Panorama

Blad 
 van 2380
Records 11211 tot 11215 van 11897
Nummer
1929, nr. 21, 25 mei 1929
Blad
16
Tekst
PANORAMA No. 21 2 5 MEI inplaats Dan zich Ie bepalen tol het constateeren der feiten, u)il de schrijver in dit artikel, dat üervolgd zal iDorden, de oorzaken aangeven, die aanleiding waren tol de geWeldige gebeurtenissen in China. in dezen lij DOOR 3. MELIS A ls China inderdaad nog aanspraak maken kan op de benaming „Hemelseh Rijk” dan vormt Hongkong tot dit dorado een waardige poort. Er bestaat een Arabische legende, die aldus begint: „Toen Adam en Eva uit het Paradijs verdreven waren, daalden machtige Goden mede naar de aarde af en namen den Hof van het verloren geluk met zich mede naar de oneindigheid. Doch toen gebeurde het, dat een hoekje van het Paradijs afbrak en terugviel naar de aarde. Dit stukje Paradijs noemt men nu Hongkong”. Het schijnt, dat dit brokje van den hof van Eden de laatste halve eeuw pas ontdekt is. In 1840 namelijk woonden er 2000 menschen, thans .,. 700.000. Hongkong is niets anders dan een eiland, welks heuvelen zijn herschapen in een park en waarin de Engelschen zich genesteld hebben. Maar hoe? In de volle overtuiging van het: „Right or wrong my country”. In de volle overtuiging, dat, wat thuis goed is, ook hier op zijn plaats zijn moet. In hoeverre dit juist is, laat ik in het midden; voorloopig wil ik slechts constateeren, dat elk dogma, hetwelk gebaseerd is op „overtuiging”, bestaansrecht heeft. De Engelschman draagt de ziel van zijn land mee naar zijn kolonie en in welken vorm zij zich ook uit, zij heeft steeds tot grondslag de waarachtigheid. Noem het gebrek aan aanpassingsvermogen of zelfgenoegzaamheid, hij voelt er zich „at home” en dat is voldoende. Doch, ongetwijfeld is het niet alleen de bekende Britsche Empire-trots geweest, die hem zijn tjap op de kolonie deed drukken. Wanneer dit het geval was, had hij het zeker meer zakelijk en efficiënt gedaan. Misschien verstonden zij, die Hongkong bouwden zelfs niets van den cultureelen zin der kunst. De woningen pretendeeren geen stijl; men vindt er nergens Gothische of Italiaansche baroktuinen, die de illusie moeten scheppen van voornaamheid. Hongkong’s grootste charme is zijn argeloosheid, een schoonheid, die alle perverse intellectueele kritiek al bij voorbaat het zwijgen oplegt. Zoo komt er een moment, dat, terwijl ge bezig zijt uw eerste wandeling te maken rond den Victoria-peak, ge, overstelpt door een zich steeds hooger en hooger opstapelend beeld van indrukken, HONGKONG. Gezicht op de stad vanuit de haven. uitroept: „Maar wie schept toch steden?” Doet het één mensch? Is het het werk van een verzameling van bewoners ? Of bloeien steden spontaan op uit de mentaliteit van degenen, die zij herbergen ? Waarom, bijvoorbeeld, zou Genua nimmer in Holland kunnen liggen? Of Hamburg in Italië? Of Hollywood in Zwitserland? Waarom voelen we in sommige steden zoo hinderlijk de pose van het intellect dat de ziel verschalkt, of omgekeerd de pose van het gemoed, dat de tabellen eener statistiek te hulp roept om zooiets als een schoonheidsontroering bij den beschouwer te kunnen wekken ? Waarom nemen sommige steden het air aan, als zou ook in „Kunst” vrijheid een aristocratisch begrip zijn en vergroeien zoodoende tot monsters van snobbistischen wansmaak ? Waarom zijn sommige steden een mythe, een werkelijke essence van poëzie, andere de lyrische uitdrukking eener eenzame melancholische ziel, terwijl weer andere de personificatie der ellende zijn? Wanneer ik, over Hongkong sprekende, 't woord „stijl” gebruik, dan is dit niet zoozeer van toepassing op den vorm, als wel op den geest, waaruit de stad ontstond. Men kan Hongkong nog zien zonder gids en dat op zichzelf is reeds een pleit voor de stad. Zij heeft geen historie, geen arena’s en basilieken, geen eerezuilen en paleizen, waarbij ge, op gezag van den man, die u rondleidt en aan de hand van jaartallen en cijfers, u moet verbazen over de cultuurhistorische tradities, die eraan ten grondslag liggen. Men wandelt er met zichzelf en wie de kunst verstaat zijn eigen conferencier te zijn, die maakt er een even nuttigen, als aesthetischen leergang. Want wat men er ziet spreekt wel zóó voor zichzelf, dat iedere verdere explicatie overbodig is. Wanneer ik mij, in den aanvang dezer schets heb te buiten gegaan aan een soort toeristen-rhetoriek, die ik in den grond verafschuw, dan heeft zulks een zeer bepaalde reden. In een van de dialogen van Galileï wordt gezegd: „Venetië biedt den meester zooveel stof, omdat het practische leven er is.” Ik heb de overtuiging, dat, wanneer iemand de kunst verstaat de atmospheci eener bepaalde plaats aan te voelen, hij de dingen zuiverder ziet, dan wanneer een ander die voor hem heeft gerealiseerd. En „atmospheer” heeft Hongkong in hooge mate. Men wandelt er langs een glooiing van slechts enkele meters uit het hartje van China het liefelijke landschap van Surrey binnen en ondergaat zoodanig de charme ervan, dat zij de illusie welhaast tot werkelijkheid verheft. Bij een kromming van den weg blikt men plotseling in de valleien van Wales en men kan niet nalaten even terug te wandelen om den tact te bewonderen, waarmede het harmonisch verband behouden bleef. Wij blikken naar boven en tusschen het groen trekt een kathedraal onze aandacht om de vlekkeloos mystieke voordracht. Dit schilderijtje vol wijding en atmospheer zou een reproductie kunnen zijn van een kathedraal ergens in de Schotsche Hooglanden. Er is in tien jaar tijds heel wat veranderd in Hongkong. In 1914 wandelde Tommy er rond, in zijn khakipakje en met zijn rieten stokje, een „Heer” temidden van een conglomeraat van rassen. Overal waar hij verscheen, verscheen een brokje van het machtige „British Empire”. In dien tijd was het nog niet noodig psychotechnisch uitgebalanceerde menschen overthere te zenden. Tommy droeg het „Right or wrong” de wereld rond met dezelfde overtuiging, gratie en gemakkelijkheid als de „Welgeborene” zijn etiquette. En zijn prestige en Country voeren er wel bij. Het sentiment der massa zweeg in alle talen tegenover een op dergelijke wijze gedemonstreerde onfeilbaarheid. Daarbij droeg zij nog versch in de herinnering met zich de doeltreffendheid en de efficiency van het Britsche geschut tijdens de jongste opium-oorlogen. En de 14
PDF
Nummer
1929, nr. 21, 25 mei 1929
Blad
17
Tekst
PANORAMA No. 21 2 5 MEI vestiging van het „Gezag" was volkomen en, — zooals men dat in de geschiedenis pleegt te noemen, — „hecht." En met Tommy kwam de handelsman. Hij vond den Chinees: „A man, not so bad to deal with." En even spoedig vond hij uit, dat de kroonkolonie Hongkong een oord was, „Not so bad to live in," en hij deponeerde het stukje „Vaderland" heel zorgvuldig op een koel plekje van den „Peak", waar, in den loop der jaren steeds meer en meer people van Derbyshire, Devonshire, Aberdeenshire en alle mogelijke andere soorten „shires" hun „homes as castles" kwamen bouwen. Toen zijn rijk gereed was keek de Brit eens rond in zijn nieuwe paradijs en vond dat het goed was. En het bleek inderdaad goed. Hier past ook een woordje ter meerdere eer en glorie onzer technische eeuw. Want het paradijs bleek wel woest, maar niet ledig. Integendeel, de „Peak" der kroonkolonie rees — zooals zulks ’n rechtgeaarden Peak betaamt — nagenoeg loodrecht vanuit de zee op en bleek van een substantie, waarop spade en houweel het gloeiend aflegden. Maar hij had gerekend buiten de onvervaardheid onzer wetenschappelijke eeuw. De Brit dirigeerde zijn troepen vanuit het bolwerk zijner „Public work departments" en de bergen, die hem niet aanstonden, vlogen zoo efficiënt mogelijk de lucht in. Hij gebruikte, wat hij gebruiken kon. gooide in zee, wat hem niet aanstond en zoo verrees, als een symbool van technische volmaaktheid uit het ruwe rotsgebergte van den „Peak" de blanke maquette eener stad, die, met haar elegante terrassen en feeërieke landelijke decoraties, welhaast past in het kader van de meest mystieke Oostersche fabel. Het kon wel niet anders of in een dergelijk paradijs moest wel pais en vree heerschen. En zoo was het ook vele jaren. Eiken morgen daalde du haut de sa grandeur de Brit, na zich verlustigd te hebben in de rosige verschieten van den nieuwen dag. gewapend met een der emblemen zijner natie, de pijp, af in den „Peak Tramway", waarvan eens een dichter gezegd heeft, dat hij: „Stands on its tail and waves its feet in the mist," om een deel te betalen aan den tol der zakelijke nuchterheid, welke nu eenmaal de vloek is van elk aardsch paradijs. Doch toen de niets kwaad vermoedende zoon van Albion op een goeden morgen uit zijn hoogere sfeeren naar zijn zakenkwartier afdaalde, bemerkte hij, tot zijn stomme verbazing, een exodus van circa 60.000 Chineesche kooplieden en employe’s uit zijn paradijs naar de meer aardsche regionen van Canton. En, sceptisch man als de Brit is, deponeerde hij zijn pijp voor zich op tafel, kruiste de armen en bepeinsde of hij dit nieuwe politieke vraagstuk moest bezien door ’t prisma der machts-, dan wel door dat der rechtsidee. Voor het eerste was het te laat. Voor het tweede . . . idem. Wat restte ? Eensklaps werd den Brit veel duidelijk, wat voor hem al die jaren een geheim gebleven was. En voor het eerst begreep hij tenvolle, dat men niet ongestraft de vlag van ’t „Right or wrong" plant in *t land van zijn buurman. Hij had zijn tenten opgeslagen in het zenuwcentrum van het Chineesche zakenleven en vergeten, dat hij behalve economische ook psychische verplichtingen had. Had hij destijds wat meer aandacht gewijd aan datgene, waarnaar het kleine koloniseerende Holland steeds ’t oor te luisteren gelegd had, ongetwijfeld had hij dan te rechter tijd de formule gevonden, waardoor op soepele wijze de frictie, ontstaan uit de botsing van cerebrale en gevoelsargumenten, welke in het Oosten dikwijls tot zoo delicate situaties aanleiding geeft, in de juiste bedding kon worden geleid. HONGKONG. De Peak-trambaan. In zijn overpeinzingen plaatste de nuchtere zoon van Albion Jong China tegen het décor van zijn historischen achtergrond en constateerde verbluffende feiten, feiten en cijfers, die beteekenis kregen in het kader der naoorlogsche gewijzigde wereldconstellatie. Jong China had den weg der vijandige gezindheid tegenover al wat „modern" heette, verlaten. De Chinees van heden was niet meer de mier van tien jaar geleden. De koloniale wisselwerking was begonnen haar vruchten af te werpen. De handelsidialen van Jong-China hadden perspectief gekregen. Het was begonnen te denken in groote lijnen. De Chinees eindelijk had den sleutel in handen gekregen tot de psychologie van den Westerschen groothandel. Hij begon mondig te worden voor de tafel der consumenten van de wereldproductie en eischte zijn aandeel op. Weliswaar bestond er ook nog zooiets als een China van Lao-tse en Confucius, maar sinds den dag, dat de Chineezen begonnen waren het land van elkaar te „redden" en het ’t slagveld geworden was. waarop „Traditie", „Wijsheid", en „Vooruitgang" HONGKONG. De Chineesche handelswijk. elkaar op leven en dood bekampten, was de „Vooruitgang" als de meest geschikste uit dien gruwelijken strijd te voorschijn getreden. Want wie in het Hongkong van 1926 rondwandelde, die tastte vergeefs naar heel veel dingen, die in het Honkong van 1916 nog zooiets als een levenscode uitmaakten. En de Brit kwam tot de min of meer verrassende ontdekking, dat tien jaren een ademspauze kunnen uitmaken in een menschenleven, maar een mijlpaal beteekenen kunnen in de historie van een land. 15
PDF
Nummer
1929, nr. 21, 25 mei 1929
Blad
18
Tekst
PANORAMA No. 21 2 5 MEI EXPOSICION IBERO-AMERICANA. Hef pavilloen i’oor Schoone Kunsten op de tentoonstelling. EXPOSICION IBEROAMERICANA. Spaansche meisjes-typen» gefotografeerd tijdens de openingsdrukte der tentoonstelling. KONING ALFONSO en koningin Victoria met de hoogste autoriteiten des lands bij de opening der Exposicion Ibero-Americana. I n Sevilla is een Exposicion Ibero-Americana geopend, die, zooals de naam reeds aangeeft, geen nationale tentoonstelling is, doch eene waaraan ongeveer twintig volkeren deelnemen: Spanje, Portugal en de Spaansche landen in Amerika. Het doel van de organisatoren is grooter bloei van handel en nijverheid voor te bereiden, en vooral een mdruk te geven van den invloed, dien Spanje als cultureele en koloniale mogendheid heeft uitgeoefend. EXPOSICION IBERO-AMERICANA. Het pavilloen voor Oude Kunst op het tentoonstellingsterrein. 16
PDF
Nummer
1929, nr. 21, 25 mei 1929
Blad
19
Tekst
Hel Mederne H et terras en balkon, vroeger ’n stiefkindje» wat de stoffage met meubelen en aardig klein goed betreft, is sinds enkele jaren uitgegroeid tot een gewichtig onderdeel van het huis. Terwijl destijds alles wat niet in de kamer te pas kwam, nog altijd goed genoeg werd geacht om een plaatsje te vinden op balkon of in den tuin, zoekt men thans naar de aardigste en stijlvolste meubelen, om er het vertoeven zoo aangenaam en gezellig, zoo knus en intiem mogelijk te maken. Immers, tal van stedelingen bezitten als buitenverblijf niet meer dan een balkon, terwijl het stadstuintje van enkele vierkante meters zich daarbij de functie van park krijgt toebedeeld. Vaak gaat de vacantiereis niet verder dan dit plekje. Aardige PANORAMA No. 21 2 5 MEI MODERNERIETENMEUBELEN Rieten stoel en armstoel met zwarte houten kegels versiercL en bloementafel en dien-mandje. MODERNE RIETEN MEUBELEN Verstelbare ligstoel met zij-plankjes voor glas of boek; links een krantenmap. tooneeltjes op deze plaats van verpoozing en rust, ontmoet men op een tocht door de stad dan ook vele. Wanneer de weersomstandigheden het maar even veroorloven, de temperatuur buiten in ons aan wisseling zoo rijk klimaat eenigszins draaglijk is, wanneer de zon stooft op pleinen en huizen, dan is het na gedanen arbeid op terras of balkon goed rusten. Men gebruikt er gaarne zoo al niet den hoofdmaaltijd, dan toch de tusschenmaaltijden. In sommige steden kan men zelfs spreken van een terras-leven. Rietmeubelen in alle vormen en zelfs in alle kleuren zijn als aangewezen voor de aankleeding van plat dak, balkon of veranda. Het buigzame materiaal, het pitriet, is niet alleen gemakkelijk te verwerken, maar bovendien uitstekend bestand tegen weersinvloeden, en daar gevlochten meubelen tegenwoordig in alle vormen, modellen en prijzen worden verkocht, is de keuze overvloedig en ook toegankelijk voor de beurs van minder gegoeden. Natuurlijk bestaan ook hier geweldige prijsverschillen, en de modieuze meubels, naar de allerlaatste creaties vervaardigd, staan ontegenzeglijk hooger dan het massaproduct. De kleine, ronde tafeltjes hebben zich aangepast aan de behoefte van hen die voor alles hun rust zoeken en wat zij noodig hebben, graag dicht bij de hand willen vinden. De groote ligstoel vindt nog altijd zn plaats naast de gemakkelijke fauteuils mèt of zonder armleuningen of het kleine rieten tabouretje. dat weinig plaats in neemt. Luxueuser zijn de rieten clubfauteuils met zijkleppen aan de armleuningen, waarop men z'n glas limonade, zn kopje thee of koffie, z’n aschbak kan plaatsen. Kleine voetbankjes in gelijken stijl voltooien het geheel. Het kleine, halfronde tafeltje draagt een rieten lampstandaard, twee legplankjes en een krantenhanger in één geheel vereenigd. Zelfs een muziekstandaard behoort tot de uitrusting, en het rieten naaimandje uit de serre past er uitstekend bij. Wanneer dan de noodige kleurige kussens» zich aanpassend in kleur, lijn en vorm aan de meubelen, een en ander nog voltooien, heeft men in den tuin of op de veranda een plekje, waar men gaarne vertoeft, en waar men zich thuis voelt als nergens. MODERNERIETENMEUBELEN Rieten tafeltje met lamp en krantenhanger. 17
PDF
Nummer
1929, nr. 21, 25 mei 1929
Blad
20
Tekst
PANORAMA No. 21 2 5 M E J amateur door J. HENKSON N iet druk, hoop ik?” vroeg Ant. terwijl hij de deur van mijn kamer achter zich sloot, en hield me tegelijk zijn koker voor, vol met sigaren, waarvan de bandjes op een extravaganten prijs wezen. Ik had het razend druk, maar antwoordde zoo vriendelijk mogelijk, dat het werk me niet overstelpte. Want als ik het tegenovergestelde beweerde, zou hij me niet vóór middernacht alleen laten. Ant is een ideale vriend, bijna; heeft slechts twee gebreken. Het eerste is zijn naam. Wanneer je met vreemden over hem spreekt, denkt iedereen, dat je praat over de werkster, of over de dochter van den melkboer: inplaats van Toon of Toine of Tony of Antoon, wordt hij Ant genoemd, omdat bij zijn geboorte deze naam werd gedecreteerd door zijn peettante, die verliefd was op den naam Ant. En aangezien van de peettante later meer te verwachten was dan gekke namen, had de familie zich erbij neergelegd, totdat niemand dat gekke meer voelde. Het tweede gebrek manifesteert zich, wanneer Ant een gesprek opent met „niet druk, hoop ik ?” en een heerlijke sigaar aanbiedt. Dat is een onfeilbaar teeken, dat hij vertrouwelijk wordt en je urenlang verveelt men onbelangrijke confidenties. Wanneer je niet tracht eraan te ontkomen, duurt het ’t kórtst. Dus stak ik met een zucht van genot zijn sigaar op en antwoordde met een zucht van gelaten onderwerping: „Een beetje werk maar. Confidenties? Moeilijkheden thuis, slechte zaken, schulden of verliefd?” ..Het laatste/'. antwoordde Ant, probeerend hemelsch te glimlachen. „Geweldig verliefd.” „Wie is het?” „Je kent haar heel goed. Daarom kom ik bij jou om raad. Je moet mij veel over haar vertellen en mij raden, hoe ik bij haar in de gunst kan komen. Het is Fee Versaerdt.” Ant keek mij verontwaardigd aan, toen een schaterlach van mij hem onderbrak. Ik gun mijn vrienden en iedereen graag, dat zij geen pech hebben op den weg der verliefdheid, indien de hij en de zij slechts eenigszins bij elkaar passen. Maar Fee Versaerdt en Ant waren twee zoo volslagen contrasten, dat ik alleen lachen kon bij de gedachte, die twee als verloofden te zien. Op het punt van verliefdheid waag ik mij nooit aan voorspellingen, maar in. dit geval kon ik met alle overtuiging verklaren: „Doe geen moeite, Ant. Na een week denk je niet meer aan Fee.” Iedereen zou dat onderschrijven, behalve Ant. Hij keek mij nijdig aan en zei: „Ik vraag je oordeel niet. Ik vraag je alleen mij iets van haar te vertellen. Wat doet ze? Waar houdt ze van? Wat zijn haar speciale liefhebberijen? Waarmee kan ik haar... . haar .... haar bewondering verkrijgen?” Ik zag in, dat redeneeren hier nutteloos was. Bovendien was Ant mijn vriend; de gekste dingen gebeuren op ons planeetje, en als er een verre mogelijkheid was, dat hij gelukkig zou kunnen worden met Fee, wilde ik daartoe graag medewerken. „Luister dan, eigenzinnige kerel,” zei ik. „Fee is vriendelijk, lief, behulpzaam, hartelijk en een beetje romantisch, romantisch in dezen zin. dat zij het liefst zou houden van een man. die ietsbijzonders heeft gepresteerd. ’ ’ „Iets bijzonders?” informeerde Ant. „De Zuiderzee rondzwemmen, een nieuwe heerenmode ontwerpen, het perpetuum mobile uitvinden, een succesroman schrijven, een wolkenkrabber bouwen op Texel.. .?” „Stop!” gilde ik, „In drie woorden kan ik het je zeggen. Fee sympathiseert geweldig met de detectives, het soort detectives, die alleen misdadigers zoeken om ze beter te maken en verder wangedrag te voorkomen. Dus wanneer je... .” „In orde,” jubelde Ant. „Ik ga onmiddellijk een misdaad ontdekken en den dader opsporen, en dan zal ik hem niet aan' de politie overleveren, maar hem een jaar of nog langer op mijn kamer laten wonen tot hij een voorbeeldig lid van de maatschappij is, en dan ga ik met hem naar Fee en dan zal ik zeggen: „Juffrouw Fee, deze man was een misdadiger, een paria, en nu... . kerel, ik bedank je uitbundig voor je informaties. Als we trouwen, mag je getuige zijn.” Hij liet zijn sigarenkoker op mijn tafel liggen en stormde de deur uit, op zoek naar misdaden en misdadigers. Aldus werd mij de gelegenheid ontnomen, nogmaals te probeeren, hem te overtuigen, dat hij vergeefsche moeite deed; wanneer hij zich zelf beter kende, zou hij de eerste zijn om te erkennen, dat hij in zijn vermeende verliefdheid een meisje had gezocht, dat hoegenaamd niet bij hem paste. Drie dagen later zat ik in een afschuwelijk humeur op het terras van een café, trachtend mij te amuseeren met de muziek van het strijkje en een taaie feuilleton van een der dagbladen. Ik had dien dag twee brieven gekregen met onaangename tijding, de hospita had bedekte toespelingen gemaakt op een a.s. verhooging van de kamerhuur en de baas had een van zijn periodieke vreeselijke buien gehad. Zoo was het alleszins te vergeven dat mijn humeur te wenschen overliet en ik de eerste uren niemand wilde spreken, om een of anderen kribbigen uitval te DE KLIMMENDE FIETS is een pas uitgevonden instrument om in boomen en hooge palen te klimmen, De fiets klimt door middel van een soort rupstviel, dat de schors van de boom met beschadigt. voorkomen. Men voelt in dergelijke omstandigheden zelf het onbillijke van zijn gedrag, doch doet niettemin geen moeite zich draaglijker aan zijn medemenschen voor te doen. De kellner had juist de bestelling voor mijn derde koffie aangenomen, toen een vreemdsoortig type aan het tafeltje naast mij plaatsnam. De kleeren die hij droeg, waren een verzameling van de modes der laatste halve eeuw; op zijn bovenlip was een snorretje van drie haren en zijn hoed kon onmiddellijk een plaatsje krijgen in een museum voor oudheden. De man knikte mij vriendelijk toe en kwam, toen de kellner zijn bier had gebracht, aan mijn tafeltje zitten. „LI permitteert?” vroeg hij met eenvalsche basstem. Ik bromde wat onvriendelijks en nam mijn krant weer op. De kerel dronk op een onhebbelijke manier en toen ik hem nijdig aankeek, zag ik tot mijn verontwaardiging, dat hij me weer gemeenzaam toeknikte en een knipoogje gaf. „Maak je niet boos, kerel.” hoorde ik, nu met geheel andere stem. Van verbazing morste ik de helft van mijn koffie. „Je bent gek, Ant!” kon ik na eenige oogenblikken zeggen. ., Dank je.” antwoordde hij verontwaardigd. „Is de vermomming soms niet goed? Niemand herkent me; bij vier kennissen heb ik al de proef genomen.” „Maar je zult worden opgepakt als landlooper. Je ziet er krankzinnig uit!” Ant kwam geheimzinnig-dicht naast me zitten. „Luister, amice; het is allemaal om haar. Gisteren heb ik een misdaad ontdekt, althans ik vermoed, dat er een misdaad gaat gebeuren. Je moet weten, dat er in hetzelfde J8
PDF
Blad 
 van 2380
Records 11211 tot 11215 van 11897