Panorama

Blad 
 van 2380
Records 11251 tot 11255 van 11897
Nummer
1929, nr. 23, 8 juni 1929
Blad
04
Tekst
PANORAMA No. 2 3 8 J U N I Moderne Romantiek DOOR JAMES en YOUNG T oen eenigen tijd geleden in de Golf van Mexico het Britsche dranksmokkelschip Fm Alone tot zinken werd gebracht, werd de aandacht der geheele wereld nog eens gevestigd op een gebied, waar dag en nacht oorlog gevoerd wordt tusschen de schepen der Amerikaansche kustwacht en de dranksmokkelaars. Dit gebied omvat hoofdzakelijk de wateren rond de kusten van den staat Florida, waar de tallooze eilandjes, baaien en kreken den smokkelaars ideale mogelijkheden bieden. In het hieronder volgende artikel vertelt de Amerikaansche publicist James C. Young, die geruimen tijd ter plaatse heeft vertoefd, van dezen oorlog, die van beide zijden met volharding en listigheid gevoerd wordt. De officier van de kustwacht spreidde een groote kaart van Florida voor mij uit, waarop ook nog de Bahama-eilanden en een gedeelte van Cuba voorkwamen. „Deze oorlog,” verklaarde hij mij, want wij voeren hier oorlog — is als een schaakspel en dit,” hij wees op de kaart, „is het schaakbord: de kusten van den staat Florida en een paar duizend vierkante mijlen oceaan. Op ’t oogenblik wordt het spel hoofdzakelijk in het zuiden gespeeld, al laten wij ’t noorden, waar de dranksmokkelaars thans niet opereeren, daarom niet onbewaakt. Onze werkzaamheden bepalen zich tot het patrouilleeren op zee en langs de kusten; in ’t binnenland vervolgen wij de smokkelaars niet. Wel onderhouden we natuurlijk geregeld contact met de speciale politie daar. Haar taak is in zoo ver lichter dan de onze,” voegde hij er met een korten lach aan toe, „dat die nog al eens door de smokkelaars zelf vergemakkelijkt wordt, wanneer de leden van vijandige benden elkaar bestrijden. Hier genieten wij die assistentie niet en moeten tegen een vereenigde macht opereeren. Laat ik dan op voorhand verklaren dat wij den smokkelhandel hier niet volkomen keeren, niet kunnen MODERNE ROMANTIEK in Florida. Een rum-runner wordt door bende - genooten gewaarschuwd, dat een schip van de kustwacht in de nabijheid kruist. keeren. Er wordt geregeld sterke drank op de kust ontscheept. Maar de heeren ondervinden toch dat wij er zijn. Ik zei u dat hier schaak gespeeld wordt, nietwaar? Het is de beste vergelijking. Onze verst vooruitgeschoven stukken zijn de snelstvarende patrouille-booten de z.g. scouters — hun uiterste snelheid mag ik u niet noemen — zij bevaren een gebied van twintig tot honderd mijl uit de kust, en kunnen onafgebroken een week op zee blijven. Tusschen deze en de kust vaart een tweede linie van patrouillebooten; zij opereeren hoofdzakelijk in de nabijheid der kust en dienen ook als reserve voor de scouters. Hier en daar verspreid kruisen nog enkele kotters; zij verschijnen steeds daar, waar de heftigste strijd verwacht wordt. Want u heeft natuurlijk wel reeds begrepen dat wij hier niet op goed geluk af heen en weer varen; anders was het trouwens geen schaakspel. Al onze schepen staan radiografisch met elkaar in verbinding, en het hoofdkwartier vanwaar uit op deze wijze onze verplaatsingen gedirigeerd worden, is op ’t land, in Florida, gevestigd. Met alles wat ik u hier vertel en nog zeggen zal, openbaar ik volstrekt geen geheimen, want de smokkelaars weten dat allemaal even goed als wij. Met uitzondering van enkele op zichzelf werkende smokkelschepen, hebben zij ook hun goed ingerichte organisatie; de meeste van hun schepen hebben eveneens een radio-installatie aan boord, waardoor zij voortdurend in verbinding blijven met een centralen post op het land. Waar die zich bevindt, hebben we nog nooit kunnen achterhalen, en indien ons dat lukte, zou het voordeel nog heel problematisch zijn, want oogenblikkelijk daarna zou elders een nieuwe gevestigd worden. Eén verschil met het schaakspel bestaat er: zonder nochtans altijd den gunstigsten stand in te nemen, zijn wij altijd de aanvallers. De groote vraag is natuurlijk steeds waarheen wij onze stukken moeten verplaatsen. In de strategie van beide partijen speelt list en bedrog een groote rol. U kijkt vragend? 't Is heel eenvoudig. Beide hebben een geheime code, die echter slechts zoolang geheim blijft tot de andere partij die kent. Een valsche boodschap, vlug door ons opgevangen en ontcijferd, heeft de ontscheping van menige partij reeds mogelijk gemaakt. Maar valsche radiogrammen zijn ook oorzaak geweest, dat tal van smokkelschepen — op sleeptouw — een andere haven binnengeloodst werden dan waarvoor zij bestemd waren. De codes worden dan ook op onregelmatige tijdstippen gewijzigd. Een groote moeilijkheid is dat de wateren langs de drie zijden van Florida zoo druk bevaren worden; wij kunnen niet ieder schip, dat in zicht komt, aanhouden en onderzoeken. Bijzonder nuttig voor den verkenningsdienst zijn de vliegtuigen, waarvan wij ook hier gebruik maken. Hun radiogrammen aan den centralen post op Florida bepalen gewoonlijk onze bewegingen. Maar de heeren smokkelaars hebben voor hun operaties ook vliegtuigen in dienst; vinden zij ergens een vak van het schaakbord minder bewaakt, hun radiozender geeft oogenblikkelijk de noodige aanwijzingen waar de lading kan ontscheept worden. De smokkelvaart heeft hoofdzakelijk plaats tusschen de meest westelijke Bahama-eilanden en de kust; de afstand bedraagt hier en daar slechts 90 mijl en een snelvarend schip kan dien in eenige uren afleggen. Ook in de havens op Cuba wordt veel drank ingescheept. Voor het zeemanschap der smokkelaars heb ik alle respect. De wateren zuidelijk en zuid-oostelijk van Florida zijn gevaarlijk door talrijke ondiepten, en een leek kan wel begrijpen, dat een snelle vaart daar tusschen door en dan in stikdonkeren nacht, buitengewoon gevaarlijk is. En strandingen komen uiterst zelden voor! Maar zij verdienen goed. Een lading, die in de haven van inschepen 1000 dollar boekt, is er minstens 3000 waard bij de ontscheping in Florida. Of ze zich, indien ontdekt en binnen bereik van ons geschut, verzetten tegen inbeslagname ? Heel zelden; den prijs nemen we dan meestal gemakkelijk; maar kaarten, die aanwijzingen bevatten vinden we nooit aan boord. Zoo ontwikkelt zich steeds dit spel van vernuft en list en kracht, waarvan fortuin of premie en promotie de prijs zijn... en soms het leven.” Dezelfde wateren, waar eens piraten en boekaniers hun avontuurlijk leven leidden, zijn thans weer het tooneel van romantiek. Alle geschikte hulpmiddelen der moderne techniek spelen hier hun rol, maar het blijft toch romantiek, want ook durf, schranderheid, waakzaamheid en doorzettingsvermogen zijn hier van het grootste belang. De schipper die den stand van het spel kent, weet behoed2
PDF
Nummer
1929, nr. 23, 8 juni 1929
Blad
05
Tekst
PANORAMA No. 2 2 1 JUNI zaam maar vooral snel zijn schip tusschen de patrouille-booten en de ondiepten te manoeuvreeren, de lading wordt vliegensvlug gelost en hij is weer in volle zee vóór de stukken van de tegenpartij beduidend verplaatst zijn. Maar wee hem indien hij de positie der stukken niet kent; dan is er alle kans, dat hij plotseling zijn schip verlicht ziet door een zoeklicht en het einde is bijna zeker dat het smokkelschip aan het eind van een sleeplijn de patrouilleboot vergezelt naar de dichtstbijzijnde haven. Om aan de ondiepe kust te kunnen landen, zouden de smokkelaars van zulke kleine schepen gebruik moeten maken, dat hun bedrijf niet loonend zou kunnen zijn. De moeilijkheid is door een handige oplossing uit den weg geruimd. Met de bondgenooten aan land zijn bepaalde ondiepten een eind uit de kust vastgesteld. De smokkelschepen, daar aangekomen, werpen hun lading vliegensvlug over boord en verdwijnen weer in den nacht; de compagnons aan land komen later om de kisten op te halen. Deze methode wordt veel toegepast; in de beste geheime bars van de Floridasche badplaatsen schenkt men zelfs slechts drank uit fleschen, waarvan de toestand van het etiket aantoont dat zij in zee hebben gelegen. Dit geldt vooral ook als bewijs, dat de drank geïmporteerd is en niet afkomstig van inferieure, inheemsche geheime branderijen. Een der onaangenaamste ervaringen voor den smokkelhandel is geweest, toen verleden jaar een schip werd genomen, aan boord waarvan de kustwacht een kaart vond, die men vergeten had te vernietigen. Op die kaart waren een aantal ondiepten langs de kust met kruisjes gemerkt. Nu is de kustwacht een zeer actieve dienst en daarbij weetgierig, zoodat besloten werd ter plaatse eens naar de beteekenis dier kruisjes te speuren. De bemanning van de stoomsloep die er een dreg liet sleepen, haalde een kist flesschen „good old whiskey” naar de oppervlakte en bij die eene kist bleef het niet. Bovendien duurde het eenigen tijd vóór het den smokkelaars bleek, dat de kustwacht een van hun gemerkte kaarten in bezit had, met het gevolg dat nog menige door smokkelschepen over boord gezette lading door de kustwacht prompt werd opgehaald. Uit het vorenstaande is gebleken dat de smokkelhandel in sterken drank gedreven wordt door een uiterst sterke en modern ingerichte organisatie, die voor haar bedrijf gebruik maakt van radio en zelfs van vliegtuigen. Los van deze organisatie zijn er ook smokkelaars, die volkomen zelfstandig opereeren. Hij is de werkelijk romantische avonturier, die geen andere inlichtingen verkrijgt dan die zijn geoefend oor hier en daar opvangt. Zijn boot is meestal niet anders dan een afgedankte visschersschuit, die nog zeilen voert of voorzien werd van een motor. Steeds op zijn hoede MODERNE ROMANTIEK in Florida. De kustwacht houdt een verdacht schip aan om de lading te onderzoeken. vaart hij daarmee heen en weer tusschen de eilanden en Florida; zijn leven ligt in zijn eigen handen en zijn heele fortuin voert hij steeds met zich. Wordt hij gesnapt, dan is hij alles kwijt. Dat is de 18-karaats smokkelaar, de man die voortkomt uit dezelfde standen waaruit zooveel circusmenschen voortkomen, d.w.z. uit alle standen. In het geregelde maatschappelijke leven was voor hem geen plaats; vroeger zou hij cowboy geworden zijn, of goudzoeker; thans is hij „rum-runner”. Hij beschouwt zichzelf als een eerlijk man, en inderdaad vindt men hem niet volkomen vrij van die duistere karaktereigenschappen, die den beoefenaars van een dergelijk handwerk gewoonlijk eigen zijn. De kustwacht kent zulke figuren goed — en respecteeren hen in zekeren zin. Het hoofdkwartier van den georganiseerden smokkelhandel is waarschijnlijk gevestigd op Bimini, een der Bahama-eilanden, oostelijk van Florida. Van hieruit voeren eeuwen geleden de kapers uit, om de met schatten beladen Spaansche schepen aan te vallen. De voortschrijdende beschaving beroofde Bimini van haar belangrijkheid. tot de prohibitie haar die weer terugschonk. In zekeren zin heeft daartoe ook het toeval een handje geholpen. De geschiedenis, zooals de smokkelaars haar vertellen, is deze: Na den oorlog vestigde zich een Engelschman op Bimini. Hij was majoor geweest, in den oorlog verminkt en gegast, en kwam naar den zonneschijn van Bimini om genezing te zoeken. Lucht en zon gaven den majoor zijn gezondheid terug en daarmee energie. In de eenzaamheid van zijn palmeneiland kwam hij op de gedachte hoe gemakkelijk vanuit het Britsche Bimini de dorstige kelen in de Vereenigde Staten gelaafd zouden kunnen worden. Een afstand van 90 mijlen is niet groot voor een snelvarende motorboot, en de majoor begon op goed geluk en eigen gelegenheid de gedistilleerde producten van Old England in de States te importeeren. Daarmee verdiende hij meer geld dan hij ooit had durven verwachten. Hij begon grondig alle mogelijkheden in studie te nemen, met het gevolg, dat zijn bedrijf zich meer en meer uitbreidde. Thans is hij het hoofd van den georganiseerden smokkelhandel; varen doet hij sinds lang nog slechts op zijn eigen jacht en louter voor genoegen. Geruimen tijd geleden reeds heeft hij zijn eerste millioen verdiend; waarschijnlijk is hij aan zijn derde of vierde bezig. De actie der voorstanders van prohibitie moet hij op royale wijze finantieel steunen! De smokkelaars deelen u in hun verhalen mede dat „de Majoor” — zoo wordt hij algemeen genoemd — maar aan enkele ingewijden bekend is; zijn naam kunnen zij u niet noemen. Maar zeker is dat zijn macht in die streken onbeperkt is, want geen schip met sterken drank verlaat de Bahama-eilanden zonder zijn goedkeuring. Aldus zijn de toestanden rond de kusten van Florida; de handhavers der wet en de „rum-runners” voeren er dag en nacht strijd; aan weerszijden benut men alle hulpmiddelen der moderne techniek; voor avonturiers is het hier een dorado, de gelukkigen onder hen maken een fortuin, maar sommigen moeten de pogingen daartoe met hun leven betalen. Of, zooals de officier van de kustwacht het uitdrukte, men speelt hier een partij schaak — en wee dengenen die schaakmat gezet worden. 3
PDF
Nummer
1929, nr. 23, 8 juni 1929
Blad
06
Tekst
PANORAMA No. 2 3 8 JUNI j FAMILIEREGEERING in hef Engelsche Parlement. Mr. Arfh. Henderson en verkiezingen tot lid van hetEngelsche Parlement zijn gekozen. Mr. Henderson is reeds minister geweest in het eerste Labour kabinet van Ramsay MacDonald. ^Buitenland 'N STRAAT-KALENDER is de nieuwste versiering van de Parijsche straten. WAT ER OVERBLEEF van de vliegmachine van luit. Edw. Meodow, die bij de Amerikaansche legermanoeuvres gedurende een vlucht in botsing kwam met een ander vliegtuig. 4
PDF
Nummer
1929, nr. 23, 8 juni 1929
Blad
07
Tekst
PANORAMA No. 2 3 8 JUNI ENGELSCHE BELANGSTELLING in de politiek — de massa op Trafalgar Sqare op den avond van den verkiezingsdag, wachtend op berichten over den uitslag. IN DE DIRECTIE der Ned. Spoorwegen is benoemd met ingang van 1 Juli ir. E. C. W. van Dijk. EVENEMENT in de voetbalwereld. De vlag wordt geheschen om te verkondigen dat de voetbalclub Haarlem weer eerste-klasser is geworden. Een gelijk spel tegen Zeeburgia (1 — 1) was daarvoor voldoende. 5
PDF
Nummer
1929, nr. 23, 8 juni 1929
Blad
08
Tekst
PANORAMA No. 2 3 8 JUNI Inorukken en Herinneringen door J. de Meester. X G isteren toefde ik in een gezin, waar de zoon niet anderslijkt dan 'n nieuwe druk des vaders. Beiden zijn getrouwe klanten van Rottestad's eersten kleedermaker; beiden hebben het, ook bij den vader nog bruine, haar boven den linkerslaap recht gescheiden; beiden zijn rijzig bij zekere breedheid, ook den jongeling reeds eigen. Zooals eens zijn vader deed, studeert nu junior in de rechten. Er was helaas sprake van politiek: ik zit dan (overdrachtelijk gesproken, want de waarheid is ongelukkigerwijs minder sierlijk) met den mond vol tanden. Luisteren deed ik naarstiglijk. Want lang genoeg woon ik in deze stad, om dagelijks belang te stellen in het — misschien vóór mijn of althans vóór uw sterven nog klaar te komen — Verdrag met België. De vader, hevig anti-Brussel, ergerde zich niet weinig aan de vergoelijkende meeningen van ... zijn dubbelganger. Dit woord zegt waarlijk niet te v^el. Zoo de zwaarte van de stemmen al op verschil in leeftijd duidde, de klank, vooral de woorden zelf, de keus, de zinsbouw, heel de betoogtrant, zij troffen door een verbluffende gelijkenis. Dus kreeg ik in eenzelfde vocabulaire ’n beurtzang te hooren van voor’s en tegen’s. Waaraan was dat toe te schrijven? Leeftijd? Verblijf aan eenzelfde academie in verschillende tijdperken ? Maar beiden spraken ernstig en fel. En zoo ontving ik — niet voor het eerst! — den indruk, dat in eenzelfde zaak veel er voor kan zijn te zeggen en veel er tegen. De eigen meening schakel ik uit, nu; meer dan de vaderlandsliefde goedvindt: ik geef het effect weer van dat debat. Immers plaatste dit een gewoon verschijnsel in een licht, dat het tot iets zonderlings maakte. Dat in eenzelfde zaak met overeenkomstige dialektiek veel vóór kan te zeggen zijn en veel tegen, mijn hemel, als verslaggever in Raaden Rechts- en Nutzaal (om van de Fransche Kamer te zwijgen) heb ik het ervaren in welhaast alle dialecten van Nederland, vooral, wanneer ik de congressen op Paasch- en Pinksterdagen er in mijn souvenirs nog bijvoeg. Hier vroeg ik mij af: zijn dat nu de geslachten? dacht wat nu oud is per anders dan wat nu jong is of minder oud ? Telkens merkt men dat in de kunst, die ook daarmee dan geeft een beeld van het leven. Het treffende hier was, bij ’t verschil der meeningen, de gelijkenis der sprekers. Overigens doet de tegenspraak van een zoon altijd ietwat pijnlijk aan. Was het debat van gisteren voor mijn gevoel — de zaak, waar het om ging, buiten rekening gelaten — vooral grappig, door zóóveel verschil bij zoovéél overeenkomst, ruim drieen-veertig jaar geleden hoorde ik een tegenspraak, welke mij lichtelijk ontstemde en bij de herhaling onaangenaam trof, totdat ik ook daarvan de verklaring kreeg. Het was 107, rue de 1’Université te Parijs, aan een lunch bij Busken Huet de laatste week van Februari 1886. De heer des huizes wees een werk van Rembrandt, naar een gegeven dat deze meer dan eens heeft gebruikt, aan met een jaartal. Onmiddellijk kwam er tegenspraak van de overzijde der vierkante tafel. Rembrandt had dat onderwerp dat jaar in het geheel niet behandeld, althans bestond hier geen enkel blijk van: het door den heer des huizes bedoelde schilderij was van twee jaar vroeger. Later noemde de heer des huizes een Italiaansch kunstcriticus. U bedoelt.... En er volgde een andere naam. Beide verbeteringen kwamen.... van den zoon des huizes. Wat mij als gast verlegen maakte, was een ongeduldstrek op des vaders gelaat, 't Was de eerste maal, dat ik hen samen zag. Het is de laatste maal geweest. Den vader mocht ik nog tweemaal bezoeken. Toen, op een der eerste Meidagen van hetzelfde jaar, volgde ik den zoon op het kerkhof van Montparnasse achter de baar zijns vaders: deze was in den avond van den lsten Mei. na met vrouw en zoon gedineerd te hebben en druk met dezen geredetwist over Paul de Saint-Victor, alleen in zijn werkkamer plots overleden. Dezelfde, met hen meer gemeenzame landgenoot, die mij van dat suprème debat verhaalde, stelde mij gerust over de tegenspraak die mij had bevreemd. De vader kan niet gegriefd geweest zijn: hij wist, dat zijn helaas niet gezonde zoon (die nochtans een klein jaar langer zou leven dan de vóór den 60sten jaardag gestorven vader) geestelijk een wonderkind was en leidde diens studiën, meer specialiseerend dan hij de zijne had kunnen doen. De Huets voelden zich thuis te Parijs. Afstammeling van réfugié’s, heeft de zoon om eene, zeer eervol vervulde betrekking aan de groote Bibliothèque Nationale te verkrijgen, gebruik gemaakt van het recht tot „réintégration dans la nationalité fran- £aise”; Conrad Busken Huet heeft dit naar men in zijn brieven kan lezen, nooit willen doen. Wel heeft hij voor Fransche organen willen werken. In zijn uitmuntend Fransch boek over Huet maakt Dr.JohannesTielrooy gewag van een naar het schijnt niet aanvaard aanbod om in de Figaro kronieken over Nederland te schrijven. Te Parijs heb ik hooren spreken over een teruggekregen opstel, bij de Revue des Deux Mondes ingezonden. Wel schijnt het weekblad de Revue Bleue een of meer stukjes van hem geplaatst te hebben. Een vreemdeling slaagde vooral in dien tijd zeer moeilijk te Parijs. Met het veramerikaanschen der dagbladpers, waarmede de Matin begonnen is, is het exclusivisme vanzelf verminderd; zoowel aan het pasgenoemde blad als aan die Huet geweigerd hebbende Figaro hebben Nederlanders, kort of langer, een leidende rol in de afdeeling der buitenlandsche politiek vervuld. Zelf heb ik een paar maal een „premier Paris” in de Temps geplaatst gekregen over grondwetsherziening ten onzent (een kenschets zonder eigen meening!) doch hoewel ik het door mijn leeraar in het Fransch, den dichter du Castal, had laten nakijken, werd mijn stukje niet slechts bekort, maar had de Pressensé ook telkens in woordkeus en -schikking veranderd. Meer dan Huet ten volle aanvaard, is te Parijs Professor A. G. van Hamel. Dank zij hem ging het zure grapje dat men er uit onzen tijd geen anderen naam kende dan dien van... . Schiedam (die dan klonk als stond er een k in), althans onder intellectueelen niet op. Van Hamel was geeerd en bemind, veel meer dan Huet homme du monde. Welsprekend, ook in den gewonen zin, sprak hij de Fransche taal als een Franschman; de hoogste lof, bij mijn weten door andere Nederlanders bemachtigd, was dat hunne uitspraak was als van de Polen. Telkens als Van Hamel de hem niet te lang vallende reis uit Groningen gedaan had, kreeg ik, evenals Pit en Lapidoth en wijlen E. Bunge, een stadstelegram; we ontmoetten hem dan in ’t Café Riche. In ’89, tijdens de vele congressen die met de wereldtentoonstelling samenvielen, zat hij daar met zijn tweelingbroeder, Professor G. A. van Hamel, den rechtsgeleerde. Hunne gelijkenis was zóó groot, dat ik later op den avond tusschen hen in over straat gaande, een oogenblik niet wist, wie mijn rechterbuur was en wie mijn linker! Toen in Riche zaten zij tegen den witten muur op de roode sofa en wij jongeren als eerbiedige leerlingen naast elkaar tegenover hen. Twee belangwekkend-mooie coratief tot in den zwaren, krullenden haardos, bij den naar links, bij den rechter rechts. Beiden kwamenvan congressen: Strafrecht had een juridisch, Groningen een philologisch congres bijgewoond en zij vertelden elkander en ons, als in een beurtzang van vergenoegde herinneringen: — „Lombroso zei me....” Dan Groningen: „Ik had een apartje met Gaston Paris....” Even later Amsterdam weer : — „Enrico Ferri vond....” Groningen: — „Paul Meyer....” Het is een verschijnsel der levensvreugd, iets kinderlijks te kunnen geven aan grootemannen van bij de vijftig. Dit elkaar in de rede vallen klonk prettiger dan het debat der Huets. Mij zijn die souvenirs kenschetsend voor de gemoedsstemming, daar en daar mannen, deiets verward linksgezetene golvend naar 6
PDF
Blad 
 van 2380
Records 11251 tot 11255 van 11897