Panorama

Blad 
 van 2380
Records 11256 tot 11260 van 11897
Nummer
1929, nr. 23, 8 juni 1929
Blad
09
Tekst
P A N DRAM A No. 2 3 8 JUNI DE KLAS VAN 1903 door Christine Parmenter M oeder Martin stond voor haar venster en keek over het speelveld; het was er vol. Jongens,studenten en mannenvanmiddelbaren leeftijd liepen er, vroolijk en luidruchtig, elkaar blij groetend na de lange scheiding. Het was de reünie-dag van de klas van 1903. Moeder Martin merkte spijtig op, dat de meesten zeer veranderd waren; toch zag zij hen nog zooals zij jaren geleden door haar op den eersten schooldag ontvangen waren — kleine verdrietige jongens, die heimwee hadden. Een enkele had haar vergeten, maar bijna niemand, wanneer hij in de buurt van Holden reisde, liet de gelegenheid voorbij gaan om zijn oude school en moeder Martin te bezoeken. Vandaag zou zeker niemand haar vergeten. Zij streek haar zwarte zijden japon glad, toen er op de deur werd geklopt. Dat was misschien de eerste. Maar het was de nieuwe huishoudster, haar opvolgster. „Hebt u Brigham gezien?” vroeg miss Gibbs. „Ik heb hem opgedragen zijn kamer schoon te maken; het was er een afschuwelijke herrie. Als hij het voor het diner niet gedaan heeft, zal ik hem rapporteeren. Die jongen is zoo zorgeloos.” „Brigham is een goeie jongen,” verdedigde moeder Martin warm. „Zorgeloos, ja; maar hij is nog jong; als ik hem zie zal ik hem waarschuwen.” „Asjeblieft,” zeimissGibbs, en ijlde haastig heen. Moeder Martin zonk moe in haar armstoel terug. Zij was bang, dat het niet goed zou gaan op Holden. Een kwart eeuw was dit haar thuis geweest, en het was een mooie tijd. Nu was de oude president, die haar begrepen had, dood, en de nieuwe was zoo... zoo vreeselijk efficiënt, juist als miss Gibbs. Zij begrepen niet, dat kleine jongetjes die heimwee hadden, een moeder in de school moesten vinden, en dat men van een jongen moet houden om hem te winnen. Daar was bijv. Harry Brigham. Hij was driftig en koppig en vreeselijk slordig, maar er kon een man van gemaakt worden. Om dat te bereiken, was echter het systeem van miss Gibbs niet het goede. Moeder Martin vreesde, dat de kleintjes van het eerste jaar ongelukkig zouden zijn en haar erg zouden missen, zooals zij hen ook zou missen. Zij zou zich eenzaam voelen; het zou heel erg zijn Holden te verlaten, ondanks het ruime pensioen, dat zij gekregen had. Wanneer zij... De deur sloeg open. „Moeder Martin hebt u het gehoord. Dadelijk gaan de reünisten tegen het school-elftal voetballen, ’n Fijne wedstrijd zal dat worden, niet ?” „En je kamer?” vroeg moeder Martin. „Voor het diner zal miss Gibbs controleeren, of je het gedaan hebt.” De jongen schudde koppig zijn hoofd. „Ik doe het niet. Ik kan dien voetbalwedstrijd toch niet missen 1 — Ik zal vragen of Carry het doen wil voor een paar stuivers.” „En straf krijgen als miss Gibbs het hoort — Harry, ga gerust naar het voetballen kijken.” Zij nam haar werkschort uit de kast. „Doet u het?” juichte Harry. „Vlug,” maande moeder Martin. „De wedstrijd begint onmiddellijk.” Tien minuten later zei ze tot miss Gibbs: „Harry Brigham is naar den voetbalwedstrijd; zijn kamer is geHET VROUWELIJKE TWEEDE KAMER-LID van 1960 oefent zich in welsprekendheid. daan.” Haar schort verborg zij achter haar stoel. Toen zij het weer in de kast wilde hangen, ging de deur van haar kamer open. Moeder Martin schrok er van. „Oh, Leonard!” „Bent u ondeugend geweest?” vroeg Leonard. „U ziet er uit als een jongen die suiker heeft gesnoept.” „Och, Harry Brigham moest zijn kamer schoonmaken, en'die voetbalmatch ...” „Ik begrijp het,” lachte professor Leonard. Want hij was nu professor. Jaren geleden had moeder Martin hem voor het eerst op school zien komen — nu kwam hij er terug als professor. In het nieuwe schooljaar zou hij zijn leeraarsambt op Holden aanvaarden, Samen stonden zij voor het raam; moeder Martin wees de bekenden, die zij op de cour zag. Professor Leonard knikte afwezig. „Moeder Martin,” zei hij plotseling, „ik heb gehoord dat u weggaat. Waarom? De school zonder u is de school niet meer. Wilt u weggaan?” Haar lippen begonnen te trillen. „Willen? Hoe kun je dat vragen ? Ik .. . ben oud geworden, weet je, enne... ik denk dat ik overbodig ben geworden.” „Overbodig?” Het klonk hard en driftig, en het herinnerde haar aan den November-avond, heel lang geleden, toen Leonard in deze zelfde kamer stond en driftig stampvoette. Toen was het een kleine, onverstandige jongen, die een zwaren strijd moest voeren, en nu. . . professor, voor wien de jongens van Holden ontzag zouden hebben. „Ik denk,” vervolgde zij, „dat ik niet efficiënt ben.” „Efficiënt? Nonsens! Ik zal zorgen dat het niet gebeurt. Wat zal er van de jongens terecht komen, als u er niet meer bent?” „Doe dat vooral niet,” smeekte moeder Martin. „Ze zullen je niet begrijpen, jongen. De nieuwe president zal het beschouwen als een aanslag op zijn gezag, en ze zullen zeggen, dat je sentimenteel bent. Nee, je mag niets doen.” Maar professor Leonard Faroth bleef bij zijn voornemen en voerde het onmiddellijk uit, toen hij den president op de speelplaats zag. Deze luisterde geduldig naar zijn pleidooi, doch gaf zich niet gewonnen. „’t Is in het belang van de school, Faroth,” zei hij. „Zij is te oud geworden, en voor een goede tucht...” „Tucht?” herhaalde zijn nieuwe professor. „Als u onder tucht verstaat een harde discipline, die voor alles straf vraagt, hebt u gelijk. Dan moet miss Gibbs hier blijven. Maar vraagt u eens aan alle reünisten en aan alle jongens, alle klassen vanaf 03 die haar gekend hebben, of zij moeder Martin ooit bewust hebben voorgelogen, hoe vaak zij op haar aandringen een ondoordachte maar leelijke daad aan den president hebben bekend. Er is iets beters, iets dat karakters vormt, dan discipline, dr. Mc Callum.” Maar de president haalde zijn schouders op. „Wij erkennen haar verdiensten toch, Faroth, zij krijgt een ruim pensioen. En dan, we hebben haar kamer noodig. Uitbreiding van de school voor de jongens van het eerste en tweede jaar is absoluut noodzakelijk; er moet een nieuwe vleugel worden bijgebouwd, maar daarvoor hebben we geen geld, en nu moet de kamer 7
PDF
Nummer
1929, nr. 23, 8 juni 1929
Blad
10
Tekst
PANORAMA No. 2 3 8 JUNI KRACHT EN MACHT. van moeder Martin gebruikt worden, ’t Is de eenige oplossing.’ „En als het geld voor een nieuwen vleugel er was?” vroeg professor Faroth. „Hoe zou je het krijgen?” zei de president ongeloovig. „De jongens hebben reeds flink geofferd voor de inrichting van de nieuwe gymnastiekzaal.” „Wij zullen u laten zien, hoe populair moeder Martin bij ons was,” antwoordde de nieuwe professor. „Veronderstel, dat u zooveel geld krijgt, dat de nieuwe vleugel gebouwd kan worden met een mooie hall, die grenst aan de kamer van moeder Martin, zoodat zij de jongens altijd kan zien — stemt u er dan in toe dat zij hier blijft? Haarzelf en de jongens kunt u geen grooter plezier doen, en voor de school zal het goed zijn.” Aarzelend stemde de president toe: „Als het geld er maar is ....” Bij den laatsten gang van het reunisten-diner vroeg professor Faroth, gezeten naast den president aan de leeraarstafel, het woord: „Er is mij gevraagd iets te zeggen over de toekomst van Holden, maar ik wilde liever spreken over het verleden. Ik zou u graag een kleine geschiedenis vertellen. Gisteren hebt u gehoord, hoe dr. Mc. Callum mij als den nieuwen leeraar aan de jongens heeft voorgesteld. Hij sprak zeer vleiend over mijn eigen studietijd hier, en in alle bescheidenheid wil ik erkennen, dat de president de waarheid sprak. Ik heb weinig dingen gedaan, waarover ik mij moet schamen. Toen zag ik iemand onder het gehoor, en ik wist tegelijkertijd aan wie ik dat te danken had. Die iemand was moeder Martin.” Het applaus klaterde ; niemand van de klas van 1903 had moeder Martin vergeten. „Wij hebben veel herinneringen aan haar,” ging professor Faroth verder, „maar één gebeurtenis vooral weet ik nog, alsof het gisteren is voorgevallen. Het was in mijn tweede jaar. Misschien weet u nog, dat ik bij al mijn andere gebreken tamelijk opvliegend was en koppig. Voordat ik naar Holden kwam, was het nog niemand gelukt, mij geheel te beheerschen. Als laatste middel zag mijn vader de kostschool; natuurlijk verzette ik mij ertegen. Ik had toen geen moeder meer. Bovendien was ik in mijn jeugd abnormaal gevoelig, overgevoelig. Een onverdiend standje bedierf wekenlang mijn humeur, en voor straf, die niet verdiend was, wilde ik wraak nemen. Op zekeren dag verweet de president in het bijzijn van alle jongens mij iets, waaraan ik volkomen onschuldig was. Laat ik er bij zeggen dat het de eerste vergissing was van onzen ouden president en ook de laatste. Ik zocht naar wraak. Ik kon zooiets niet vergeven en ik zocht naar een middel om den president gevoelig te treffen. In dien tijd waren glas-in-lood ramen zeer in de mode. De president had ze laten maken in zijn studeerkamer; hij was er trotsch op en betreurde het zeer, toen door een of ander' ongelukje een der ruitjes was gebarsten. Zoodra ik dat hoorde was mijn plan gereed. Wanneer de president treurde over dat ééne ruitje, hoe zou hij het dan wel voelen als alle ramen vernield waren? Op een Novemberavond was ik gereed voor mijn wraakoefening. Met een zak vol flinke steenen stond ik op de speelplaats. Alle omstandigheden waren mij gunstig. Niemand had mij gezien, mijn kamergenoot was ziek, en er woei een flinke storm. Maar toen ik gereed was om mijn eersten steen te gooien, verscheen eensklaps moeder Martin in de deur van haar kamer. Het was een ideaal moment om een ruit te vernielen, want op hetzelfde oogenblik knalde een donderslag, zooals ik nog nooit gehoord had ; moeder Martin zag mij bij het licht van den bliksem. Ik was woest van drift en teleurstelling, maar u weet allen hoe het bij moeder Martin was: ik moest mij overgeven en ze nam mij mee naar haar kamer, dezelfde kamer waar ik haar gisteren bezig zag, toen zij de knie van een kleinen jongen verbond. Ze zei alleen: „Als je mij eens vertelde, wat je van plan was, Leonard?” Maar ik vertelde niets, niet omdat ik boos was op moeder Martin, maar op den ongelukkigen samenloop van omstandigheden. Zij vroeg niet verder, nam haar werkmandje en plaatste eene schaal met koekjes en toffees voor mij op tafel — u kent allen nog dat beroemde schaaltje, denk ik. Twee uur heb ik daar gezeten, koppig en mokkend en toen duurde het nog een uur, eer zij de geheele geschiedenis van mij wist. Toen ging zij praten; ik denk dat ’t het keerpunt in mijn leven was. Zij hield de fijnste speech over het lage van wraakneming en over karaktervorming, die ik ooit gehoord heb. Zij bracht mij er zelfs toe om den volgenden morgen naar den president te gaan en alles te vertellen. Tot op den dag van heden ben ik haar dankbaar voor de les, die zij mij toen gegeven heeft. Wij allen hebben een of andere reden om moeder Martin dankbaar te zijn. Maar moeder Martin, de zorgzame, opgewekte moeder Martin met haar grooten invloed ten goede, moet Holden verlaten. Men heeft haar kamer noodig. Maar er is ook een ander plan, en als dat uitgevoerd zal worden, kan zij op Holden blijven. Daarvoor hebben wij geld noodig.... Dr. Mc Callum keek nieuwsgierig naar de reünisten. Het waren nu geen advokaten, industrieelen, geleerden, zakenmenschen; het waren weer kleine jongens, die huilden van heimwee en getroost werden door een lieve, bezorgde vrouw, welke hen aan hun moeder herinnerde. Moeder Martin. Toen sprong een dikke bankdirecteur op, greep een fruitschaal van de tafel en ging de zaal rond, na zelf een flinke cheque gedeponeerd te hebben. „Daar gaat de nieuwe auto van mijn vrouw,” grinnikte hij vergenoegd. „Mijn reis naar Hongarije zal een maand korter duren,” zei een groothandelaar, terwijl hij een stapeltje bankbiljetten offerde. Een hooggeplaatst ambtenaar aan het ministerie ledigde zijn portefeuille en zei: „Ik geen motorboot en mijn dochters geen reis naar Zwitserland.” In het verste hoekje van de zaal zat de directeur van een spoorwegmaatschappij. Hij had aandachtig naar professor Faroth geluisterd; hij dacht terug aan een herfstavond — zijn derden dag op Holden, toen hij als kleine jongen in bed lag en een zachte hand zijn pijnlijk been verbond en een vrouw naast zijn bed bleef zitten, tot het huilende jongetje in slaap was gevallen. Moeder Martin wekte vele aardige herinneringen. Toen de schaal bij hem kwam, legde hij er een cheque op; de dikke bankdirecteur las het bedrag en lachte tevreden. De directeur van de spoorwegmaatschappij tikte tegen zijn glas en speechte: „Ik geloof dat we Faroth, de ster van de klas 03, dankbaar moeten zijn voor zijn plan. De jongetjes van vroeger, die heimwee hadden en zich eerst verzoenden met het schoolleven toen moeder Martin hen getroost had, hadden een schuld te vereffenen tegenover haar, een eereschuld. Ik geloof dat wij allen graag deze schuld betaald hebben, en ik stel voor dat de nieuwe vleugel, die nu gebouwd kan worden, naar moeder Martin genoemd zal worden.” Weer trilde de vloer van het applaus. Dr. Mc Callum zelf klapte flink mee en dacht aan de woorden van zijn nieuwen professor over tucht en karaktervorming. Deze mannen waren indertijd door moeder Martin wel goed gevormd. Moeder Martin in haar kamer hoorde het applaus ook en dacht: „De jongens hebben veel plezier. Ik denk dat iemand uit de klas van 1903 gespeecht heeft.” 8
PDF
Nummer
1929, nr. 23, 8 juni 1929
Blad
11
Tekst
No. 2 3 8 JUNI DERBY 1929 — De aankomst van een der extra-treinen met belangstellenden voor de Derby-races. het groote paardensport-evenement in Engeland. VAM 'r Srdj^i9I A"*' cRS? X^het hoT,v„nst ‘n M- ^ka‘hedef) DE VESUVIUS. Gezicht op een der kraters van den Vesuvius, die sinds Dinsdag weder in werking is. De berg was geheel in rookwolken gehuld, zoodat hij vanuit Napels niet meer zichtbaar was. HM TE HOOGMADE is een gedeelte der R.K, kerk ingestort. De kerk was, na een onderzoek door architecten. reeds ontruimd; persoonlijke ongelukken kwamen niet voor. De kerk zal nu verder worden afgebroken. 9
PDF
Nummer
1929, nr. 23, 8 juni 1929
Blad
12
Tekst
PANORAMA No. 23 8 .T U N I Panorama van Valkenburg. H et Zuiden van Limburg is het gedeelte van ons land, dat, rijk aan natuurschoon en natuurmonumenten die men elders niet vindt, den vacantieganger de toeristische genoegens van het buitenland schenkt in de eigen vertrouwde omgeving van het vaderland, vaderlandsche gewoonten en vaderlandsche taal. Wanneer wij nu en dan, met het oog op de naderende vacanties,streken van hier en over de grenzen in beeld zullen brengen, waar men vindt wat men in de vacantie zoekt, moeten wij beginnen met eigen land en kunnen wij niet beter beginnen dan met ZuidLimburg. HET HOOGSTE PUNT VAN NEDERLAND, het voormalig Vierlandenpunt (Nederl.,Duitschland, België en Moresnet) bij Vaals (322,5 M. boven A.P.), MERGELROTSENteValkenburg, waarin vroeger de rotswoningen werden uitgehouwen. BERGSPOOR als in het buitenland, in de omgeving bij Gulpen, 10
PDF
Nummer
1929, nr. 23, 8 juni 1929
Blad
13
Tekst
PANORAMA No. 2 3 8 JUNI Palamedes O p het eind van het officieele tooneelseizoen, terwijl ons geen noviteiten meer te wachten stonden, kwam de R.K. Studentenver. Sanctus Thomas Aquinas ons verrassen met een opvoering, die in meer dan één opzicht een gebeurtenis is geworden. Wij waren wel wat sceptisch gestemd: Vondels Palamedes door dilettanten, weliswaar gerecruteerd uit alumni der Amsterdamsche Alma Mater, maar dan nog hoofdzakelijk eerstejaars! De Palamedes, een tooneelspel dus dat buitengewoon hooge eischen stelt aan spelers en auditorium. Aan de uitvoerenden wegens de gebondenheid der taal, de ietwat lange monologen hier en daar en PALAMEDES. De Raadszitting ter bespreking van het z.g. verraad van Palamedes. Van l. naar r. Ajax (L. Lutz), Lllysses (J. Veraart), Agamemnon (L. Woltring), Nestor (J. Willems) en Diomedes (Ch. Ie Lorrain). de weinige bewegingsvrijheid hun gelaten. Terwijl van de toehoorders vooral een niet geringe dosis kennis gevraagd wordt van de oud-Grieksche zoowel als van onze eigen Nederlandsche historie, waarmee feiten en personen uit de oudheid worden geanalogeerd, mitsgaders een meer dan oppervlakkige bekendheid met de mythologie. De vraag was dus zeker gewettigd of deze studiosi niet in jeugdigen overmoed te hoog grepen door dit drama op hun reportoire te nemen. Maar het antwoord kan beslist ontkennend zijn. Natuurlijk kunnen we niet bevroeden in hoeverre het auditorium aan bovengestelde eischen voldeed, maar dat de executanten aan dit machtig werk elk recht hebben laten wedervaren, is zeker. Zoodat hun uitvoering geworden is een piëteitPALAMEDES (H, Disch), de titelrol in Vondel’s drama, waarmede hij voor de eer en de onschuld van Joh. v. Oldebarneveldt opktvam. PALAMEDES, onder regie van Paul Huf opgevoerd door de studenten van St. Thomas Aquinas. Agamemnon (midden) beschuldigt Palamedes van verraad. volle daad, een laatste maar zeker niet de minst verdienstelijke huldiging in dit herdenkingsjaarvanonzendichtervorst. Natuurlijk was niet alles feilloos; zoo was met name een meer liquide dictie of een donkerdergekleurd timbre van dezen of genen speler het geheel zeker ten goede gekomen. Maar dit zijn slechts kleinigheden die weinig afdeden aan het geheel, Een drietal namen willen we releveeren: Palamedes, lllysses en Nestor, respectievelijk uitgebeeld door de Heeren Harry Disch, Joop Veraart en Jan Willems. De eerste een edele figuur, een en al waardigheid, die én door zijn zeggingskracht én in zijn stil spel ontroerde en imponeerde. Had zijn grimeur den kop van Oldebarneveldt als model genomen ? Bij lllysses dachten we echter eerder aan den sluwen, geslepen staatsman dan aan den listigen geharden krijgsheld, die de vagabondeerende vorst van Ithaca toch zeker geweest is. Maar zijn vertolking zóó, als gewetenloos intrigant verdiende overigens allen lof. Ten slotte Nestor, de gebogen grijsaard die drie geslachten van menschen had aanschouwd en, „van wiens tong de Taal zoeter vloeide dan honig.” Ziehier een volkomen harmonische uitbeelding. Nobel van gelaat, gebaar en expressie; deze figuur was af. Dit is slechts een greep uit vele, j’en passé et des meilleurs. De groote lauwerkrans, waarmee aan het eind de onvermoeide regisseur Paul Huf omhangen werd, was dubbel en dwars verdiend. De meest verdienstelijke Vondelzegger heeft zich hier als een uitnemend Vondel-regisseur doen kennen. Ons rest slechts één wensch: laat deze voorstelling de eerste zijn van een lange reeks in het aanstaand seizoen. J. A. M. D. 11
PDF
Blad 
 van 2380
Records 11256 tot 11260 van 11897