|
PANORAMA N o. 2 7 6 JULI
NEGENTIEN EEUWEN TERUG
door dP. r. (ZdVIaren
I
n het Meer van Nemi zijn de werkzaamheden thans zoover gevorderd, dat het niet lang meer kan duren, of hetgeen er gebleven is van de galeien, waarop de krankzinnigste aller
Romeinsche keizers zijn orgiën aanrichtte, zal zichtbaar zijn.
De eeuw van Caligula in contact met die van Mussolini! De
archaeologen zullen dan misschien de leemten kunnen aanvullen,
welke Pompei’ gelaten heeft. Misschien — want asch is 'n beter
bewaarder dan water.
Van 37 tot 41 na Christus werd het Romeinsche rijk geregeerd
door Gaius Caesar, meer bekend onder den naam van Caligula
d.w.z. Soldatenschoentje. Deze naam werd hem gegeven door de
soldaten van zijn vader, Germanicus, in wier midden hij opgroeide.
Op 25-jarigen leeftijd kwam hij aan de regeering, en de eerste acht
maanden van zijn regeering werden gekenmerkt door een wijs
en rechtvaardig bestuur. Toen werd hij ernstig ziek, en na zijn
herstel schijnt er een vreemde, en voor zijn omgeving gevaarlijke
kronkel in zijn hersens gekomen te zijn. De eertijds zachtaardige
man werd een monster van wreedheid en wellust. Hij begon met
zijn naaste familieleden te laten vermoorden, en strafte personen
uit zijn onmiddellijke omgeving voor een klein vergrijp met onmenschelijke pijnigingen. Het heerschap had ’n eigenaardig gevoel
voor humor: hij placht zijn vrouw te kussen en daarbij de opmerking te maken: „Wat een schoon hoofd — en toch behoeft
't mij slechts een woord te kosten en het rolt over den grond!”
Bij dergelijke uitdrukkingen behoeft het niet te verwonderen, dat de
man tenslotte melancholiek werd.... omdat tijdens zijn regeering
geen groote rampen plaats hadden, waarbij talrijke menschenlevens
verloren gingen. Spijtig daarover, hielp hij de natuur een handje
en liet eens een vrij groote menigte, die op een brug samengedrongen stond, in het water werpen! Blijkbaar van oordeel dat
iemand van zijn capaciteiten niet tot de gewone stervelingen behoorde, liet hij zichzelf tot gód uitroepen. Zijn lievelingspaard
mocht in de eer deelen; het beestje,
dat voortaan een god torste, werd
’n hofstoet toegevoegd. Suetonius.
een geschiedschrijver, die de
historie der eerste twaalf
Romeinsche keizers zeer
nauwkeurig en met vermelding van talrijke kleine
bijzonderheden heeft te boek
gesteld, schreef van Caligula,
dat deze in roekelooze en
onzinnige verkwisting tijdgenooten en voorgangers ver
overtrof. Hij liet zich o.a. bij
verscheidene gelegenheden
een „mixed drink” opdienen,
bestaande uit een glas wijn,
waarin een groote kostbare
parel was opgelost. De maaltijden, die hij liet aanrichten, moeten van een
weelde en overdaad geweest
zijn, als wij ons thans eenvoudig niet kunnen voorstellen.
Volgens betrouwbare
geschiedschrijvers zag mijnheer kans, er in één jaar
tijds 300 millioen van onze
guldens door te lappen.
Dat de regeering van
een dergelijk man niet lang
kon duren is duidelijk, mede
in aanmerking genomen de
radicale wijze waarop men
zich in die tijden van ongewenschte heerschers placht
te ontdooi. Hij had nog
slechts vier jaar „geregeerd”,
toen de officieren van zijn
lijfwacht — niet weerhouden
door zijn goddelijkheid — Rome van zijn tegenwoordigheid bevrijdden door hem met dertig lanssteken af te maken. Gewoonlijk
ontdeed men zich bij zoo'n gelegenheid ook van de naaste familie,
en zoo werden vrouw en dochter, die niet veel beter schijnen
te zijn geweest dan haar gemaal en vader, eveneens vermoord.
Caligula’s naam is hoofdzakelijk bekend gebleven door zijn
verblijf aan het meer van Nemi en de twee schepen, thans op den
bodem van het meer, waarop hij zijn feesten meestal gaf. Een der
schepen, thans het diepst gelegen, was waarschijnlijk reeds door
Tiberius, Caligula’s voorganger, gebouwd, maar beide zijn in
Caligula’s tijd gezonken.
Reeds lang vóór hem waren de oevers van het meer — niet
al te ver van Rome gelegen — een geliefd verblijf der Romeinen.
Van eeuwen her was het meer aan den dienst van de godin Diana
gewijd; haar marmeren tempel stond aan den oever. In de dagen
van het Keizerrijk werden die oevers bewoond en waar thans
boomen en wild struikgewas groeien, verrezen toen de schitterende
landhuizen der patriciërs. Ook de keizers Tiberius en Caligula verbleven er gaarne op de drijvende paleizen. Welke redenen hen
er toe gebracht hebben, zich deze schepen te bouwen, is niet bekend, evenmin als wij een juiste beschrijving er van kennen. Wel
moeten zij van fabelachtige pracht getuigd hebben. Slechts de afmetingen staan bij Suetonius opgeteekend ; het eene was ongeveer
79 M. bij 26 M„ het andere 66 M. bij 22 M.
Op deze schepen verzamelde Caligula rond zich hen, die het
twijfelachtig voorrecht hadden, zich zijn vrienden te kunnen noemen,
en verspilde er de schatten, door zijn legioenen uit alle wingewesten aangevoerd.
Door welke oorzaak de beide schepen gezonken zijn, welk
ontzettend drama zich wellicht aan boord heeft afgespeeld, weten
wij niet met zekerheid. Suetonius, die overigens gewag maakt van
onbeteekenende bijzonderheden, meldt hiervan niets. Het kan zijn,
dat men ze eenvoudig heeft laten
zinken, na ze eerst van hun kostbaarheden beroofd te hebben. Maar
er bestaat een legende, dat
Caligula een van zijn bacchanaliën bekroonde, door de
schepen, met al zijn gasten
aan boord, te laten zinken.
Gezien de liefhebberijen, die
deze Caesar er op na hield,
klinkt dit verhaal nog zoo
ongeloofelijk niet.
Wanneer de schepen
volkomen drooggelegd en
onderzocht zijn, zal misschien ook dit geheim opgelost worden en het antwoord op de vraag gegeven
worden, of de schepen van
zoo groote oudheidkundige
waarde zijn, dat de drooglegging de enorme kosten
waard was.
De thans ondernomen
poging om de geheimen van
negentien eeuwen terug aan
het daglicht te brengen, is
niet de eerste. Leon Battista
Alberti, een in zijn tijd
beroemd bouwmeester en
waterbouwkundige, deed in
1446 de eerste poging om
de schepen naar de oppervlakte te brengen, voor
welke gelegenheid, volgens
HET BEGIN. Mussolini schakelt
de electrische pompen in, die het
meer van Nemi leeg maalden.
2
|