Panorama

Blad 
 van 2380
Records 11311 tot 11315 van 11897
Nummer
1929, nr. 25, 22 juni 1929
Blad
12
Tekst
rE N THUIS RanucciBeckman PANORAMA No. 2 5 2 2 JUNI Is het niet heerlijk om eens echt lui te zijn?” Mevrouw Betsy RanucciBeckman, die het zei, zat in een gemakkelijk hoekje van de canapé. „Het is heerlijkmevrouw.” De man met ’t boekje en het potlood die het beaamde, in een gemakkelijk fauteuiltje! „Luiheid mevrouw, d.w.z. vrij-zijn van werk en alle beslommeringen en zorg, die ’t werk meebrengt, waardeert en geniet men het meest na ingespannen arbeid. En dan veronderstel ik.. „Ja, deze week gaan mijn man, Dirk Verbeek, en ik op reis; de vacantie is begonnen en ik zeg van harte: gelukkig. Al geef je met liefde alle energie en tijd aan je werk, na een flinke periode van arbeid verlang je niet alleen naar rust, maar heb je ook rust noodig. Dan moet alle gedachte aan je werk volkomen uit het hoofd. Dus lekker luieren d.w.z. niet meer denken aan stukken en premières en zoo, en op reis! Liefst naar het buitenland. De voorkeur voor het buitenland wordt me niet ingegeven door de gedachte, dat ons eigen land niet mooi is. Menig plekje van typisch natuurschoon in het kleine vaderlandje zal men tevergeefs over de grenzen zoeken, maar het schijnt soms wel, of men er pas heelemaal uit is, wanneer men de grenzen heeft gepasseerd, een reis van 24 uur of langer heeft gemaakt. Dan lijkt het werk, de woonplaats, de bekende omgeving, het gewone leven heel ver, dan valt alles weg. Daargelaten de andere voordeelen van het reizen in een vreemd land, in vreemde omgeving en levensomstandigheden, als verruiming van blik en het verkrijgen van andere inzichten e.d.! Dat geldt voor iedereen, doch zeker voor een tooneelkunstenaar. Hoe ging het vroeger ? Onder de vacantie ging je op reis, in het pension van een Nederlandsche badplaats, of een vredig dorpje ontmoette je collega's en je zat weer midden in het werk, dat je ontvlucht was! Je komt er in het buitenland licht toe, om een schouwburg te bezoeken, — ofschoon in het vacantie-seizoen natuurlijk niet druk gespeeld wordt, — maar je zult over de grenzen minder bekende collega’s ontmoeten, dan wanneer allen in eigen land bleven en dus minder aan je werk herinnerd worden. Dat is een waarheid als zeker bekend en nuttig beest!” Wie belangstelling heeft voor het tooneel, strekt deze belangstelling ook uit tot de artisten. Men ziet ze in verschillende rollen, men herkent hun stem, men leest over hen in critieken en interviews en ziet ze op foto's. De toestanden zijn ook in dit opzicht veranderd, dat tooneelkunstenaars „bekender” zijn dan vroeger, doch voor velen zijn ze nog anders dan anderen, en men maakt elkaar — vooral op zekeren leeftijd! — op straat of in restaurant op hen opmerkzaam als op een ontdekking: „dat is nu die.... welke die en die rol speelt.” Na hen alleen achter het voetlicht — of bij den artisten-uitgang van den schouwburg! — te hebben gezien, is het dan een eigenaardige sensatie en een gebeurtenis, wanneer men ze in de omstandigheden des dagelijkschen levens, thuis, ziet. In deze gemoedsgesteltenis is het begrijpelijk en te vergeven dat men, iets onbescheidener dan een gast misschien betaamt, de omgeving opneemt, terwijl Betsy Ranucci vertelt. Wij zien een smaakvol en „thuis’'- gemeubelde kamer, hier en daar een inheemsch of Oostersch kunstwerkje, een bureau en een prachtige schemerlamp, een zware canapé en vier boekenkasten met een mooie verzameling literatuur; wij zien dat zij een gezellig kuiltje in haar wang heeft als zij lacht. En wij hooren dat, wanneer zij eenige onderwerpen heeft besproken die overeenstemmen met den titel van deze rubriek Artlsten Thuis, zij langzaam en onwillekeurig komt tot hét onderwerp voor haar: tooneel; zij vertelt van keuze der stukken en premières, van repetities en veel zorg, van critiek deering, van lezen talen en schriften, speciale première-publiek dat komt uit belangstelling voor het spelende gezelschap, van het bezoek gedurende het afgeloopen seizoen en van de belangstelling van het publiek in het algemeen, die den laatsten tijd grooter is geworden. „Ondervindt u geen concurrentie van de bioscopen, doordat een zeker deel van het filmprogramma, dat zoo „gemakkelijk” is, het publiek ongeschikt maakt voor de zwaardere, geestelijke inspanning van het tooneel ?” „Ik geloof niet, dat de tooneelgezelschappen daarvoor hoeven te zijn. Al zou de werk en en waaren vervan het meer wordt vergeet de het stof van schoenen te bang film een deel van het publiek uit den schouwburg houden, dan staat daartegenover, dat de weg naar den schouwburg drukker bewandeld wordt dan vroeger, zooals ik reeds zei, gelijk er uitgegaan dan vroeger. En volksvoorstellingen niet!” „En nu vacantie ... „Ja, het zal goed doen om het Leidsche Plein van de schudden en alles ver weg te laten. Als je het overgroote deel van het jaar ingespannen hebt gewerkt, kun je je echt verheugen over den komenden vrijen tijd. Daar is bijv, een première; u begrijpt dat je het leest en leest en nog eens herleest, peinst over de rolverdeeling, over de algemeene idee van het stuk, over de aankleeding van het tooneel, enz. Telkens ontdek je iets anders en zoek je naar de middelen om het zoo goed en zoo mooi mogelijk te maken. Je gaat er mee slapen, je droomt er van, en 's morgens bij het opstaan is het je eerste gedachte.” „En toch veronderstel ik....” „Juist; toch laat het je niet heelemaal los. Het is natuurlijk altijd prettig, wanneer je een stuk vindt, dat je heelemaal boeit, waar je in valt. Maar het is nog prettiger idee, wanneer je op vacantie gaat met de zekerheid, dat na dien tijd een stuk wacht, waaraan je met plezier je arbeid zult geven. Ik zal vrij en onbezorgd mijn vacantie genieten, maar het is fijn te weten, dat ik al een stuk gevonden heb, waaraan ik met genoegen mijn werk weer zal opnemen, na het reizen en rusten. Het eerste zoeken voor het nieuwe seizoen is tenminste reeds gedaan.” H. A. 10
PDF
Nummer
1929, nr. 25, 22 juni 1929
Blad
13
Tekst
PANORAMA No. 2 5 2 2 JUNI EEN DETACHEMENT van de Koloniale Reserve onder bevel van den len luitenant der Inf. L. Weyerman is, in verband met den overval te Willemstad, per s.s, „Amsterdam" naar Curacao vertrokken. van den Dingen F. LANE MET OLD ORKNEY die winnaar werd op den eersten dag van de Ascot-races, het groote „mode" -paardensportevenemenf van Engeland, 11
PDF
Nummer
1929, nr. 25, 22 juni 1929
Blad
14
Tekst
PANORAMA No. 2 5 2 2 JUNI COEN, TILDEN EN HUTER. EEN„VRIENDSCHAPPELIJKE ONTMOETING” tusschen mej. Kea Bouman en Tilden. Gpoote TJagen op &Coopdwijk door TEO DE WITTE E en dreigende lucht, met woest voorthollende wolken, kon ons niet weerhouden, om het belangrijke eindspel in het vriendelijke Noordwijksche stadion te gaan bijwonen. ’t Werd hoog tijd, wilde het ijverige bestuur van den N. L. T. B., dat dezer dagen het vertrouwen in zijn leiding volkomen heeft gerechtvaardigd, het programma tijdig afwerken. Waar tegenover stond, dat wij ons haasten moesten, wilden wij ons het evenement van dit feest: Mishu, niet laten ontgaan. MISHU. De Roemeen! De man die ooit Spencer heeft geslagen. Met ’n techniek, die hoogstens middelmatig spel zou opleveren, indien ze niet gesteund werd door 'n keurige taktiek en 'n verbazende aantrekkelijke gewoonte, om steeds 't open plaatsje te vinden. Dat is het dus niet, wat ons nu nog in Mishu kan bekoren, ’t Is de wonderlijke wijze, waarop deze in den grond toch wispelturige speler z’n tennissen tot 'n publieke attractie weet te maken. Coen—Timmer hadden het opgenomen tegen Castendijk— Mishu. De stugge, akelig serieuze Rotterdammer naast den beweeglijken, grilligen zuiderling. ’t Werd ’n festijn voor de toeschouwers en voor Timmer— Coen, die zoo n buitenbeentje namen voor wat hij is: 'n excentriek, die toch ’n behoorlijke partij speelt. Het geheim van z’n uitstekend gevarieerde service, vlak voor de borst geslagen, soms uiterst scherp in backhand-stand gecapt, zoodat èn Coen èn Timmer er naast grijpen. Op het eind kwam er een note gaie, doordat Mishu voor den bal, dien hij mist, den steeds voorradigen reservebal met z’n linkerhand naar den tegenstander werpt. Totdat het uit was, hij verloor, en van woede z’n racket wegslingerde. De lucht wordt dreigender, en als Grandguillot—Danon gemakkelijk van de Denen Larsen—Tanker hebben gewonnen, wordt het regen. Tilden—Bouman moeten nog spelen tegen Sigart—Grandguillot. De partij, waarin Tilden wat al te hebberig blijkt, wordt spannender dan men verwachtte. Vooral Mej. Sigart weet herhaalde malen aan het net wonderen te verrichten. Ze heeft een durf en zekerheid in haar smashes, die haar op dit gebied verre superieur doet zijn boven Wills. Maar ’t druppelen wordt stroomen, en ondanks Tildens protest wordt met 2—1 in de final-set gestaakt. De Zaterdag was welwillender en bracht al spoedig spanning in de halve eindstrijden. Dat Tilden zijn leerling Coen in drie sets sloeg, verwonderde niet. Maar ’t was ’n pracht exhibition. waaronder Big Bill meermalen goedkeurend glimlachte, als de jongen hem wist te passeeren of met z’n niet minder krachtige service verraste. Vooral de eerste set haalde Tilden in grooten stijl en met moeite: 10—8. Toen werd het 6—3, 6—2. Op baan III vocht Timmer tegen Hunter in wel heftigen, maar reeds beslisten strijd. Hoewel de Hollander met 8—6 was voorgekomen, kwam de rust met 2—1 voor Hunter. In de laatste set liet Hunter vooral met ’n krachtige forehand den ander loopen van links naar rechts. Ondertusschen vroeg op baan I de single Bouman—Canters aller welverdiende aandacht. Dat mejuffrouw Canters haar tweede set met 6—1 wist te winnen en de derde met 6~~4 noode gewonnen moest geven, dankt zij vooral aan haar beweeglijke spel, haar oploopen, wat de zwakke backhand te stade komt. Toch vermoeden we, dat juffrouw Canters met haar reeds krachtiger backhand èn haar gevarieerd spel spoedig haar vierde plaats verlaten zal. Danon en Grandguillot stonden inmiddels met 3—6, 4—6 voor tegen Timmer-Coen. Vooral Grandguillot, die op dit tournament ’n goed figuur heeft geslagen, mocht deze prachtige resultaten op rekening schrijven van z’n vlugheid en uitstekend netspel. Zeer sportief liep hij na de door velen betreurde nederlaag in vijf sets, onmiddellijk over naar baan I om de onderbroken set van Vrijdagavond af te werken. ’n Prestatie werd het, toen het slecht sluitende dubbel Tilden Bouman van 1—2 met 63 in enkele minuten werd afgemaakt. En wat te zeggen van het feit, dat we Zondagochtend lazen, dat hetzelfde wakkere tweetal op verzoek daarna nog heeft gespeeld tegen Mishu-Krahwinkel. Het grillige spel van den Roemeen had geen invloed op juffrouw Sigart, die kalm maar zeker doodelijk smashte en met 6—3, 6—4 den wedstrijd won. Veel verrassingen kon de Zondag niet meer brengen. Om half twee was begonnen met de beslissing dames-enkel en juffrouw Bouman bleef ten slotte haar off-day stemming getrouw door met 6—4, 6—4 den kamp gewonnen te geven tegen juffrouw Sigart, Toen we gelegenheid kregen haar even aan het woord te krijgen, verklaarde ze dan ook sportief er geheel uit te zijn. „Wimbledon beter, juffrouw Bouman. Welke combinatie gaat u beproeven?” „’t Zelfde dubbel, en gemengd met Boorstra.” „Ditmaal dus ’n zuivere Hollandsche damesdubbel-overwinning?” „Laten we ’t hopen. Als ik maar weer op slag kom.” „En dan?” „’n Maand rust. Die kan ik goed gebruiken.” Onder het zonnetje begon de eindstrijd Tilden-Hunter, die 12
PDF
Nummer
1929, nr. 25, 22 juni 1929
Blad
15
Tekst
PANORAMA N o. 2 5 2 2 JUNI minder spannend is verloopen dan verleden week in Zürich, waar Tilden vijf sets noodig had om z’n landgenoot te slaan. Geheel dit tournament is Big Bill dan ook schitterend op dreef geweest met verschillende momenten waarin hij z’n aloude grootmeesterschap terugvond of bevestigde. Doordat Tilden vooral z’n baseline spel met wonderlijke backhand-cross-ground-strokes getrouw bleef, zag Hunter door tactisch oploopen kans van 2—5 tot 4—5 te komen. Toen maakte Tilden er een eind aan en scoorde hij zes games achtereen, zoodat hij in de tweede set met 5—■() voorkwam. Tot tweemaal toe heeft hij daarna 40—0 weten te serveeren, met z’n keiharde schot, dat je niet eens volgen kunt. Weer benut Hunter z’n snelle forehand of verschalkt hij Tilden, als deze ’n enkele maal zich naar het net laat verlokken.Met6—2 en 6—3 haaltTilden tenslotteden beker binnen. De eenige Ze *s tenslotte na 'n vinnigen strijd door Nederlandsche het dubbel Bouwman-Rollin Couquerque op Zege. Canters-Kallmeyer veroverd. En dat terwijl de laatsten aanvankelijk met 3—0 voorstonden. Toen kreeg mej. Bouman echter haar vroegere kracht terug en tegen het rotsvaste aaneengesloten Nederlandsche duo moesten de anderen het tenslotte opgeven. Hoeveel spanning er echter in die tweede set hing blijke uit de score: 1—0, 1 — 1, 2—1, 2—2, 2—3, 2—4, 3—4, 4—4, 5—4, 6-4. Weer herstelde de lucht zich, toen Tilden-Hunter het court betraden om te komen winnen van Coen-Timmer. Aanvankelijk gaat het te gemakkelijk, en als met 6—2 de eerste set wordt beëindigd heeft het er allen schijn van, dat het ’n ware inmaakpartij zal worden. De tweede set kenmerkt zich echter door ’n bijzondere opleving van Timmers kant, die vooral aan het net spannende momenten verwekt. In de zesde game serveert Tilden weer 40—'0 en even later komt de gelijkmaker. Coen. die sterk favoriet is, oogst veel succes door z’n keiharde services, die zelfs Tilden en Hunter te vlug zijn, of z’n ijverig najagen van scherp gesneden ballen, met dikwijls goede resultaten. In de derde set wil Tilden blijkbaar alles of niets. Verschillende slagen, zooals ’n backhand-ground-stroke keihard langs de lijn, ’n formidabele forehand-drive eventjes over het net zijn adembenemende slagen. Te uitzonderlijk echter tusschen de vele missers, zoodat het tenslotte toch 5—5 wordt. Coen komt 40—15 voor, het wordt weer deuce, ’n smash van Timmer brengt advantage server en als het later advantage striker luidt, kogelt Tilden tusschen Timmer en Coen 6—5. Tilden serveert! Voor het laatst. Voor het laatst wellicht op Noordwijk, in Nederland. 40—15! Dan heeft ’n linesman het origineele idee, hem wegens footfault uit te schakelen, ’n Beweging van de hooge schouders, als: Is u niet TILDEN, kampioen heerenenkelspel, ontvangt zijn prijzen van den heer Broese van Groenau. wel? De ander blijft er bij. ’t Publiek schatert. Toch ’n kraan’ Tilden maakt aan de malligheid n eind en als het bord 7—5 aanwijst, ontvangen hij en Hunter 'n keurig zilveren scheepje en heel veel applaus. De balans valt voor Nederland minder gunstig uit. Wel heeft Timmer zich prachtig hersteld door het tot den halven eindstrijd te halen, maar tegen Danon en Mishu beteekent dat niet veel. Beter bracht van Olst het er af, totdat hij na z’n vijf setszege op Nelmans door Coen met 6—2, 6—1 6—3 aan het lijntje werd gezet. In de heeren dubbel bleken Timmer—Coen ’n zeer sluitend en sympathiek dubbel, dat met de Egyptenaren wel het vurigste duo mocht heeten. De manier, waarop zij de zwaargewicht Amerikanen partij hebben gegeven, dwong eerbied af. Dat mejuffrouw Canters het zoover heeft weten te brengen in de singles en in een zenuwachtige laatste set ten slotte bukken moest, blijft een te memoreeren feit. Gelukkig dat mejuffrouw Bouman zich wist te herstellen en van de drie overwinningen, die we haar hadden toegedacht, tenminste één wist te redden. Summa summarum, ’n pracht tennisweek, die in de beste orde is verloopen. TILDEN Op z’n kamer in het Grand Hotel stond de groote Amerikaan enkele oogenblikken aan ons af, terwijl hij inmiddels ’n nieuwe zending rackets keurde, 'n Viertal andere, waarvan de snaren blijkbaar met opzet geheel waren stuk gesneden, hadden afgedaan. Natuurlijk vroegen we zijn indrukken over Coen, the Kid, den zeventienjarige, dien hij zoo aandachtig kon volgen van z’n hooge zitplaats op het aanwijzingsbord, waar Dick het toezicht had. „Men doet verkeerd te meenen, dat ik z’n leermeester ben,” haastte Tilden zich te bekennen. „Alles wat hij bereikt, bereikt hij zelf.” De Amerikaan ! Z’n bevindingen goot hij in de kernachtig geboetseerde moule: „Binnen vijf jaar wereldkampioen!” En toen we het gietsel van z’n beide helften ontdeden, zagen we Coen, de hoop van Tilden, als een- of twee en twintig-jarige de zwaar drukkende lauweren van het kampioenschap torsen! Tragische roem, bevestigd in Tildens uitlating, dat hij het dit jaar nog eens op Wimbledon ging probeeren, o.a. in mixed met mevrouw Mallory. Onder het inpakken van twee stel Hollandsche klompen betuigde Tilden wel z’n groote voldoening over het verloop van dit uitstekend verzorgde tournament, doch tevens kwam hij zelf met de veronderstelling aandragen: Dat Noordwijk, Nederland, Europa hem wel nooit meer terug zouden zien. De vermaarde exwereldkampioen schijnt er genoeg van te hebben. De zeven en dertigjarige ruimtdeplaats voor Coen, die de belofte van ’n zeventienjarige jeugd en z’n gezelligen lach draagt. Als’t voor ’t laatst geweest is: het zij zoo Tilden. Ditmaal was het nog gróót! DE KAMPIOENE damesenkelspel, mej, Sigart, neemt den gewonnen beker in ontvangst. 13
PDF
Nummer
1929, nr. 25, 22 juni 1929
Blad
16
Tekst
P A N O R A M A No. 2 5 2 2 JUNI VREEMDE DAGBOEKEN door K. VAN NOORDEN V an de rechtspraak in vroeger eeuwen en van de uitvoerders der vonnissen van lichaamsstraffen, de beulen, is ons uit verschillende bronnen veel bekend. De beste inlichtingen over de beulen geven ons echter hun eigen dagboeken. Want het is wel heel merkwaardig dat de meeste beulen, vooral in Duitschland en Frankrijk, nauwkeurig aanteekeningen hebben gehouden van de bijzonderheden van hun dagelijksch werk. Bekend zijn b.v. de „memoires" van de Parijsche familie Samson, wier leden van geslacht op geslacht het beroep van scherprechter hebben uitgeoefend. Die „memoires" zijn zeer interessant; het is slechts jammer dat de laatste jaren haar authenticiteit tamelijk twijfelachtig is gebleken. Van verschillende Duitsche beulen zijn ons echter dagboeken bewaard gebleven, waarvan de echtheid vast staat, en die ons menige belangwekkende bijzonderheid van hun sinister handwerk verhalen. Een van de voornaamste is ’t dagboekvan Meister Franz Schmidt. den beul van Neurenberg gedurende de jaren 1573-1615. In dat boek verhaalt hij o.a. dat hij, onmiddellijk na het uitvoeren van zijn „plichten", het verslag daarvan heeft opgeschreven. Van zichzelf vertelt de man niet veel; slechts dat hij bij zijn vader „in de leer" is geweest en na diens dood hem in zijn beroep opvolgde. Dit verwondert ons niet, want het beroep van scherprechter was erfelijk in de familie. Was er onverhoopt geen mannelijke erfgenaam, dan werd den beul uit een andere stad verzocht een zijner bloedverwanten voor de vacature beschikbaar te stellen. Uit andere bronnen weten we dat de beulen feitelijk buiten het maatschappelijk leven stonden; niemand der burgers bemoeide zich met hen, in de kerk hadden zij een eigen afgezonderde plaats en bij openbare gelegenheden verschenen zij nooit. Het is wel te begrijpen, dat zelfs de meest GU1LLOT1N, de uitvinder van de guillotine. DE KAAK TE ÏJSELSTEIN, waarop men voor lichte vergrijpen te kijk werd gesteld. deugdzaam levende burger er niet veel voor voelde in de taveerne een pintje bier te drinken met den man, die — de mensch is zwak nietwaar, en iedereen kan vallen — hem wellicht nog eens een kopje kleiner zou kunnen maken. Dat geen enkele beul over dit leven als paria mededeelingen doet, vindt waarschijnlijk wel zijn oorzaak hierin, dat zij zulks als vanzelfsprekend beschouwen. Uit het dagboek van Meister Franz blijkt ons. dan, dat hij gedurende de 42 jaar dat hij zijn beroep uitoefende, 361 misdadigers onthoofd heeft; per jaar wisselden de getallen van 8 tot 12. Uit sommige verhalen, die in de middeleeuwen spelen, krijgt men wel eens den indruk, dat schavot en blok permanent op de markt opgeslagen stonden en de bewoners der stad zich zoo ongeveer dagelijks konden opmaken ter bijwoning van een executie. Deze cijfers leeren het anders. —■ Zooals uit het bovenstaande reeds blijkt, werden vonnissen in ’t openbaar ten uitvoer gebracht en Meister Franz verhaalt dan ook, dat hij bij zijn werk steeds zeer groote belangstelling van de zijde der burgerij had. Inderdaad kwam men van heinde en ver om een terechtstelling bij te wonen. We behoeven daarom speciaal de middeleeuwers niet te beschuldigen van dierlijke wreedheid, want wanneer in onzen tijd de terechtstellingen nog openbaar waren, zou het groote marktplein misschien te klein blijken om de griezel-lustigen te kunnen bevatten. Wat dat betreft wijkt de mensch van thans niet zooveel af van dien van voorheen, ondanks de voortschrijdende beschaving. Meister Franz schijnt voor zijn doen een humaan mensch te zijn geweest; hij verhaalt ons tenminste in zijn dagboek dat hij heeft weten te bewerken, dat op gebied van Neurenberg geen heksenvervolgingen plaats hadden. Ook was het aan zijn invloed te danken, dat een einde werd gemaakt aan de barbaarsche straf voor vrouwen die schuldig waren bevonden aan kindermoord. Deze werden ongeboeid in het water geworpen, en het belangstellende volk aan de kanten placht het verdrinkingsproces van het slachtoffer gade te slaan — hetgeen blijkens de verslagen soms een uur duurde. In plaats hiervan wist Meister Franz de bepaling ingevoerd te krijgen, dat zij voortaan genadiglijk door hem onthoofd mochten worden. Het eindresultaat bleef voor de gestraften weliswaar hetzelfde, maar een zekere menschlievendheid valt hier niet te ontkennen. Een onaangename sensatie moet het voor hem geweest zijn, toen het in 1585 zijn taak was, zijn zwager, die een moord gepleegd had, te radbraken. Dit brengt ons tevens tot de bespreking van den aard der straffen, die men in de middeleeuwen en ook nog gedurende de 16e en 17e eeuw toepaste. Men weet dat misdrijven in die tijden zwaar en menigmaal op onmenschelijke wijze gestraft werden. Meister Franz verhaalt dat hij slechts eens een misdadiger — een valschen munter — heeft verbrand; overigens hanteerde hij „slechts" de galg, het zwaard en het wiel. Dagboeken van andere beulen verhalen ons ook gevallen van levend begraven, verDE FOLTERKAMER van de Gevangenpoort te s Gravenhage. 14
PDF
Blad 
 van 2380
Records 11311 tot 11315 van 11897