niet prettig zijn? De radio speelt den heelen dag, en er wordt gauw een mooie autoweg gemaakt hier, een asphaltweg, lekker om hard te rijden. En niemand bijna in het dorp heeft een auto . .. .” Opgewonden kwam Karl op haar toe. „Dat verandert natuurlijk veel, moeder! Een auto en een radio . ...” „Maar dan moet jij hier blijven, Karl! je moet altijd bij mij blijven en later hier trouwen en wonen!” „Ja natuurlijk, moeder! — Een open wagen, moeder ? Hebt u geld genoeg ? Auto’s zijn duur, zoo n open wagen als ik bedoel. Zou ik niet dadelijk naar de stad gaan om alles te koopen?” „Zeg het niet tegen vader, Karl! Het is mijn eigen geld, verdiend met de toeristen en de boter, maar .. . we zullen het hem later vertellen. Ik heb geld genoeg voor een radio en den eersten termijn voor de auto. Auto’s kun je op afbetaling koopen, niet? Maar je moet bij me blijven, Karl. Daarom doe ik het.” „Hier blijven?” herhaalde haar zoon. „Blijven? Ja, ja, natuurlijk. — Dus ik kan dadelijk gaan?” „Beter vandaag dan morgen,” meende Emma. „Het geld ligt klaar. Voor het donker is, kun je met den auto terug zijn. Maar je blijft bij me, hè, altijd ? Als vader vraagt waarom je naar de stad gaat, moet je iets verzinnen. Hij kan later ook in den auto rijden en dan kan hij niet mopperen. En hij houdt veel van muziek, hij zal blij zijn met de radio.” „Natuurlijk, natuurlijk,” antwoordde Karl. „Natuurlijk, vader vindt het stellig goed. Dus ik ga nu dadelijk? Waar is het geld?” Hij kuste haar hartelijk. „U bent een beste moeder, een beste.” „Kom je gauw terug ?” vroeg Emma, terwijl zij de oude portefeuille uit de linnenkast nam. „Terug ? Ja, ja ! Dus een open auto, moeder ? Wat zullen ze kijken in het dorp, moeder !” Toen hij weg was, viel haar oog op de plaat van de mooie kamer. De plaat hing er al lang. Hoe lang ? AAN DEN LEIBAND. Ze moest er nu iets anders hangen; het zou niet goed zijn om er iederen dag naar te kijken. Hoeveel jaren zou ze nu weer moeten sparen voor de gele gordijnen in de nieuwe kamer . . . Ze ging naar de zit-slaapkamer en nam er een kalender van den muur, een reclamekalender van een radiohandel; er stond een aardig meisje op. Een kalender was gemakkelijk in de keuken, had je vaak noodig. De plaat van de mooie kamer met de lamp en de gele gordijnen verdween in de la van de keukentafel. Het was jammer, heel jammer . . . Maar Karl, dien ze niet kon missen, zou nu bij haar blijven. ’s Avonds zaten ze met z’n tweeën aan de tafel. Emma stopte Karl’s sokken en Otto las de krant en rookte zijn pijp. Emma keek tersluiks naar hem. Zou ze er iets van zeggen, hem er op voorbereiden ? Over een uur zou Karl terug zijn. „Het is stil hier, Otto.” De man bromde iets onverstaanbaars. „Die lange winteravonden hier. ...” vervolgde Emma. „Zou het niet leuk zijn om een radio te koopen? Iederen avond muziek, den heelen winter.” „Radio ? Denk er niet aan. Onzin! En 't kost veel te duur. Nee, geen radio.” Weer viel de stilte tusschen de twee menschen. Emma werd bang; Otto zou erg boos worden, als straks Karl terugkwam en hij ’t nieuws zou hooren. O, maar die boosheid zou spoedig verdwijnen, als hij de radio had gehoord en één keer in den auto had gereden. Karl kon goed chauffeuren, ’s Zaterdags zou hij haar naar het dorp rijden om boodschappen te doen en soms naar de stad voor een nieuwen mantel en een hoed. En iedere week zou hij haar naar de bijeenkomst van de club brengen. Toen Emma aan de club dacht, schrok zij. Dat kon nu niet meer. Ieder lid zou de leden ontvangen; de meesten hadden een mooie kamer, een echte ontvangkamer. Maar zij ? Zij wilde hen niet meer ontvangen in de kamer met het bed van Otto en dus zou het beter zijn om het lidmaatschap op te zeggen, voor het haar ontvangbeurt was. De sokken waren klaar. Emma nam een Magazine van het boekenplankje; het viel open bij een kleurige advertentie, 'n mooie kamer met prachtige gordijnen .... „Het is niet erg,” praatte zij zich zelf voor. „Als Karl maar blijft, ik wil niet alleen zijn. Gele gordijnen zijn niet noodig. Karl had ze noodig, Karl moest hier blijven. Niet alleen zijn, ook niet in een mooie kamer met gele zijden gordijnen. Een vrouw huwt om niet alleen te zijn; daarom wil ze kinderen hebben en ze behouden, wanneer zij niet meer van hun thuis houden en weg willen. Zooals Karl nu. Visites van vreemden, ’n mooie kamer en chique kleeren konden gemist worden, maar zij moest niet alleen zijn. Geen nieuwe kamer, maar Karl moest bij haar.” De telefoon rinkelde. Telefoon? Iets met Karl misschien . . ..? Emma beefde, toen zij den hoorn opnam. Het was de stem van Karl. „Hallo, moeder ? Ja, Karl. Ik moet u iets vragen, moeder. Zou u het erg vinden als ik dat geld van u leende?” „Maar je hebt het toch gekregen? Ik heb ’t je gegeven om een auto te koopen en een radio. — Waar ben je?” „Op het station. — Neen ik wil het geld léénen. Ziet u, ik wou trouwen. Wat zegt u? — Nee, niet Abbie Wheelock; ’t is Sue Lassom. Ik ga naar de stad; Sue wil hier niet blijven wonen, zegt ze.” „Maar dat mag je niet doen,” snikte Emma. „Je hebt me beloofd om terug te komen! Je zou altijd bij me blijven, en daarvoor heb ik een auto gegeven en een radiotoestel.” „LI neemt ’t veel te ernstig op, moeder. Ik kan niet terugkomen. Weet u, gisteren zijn we al getrouwd, heel stil — Wilt u het geld leenen? Ik heb het nu natuurlijk hard noodig om een huishouden op te zetten. Dat begrijpt u, hè? Zal ik het geld houden? LI krijgt het gauw terug, en ik zal u een flinke rente betalen — Ja, ik wil u persé een flinken interest betalen. Ik zal het gauw teruggeven, dan kunt u die nieuwe kamer laten bouwen en mooi meubileeren.”
PDF
Blad 
 van 2380
Records 11356 tot 11360 van 11897