Panorama

Blad 
 van 2380
Records 11306 tot 11310 van 11897
Nummer
1929, nr. 25, 22 juni 1929
Blad
07
Tekst
P A N O R A M A - No. 2 5 - 2 2 J U N I DE LEEUWEN van Artis in de hoofdstad hebben een nieuw verblijf verkregen. Dit nieuwe leeuwen-terras draagt den naam „Kerbertterras”, ter nagedachtenis van den tweeden directeur van Artis. dr. Coenr. Kerbert, FotoARM. LOTTI, JEAN ASSOLANT EN RENÉ LEFÈVRE, die met de „Gele Vogel” de Oceaanvlucht van Amerika naar Frankrijk hebben volbracht. GENERAAL DAWES, de nieuwe Amerikaansche gezant te Londen, en Ramsay Mac Donald te Forres in Schotland, waar zij een eerste bespreking hielden over de ontwapening ter zee tusschen Amerika en Engeland. cAÏEUWS 5
PDF
Nummer
1929, nr. 25, 22 juni 1929
Blad
08
Tekst
P A N O 1< A M A N o. 2 2 ,1 U N I N egen jaar geleden zat ik met mijn vrouw op een warmen Zondagavond in Juni in het Théatre Francais te Parijs. Het is een waarheid nog van Francisque Sarcey, Tonele zooals hij in tooneelkringen heette (den door iedereen graag bespotten, maar door niemand gering geschatten criticus van het juist dezer dagen in andere handen gekomen dagblad Le Temps), dat wanneer de hitte in Frankrijks hoofdstad onduldbaar is geworden, de zaal in „het Huis van Molière” betrekkelijk koel blijkt. De hitte ontvluchtend, vonden wij gelegenheid in Racine's Bijbelsche treurspel Athalie een kunstenares terug te zien, Mme SegondWeber. die na Agar en Sarah Bernhardt meer dan eenige andere vrouw ook met voorstellingen in Nederland de bewondering voor Frankrijks aanzienlijkste tooneelgezelschap heeft doen voortleven. — Zeg, daar zit Niermans, zeide mijne vrouw in een pauze. Werkelijk was daar Eduard Niermans: na bijna dertig jaar zag ik hem, uiterlijk natuurlijk verouderd, doch verwonderlijk t weinig veranderd in gelaat en in houding terug. Ik had hem in het begin van 1886 leeren kennen. Na den betrekkelijk korten tijd dat zijn geld het uithield, te Delft geWIT EN ZWART bij de Alexandra Bloem-collecte te Londen, studeerd te hebben, was hij naar Parijs gekomen en werkte toen voor 1 fr. 25 in het uur bij ‘n fabrikant van lichtkronen als teekenaar. Ijver en overleg geleidden hem ook in dien tijd al. Hij woonde ver weg in Montmartre, doch meermalen als ik thuis zat te werken, kwam hij een frisch glas grenadine bij me halen in de rue Jacob aan den zuiderkant der Seine. Met ’n reusachtige portefeuille was hij de trappen opgeklauterd, na aan fabrikanten in mijne buurt ontwerpen voor kant en andere fijne teekeningen te hebben aangeboden. Na wekelijks de eerste vijf dagen over te werken, maakte hij de Zaterdagen vrij. Des Zondags ging hij altijd naar buiten, o.a. naar den rijken heer Franken, te Le Vésinet, den kunstzinnigen zwager van den kunstkooper Van Gogh te Amsterdam, wiens zoon, bevriend met Mr. Frans Coenen, dezen later de directie van het museum Willet zou bezorgen. Bij de Wereldtentoonstelling van 1889 sloeg Niermans te Parijs zijn slag. Hij werd de architekt der Nederlandsche Afdeeling en had er zijn vriend Sluyterman tot hulp, die nu sedert vele jaren hoogleeraar te Delft is. Niermans slaagde er en •vykreeg het Legioen van Eer, en een bijzondere relatie, namelijk met den zeer welvarenden agent te Parijs van Heineken’s Bierbrouwerij, wees hem kort daarna den weg door het leven. De invloed van dien in vele bierhuizen bekenden ouderen Nederlander bezorgde hem de opdracht om een zeer bekend danshuis in Montmartre, dat immers van de vertering bestond, uit- en inwendig te verbouwen. Hierna kreeg hij een grooter restaurant te moderniseèren en wist daar, als bij de eerste opdracht, allerhand nieuw materiaal aan te wenden, dat succes had en waar hij relaties door kreeg. Van de café’s kwam hij tot de hotels en hierin werd hij zoozeer specialist, dat hij in het Zuiden van Frankrijk, die weelde-streken van den „Midi”, niet slechts hotels ge- of verbouwd heeft, maar ook het gestadige toezicht over een aantal van deze verkreeg, als bestuurslid eener groote onderneming. Met een wijnkoopersdochter uit Bordeaux gehuwd, is hij een man van groot aanzien geworden en twee Franschen van hooge positie hebben zijne verdiensten enkele jaren geleden bij zijn begrafenis geprezen. Oud geworden is Niermans niet: als jongmensch leed hij al door zijn maag, zijn wilskracht deed hem ook dezen tegenstander uit den weg duwen— het werk ging vóór! En zoo kwam hij „er in”. Niet minder oud-Hollandsche energie heeft in Frankrijk de heer Roelof Buisman ontwikkeld. Een man van twee generaties ouder. Dank zij den uitgever Tijl te Zwolle, mocht ik in December ’85 bij mijn aankomst te Parijs vriendelijk door hem worden ontvangen en aldoor is hij mijn raadsman gebleven, die den weg wees en te recht wees en overal belang in stelde, hoewel toen al zestig jaar. Uiterlijk en innerlijk Hollander gebleven, was de heer Buisman thuis in Frankrijk. Als reiziger voor een groote Hollandsche firma was hij er indertijd gekomen, doch had een, nu nóg in den stillen Cité Rougemont, vlak bij het drukste punt van den Boulevard Montmartre, bestaand handelshuis gesticht, toen onder de firma Buisman en Brands (bij overlijden verandert zoo'n naam), dat onmiddellijk zaken met Indië deed. Weduwnaar geworden en in tweede huwelijk met eene vrouw van Bonapartistischen adel gehuwd, had Buisman m zeer vele kringen relaties (mij introduceerde hij aan de Temps), doch al het Hollandsche hield zijn hart. De betrekkingen tusschen Nederlanders zijn in later tijd toegenomen, toen legde Buisman de sterkste banden. Als eerste voorzitter der nog bestaande Vereeniging voor Liefdadigheid heeft hij tientallen jaren behoeftige landgenooten geholpen. In ’t Oosten, achter de Bastille, woonden er velen die het wisselvallige schrijnwerkersvak beoefenden en die zelf, of wier ouders na 1830 België hadden moeten verlaten en liever dan terug naar het Noorden, naar de Seine-stad waren getrokken. Hulp volgde steeds op onderzoek ; ook ik werd daarop uitgestuurd, doch meer dan eens is me gebleken, dat de voorzitter zelf dit nog weer controleerde. Hoeveel moeite gaf hij zich! Ook voor behoeftigen van wat men noemt „goeden huize”, tot wier verwanten hij zich richtte, om somtijds antwoorden te krijgen, als had hij voor zichzelf gebedeld! Hem boos te maken, lukte niet gauw; wel kon hij prettig, gemoedelijk spotten, gelijk vele oude menschen (present company not excepted!) gretig bereid zijne ervaringen te vertellen. Zijn lievelings-verhaal betrof een „réception ouverte” bij den Kamervoorzitter Gambetta. Buisman was groot en forschgebouwd. In '80 was hij naar zoo’n open ontvangst gegaan, waar de binnenkomende zijn naam bij het binnentreden had te zeggen aan den deurwachter, die dezen, dan luidkeels herhaalde. Buisman werd te Parijs Bwiesman genoemd, wat hij sinds langen tijd gedoogde. Dus zei hij zijn naam zoo aan den knecht, waarop het de stampvolle zaal in vloog, dat.........Monsieur Bismarck” "daar was.— „Et Roelof n’a pas faibliT’zei zijn vrouw. Zij is een schat voor hem geweest, ook met haar goedheid voor Nederlanders, een hartelijkheid die zóó ver is gegaan, dat deze bejaarde menschen in den zomer van 1890 de warme reis van hun mooie landgoed te Saint-Gratien deden om mijn huwelijk te Leiden bij te wonen. Dat Saint-Gratien, benoorden Parijs, ligt in een door Nederlanders veel te zelden bezochte streek. Over het algemeen kent men de omstreken van Parijs hier te weinig, Versailles en Fontainebleau uitgezonderd. Enghien met het meer (waar Saint-Gratien aan grenst) en het door Rousseau aan ieder van naam bekende Montmorency zijn, evenals Saint-Germain, tot een namiddag- en avondbezoek uitnemend geschikt. L’IsleAdam is iets prachtigs met zijn eikenwoud, trouwens de boorden van de Oise bieden ontzaglijk veel liefelijks, en heeft veel oud bezit vol architectonische en historische belangwekkendheid. Mag ik u daar eens een anderen keer van vertellen ? Misschien komt het u in de vacantie te pas! 6
PDF
Nummer
1929, nr. 25, 22 juni 1929
Blad
09
Tekst
P A V () R \ M A \ o» 2 5 2 2 .) I \ 1 Bvtent NO. 33 door J. S. FLETCHEF en kaas D it was voor Alfred Penny de groote kans • De oude Grimes stierf, en nu kon Alfred den tweede-hands boekenwinkel overnemen. Zijn spaarpot, wat hulp van een vriend — en Penny was niet langer kruideniersbediende, en maakte van zijn liefhebberij zijn werk. Al lang had hij meer van boeken geweten dan van thee — nu klom hij snel op tot specialiteit in zeldzame exemplaren en eerste drukken. Hij genoot als hij in oude verzamelingen mocht snuffelen, en t boeken koopen werd hem een sport, die altijd spanning en vaak zoete verrassingen gaf. De zaak ging goed, want Penny was schrander en de rijke amateurs vertrouwden hem. Op een wintermorgen, toen hij in catalogussen van collega s zat te speuren, hoorde hij vlak bij zich een zachte en beschroomde stem: ..Meneer, koopt u ook boeken ?” Penny keek op. en zag een jong en knap en schuw meisje, en hij ging staan. „Zeker miss,” beantwoordde hij de even gewone als overbodige vraag (want op zijn uithangbord stond, dat hij boeken kocht). ..Heele bibliotheeken en de kleinste hoeveelheden. Hebt u er te verknopen ?' „Mijn moeder.” zei ’t meisje. ..de boeken die vader naliet. Misschien wilt u eens komen kijken ?” ..Met genoegen,’zei Penny. „Zijn ter veel ? En van welke soort?” „Technische boeken. ’ gaf t meisje ten antwoord, „maar er zijn andere ook bij. Wel n tweehonderd samen. Als u morgen kon komen — Mayfield Terrace 12 — want we moeten overmorgen verhuizen.” „En de naam T“ vroeg Penny, noteerend. „Burland/* Burland — Burland — de jonge man peinsde over den naam. toen 't meisje ging. O ja, dat moest de dochter zijn van dien John Burland. die vorig jaar gedood was door een ontploffing in de fabriek van Ramsdale, Natuurlijk een technicus. ... t Meisje had hij óók meer gezien — zeker inden kruidenierswinkel.... Voor twintig pond kreeg Penny de boeken — en meer bevrediging van zijn nieuwsgierigheid, dan hij eigenlijk noodzakelijk vond. De spraakzame weduwe had hem verteld, dat haar man een uitvinder was geweest, en misschien wel schatrijk was geworden, als hij langer had geleefd. — en dat haar dochter onderwijzeres was. — en dat ze gedwongen waren, kleiner te gaan wonen, want ze hadden van de fabriek maar een pond per week pensioen, en dat was nog een gunst.... Penny liet de boeken in een handkar laden, en sprak onderwijl nog wat met de dochter. Een heel erg lief meisje, besloot Penny in zijn eenvoud, en hij had medelijden met haar. Ze had verdiend dat ze t goed kreeg. Als haar vader was blijven leven, en werkelijk iets goed had uitgevonden — wie weet...,? Et waren meer voorbeelden van fortuinlijke uitvinders — ook in Wolborough zelf. Praatte op ’t oogenb.lik niet iedereen, die wat van industrie wist, over Ramsdale s Multiplex? Daar was Ramsdale niet alleen beroemd mee geworden, maar hij verdiende er schatten aan. Hij kon niet eens zooveel machines fabriceeren. als er gevraagd werden! Maar Burland was dood, en zijn weduwe en dochter moesten de resten van zijn onderzoekingen verkoopen.... Dien avond sorteerde Penny de boeken, en vond dat er eenige dure werken over machinebouw bij waren. Die verkocht hij wel, in een industrie-stad. Hij bladerde wat in twee of drie van de grootste boekdeelen, om te kijken naar de figuren en uitslaanbare platen — en plotseling viel er uit één daarvan een papier, waar enkele regels op geschreven stonden. Penny raapte ’t gevouwen vel op, en las: „Memorandum over de uitvinding van mijn machine, de Burland’s Multiplex; 6 October 1901; John Burland.” Lang staarde Penny naar de ietwat stijve letters — ’t schrift van iemand, die zelden een pen gebruikte — sloot toen zijn winkel, borg de boeken weg en ging naar boven, naar de kamer waar hij eenzaam leefde. FORD LEENT TWEE CENT om een postzegel te koopen ; deze, voor hem waarschijnlijk wel zeldzame gebeurtenis, overkwam den multi-millionnatr. toen hij de eerste Edison-jubileum-postzegel kocht, welke worden uitgegeven ter gelegenheid van het feil, dat Edison een halve eeuw geleden zijn electrische lamp uifvond. II Penny voelde dat er in dat papier een raadsel, een mysterie school. Burland’s Multiplex? Waren er dan twee Multiplex-machines uitgevonden? Of.... De gedachte gaf hem een zonderling gevoel van moreele weeheid, en stil als een samenzweerder stak hij de lamp aan, en ging zitten, om de boodschap van een doode te lezen. ..Mem. over Burland’s Multiplex. Eerste idee van deze machine x zeven jaar geleden — waarschijnlijk winter 1894. Daarna bijna geregeld aan dat idee gewerkt. Nooit met iemand over gesproken - zelfs niet met mhr. Ramsdale. Teekeningen begonnen in 98. Teekeningen voltooid 1900. Eerste model gemaakt in 1900. Het vernietigd 1900. Tweede model begonnen zelfde jaar. Vernietigd zoodra ’t voltooid was. Derde en definitief model begonnen April 1901. Voltooid 29 September 1901. Perfect. Zeker een van de beste machines die ooit zijn uitgevonden. Teekeningen en model aan mhr. Ramsdale gegeven, ter bezichtiging en om advies over 't verkrijgen van patent en in den handel brengen, heden 6 October 1901. Dit zal mijn 33ste patent zijn, en het zal mij een groot fortuin opbrengen. John Burland.” De ontdekker van dit geschrift zat verslagen. Penny was een eenvoudig maar schrander mensch, en twijfelde er niet meer aan, of Ramsdale had partij getrokken van Burland’s plotselingen dood, om de uitvinding en het patent op zijn eigen naam te brengen. Het succes was ontzaglijk geweest. De machine had in alle spinnerijen een revolutie teweeggebracht. Men zei dat Ramsdale, tevoren al een rijk man. nu multi-millionnair was. En aan de vrouw en dochter 7
PDF
Nummer
1929, nr. 25, 22 juni 1929
Blad
10
Tekst
P A N O R A M A No. 2 5 2 2 J l) N I van den uitvinder geeft ie een pond per week! De schurk’*’ Maar wat moest hij beginnen? Welke macht kon de ridderlijkheid van een tweede-handsboekverkooper uitoefenen? Hij moest iemand raad vragen. . . iemand die verstand van zaken had. en connecties... wacht! Zijn klant mr. Wilmington. alderman, gewezen mayor .. . diè zou den grooten Ramsdale wel aankunnen! Penny stak het document in zijn zak en ging onmiddellijk met de tram naar ’t huis van den raadsman, dien hij zich gekozen had. Hij deed daar zijn verhaal, dat groote verbazing en een zeer ernstig gezicht veroorzaakte. „We zullen een paar feiten precies moeten nagaan, beste jongen,’ sprak de oude heer. „Eerst die ontploffing, waarbij Burland omkwam,” — en hij greep naar een deel van zijn ingebonden Wolborough Observer — „te beginnen met 6 October . .. Kijk, daar is ’t al — op 7 October heeft dat ongeluk plaats gehad. Precies den dag, nadat hij dat memorandum schreef!” „En precies den dag, nadat hij ’t model aan Ramsdale gaf,” mompelde Penny, terwijl Wilmington een bundel kleinere bladen nam. „Dit is de officieele publicatie van het patent-bureau,” zei hij al bladerend, „als een uitvinder zijn aanvraag ... met teekeningen en zoo. .. indient, wordt dat allemaal onderzocht. . . dat duurt ’n week of zes, acht. . . dat klopt! Ramsdale’s Multiplex staat aangekondigd in December! Dus heeft hij in October de aanvraag gedaan! Jongen, Penny, als Burland’s memorandum waarheid spreekt, dan heeft die Ramsdale een allergemeensten streek uitgehaald!” „En wat moeten we nu doen, sir?” vroeg Penny. Wilmington keek op zijn horloge. „’t Is half negen,” zei hij peinzend, „de avond is nog lang genoeg om iets te doen. Maar wij kunnen ’t niet af. Kom mee — we gaan naar mr. Cheswick. Als die Ramsdale aanspreekt, zal Ramsdale wel luisteren. En nu is ’t daar de beste tijd voor. Want Ramsdale doet zijn best om ’n handvat aan zijn naam te krijgen, knight of baronet of zooiets... en als dit gevalletje uitkomt, is zijn kans daarop verkeken!” III Penny kende bij reputatie de schranderheid van mr. Cheswick; in ’t eerste gedeelte van het gesprek tusschen Wilmington en den rechtsgeleerde kon hij die schranderheid constateeren... tot zijn ontmoediging. De advocaat stelde zich kalm op Ramsdale’s standpunt, en bewees, dat er met ’t memorandum alleen eigenlijk niets te beginnen was. Ramsdale was geen kind! Hij had zijn maatregelen natuurlijk genomen! „Wij zouden moeten aantoonen, dat Burland precies dezelfde machine heeft geconstrueerd, die nu als Ramsdale’s Multiplex bekend staat. Wij gelooven dat Martin Ramsdale een gewetenlooze dief is; maar hoe zullen we 't bewijzen?” Het gevoelige hart van Alfred Penny zwol van verontwaardiging, die zijn verlegenheid jegens die twee groote mannen overwon. „En die arme vrouw met haar dochter ?” riep hij uit, „moeten we die dan zoo maar in den steek laten?” „Daarover gaat ’t tweede deel van mijn betoog,” vervolgde Cheswick. „Om iets voor de dames te bereiken, moeten we Ramsdale over de brug jagen door schrik: door hem te overbluffen.” „Hoe dan?” vroeg Wilmington. „Door hem den indruk te geven, dat wij in ’t bezit zijn van... enfin, dat we veel sterker staan dan we staan. Meneer Penny, schrijft u nu eens ’t adres van mevrouw Burland op. Zoo. Komt u nu morgen om dit uur hier — dan is Ramsdale er ook. U zegt niets, als ik ’t u niet vraag... LI figureert als de menschen die weten, — die méér weten dan we Ramsdale vertellen zullen, hè? Da’s de eenige manier: bluf, pure bluf!” „En denkt u, dat de dames er wat aan hebben zullen ?” vroeg Penny, toen de advocaat zijn bezoekers uitlieL Cheswick glimlachte even. „II zult ’t plezier hebben, ze ’t goede resultaat te gaan meedeelen,” zei hij. IV Ramsdale, de eigenaar van de wereldberoemde machine-fabriek die zijn naam droeg, voelde zich den volgenden morgen meer dan tevreden. De Multiplex bracht goud op. Hij had al aan drie andere fabrieken concessie gegeven, de machines te bouwen — tegen behoorlijke provisie, ’t Moest zoo nog wel een jaar of drie duren — en hoe rijk hij dan wel zou zijn, kon hij niet eens berekenen. Gewetensbezwaren had hij niet. Als Burland nog geleefd had, zou Ramsdale de uitvinding van hem gekocht hebben. Nu gaf hij Burland’s familie een pond per week — voor zulke menschen valt een pond er heel aardig in! ’t Meisje was nu twintig. . . veronderstel dat ze zeventig werd, — dan ontving ze 4. 2.600. ’n Knap sommetje vond Ramsdale, en zeer voldoende! De overgroote tevredenheid van het oogenblik was veroorzaakt door twee brieven; de eene kwam van het Parlementslid der stad, en bevatte de verzekering, dat ’t met den adelstitel gelukt mocht heeten. De andere was van een groote machine-fabriek, die 10.000 machines wou bouwen, en 4 10 per stuk aanbood, contant bij de teekening der overeenkomst. Ramsdale hield van zulke brieven: 4' 100.000 voor ’t teekenen van een stuk papier... En hij zat proeven te nemen op zijn toekomstige handteekening: Sir Martin Ramsdale, Bart., toen een klerk ’t privé-kantoor betrad en een brief overreikte. „Van Cheswick en Radboume, meneer,” zei hij; „wordt niet op antwoord gewacht.” Ramsdale bleef zich nog even amuseeren met zijn adeldom; toen, even glimlachend om zijn eigen kinderachtigheid, sneed hij de enveloppe van Cheswick en Radboume open. Een minuut later stond hij op van zijn bureau, met een gevoel in zijn hersens alsof er een ruwe slag in gegeven was. En even vlug ging hij weer zitten — en staarde en staarde weer naar de weinige strak geformuleerde zinnen. Zijn brein verhelderde geleidelijk en nuchter zag Ramsdale de waarheid in ’t gezicht: hij was ontmaskerd! Hoe ’t mogelijk was, begreep hij niet. Niemand kón iets weten. Maar Cheswick was een man van feiten — en Cheswick ontbood hem, dwingend, tegen drie uur. Toen hij, klokslag op tijd, Wilmington en Cheswick zag zitten, met een bescheiden jongmensch, dat hij niet kende, wist hij zijn vrees te verbergen achter bravour. Hij wierp den brief van den advocaat op diens bureau, en vroeg wat dat beteekende. Kalm schoof Cheswick den brief terug. „Kom, meneer Ramsdale,” zei hij, „zóó wint u niets. Hoe eer u begrijpt, dat u in onze macht is, hoe beter het voor u zijn zal. U kunt niet willen, dat de heele wereld weet, wat wij weten. Wéten, begrijpt u? De machine die u hebt uitgevonden, hebt u heelemaal niet uitgevonden. Nog geen schroefje er van. Den vijfden October hadt u er nog geen flauw idee van — den zesden bracht Burland u model en teekeningen — den zevenden verongelukte de stakker in uw dienst — den achtsten beschouwde u uzelf als den uitvinder en eigenaar van de Multiplex. We weten wat u weet — en omgekeerd: u weet b.v. evengoed als wij, dat u dien titel, waarnaar u hengelt, nooit krijgt, als u voor ’t publiek staat als een gewone dief. LI verstaat me ?” Ramsdale’s oogen glinsterden en de aderen van zijn voorhoofd zwollen op — maar hij kende Cheswick, en zijn eenig verzet was de vraag: „Waar is het bewijs?” „Hier,” zei Cheswick, zijn hand leggend op een gevouwen papier, dat vóór hem lag, en daar en daar,” wees hij naar Wilmington en Penny. „Wat wenscht u ? Herstel van onrecht — of aanklacht?” „Dat is toch zeker een zaak,” opperde Ramsdale. „waar ik niet over kan beslissen zonder nadenken?” „U hebt er ’n heel jaar over kunnen denken,” gaf Cheswick terug, „daar kunnen geen tien minuten meer bij. Ik heb volmacht van de nagelaten betrekkingen — met ’n betamelijke som willen ze genoegen nemen.” Even dacht Ramsdale na. „Een woordje met mr. Cheswick alleen dan,” zei hij. Een kwartier later zat Alfred Penny in een cab, om mevrouw Burland een strook papier te brengen, waarop stond : Gelieve te betalen aan Mts. Burland of order tweehonderd vijftig duizend pounds. Martin Ramsdale. En toen hij dat papiertje had overhandigd, feliciteerde hij niet en kuste niet, maar holde hard weg. Een week later echter stond miss Burland weer in zijn winkel en joeg een blos op zijn verbleekte wangen. „Meneer Penny,’ sprak miss Burland, „waarom hebben we u nooit meer gezien sinds u ons dat goede nieuws gebracht hebt ? Nu? Is ’t misschien omdat... om ’t geld, meneer Penny?” Penny’s wangen werden al rooder en rooder. „Meneer Penny,” ging miss Burland voort, al haar charme in het gevecht "brengend, „als u 's Zondags niet bij ons komt theedrinken, hoeft u er niet op te rekenen, dat ik ooit...” Zij zweeg en Penny vond de kracht om twee woorden te uiten : „Ooit. .. wat ?” fluisterde hij. Maar miss Burland schudde het hoofd. „Neen,” antwoordde ze. „ik hoef ’t niet te zeggen, want u komt, is ’t niet ?” Zoo kwam Alfred Penny aan zijn vrouw. Soms kwam hij Ramsdale op straat tegen en die keek dan alsof hij graag iets zou willen vragen en Penny’s gelaat werd strak als dat van een standbeeld der Deugdzame Terechtwijzing. 8
PDF
Nummer
1929, nr. 25, 22 juni 1929
Blad
11
Tekst
P A N O R A M A No. 2 5 2 2 JUNI LEGER ATHLETIEK-WEDSTRIJDEN, te Venlo gehouden, werden door Z. K. H. Prins Hendrik bijgewoond. Majoor Schallenbergh verklaarde Z. K, H. het werpen met handgranaten. \ G U R en Feiten DE ALGEMEENE N EDERLANDSCHE VEREENIGING voor Vreemdelingen verkeer bracht een bezoek aan Oirwhot. waar een Brabantsche koffietafel werd aangericht. Op de foto van l, naar r. de heer F, Heringa, mevr. Janssen, Baron Kraaijenhof en Burgemeester Janssen. 9
PDF
Blad 
 van 2380
Records 11306 tot 11310 van 11897