Panorama

Blad 
 van 2380
Records 11236 tot 11240 van 11897
Nummer
1929, nr. 22, 1 juni 1929
Blad
15
Tekst
De waterverkooper is langs de treinen, maar ook in de straten der Zuidelijke steden, een zeer gewoon verschijnsel. Hier ziet men hoe de infanterie, die in rust wacht op de aankomst van den infante don Carlos te Sevilla, zich verkwikt. Allen drinken gemoedelijk uit hetzelfde glas. I* A N O R A M A No. 2 2 1 JUNI Na zoon nacht in den trein beschouwt men met nieuwe belangstelling het landschap, dat langzaam opheldert uit den morgenschemer. deling een Hollander, dan geniet hij dubbele belangstelling, wijl hij van zoo ver kwam en toch ’t historische hart van den Spanjaard zoo na staat. Er opent iemand zijn knapzak, en er komen boterhammen of broodjes voor den dag, benevens een stuk roode harde worst, of een eierstruif, of een lamscotelet en tenslotte sinaasappels of bananen. „Caballero, corner?” biedt men u aan — „’n stukje meeëten?” Ge hebt zelf proviand, öf geen honger, en je weet niet of ’t aanbod méér is dan een formaliteit — dus ge weigert: maar een banaan accepteer je allicht eens, en zoodra ge dien verwerkt hebt, komt iemand anders met tabak en stelt u voor een sigaretje te rollen. Wie geen proviand uit de stad heeft meegenomen, kan op elk station, waar volgens ’t spoorboekje een fonda (buffet) is, een papieren zak met voedsel koopen, voor 90 cent. Daar zitten twee (keiharde) gerstebroodjes in, een grof kruiïg worstje, een eierstruifje, een vischpasteitje en wat fruit. Of hij gunt (als hij niet kieskeurig is) de klandizie aan den treinventer, die broodjes en eierkoeken en taartjes in een grooten mand ronddraagt, en u ook voor nog-geendubbeltje een glas witten wijn levert. Uw eigen beker kan nu dienst doen — menige reisgenoot drinkt zonder schroom uit ’t allemansglaasje —* en óók aan menig volgend station haalt u dien beker te voorschijn, als de trein zijn gang vertraagt, en ge reeds „agua, agua” hoort roepen. Dikwijls hebt ge dorst, van ’t transpireeren en van den mondkost, en ge wenkt één der kleine jongens, die het water uit hun groote aarden kruiken te koop aanbieden. Koffie of warm eten kunt ge over enkele uren genieten, dan geeft de trein, die geen restauratie-wagen bevat, u attent een half uurtje tijd. Tot nu toe hebt ge dat kleurige treinleventje niet zonder vermaak meegeleefd. Eenigszins bedenkelijk wordt de toestand, als het kind van die nooit-ontbrekende moeder, in zeker opzicht lastig wordt. Dan zoudt ge wenschen, eerste klas gekozen te hebben, waar de kieschheid niets te wenschen overlaat, of een „posttrein” of „gemengde trein” met tweede klas, waar de moeders zeker slaapkamermeubel bij zich hebben, dat later bescheiden, onder een doek, door den corridor wordt weggedragen. In de derde klas echter wordt rustig de vloer tusschen de beide zitbanken verontreinigd, en niemand schijnt dit gedrag ongewoon te vinden. Verontschuldigen we de moeder zoover we kunnen: een wandeling door den langen corridor, die vol staat van menschen en bagage, is inderdaad ongemakkelijk. Maar wel blijkt uit zoo n geval, dat de hoffelijkheid der Spanjaarden niet voorkomt uit de kieschheid van een fijngevoeligen aard. Als ’t buiten donker is, wordt ’t in de meeste coupé’s stil. Het lichaam steun gevend zoo goed men kan, desgewenscht met behulp van een kussen, dat op de groote stations voor 3 peseta’s gehuurd kan worden, zoekt men wat nachtrust. Zoo bespaart men, door het gerief van den slaapwagen te ontberen, een gulden of twintig. De trein gaat zijn gang door de duisternis, kruipt op of schiet neer langs de hellingen, en de menschen hebben hun schoenen en jassen uit-, pantoffels aangedaan, en schikken ’t gemoedelijk zóó, dat een iegelijk, of ieder op de beurt, de beenen uit kan strekken. Gelukkig, wie een compartiment met rustige bevolking heeft getroffen! ’t Kan ook zijn, dat een stel jongelui onbeschaamd „Ramona” blijft galmen of fluiten, of met Spaansche breedsprakigheid aan ’t redeneeren blijft. Ook stappen er, hoe laat (en daarna weer vroeg) het ook wordt, aan elk stationnetje menschen in en uit. En zelfs het venten houdt niet op. Ergens tusschen Alcazar en Valencia kwamen er ’s nachts om twee-uur-zooveel vijf heeren in den trein, met’t uitgesproken doel zakmesjes te verkoopen — alle vijf zakmesjes, in formaten tusschen 3 en 20 c.M. heftlengte. En er werd gekeken, gedongen en gekocht alsof ’t marktmiddag was! Wie gezond is en van normaal gestel zal van zoo n nacht in den trein weinig weet hebben; ook al zat hij in ’n 3e-klas-coupé, want op de groote trajecten zijn er wagens met leeren kussens, voor wie vroeg aan den trein kwam. In afwisseling van dommelen en waken doorleeft men de uren der duisternis, en als ’t weer licht wordt, en men zich eens flink gewasschen heeft, en in den restauratiewagen of op een perron ’n kop koffie genoot, wordt men met vreugde het groeien van den dag gewaar, en aanschouwt met frissche belangstelling het landschap — soms welig groen, soms woest-monumentaal van granietstapeling, soms Oostersch-bekoorlijk door het uitzicht op de waarlijk blauwe Middellandsche Zee, of romantisch door den aanblik van een wit dorp op een berghelling en een kasteel op den top, en wijngaarden, olijfboomen, sinaasappelplantages, palmen en cactussen en aloë’s. Voort gaat de trein, over viaducten en door tunnels, ergens zestien achter elkaar over een afstand van 64 K.M. (Avila-Escorial), en telkens, als er weer zoo n overwinning van de techniek op het graniet nadert, waarschuwt de Spanjaard u vol trots. En ge peinst over de moeilijkheden, die deze bodem den bewoners, speciaal het verkeer, in den weg legt, en over de jonge energie, waarmee dit volk van louter ridders streeft naar de cultuur, waarin minder nobele naties het overtroefden .... Er zal een tijd komen, dat die cultuur een drukker spoorwegverkeer noodig en mogelijk maakt; een tijd, dat krachtige regeerings hand of beter begrepen eigenbelang de maatschappijen brengt tot beter overleg, opdat men ook buiten de enkele allervoornaamste lijnen sneltreinen vinde, en aansluitingen! Als men dan kans ziet ook in sneltreinen tweede-klas-coupé s mee te geven; en als het volkT beter onderwezen en socialer opgevoed, nog wat uitbreiding van goede manieren deelachtig is geworden, dan kan ’t reizen in Spanje ook voor hen, die minder honger naar het pittoreske gevoelen, prettig worden! 13
PDF
Nummer
1929, nr. 22, 1 juni 1929
Blad
16
Tekst
P A N O R A M A No. 2 2 1 J U N I De witte mantilla wordt enkel bij bijzonder feestelijke gelegenheden gedragen. / Bij het artikel \ \ op pag. 12 en 13 / Wandelende dames in de straten van Sevilla, met de zwarte mantilla over de hooge kam. Sevillaansche dames bij den dans. In de opgestoken hand houden zij de castagnetten. < L Sevillaansche aan den binnenhofvan haar huis. Zij draagt de gebloemde zijden mantone. Een bloem uit hef zigeunerskwartier te Grande, H
PDF
Nummer
1929, nr. 22, 1 juni 1929
Blad
17
Tekst
DOOR CH. TRAVIS D e vijfde lezing van het telegram bracht mij geen oplossing, de zesde en zevende evenmin. De achtste zou mij ook geen idee hebben gegeven, alsik het voor den achtsten keer gelezen had; daartoe kwam het niet, want Will stoof de kamer binnen. Ze klopte op mijn schouder, schudde mijn hand en gaf me een zoen: „Oom, reuzebedankt voor het week-end. Het was reuzegezellig, en ik heb reuze-spijt dat ik weg moet. Ik was reuze-graag langer gebleven.' „Blijf dan,” inviteerde ik, terwijl ik aan Dick’s telegram dacht: ik kom; houd Will vast. „Je doet er jezelf en mij een pleziermee. „Kan niet, oom. Ik heb afgesproken, dat ik stellig Maandagmorgen in de stad zou zijn. — Dag, hoor. Tot ’n volgenden keer. Ik geloof dat ik de taxi hoor.” Spijtig liet ik haar uit. Dick, zoon van mijn oudsten en besten vriend, rekende er op dat Will hier zou zijn; nu hij onverwachts een extra-vacantie van een week had gekregen, zou het hem erg teleurstellen, mij hier alleen te vinden, omdat hij niet mij, maar Will iets vragen moest. De chauffeur bracht mij plotseling op het goede plan. Terwijl Will weer vlug naar binnen liep om een vergeten taschje of shawl of zooiets te halen, sprak ik den chauffeur aan: „Je wil wel een extra-fooi verdienen, een flinke? Dan zorg je dat je tien minuten te laat aan het station komt, ’t Is de laatste trein, begrepen?” „In orde, meneer,” antwoordde de man. „Ik zal precies tien minuten te laat zijn.” „Haast je,” zei ik nog, toen Will was ingestapt, en ik beschouwde mezelf als een goed tooneelspeler. De taxi schoot weg, ik wuifde mijn nichtje na — en na een half uur stond zij weer in de gang. „Die akelige taxi! Er mankeerde wat aan den motor; we waren wel tien minuten te laat.” „Dat is jammer, Will, heel jammer. Maar ik heb een goed nieuwtje voor je, als schadevergoeding,” troostte ik. „Ik heb een telegram van Dick gekregen: hij komt hier een week logeeren.” Zij bloosde, maar deed geen moeite om haar vreugde over deze aankondiging te verbergen. „Is het waar oom? Wanneer komt hij?” „Morgenochtend, heel vroeg.” „Wel. dan zal ik tot morgenavond hier blijven. De anderen zullen wel begrijpen, dat ik den trein gemist heb.” Dick kwam 's morgens, begroette mijn nichtje stralend, die nog intenser straalde, — en ’s middags reden wij naar de stad. Want ik moest mee om te assisteeren bij het koopen van de verlovingsringen en om TANTE POS op de Zuidzee-eilanden. Een ton, die om de twee a drie maanden wordt gelicht» dient in dezen uithoek van de wereld als brievenbus. de gewichtige keuze te helpen bepalen. Terwijl wij later op het terras van een restaurant zaten, dicht bij een taxistandplaats, bracht het gezicht van een der chauffeurs mij een schuld te binnen. De man had zijn loon ten volle verdiend. Hij deed echter zeer verlegen, toen ik op hem toeliep. Will en Dick letten natuurlijk niet op mij. ,,'t Spijt me reusachtig, meneer; ’t was mijn schuld niet. Onderweg heb ik tien minuten aan den motor geprutst, en toen in ’n kalm gangetje naar het station gereden. Maar de trein was ook te laat. De juffrouw had meer dan voldoenden tijd om een kaartje te koopen.” Ik keek hem verstomd aan. „Dus zij is vertrokken?” „Ja meneer; mijn schuld was het niet. . . Ah, dank u meneer.” Hij tikte meer dan beleefd aan zijn pet. Will scheen echter iets gezien te hebben, want toen ik weer op het terras zat, vroeg zij: „Wat heeft die chauffeur voor u gedaan, oom?” „Die chauffeur? Oh, een boodschap. Maar... Dick ga eens zien of er sigaren aan het buffet zijn. — En nu jij, meisje! Waarom heb jij gisteren den trein gemist ? Hij was veel te laat.” Will bloosde nu heviglijk. PANORAMA No. 2 2 1 JUNI „Dat heeft die chauffeur u natuurlijk verteld ! Ik was niet te laat, maar ... ik had het telegram gelezen.” „Het telegram van Dick?” „Ja, ik zag het op tafel liggen, toen u mijn koffer van boven haalde, en ik las het. Reuze-onbescheiden van me, niet? Toen ik las dat Dick zou komen, dacht ik . . . weet u, misschien hoopte Dick dat ik hier zou zijn, en ik doe hem graag ’n plezier.” „Dat had je mij kunnen zeggen,” opperde ik ongeloovig. „Ja .. . maar ...” Haar blos werd hooger. „Ik zeg zooiets niet graag. Bescheidenheid, begrijpt u. Nou, en toen was de motor defect en ik was er blij om. Maar de trein was ook te laat, en ik stapte het station binnen, want de chauffeur mocht het niet weten . .. ” „En?” „En? Ik liet den trein vertrekken en ik bleef op het perron, en ik kwam terug, en Dick was blij toen hij me hier zag.” „Is dat alles?” „Niet alles,” antwoordde Will aarzelend. „Ik wist iets van Dick — of ik dacht het maar, enne... ik help de menschen graag, hem ook. Ik moest den goeien jongen toch een kans geven? Maar u mag het nooit aan hem vertellen, hoor!” Ik beloof het graag. 15
PDF
Nummer
1929, nr. 22, 1 juni 1929
Blad
18
Tekst
No, 22 1 JUNI Sjaal van crêpe de chine perveuche en marineblauw. PANORAMA Sjaal en tasch en ceintuur in marineblauw en wit. V erre van te verdwijnen — zooals eenige mijner collega’s dit het vorige jaar voorspelden — zijn de sjaals steeds meer een mode-artikel geworden. En ik meen niet te overdrijven wanneer ik beweer, dat van alle onderdeelen van het vrouwelijk toilet de sjaal wel datgene is, waarvoor men zich de meeste moeite gegeven heeft om het daarbij te doen aanpassen. Oorspronkelijk speelde de sjaal slechts de rol van een eenvoudig en nuttig voorwerp, maar langzamerhand heeft men haar onder de meest verschillende vormen toegepast, zelfs in die mate dat zij een belangrijk decoratief versiersel in bepaalde modellen geworden is. Bovendien leent de sjaal zich tot een zóó groote verscheidenheid aan uitvoering, dat zij een onderwerp van speciale aandacht voor ontwerpers, fabrikanten en kleermakers geworden is. Niet alleen voor de gekleede toiletten, ook voor eenvoudige japonnen is de sjaal de voor de hand liggende aanvulling mits zij met een smaakvolle achteloosheid gestrikt wordt en wanneer de juiste plaats gekozen wordt. Het eenvoudige stuk weefsel kan daardoor aan de saaiste japonnen een onverwacht cachet van originaliteit geven, waardoor deze als bij tooverslag ons oog plotseling aangenaam zullen aandoen, terwijl zij ons even te voren geheel niet opgevallen waren. De stijfste schooljurk kan frisch worden met behulp van dit enkele versiersel — hetwelk misschien wel het meest vrouwelijke is dat er bestaat. Dit is dan ook de reden waarom ik de sjaal geen oogenblik uit het oog verloren heb en er gebruik van maak in alle categorieën van mijn zomercollectie, voor de sportkleeding, voor de namiddagjaponnen en ook in bepaalden vorm voor de avondtoiletten. De meest gebruikte wijze van toepassing van de sjaal voor de avondjaponnen bestaat in een slip, welke over den schouder geworpen wordt en die tot even over de heupen reikt. Of ook wel wordt deze als een halsdoek om den hals gerold. In beide gevallen moet de sjaal van dezelfde stof als de japon gemaakt zijn: en de rol welke zij hier te vervullen heeft beperkt zich niet tot een eenvoudige garneering als aanvulling van het toilet, maar zij verlangt een belangrijken kleermakersarbeid, welke in volkomen overeenstemming moet zijn met de japon, wil men aan het effect van de lijn niets te kort doen. Een dergelijk gebruik van de sjaal heb ik vooral gemaakt voor japonnen in mousseline, lamé enz. Vormt dus de sjaal bij de avondkleeding als ’t ware een onderdeel van het toilet, in de andere gevallen blijft zij hiervan geheel onafhankelijk; maar er is toch steeds een harmonisch verband tusschen beide. Voorde sport wordt de sjaal in dezelfde kleuren en met dezelfde motieven als de sweater gekozen. Daardoor hebben wij, nadat zij deze twee jaren in een vergeten hoekje doorgebracht hebben, in het afgeloopen seizoen weer de moesjes zien verschijnen, in gelijke afmetingen of wel in verschillende grootten. Stellig zullen zij ook het volgend jaar weer terugkomen en zal dat ons dan niet overrompelen. Want een andere schikking en een paar nieuwe tinten zullen heusch niet het effect van iets nieuws geven, maar zullen toch voldoende zijn om er wederom met plezier naar te kijken en... ze zelf weer te willen dragen. De kubusjes hebben een verdiend succes geoogst door hun nieuwheid en hun onbetwistbare decoratieve eigenschappen; dat zou echter wel eens verloren kunnen gaan wanneer men ze te veel op den voorgrond plaatst. De huidige zomermode toont vooral vierkantjes in rood en zwart, rood en wit of rood, wit en zwart en frissche kleuren. De zoo bedrukte japonnen worden gecompleteerd door een sjaal in een dergelijk weefsel, maar dat als decoratieve motieven grootere vierkanten en in een andere schikking toont. Is daarentegen de japon van effen stof, dan is de sjaal in een dambordpatroon gehouden, waarin natuurlijk de kleur van de japon domineert. Een aardig harmonisch effect kan verkregen worden door kleine applicatie van het weefsel van de sjaal aan de polsen, aan de voorzijde van de japon of soms aan de ceintuur. Vierkantjes, cirkels en kubusjes — wanneer zullen we de driehoeken zien verschijnen? Men heeft ze reeds toegepast, maar alleen in groote dessins en in ontwerpen van een dergelijk futurisme, dat zij ons geheel nieuw zouden voorkomen, wanneer we ze in kleine dessins in een mooi weefsel te zien zouden krijgen. De voornaamste details van het toilet — hoed, tasch, sjaal en ceintuur — vragen een nauw onderling verband, om de harmonie van het ensemble te verkrijgen. Het is eigenlijk onbegrijpelijk dat deze harmonie niet veel vroeger verwezenlijkt is en dat men genoodzaakt is de enkele typische gevallen, waarin dit bereikt is en die natuurlijk een enorm succes hebben, als nouveauté te singaleeren! De groote verscheidenheid van sjaals wordt verklaard uit de vele wijzen van fabricatie. Het „druk”-procédé heeft uit den aard der zaak de overhand, daar het zooveel fantasie toelaat en tevens omdat men hiermede zoo gemakkelijk de kleuren passend kan maken bij die van de ensembles, waarvoor de shawls als aanvulling moeten dienen. Schablonenarbeid heeft steeds het aantrekkelijke effect van handwerk, maar tot nu toe heeft men deze methode slechts toegepast voor zoogenaamde moderne decoraties, die men in werkelijkheid slechts den naam van excentriek kan geven. We kunnen dit slechts betreuren en op betere tijden hopen. Veelvuldige vierkantjes, gemaakt uit stukken stof van verschillende kleuren welke op goed geluk gerangschikt zijn, maken sinds eenigen tijd furore. Maar deze sjaals hebben alleen mijn aandacht kunnen trekken door hun enorme hoeveelheid, en mijns inziens zullen ze eerst met plezier gezien worden, wanneer de schikking der kleuren met smaak geschiedt en wanneer dit handwerk door artisten verricht is. Maar daar zit de moeilijkheid! 16
PDF
Nummer
1929, nr. 22, 1 juni 1929
Blad
19
Tekst
PANORAMA No. 22 1 JUNI INDO-EUROPEESCHE KOLONISATIE van Noord-Nieuw Guinea. DTtT? °ns toe«exonden do°r de" bee,r ,, J. V. d.Tol te Makasscr. secretaris van het plaatsekjk Het vertrek der eerste kolonisten per s.s. „ Van Noort ’ van Makasser. comité tot steun der „wilde” kolonisten. Indo-Europeesche Kolonisatie U it de Indische bladen zal men wellicht iets vernomen hebben omtrent den drang van kleine Europeanen, zoowel Hollanders als Indo-Europeanen, naar 'n eigen land. Daar de Indo-Europeanen den rechtsstaat volgen van hun Europeeschen vader en in tegenstelling met den Indonesiër geen grond in eigendom kunnen krijgen, worden zij door de emancipatie van den Inlander verdrongen. Om dit streven in goede banen te leiden is opgericht de „Vereeniging voor Kolonisatie in Nieuw Guinea”, waarvan ’t hoofdbestuur te Soerabaya zetelt, terwijl 'n sterke afdeeling in Nederland is gevormd. Van Maart tot midden Mei werd een groote exploratietocht gemaakt door een landbouw-consulent, een opper-houtvester, een medicus, twee ambtenaren van het Binnenl. Bestuur en een vertegenwoordiger der vereeniging, den journalist Misset van Soerabaya en een vertegenwoordiger der filmcompany. Doel was het meest gunstige terrein voor ’n Hollandsche volksplanting uit te zoeken, om daar te vormen ’n Hollandsch Australië als een oplossing van het Indo-probleem en een uitweg voor het Nederlandsch bevolkingssurplus. Dit houdt in de vorming van een Westersch territorium zonder toelating van Inlandsche en Chineesche bedienden en werkkrachten. Anders gezegd is het ook de meest vreedzame kolonisatie welke denkbaar is, daar de menschen zich gaan vestigen in een practisch „ledig land” en door eigen arbeid in hun behoeften moeten voorzien. Bovenstaande groep emigranten wenschten de resultaten van den grooten wetenschappelijken onderzoekingstocht niet af te wachten, maar zijn op eigen risico de onderneming begonnen, niettegenstaande de gouverneur van de Molukken en van Oost-Java met ’t hoofdbestuur van bovengenoemde vereeniging dezen voortijdigen trek met den meesten nadruk hebben ontraden. In weerwil hiervan zijn de van Malang afkomstige emigranten zoowel te Malang als te Makasser met geestdrift ontvangen, terwijl de Europeesche ingezetenen van beide plaatsen het als een eerezaak hebben beschouwd, de menschen zoolang te steunen, tot zij in 't onontgonnen land zichzelf kunnen onderhouden. Belangrijke bedragen en vele vrachtauto’s met levensmiddelen en goederen zijn daarvoor bijeengebracht om gedurende enkele jaren naar Noord-Nieuw-Guinea te worden nagezonden. 17
PDF
Blad 
 van 2380
Records 11236 tot 11240 van 11897