|
P A N O R A M A No. 2 5 2 2 J U N F
Röntgen bezig was. Maar als wetenschappelijk man ging hij natuurlijk terstond onderzoeken, hoe het nu met andere stoffen
gesteld was.
Reeds terstond kon hij constateeren dat alle lichamen deze
stralen doorlaten, doch in onderling zeer sterk verschillende mate.
Zoo bleek papier volkomen doordringbaar te zijn, zelfs al was het
een ingebonden boek van 1000 bladzijden. Dwars door dit dikke
boek heen liet de verbaasde ontdekker zijn nieuwe stralen schijnen,
en tóch zag hij het scherm nog duidelijk fluoresceeren. Glas liet
de stralen eveneens door, maar loodglas niet, een ontdekking die
later in de toepassing van het grootste gewicht is gebleken. Ook
lood, koper en de zwaardere metalen boden een veel sterkeren
weerstand; een loodlaag van 1.5 m.m. bleek zelfs reeds volkomen
ondoordringbaar te zijn.
Ten slotte constateert Röntgen in zijn eerste verslag reeds, dat
ook fotografische platen bijzonder gevoelig zijn voor deze wonderlijke stralen. Zeer tersnede merkt hij op dat men aldus zijn bevindingen kan vastleggen, ten einde
mogelijkheid eener vergissing van het
oog uit te schakelen.
elke
eigen
in het midden.
Röntgenfoto van een gewonde hand. Men
lette op den verminkten middelvinger en op
de metaalsplinters
Reeds aan den eenvoud van deze
heldere mededeeling herkent men den
genialen uitvinder.
Op het oogenblik, reeds 34 jaar
later, heeft weliswaar de wetenschap,
evenals ook de constructie-techniek.
reusachtige vorderingen gemaakt, maar
Röntgen’s woorden zijn nog onveranderd van kracht gebleven als de
grondslagen van dit nieuwe gezichtsvermogen.
De stralen zijn krachtiger geworden.
Men heeft er een grootere controle over
verkregen. Ook de middelen om de resultaten waar te nemen zijn dusdanig
verbeterd, dat men zelfs de kleinste
bijzonderheden kan onderscheiden. En
nog steeds houdt de internationale
wetenschap een wedloop in den vooruitgang.
Eerst kwamen de met gas gevulde
buizen, waarbij de straling door ionisatie ontstond: vervolgens werd door
den Amerikaan Coolidge de electronenbuis uitgevonden, waarbij in een
luchtledige buis de negatieve electronen onder
groote spanning van de gloeiende kathode op
de antikathode springen. De verdere
bespaar ik den lezer.
details
doordringende stralen hun
waren nauwkeurig in alle
ook
die
die
Ondertusschen hadden de overal
werk verricht. Gebroken beenderen
schilfertjes en brokjes zichtbaar geworden; de verwoestingen die
de tuberculose in de longen aanricht, waren door de X-stralen
precies aangewezen; en zelfs maag en ingewanden had men van
binnen leeren bekijken, want Röntgen had reeds in zijn eerste verslag den weg daartoe aangewezen: de eene stof is meer doordringbaar dan de andere; daarom liet men den patiënt *n bariumpapje
slikken, dat den darm vulde en dan de gewenschte contrasten liet zien.
Maar behalve voor het bekijken bleken de Röntgenstralen
nog voor andere doeleinden geschikt te zijn. Een toepassing
aan de lijdende menschheid veel heil zou brengen, doch
intusschen reeds bij vooruitbetaling haar loon had opgeëischt.
Want de Röntgenstralen bleken die lichaamsdeelen, welke zij
geregeld troffen, bepaald te vernielen en te verteren. Het weefsel
van huid en vleesch werd er door aangevreten, pijnlijke aandoeningen
ontstonden, knobbels, open plekken: ten slotte viel het lichaamsdeel letterlijk af. Vingers, handen, armen.... dit alles brachten de
pioniers der wetenschap ten offer aan de menschheid, en het duurde
dan niet lang meer, of ook hun leven werd opgeëischt door de
overal doordringende stralen.
Maar wanneer de X-stralen gezonde weefsels kunnen vernietigen,
dan kunnen ze ook ziekelijke uitwassen dooden. Door de spanning
laag dan wel zeer hoog te stellen, kan men stralen krijgen die niet
verder dringen dan tot de huid, of wel die tot in het diepste van
het lichaam doordringen, met voldoende kracht om een boosaardig
gezwel te vernietigen. Zoo kwam men tot de z.g. oppervlakte- of
huid-therapie en tot de diepte-therapie; en deze laatste vooral is
gewichtig in dienst van de kankerbestrijding.
Maar de stralen bleven ook hun moordende werk voortzetten.
Bescherming van lood werd weliswaar aangebracht, en reeds gingen
de behandelende dokter, de helpende zuster en de heele omgeving
in kleeding van loodgummi gehuld, schorten, mutsen, handschoenen,
loodglazen brillen, etc. De wanden en plafonds werden met looden
platen gepantserd, of uit bariumhoudend gesteente opgetrokken. De
dokter verschanste zich achter een looden muurtje, en bediende de
knoppen van het apparaat terwijl hij door een loodglazen venstertje
gluurde. En tóch slaagde men er op die wijze nooit in om de gevaarlijke stralen geheel vast te houden.
Dit is pas gelukt — het is streelend voor ons Hollanders om
dit te hooren — door een Nederlandsche uitvinding: die van de
Metalix-buis. Bestonden tot dusverre de Röntgenbuizen geheel uit
glas, zoodat de straling naar alle kanten tegelijk verspreid werd,
thans kreeg men een buis, waarbij de straling in een metalen middelstuk wordt opgewekt; dit metalen gedeelte wist men aan de loodglazen uiteinden vast te smelten, zóódanig dat enorme spanningen
(tot 220.000 volt!) konden worden uitgehouden. In het metalen
middelstuk blijft ’n klein rond venstertje open,
zoo beperkt men de straling tot één bundel,
dien men voorts naar willekeur kan richten en inperken. Geen wonder dat de
Metalix-buis van Bouwers weldra de
wereld veroverde. Was zij er eerder geweest, dan waren tal van kostbare levens
voor de wetenschap gespaard gebleven!
De spanning, waarmee gew'erkt
wordt, gaat tot 220.000 volt, zei ik
reeds. Men kan zich dus voorstellen dat
voor het opwekken van dergelijke spanningen omvangrijke en ingewikkelde installaties noodig zijn. Bovendien blijft,
al is het stralengevaar nu bedwongen,
toch altijd nog het gevaar van de hoogspanning, waardoor het omgaan met
dergelijke toestellen een groote mate
van oefening en technische kennis vereischt. Zoo kreeg de Röntgen-dokter
twee moeilijke en gevaarlijke dingen
tegelijk te doen: zijn installatie te beheerschen, en zijn stralen op medisch
gebied toe te passen. Niet alleen medicus moest hij zijn, maar ook electrotechnicus.
Hieruit mag men concludeeren dat
deze Röntgentechniek nog altijd niet
genoeg gevorderd was; want indertijd,
de eerste automobielen verschenen,
moest de bestuurder eveneens een ware
monteur zijn, terwijl tegenwoordig een ieder
zonder eenige technische kennis zijn auto
zelf rijdt. Dit kon pas geschieden nadat men alle elementen van
gevaar had bedwongen.
Dit nu is ongetwijfeld ook de richting waarin zich Röntgens
geniale uitvinding verder beweegt: de indiscrete stralen, die dwars
door alles heenkijken, binnen het bereik van iederen dokter te
brengen, doch pas nadat men zoowel het gevaar der stralen zelf
als ook het bezwaar der hoogspanning geheel aan banden had gelegd, en tevens de ingewikkelde constructie had weten te vervangen
door eenvoud en gemak.
De tegenwoordige toestand is, dat de oudere fabrieken blijven
doorgaan met het construeeren van steeds grootere en zwaardere
apparaten, terwijl daarentegen enkele jongere op dit terrein (ik
noem in de eerste plaats de Philips-fabrieken) met succes trachten
om door kleine, gevaarlooze en eenvoudige toestelletjes dit nieuwe
gezichtsvermogen binnen het bereik van iederen geneesheer te brengen.
Zooals elke dokter z’n stethoscoop bij zich draagt om naar de
verrichtingen der longen te luisteren, zoo heeft hij tegenwoordig
de beschikking over een draagbaar Röntgen-apparaatje, waarmee
zijn onderzoekend oog den patiënt tot midden in de borstkas bespieden kan.
En ondertusschen worden er buizen van steeds grootere capaciteit vervaardigd, die reeds cinematografische opnamen van het
kloppende hart kunnen maken, zoodat men weldra zijn eigen hart
op het verlichte scherm kan zien pulseeren!....
Terecht zei de Zweedsche professor Forsell, een der grootste
geleerden op dit gebied, in een toespraak tot de vergaderde
Röntgenologen der geheele wereld: „Röntgen heeft aan de Menschheid een Derde Oog gegeven.”
3
|