|
PANORAMA No. 26 29 JUNI
stukken. Zij konden niet tevreden zijn over
moeder.
Maar het ergste kwam nog. Op een
avond aan tafel zei moeder eensklaps:
„Ik heb me laten inschrijven.”
De meisjes keken haar verstomd aan.
„Ja, voor Engelsche literatuur. Ik heb
mijn studie niet afgemaakt vroeger, toen
je vader me vroeg; een jaar nadat hij
overleden was, wilde ik weer beginnen,
maar dat kon toen niet, om jullie... Het
huishoudentje hier geeft niet veel werk, en
ik heb een zee van tijd over, en. . . Wat
kijken jullie? Is het erg gek?”
„Och,” antwoodde Isabel. „Gek? Gek?
Ziet u moeder, als u uw graad niet haalt...
het zou een beetje belachelijk zijn en wij
zouden er ook ...”
Meer zei Isabel niet, want moeder stond
op en liep de kamer uit, naar buiten. Op
de binnenplaats liep zij tegen iemand aan;
door haar tranen zag zij niet, wie het was.
„Hallo Mollie, ga je uit?” vroeg Randolph.
„Je zou vanavond ’n cake voor me bakken.
Ik heb er op gerekend — Wat? Huil je?
Waarom ?”
„Ach Willie,” snikte moeder, „ik ... de
meisjes ... ik heb me laten inschrijven voor
het komende studiejaar. Engelsche literatuur.
Vind je het gek? Eerlijk zeggen, Willie,
is het erg gek?”
„Hm,” antwoordde professor Randolph,
„hm, Engelsch ? ’t Is lang geleden voor je,
maar eigenlijk ben je nog jong, Mollie.
Ik zal je helpen natuurlijk; we zullen
er eens rustig over praten. Daar is een
bank.”
Zij zaten er heel lang; moeder huilde
nog even en de professor troostte en toen
ze op stonden hadden ze elkaar ieder één
kus gegeven.
„De meisjes,” zei moeder plotseling verschrikt. „Je moet het nog niet vertellen.”
„Zooalsjewilt,” antwoorddedr. Randolph.
„Je studeert en je doet het huishouden voor
Helen en Isabel en dan ga je voor mij
het huishouden doen hè, voor altijd?”
Moeder liep ijverig college en studeerde
hard, maar ’s avonds waren er dikwijls
veel gasten. Vooral dr. Randolph en dr.
Parrant, die economie gaf, kwamen dikwijls;
er was altijd een vroolijke stemming, de
gasten kwamen graag en genoten van cake
en pudding; maar de meisjes hielden zich
afzijdig en waren koel en onverschillig.
Moeder leed er onder.
Vacantie en examens naderden, toen
Isabel op een middag opgewonden thuis
kwam.
„Heb je het gehoord, Helen ? Grante vertelde mij vandaag dat moeder een heel
goede kans maakt voor het examen, en zij
komt waarschijnlijk ook in aanmerking voor
de Europa-beurs.”
Helen luisterde er slechts half naar. Zij
wist dat Isabel alle krachten had ingespannen om de beurs te verkrijgen en zich
veel voorstelde van de reis naar Europa
die eraan verbonden was. Het zou haar
ongelukkig maken, wanneer zij de beurs
niet zou winnen. Maar Helen zelf had
ook haar zorgen en verdriet. Het was
dr. Parrant. Dr. Parrant die bijna iederen
avond kwan, om moeder natuurlijk; hij
prees uitbundig haar schoteltjes, had allerlei attenties voor moeder, hielp haar, praatte
vertrouwelijk met haar.... Helen vond het
leven triest en akelig en Isabel treurde over
de reis naar Europa, die nu wel een illusie
zou blijven.
Zoo leefden moeder en de meisjes koud
naast elkaar. Moeder verdeelde haar tijd
tusschen de huishouding en de studie. Zij
was vroolijk en zong den geheelen dag en
zag met ongeduld den dag van het examen
tegemoet. Wat een glorie zou het zijn
voor haar en Willie. De studie werd bijna
een genot. Twintig jaar had zij geleefd
voor haar echtgenoot, die een half jaar na
hun huwelijk reeds was gestorven, en de
meisjes; zij had energiek de zaak gedreven
en veel geld verdiend, al haar zorg en
liefde gegeven aan Helen en Isabel, en de
universiteit vergeten. Maar nu begon het
college-leven opnieuw voor haar, o, ernstiger dan toen, maar toch was het mooi.
En Willie. . . Maar dat de meisjes haar
niet begrepen! Waarom deden zij zoo koel
tegenover haar? Voelden zij niet dat zij nog
evenveel van hen hield ? Nog enkele weken
en zij zouden alles weten. Zoolang moest
zij het verdriet over hun onverschilligheid
nog dragen. En dan.. . moeder glimlachte.
Het zou heel goed zijn.
Voor de meisjes was de toestand nog
grooter kwelling. Moeder was den laatsten
tijd nog liever en hartelijker dan anders....
maar de Europa-beurs... en dr. Parrant...
Op een Zondagmiddag toen Moeder,
zingend, in de keuken bezig was voor het
soupertje, waartoe Willie, dr. Parrant en
nog enkelen waren gevraagd, kwam het
tot een uitbarsting. Helen en Isabel zaten
lusteloos voor het raam van hun slaapkamer.
Isabel stond eensklaps op toen zij moeders
zingen hoorde.
„Ik moet het nu weten,” zei ze.
En Helen volgde haar.
„Ik wil het ook weten.”
Moeder schrok een beetje toen zij hen
plotseling in de keuken zag. Zou ze het
vertellen? De meisjes keken zoo vreemd.
„Ik heb iets gehoord, moeder,” begon
Isabel moeilijk.
„Het is nu gauw vacantie en als u. .. .
wanneer gaat u naar Europa?”
„Europa?”
„Ja moeder. Europa. U krijgt natuurlijk
de beurs, en ik wou graag weten wanneer
u op reis gaat; dan kan ik ook mijn plannen
voor den zomer maken.”
„Maar ik krijg de beurs niet!” riep
moeder uit. „Ik wil de beurs niet hebben
en ik ga niet naar Europa! Misschien ga
ik wel op reis — als we getrouwd zijn!”
„Zoo,” zei Helen na een lange stilte.
„Zoo. Gaat u trouwen, Moeder ? Met
dr. Parrant natuurlijk?”
Moeder keek op. Waarom trilde Helen’s
stem zoo? Dr. Parrant. . . ah! Nu begreep
zij. Zij glimlachte, maar tegelijk viel zij in
een stoel neer en trachtte tevergeefs haar
tranen te bedwingen.
„Och jullie kleine meisjes,” snikte en
lachte zij. „Jullie kleine meisjes! Hoe konden jullie denken, dat ik iets zou nemen,
iets zou verlangen wat jullie verlangen?”
Voor zij het wisten knielden Helen en
Isabel naast haar, en moeder streelde hun
haar en kuste hen en deed alles wat zij
den laatsten tijd zoozeer had gemist.
„Isabel krijgt de beurs,” vertelde zij;
„Willie heeft ’t mij al een maand geleden gezegd, maar ik wou het voor je
bewaren als een verrassing. En Helen....
dr. Parrant kwam niet voor mij, kindje.
Hij was alleen maar vriendelijk voor mij,
omdat ik jouw moeder ben, en hij kwam
zoo dikwijls om jou te zien. Ik moest hem
alles van jou vertellen en hij heeft me zelfs
gevraagd of je een goed huisvrouwtje zou
zijn en of ik je alles wilde leeren, koken
en cake bakken en zoo. Hij zal ’t je wel
heel gauw zelf vragen. En Willie... We
zullen allemaal heel gelukkig zijn.”
Op dat oogenblik ging de bel.
,Hier, gauw,” zei moeder en gaf Helen
haar groote keukenschort. „Ik denk dat
het dr. Parrant is en Willie, ik bedoel
professor Randolph.” Vlug strooide zij nog
wat meel en suikerpoeder over Helen’s
handen. „Ga nu gauw naar de deur.”
De gelukkigste menschen van heel het
college waren dien middag in de kamers
van Helen en Isabel. De overige studenten
hoorden een gejuich, dat over de geheele
binnenplaats klonk; dat was toen Helen
de pudding binnenbracht, waaraan moeder
meer dan een uur had gewerk. Dr. Parrant
keek verheerlijkt, toen moeder zei:
„Is het geen kunststuk ? Die heeft Helen
nu gemaakt! Ze zal het nog veel beter
leeren,” vervolgde zij, voordat Helen haar
kon tegenspreken. „En Isabel
gaat dezen zomer de EuroMASSAS peesche kookkunst keuren.”
7
|