Panorama

Blad 
 van 2380
Records 11261 tot 11265 van 11897
Nummer
1929, nr. 23, 8 juni 1929
Blad
14
Tekst
PANORAMA No. 23 8 JU NI NAPOLEON op St. Helena. GLAIR PRINCE M idden in den Oceaan, 1600 mijl ver van Kaap de Goede Hoop, ligt St. Helena, het eiland van kraters en rotsen. Op het hoogste gedeelte, het plateau, buigen de boomen zich onder de winden, die duizenden mijlen over den Oceaan waaien zonder tegenstand te ontmoeten, en op het lagere gedeelte is het kil en vochtig, zoodat boeken, kleeren, schoenen, enz. spoedig met schimmel bedekt worden. De schepen, welke er aanleggen, nemen de brieven mee, die via Kaapstad of Zuid Amerika Europa bereiken. „Het duurt gewoonlijk 14 maanden, vóórdat wij antwoord op een brief kunnen verwachten,” schreef baron Stürmer in 1816 aan Metternich. „Ik kan u verzekeren dat de beschrijvingen van St. Helena, welke men in Europa hoort, niet overdreven zijn. Het is de meest eenzame, meest ontoegankelijke plek der wereld, gemakkelijk te verdedigen en zeer moeilijk aan te vallen, kaal, armoedig en het meest geschikt voor het doel, waarvoor het thans gebruikt wordt. Het is volmaakt overbodig om een of andere bevrijdingspoging te vreezen.” Daar bracht Napoleon zijn laatste dagen door. De natuur had gezorgd voor de beste en grootste middelen ter verdediging, en het Engelsche Gouvernement had er nog enkele aan toegevoegd. Overal zag men soldaten en schildwachten, kanonnen waren op de rotsen geplaatst en voor de kust kruisten wachtschepen. De strengste discipline heerschte op het eilandje. Overdag kon men de meeste plaatsen slechts bereiken met een specialen pas van den Gouverneur en s nachts kon men nergens komen zonder het wachtwoord te noemen. Het terrein rondom Napoleon's woning Longwood was geheel te zijner beschikking; daar kon hij zich in vrijheid bewegen. Zelfs de schildwachten betraden dit terrein alleen 's avonds en bleven er tot den volgenden morgen. Buiten het gebied van Longwood was echter iedere meter gronds bewaakt; wanneer Napoleon het verliet, werd hij steeds gevolgd door een officier, die hem geen oogenblik uit het oog verloor. Alleen wie de vereischte papieren en passen kon toonen — en dit waren er vele, welke alleen na streng onderzoek werden uitgereikt — werd op het eiland toegelaten. Na het laatste kanonschot mocht ’s avonds geen schip meer uitvaren en werd geen schip meer in de haven toegelaten. Voor de controle alleen hierop waren speciaal enkele officieren aangesteld. Napoleon was 46 jaar toen hij op St. Helena aankwam, een man dus die in de volheid van het leven uit dat leven was gedreven door eigen gaven en talenten. Zij die hem in zijn verbanningstijd gekend hebben, beschrijven hem als een eer klein dan grooten man met een groot hoofd en bijna vrouwelijk-kleine handen en voeten. Hij had blauwe oogen en donkerbruine haren; zijn gebit was slecht, en toen hij eenigen tijd op St. Helena was, begon hij te lijden aan zwaarlijvigheid. Lady Malcolm, echtgenoote van den Engelschen admiraal op het verbanningseiland, schreef in haar dagboek, dat zij getroffen werd door de zachte uitdrukking van zijn gelaat, juist het tegenovergestelde van wat zij verwacht had. Voor zijn getrouwen was hij de Empereur, voor zijn vijanden nog een man, die vrees en ontzag inboezemde. Niemand op het eiland durfde hem als zijn gelijke te behandelen. Zelfs zijn bewakers voelden respect voor hem; zoozeer was hij de man van zijn tijd, dat de bewakers gelukkig waren, wanneer hij zich gewaardigde hen aan te kijken of een enkel woord tot hen te spreken. Zijn persoonlijkheid beheerschte het eiland. Het huis dat hem was toegewezen, gebouwd van hout en steen, stond op het plateau op drie mijl afstand van Jamestown. Napoleon had er twee kamers in gebruik. In de eene kamer stonden het veldbed met de groene zijden gordijnen, dat hij bij Marengo en Austerlitz had gebruikt, de oude sofa waarop hij vele uren doorbracht, een eenvoudige waschtafel met een prachtig zilveren toilet-garnituur, de klok van Frederik den Grooten, die hij uit Potsdam had meegenomen, een portret van Josephine Beauharnais en, het kostbaarste van alles, een borstbeeld en twee portretten van zijn zoon, 1’Aiglon. In de andere kamer stonden eveneens een bed, een schrijftafel en een boekenkast. Bijna den geheelen dag bracht hij in deze kamers door, lezend, pratend of dicteerend, dikwijls onrustig heen en weer loopend van de tafel naar het bed. Hij kleedde zich iederen dag met groote zorg voor het diner, dat door livreiknechten in gouden of zilveren schalen werd opgediend, terwijl de muizen soms door de kamer liepen. Het tafelzilver en kristal was ongeveer het eenige wat hij uit zijn paleizen of uit de paleizen in de door hem veroverde landen in zijn ballingschap had meegenomen. Op 2 September 1816 schreef baron Stürmer aan Metternich : „Napoleon heeft meestal een slecht humeur. Indien hij lijdt onder de ballingschap, heeft dit geen invloed op zijn lichaam ; hij geniet een goede gezondheid en het laat zich aanzien dat hij nog lang zal leven. Niemand heeft nog kunnen achterhalen of hij berust in zijn lot ofwel nog hoop koestert en verwacht te herhalen, wat hij op Elba gedaan heeft. Soms hoort men hier, dat hij veel verwacht van de oppositie in Engeland. In ieder geval is het zeker dat hij nog steeds protesteert tegen zijn verbanning en dat hij op Longwood als keizer behandeld wenscht te worden. Gourgaud, Montholt, Bertrand, Las Cases en de anderen van zijn gevolg bewijzen hem alle eer en behandelen hem met de grootste onderscheiding evenals vroeger. Vreemdelingen die zulks wenschen, ontvangt hij; diners of partijen geeft hij nooit. Het is meestal middag eer Napoleon opstaat; daarna gebruikt hij een lichten maaltijd en blijft tot drie uur in zijn werkkamer. Om vier uur ontvangt hij de bezoekers, die belet hebben aangevraagd, waarna hij uit rijden gaat in een met zes paarden bespannen koets. Paardrijden doet hij hoogst zelden. 12
PDF
Nummer
1929, nr. 23, 8 juni 1929
Blad
15
Tekst
PANORAMA No. 2 3 8 JUNI Volkomen begrijpelijk is het, dat de aanwezigheid van den Engelschen officier, die hem buiten Longwood moet vergezellen, hem irriteert en pijn doet. Op zijn wandelingen tracht hij dan ook zooveel mogelijk de schildwachten te ontwijken, ’s Nachts staat hij dikwijls op om te werken. Hij is nu bezig aan zijn eigen levensbeschrijving; ook leert hij Engelsch. Zijn conversatie moet zeer interessant zijn, want hij laat zich spoedig geheel en al gaan, wanneer men het gesprek handig op een of ander geschikt onderwerp brengt. Hij spreekt echter heel weinig met ons, en hij ontvangt bijna alleen de Franschen die hier zijn.” Op Elba had Napoleon al zijn keizerlijke waardigheid behouden ; op St. Helena echter was hij een balling, een militair gevangene met den rang van generaal van het Engelsche leger. Sir Hudson Lowe had van het Gouvernement instructie gekregen om hem niet als keizer van Frankrijk, doch als generaal Napoleon Bonaparte te behandelen. Maar Napoleon’s interpretatie van het internationaal recht was deze, dat hij nog keizer was, gast van het Engelsche Gouvernement. Hij erkende daarom niemand als zijn bewaker. Dit was de stille strijd, dien hij op het afgelegen slagveld van St. Helena voerde tegen Engeland tot zijn dood. Hij dorstte naar nieuws, naar contact met de wereld waaruit hij gebannen was; hij zou dien dorst kunnen stillen door de afgevaardigden der verbonden mogendheden te ontvangen op Longwood, doch daarmede zou hij zijn staat van gevangenschap erkend hebben. Daarom heeft gedurende de zes jaar van ballingschap alleen Montchenu, die Frankrijk vertegenwoordigde, den Empereur gezien; en wat hij toen zag was het lijk van Napoleon. Tusschen Napoleon en Hudson Lowe was scherpe vijandschap. De keizer verheelde het niet dat hij den eersten Engelschen officier, die over den drempel van Longwood zou komen, zou neerschieten. Iedere brief van Lowe, die niet aan „keizer” Napoleon was geadresseerd, werd door Bertrand, zijn kamerdienaar, ongeopend teruggestuurd. Alleen het strenge verbod van Napoleon weerhield Bertrand om sir Lowe tot een duel uit te dagen; een duel was dan ook Bertrand’s eerste gedachte, toen zijn meester gestorven was. Dit alles werd beetje voor beetje ondanks de strenge censuur in Europa bekend, zoo vlug als de zeilschepen van die dagen nieuws konden overbrengen. Hudson Lowe hoorde er voortdurend verwijten over uit Londen, en ieder verwijt deed hem zijn maatregelen verscherpen, om te verhinderen dat er iets omtrent Napoleon en St. Helena bekend werd. Behalve de scherpe bewaking was er nog de moreele kwelling van de verlatenheid, de doodelijke gelijkvormigheid en de verveling op St. Helena. De atmospheer werkte op het zenuwstelsel. Spoedig werd men er prikkelbaar, zenuwachtig, humeurig. De adjudant van Napoleon, Gourgaud, was gedurende de laatste maanden zóó nerveus, dat hij om de minste onvriendelijkheid huilde. Balmain, de vertegenwoordiger van Rusland, klaagde: „Ik hoopte mij spoedig te acclimatiseeren op deze vreeselijke rotsen, maar het wordt met den dag ondraaglijker hier. Het klimaat werkt op mijn zenuwen en heeft mijn gezondheid vernield.” Het Engelsche Gouvernement gaf Napoleon jaarlijks 8000 pond voor eigen onderhoud en dat van zijn dienaren die, met inbegrip van de vijftig Chineesche arbeiders, ongeveer honderd personen telden. Gezien de omstandigheden op St. Helena, dat niet voldoende voedingsmiddelen voortbracht voor de plotseling zoo sterk uitgebreide bevolking, kon deze toelage niet ruim genoemd worden. Het eiland had den hoogsten levensstandaard ter wereld. Levend vee werd vanuit Brazilië ingevoerd, doch de dieren werden door de lange reis zóó uitgeput, dat het vleesch nauwelijks eetbaar was. Door de tropische hitte xverden levensmiddelen soms zoo spoedig ongeschikt voor de consumptie, dat zij daags na het koopen moesten worden weggegooid. Fruit en groenten konden niet worden geteeld, omdat de talrijke ratten alles verslonden. Verteld wordt dat Napoleon eens een gedeelte van zijn tafelzilver wilde laten verkoopen, om de provisiekamer van Longwood te kunnen vullen. Dezê en dergelijke gestes bedoelde hij vooral als demonstratie, als protest tegen zijn behandeling, doch hij bereikte er toch mede, dat zijn toelage op voorstel van Hudson Lowe werd verhoogd tot 12.000 pond per jaar. Volgens Montchenu had Napoleon geen gebrek aan geld. In een van zijn rapporten van Metternich spreekt hij er van „dat een man, die twintig millioen pond bezit, over ruime middelen kan beschikken, welke correspondentie met leden van de Bonapartistische partij in Europa mogelijk moeten maken.” Briefwisseling met Europa beschouwde men op Longwood als het grootste belang. Aan een officier, die met verlof naar Europa reisde, werd eens een som van 600 potid sterling aangeboden om één brief mee te nemen. De officier weigerde, doch het schijnt dat men bij andere gelegenheden wel kans heeft gezien om met het verre Europa in verbinding te komen. Ondanks de nauwgezette bewaking en de streng doorgevoerde censuur kwamen nu en dan brieven en berichten van Longwood naar Europa. NAPOLEON op St. Helena dicteert de geschiedenis van zijn veldslagen. 13
PDF
Nummer
1929, nr. 23, 8 juni 1929
Blad
16
Tekst
PANORAMA No. 2 3 8 JUNI HET NIEUWSTE PORTRET van den Engelschen honing stelt hem voor in de Westminster kathedraal, terwijl hij wordt geïnstalleerd als ridder in de Bathorde. Het schilderij, van mr. Fr, Salisbury, wordt thans geëxposeerd in de Grafton Galleries te Londen, *§a nietmetmif mee PROZAGEDICHT NAAR^.^^^'" J. L. PERETS DOOR c. j. hildesheim G a niet met mij mee, heerlijk, trouwhartig kind, droevig is de weg van den eenzamen zwerver.... En word ik eens zwak — En word ik eens zwak, door hartbrandend verlangen overvallen, neergeslagen door smarten; en ik kniel dan voor je neer, en smeek je met een stem vol heete tranen: „Kom!” — neig dan niet je oor tot mijn gebed.... Droevig is de weg van den eenzamen zwerver, door treurwilgen omzoomd, en gansch door hun schaduw verduisterd.... De hemel heeft hem verstooten; de aarde trok hem tot zich neer.... De straal van den heldersten, goudbeschenen dag, die door de rouw-nevelen dringt, wordt van allen vreugde-glans beroofd, en over den weg gloort even, vermoeid en bleek, een doode straal — een gestorvene!.. . Niet voor jou, mijn heerlijk trouwhartig kind, is de weg van den eenzamen zwerver... Tusschen de takken en bladeren der treurwilgen, die geen blanke hemel aanschouwen, waar geen vogels zich nestelen, zal je ziel gaan smachten naar korenvelden en gezang .... Op den schaduw-vollen weg bloeien geen bloemen, tevergeefs zullen je verlangende oogen hen zoeken.... O, ga niet met mij mee, heerlijk trouwhartig kind! Doof uit, kind, de vonk van barmhartigheid, die in je oogen gloeit; huiveringwekkend en vreemd is de weg van den eenzamen zwerver. Treur-wilgen omringen hem van alle zijden; beangstigend is het ruischen, dat ’s nachts door de zware takken en bladeren gaat.... Lang-verstomde klachten, die de hemel niet aan wil hooren, geween en tandengeknars van verstootenen en gevloekten — ’s middernachts ontwaakt dit alles en vermengt zich met het gejammer der zondige zielen, die zoekend rondwaren, en geen uitkomst meer vinden.... En niet vroolijker is de dag, n roode zon breekt even, toornig, door de aschwolken van verbranden, door het stof van hen, die nooit een graf zullen vinden in het oude land der vaderen.... Niet voor jou is deze weg, heerlijk trouwhartig kind! Ga niet met mij mee, heerlijk, trouwhartig kind, verschrikkelijk is de weg van den eenzamen zwerver. .. Verbrijzelde doodskoppen liggen er verspreid in de schaduw, doodskoppen van sinds langen tijd gestorvenen, die nooit begraven werden, en met hun holle oogen staren zij de wereld in, en roepen zwijgend: „waarom ? waarom?” En over lijken voert de weg; over vergeten, met doornen omwoekerde graven .. . Dat zijn de graven van de hardnekkige, onbuigzame koningen, die eens Gods hoogen troon hebben bestormd, en daarna, over14
PDF
Nummer
1929, nr. 23, 8 juni 1929
Blad
17
Tekst
PANORAMA No. 2 3 8 J U N I wonnen en van den duizel-hoogen hemel naar omlaag geslingerd, vruchteloos vergetelheid en troost hebben gezocht in den schoot der op aarde geboren dochteren ... tot hun levenslicht voor altijd werd gedoofd ... De aarde heeft hen weer tot zich genomen, maar kan hen niet meer in zich opnemen! En luister, kind! Dikwijls, midden in den nacht, splijten zij open, de vergeten met doornen begroeide graven ... En zij, de koningen van voorheen, herleven, rijzen uit hun graf, staan op de aarde, en turen met een fonkelenden haat in de oogen naar den hemel omhoog, en heffen met donkere grim de vuisten naar Gods eerezetel; maar dan daalt weer hun hand, en radeloos van woede en schande bijten zij wild in hunne vingers waarom zijn de armen zoo kort ? Ga niet met mij mee, heerlijk trouwhartig kind! En als ik eens daarom mocht smeeken, wend je dan haastig weg van mijn gebed, en schud het af, als een groene worm, die van uit een boom op je boezem valt! Daar dolen de schaduwen van het ongehoorde, van het ongeschapene ; onrustige schaduwen, die, tegen den wil van God, zich losscheuren naar het licht en het leven vóór den vastgestelden tijd, eer Hij hen met vleesch en bloed heeft bekleed. Vol levenshonger zijn de weerspannige geesten, en wee hem, dien zij op hun weg vinden.... zij rooven alle kleur van de wangen; zuigen het licht uit de oogen weg, en drinken langzaam al het bloed uit het hart... levenshongerig als ze zijn.... Niet voor jou is de weg van den eenzamen zwerver. ... En word ik eens zwak; vermoeid door smart en verlangen, en kniel dan voor je neer, en smeek je om medelijden — „kom verlaat mij niet” — luister niet naar mijne bede! Blusch de vonken van barmhartigheid in IN NEW YORK zal bij Park Avenue en Lexington Avenue het nieuwe Waldorf-Astoria hotel worden gebouwd, dat 2000 kamerszal bevatten. In de herfst van 1931 hoopt men met den bouw gereed te zijn. je oogen, en al het verlangen, dat ik in je heb gezaaid, ruk het als een doorn uit je hart! „Zie hoe toornig-dreigend zich de hemelboog over mij welft!... Ga heen, kind!, opdat de donder, die voor mij wordt gesmeed, jou niet onverhoeds treffe! Niet dit heeft je moeder, toen zij over je wieg zich boog, voor jou gezongen! Niet deze woeste droom hebben maan en sterren in de stille, zoete nachten voor ’t venstertje van je kleine kamer geweefd! Keer terug tot je rust, mijn kind! Zie, toornig en duister welft de hemel zich boven mij. En tusschen de boomen, die vol schrik in de duisternis opeengedrongen staan gloort even een lichtschijn.... je thuis, je zoet-gezellig, stil thuis! Met warme blikken wenkt het je toe, en roept zachtjes: „kom kind!... keer terug tot je rust!”.... Ga heen, nóg toorniger dreigt de hemel. Ga, waar je rust je wacht, kind, vlei je neer.... leg je hoofd op het kussen en fluister het nachtgebed! En hef je stille, zoete oogen naar den hemel en bid! Bid, dat Hij de donkere, zwarte wolk, die zich over je jongen, rein-blauwen hemel heeft uitgestrekt, doe wegttekken — vernietigd worde al het zaad van onrust en verlangen, dat ik met mijn zondige hand in je heilig-stil hart heb gezaaid.... En verdwijnen zal de schaduw, die de voorbijgaande eenzame zwerver op je reinstralende ziel heeft geworpen..,. Bid. kind! De hemel is op jóu niet vertoornd en zal je gebed zekerlijk verhooren! Ga niet met mij mee, lieftrouwhartig kind ! 15
PDF
Nummer
1929, nr. 23, 8 juni 1929
Blad
18
Tekst
PANORAMA No. 2 3 8 J U N I HET WISSELEND LOT. Prins Abdul Kadir, zoon van sultan Abdul Hamid bezat vroeger een vermogen van millioenen en verdient thans een bescheiden salaris als violist, in een Hongaarsch orkest te New York. ^Dingen VAN DEN D)AG DE BRIEVENBESTELLERS IN PARIJS, die een proteststaking van 24 uur hielden, amuseerden zich met kaartspelen, terwijl politie-agenten hun brieventasch en hun werk hadden overgenomen. 16
PDF
Blad 
 van 2380
Records 11261 tot 11265 van 11897