|
PANORAMA No. 2 3 8 JUNI
EEN KWESTIE
VAN DASSEN
door
B. X. Belmonte
I
n het jaar des Heeren 1756 stond Sir
John Seymour-Penrhyss op het hoogtepunt van zijn roem. Hij was inderdaad de
erkende beau. In één seizoen had hij vijftien nieuwe schoenmodellen gecreëerd —
een aantal, dat nog nooit overtroffen was.
Hij had ongeveer honderdvijftigduizend
pond schuld, wat neerkomt op, door
elkaar genomen, tienduizend pond per
model. Goedkoop waren ze dus niet geweest. Maar de roem, dien hij verkregen
had — woog die niet op tegen zoo iets
onbelangrijks als schulden ? En beroemd
was hij. Lord Ballingloch, de Schotsche
markies, die vóór hem de lion scheen te
zullen worden, had het leelijk afgelegd.
En die was nog wel rijk! Maar wanneer
Ballingloch zijn knoopen op een buitennissige manier op zijn jas had laten zetten,
verscheen Penrhyss onmiddellijk daarop met
een nieuw model schoen, en geld moet
het tenslotte afleggen tegen hersenen. Dus,
zij het ook met verbeten woede» moest
Ballingloch zich neerleggen bij de feiten.
Sir John had vijftien absoluut nieuwe modellen gelanceerd, en niet alleen waren ze
origineel, maar elk ander model leek er
lomp en boersch bij. Je moest hem wel
navolgen, of je wilde of niet. En daardoor
vooral voelde Ballingloch zich zeer gekwetst.
Desalniettemin liet hij daar niets van
blijken. Door ongenoegen met Penrhyss te
krijgen, zou hij zijn eigen sociale positie
absoluut onmogelijk maken. En dat mocht
niet. Beter nog Penrhyss eerste, dan hij
heelemaal niets. En de minste uiting van
vijandigheid zou hem veel kwaad gedaan
hebben. De beau monde droeg zijn „lion”
op de handen, en imiteerde hem tot in de
kleinste kleinigheden. Iedereen boog zooals
hij boog, nam zijn snuifje zooals hij snoof,
en flirtte zooals hij flirtte. Of tenminste,
trachtte dat. Want het laatste was niet
erg gemakkelijk. Flirten als hij kon eigenlijk niemand. Sir John deed het luchtig en
gratieus, wetenschappelijk bijna. Weinig
meisjes gingen niet graag een flirtation met
hem aan. Nu was hij dan ook een bijzonder mensch. Auteur van vijftien absoluut
nieuwe schoenmodellen» om maar iets te
noemen. Ballingloch kon hem niet uitstaan.
Op een mooien najaarsochtend, toen een
groot gezelschap edelen met hun dames
paradeerde op de Rotten Row, en Sir John
weer het middelpunt was van aller aandacht, al was het alleen maar door de
buitengewone élégance waarmee hij zijn
zenuwachtig paard in toom hield, drong
Ballingloch naar voren, tot hij naast hem
reed. Aan Penrhyss' anderen kant reed een
jonge dame, welke deze op het oogenblik
DICHTER EN
KRACHTMENSCH.
De Engelsche schrijver
B. Shati’ en de spierenkoning, de bokser
Tunney in Brioni, waar
zij vacantie houden.
vurig ’t hof maakte.
Met de intuïtieve
handigheid, die
dommen menschen
eigen schijnt te zijn
(men kan toch niet
alles op rekening
van’t geluk stellen?)
begon» juist nü» de Schot
Sir John een beetje te
plagen. Hij probeerde hem uit zijn tent te
lokken. Op een toon waar éven de spot
doorheen klonk, putte hij zich uit in loftuitingen op de vijftien creaties van Sir John,
en deze, nerveus, doordat het gebeurde in
de tegenwoordigheid van de dame, verloor
zijn gewone slagvaardigheid, en antwoordde met de schooljongensrepliek: „Maar
niemand anders zou het kunnen!” hopende
daarmee hetzij Ballingloch tot een weddenschap te dwingen, waarna hij van hem af
zou zijn, hetzij hem af te schrikken van
een verder gesprek, daar de markies niet
tweemaal achter elkaar een door hem zelf
uitgelokte weddenschap kon afslaan» zonder
zich in de oogen van de dame belachelijk
te maken.
De Schot, voelend, dat hij op het punt
stond, het weer te moeten afleggen tegen
zijn vijand, gooide het onmiddellijk over
een anderen boeg, en, doorgaande in denzelfden stijl, zeide hij: „Ik wil dat graag
aannemen, Sir John. Beter nog, ik ben er
zeker van, dat niemand anders zulke schoone
triomfen zou kunnen vieren. Maar ik wil
er onder verwedden wat ge maar wilt, dat
ook gij zelf uw record niet zoudt kunnen
overtreffen op een soortgelijk gebied.”
Dit was zeer boosaardig gezegd, daar
het de herinnering wekte aan een praatje,
dat indertijd door het volk verspreid was,
namelijk, dat Sir John eigenlijk een schoenlapper van beroep was en daardoor zoo’n
kijk had op schoenen. In sommige kranten
werd hij zelfs, tot zijn groote ergernis, Sir
John Cobbler genoemd. Hij voelde nu ook
de drift in zich opstijgen» maar bedwong
zich, en, zich tot de dame wendende,
zeide hij glimlachend:
„Het schijnt wel dat Mylord geld wil
verliezen vanmorgen.” Toen, rechtstreeks
tot Ballingloch: „Nu, Mylord, ik zal binnen het eerstvolgend jaar bij openbare gelegenheden zestien nieuwe moderne dassen
brengen. Ik stel voor» dat we den inzet op
honderdduizend pond bepalen.” Even voelde de Schot een schok, maar, meteen zich
zelf meester, verbeterde hij: „Honderd-entienduizend pond, Sir John. Die tienduizend pond zijn dan voor de armen van
Londen.”
„Uw edelmoedigheid, Mylord,” zei Penrhyss, die niets te verliezen had» „is grenzenloos. Mylady wil misschien getuige zijn
van deze overeenkomst» opdat ik niet vergeet bij die tienduizend nog twintigduizend
pond toe te voegen.” Deze slag was voor
hem» daar Ballingloch hier niets meer aan
toe kon voegen» zonder den schijn te wekken slechts iets te zeggen om Penrhyss te
overtroeven.
Penrhyss deed zijn best. Hij begon met
de Orageade, een das» die alleen hij kon
dragen» daar niemand hem na kon maken.
Toen kwamen de »,Grande Levée”, de
„Petite Levée” en de „Cabriolet”. Deze
laatste droeg hij alleen» wanneer hij in zijn
lichtgele cabriolet ging rijden. Daarna bracht
hij nog een tweede rijtuigdas, namelijk:
„le Nègre Jaune”, zoo genaamd, omdat hij
altijd achter in zijn cabriolet een negertje in
een geel-satijnen costuum had zitten. Deze
creatie was nog beter dan de eerste. Toen
kwamen „la Chasse Rouge” en „la Chasse
Blanche”, onderscheidenlijk voor vossenen andere jacht. Zoo volgde de eene op
de andere. De belangrijkste mogen we niet
vergeten: „la Langue d’Or”. Dat was een
salondas. Toen de Hertog van York die
zag, was hij zoo in verrukking, dat hij onmiddellijk tienduizend pond bood voor het
recht, haar als eenigste te mogen dragen.
Sir John vroeg den Hertog hem even te
excuseeren, ging naar zijn kleedkamer, liet
zich een andere das omdoen en bood den
18
|