|
PANORAMA No. 2 2 1 JUNI
clie.
boemelen! Zijn er drie of vier treinen, dan is er moeilijk meer dan
één tot sneltrein te promoveeren. De toch reeds lange afstand
eischt dus, door ’t vele oponthoud, een dubbel lange reis!
Voorbeeld? Wie ’s morgens 7.25 uit Granada vertrekt, is
’s avonds 7.55 te Murcia; d.w.z.: hij heeft in 121/2 uur 385 K.M.
afgelegd! De trein heeft dan ook onderweg 29 keer
stilgestaan. Zoekt ge een expres uit, dan gaat het
maar over een deel van het traject goed. In
2l/4 uur zijt ge van Madrid in Alcazar.
148 K.M. ver. Maar dan vindt de expres het
welletjes, gaat om de 25 K.M. even uitblazen,
en doet aldus over de volgende 294 K.M. (d.i.
nog geen 2 X 1^8) ruim 6 uren! Zelfs de bijzondere tentoonstellingsexpres Sevilla—Barcelona kan niet nalaten, onderweg 47 haltes te
maken, menigmaal de eer gevend aan landbouwdorpen, die 13 a 15 minuten van elkaar liggen.
Kalmpjes aan dus — en de reiziger zij tot kalmte bereid!
C
Hoe men reist in ”T|
het land der Senores II
door E. v. Brandenborch
Bij den spoorwegaanleg door
dit bergachtige land moest de
eene tunnel na den anderen
gebouwd worden.. ..
Wie ’t voornemen heeft, ’s morgens om tien uur te vertrekken,
mag wel zorgen, dat hij voor negen uur op ’t station is. Allicht
zal hij voor ’t loket in de rij moeten staan (ook al heeft hij een
kilometerboekje) om zijn kaartje te veroveren, en dan — wie niet
vroeg aan den trein is, krijgt geen hoekplaats; ’n ding van belang
— want ’t loopt vol 1 En op zoo n lange reis, die vaak een nacht
óók meeneemt, zit je graag aan ’n raampje, vooral als je ’t landschap
bezichtigen wilt. — Wie eerste klas rijdt hoeft zich minder te
haasten; zóó vol wordt ’t daar niet. Maar eerste is duur! Reeds
op de reis Madrid-Barcelona. toch maar 685 K.M., scheelt ’t bijna
zeventien gulden met de derde —* en tweede klas is er in de sneltreinen niet. Maar als ge Spanje wilt leeren kennen, niet enkel ’t
doode land, maar ook de levende menschen, dan kiest ge niet de
eerste klas, waar dames en heeren zijn en zich gedragen als in
ieder land in de eerste, maar dan waagt ge ’t in de derde, waar
ge u wat meer vermoeit, maar dan ook iedere minuut iets
Spaansch beleeft.
Tot uw uitrusting voor de reis dienen te behooren:
le een stofjas, 2e een opvouwbare aluminium drinkbeker,
3e een paar pantoffels.
Het eerste meubel hebt ge al aanstonds noodig. Wijl
het zoo warm is, staan de ramen en deuren open, en
wolken stof van ’t regenlooze land tochten naar binnen. Best
mogelijk dat ge verkouden wordt ook, plotseling en hevig, maar
dat is in een kwartiertje weer over.
oe warm het kan zijn en hoe ver, dat komt men pas in
Spanje te weten.
Een Spanjaard is gewend aan den langen afstand. In ’t
dagelijksche leven vindt hij ’t al niet noodig, vandaag te
voltooien, wat tot morgen kan wachten — wat zal hij zich druk
maken, als hij ’n beetje ver op reis moet? Als ik toch veertien
uren in den trein moet zitten, zoo redeneert hij, (zóu hij tenminste
redeneeren, als hij er nog over dacht) kan ik óók wel zestien, of
twintig, of dertig uur voor de reis uittrekken — en of de trein
opschiet of niet, wat deert het me?
Vreemdeling, als ge in Spanje reist, vat de zaken dan even gemoedelijk op. Breng de goede burgers van koning Alfonso niet in
verbazing door u over iets te verbazen; tracht nooit hun
het fabelachtig begrip haast bij te brengen; begrijp vooral,
dat alles goed is zooals ’t in Spanje is, en dat geen
ongemak u treft, als ge niet geeft om gemak. Bedenk, d^i in zoon groot land de reizen wel lang
duren móeten — Sevilla—Bareelona: 1163 K.M.! —
en dat men in een land, waarvan het grootste deel
niets opbrengt —* waar dus over groote afstanden
van goederenvervoer weinig sprake is — geen druk
spoorwegverkeer onderhouden kan, willen de balansen sluiten; en dat in zoo n bergachtig land
het aantal lijnen, zoo kostbaar van aanleg en onderhoud, wel eenigszins beperkt zal moeten blijven;
dat er zelfs op menige lijn geen sprake kan zijn
van verkeer op dubbelspoor, vóórdat hoogere welvaart dieper exploitatie mogelijk maakt!
Er rijden op de meeste trajecten maar enkele,
soms maar één trein per dag. Die trein moet natuurlijk
... en herhaaldelijk gaat de trein (op deze foto is het een
tram) over viaducten, die voorwerpen van trots zijn voor
het Spaanschc hart.
In den tijd, dien ge niet noodig hebt voor landschaps-studie,
bekijkt ge uw medereizigers, ’t Zijn heeren, zooals men ze bij
ons in de tweede klas treft, en boeren en arbeiders, met scherp
gebeeldhouwde bronskoppen, en vrouwen in iedere variëteit; oude
en jonge boerinnen met omgeknoopten hoofddoek, burgervrouwen,
meest blootshoofds, en ook dames, nu niet met de zwarte mantilla
over de haren, maar met een gewonen Europeeschen hoed. In géén
compartiment ontbreekt de moeder met kind of kinderen. En in
eiken trein rijden twee gendarmes mee. Veilig is men er dus wel,
en de bagage ook.
Voorloopig bemoeit iedereen zich slechts met zichzelf of de
meereizende verwanten; dan gaan de buren aan het praten; de
vreemdeling wordt op den duur óók in den omgang betrokken,
op zeer hoffelijke wijze. Hij krijgt hulp, aanwijzing van bezienswaardigheden en veel nuttige of overbodige explicatie. Is de vreemP
|