|
PANORAMA No. 21 2 5 M E J
amateur
door
J. HENKSON
N
iet druk, hoop ik?” vroeg Ant. terwijl
hij de deur van mijn kamer achter
zich sloot, en hield me tegelijk zijn koker
voor, vol met sigaren, waarvan de bandjes
op een extravaganten prijs wezen. Ik had
het razend druk, maar antwoordde zoo
vriendelijk mogelijk, dat het werk me niet
overstelpte. Want als ik het tegenovergestelde beweerde, zou hij me niet vóór
middernacht alleen laten. Ant is een ideale
vriend, bijna; heeft slechts twee gebreken.
Het eerste is zijn naam. Wanneer je met
vreemden over hem spreekt, denkt iedereen,
dat je praat over de werkster, of over de
dochter van den melkboer: inplaats van
Toon of Toine of Tony of Antoon, wordt
hij Ant genoemd, omdat bij zijn geboorte
deze naam werd gedecreteerd door zijn
peettante, die verliefd was op den naam
Ant. En aangezien van de peettante later
meer te verwachten was dan gekke namen,
had de familie zich erbij neergelegd, totdat
niemand dat gekke meer voelde. Het tweede
gebrek manifesteert zich, wanneer Ant een
gesprek opent met „niet druk, hoop ik ?”
en een heerlijke sigaar aanbiedt. Dat is
een onfeilbaar teeken, dat hij vertrouwelijk
wordt en je urenlang verveelt men onbelangrijke confidenties. Wanneer je niet tracht
eraan te ontkomen, duurt het ’t kórtst. Dus
stak ik met een zucht van genot zijn sigaar
op en antwoordde met een zucht van gelaten onderwerping:
„Een beetje werk maar. Confidenties?
Moeilijkheden thuis, slechte zaken, schulden
of verliefd?”
..Het laatste/'. antwoordde Ant, probeerend hemelsch te glimlachen. „Geweldig
verliefd.”
„Wie is het?”
„Je kent haar heel goed. Daarom kom
ik bij jou om raad. Je moet mij veel over
haar vertellen en mij raden, hoe ik bij
haar in de gunst kan komen. Het is Fee
Versaerdt.”
Ant keek mij verontwaardigd aan, toen
een schaterlach van mij hem onderbrak. Ik
gun mijn vrienden en iedereen graag, dat zij
geen pech hebben op den weg der verliefdheid, indien de hij en de zij slechts eenigszins bij elkaar passen. Maar Fee Versaerdt
en Ant waren twee zoo volslagen contrasten,
dat ik alleen lachen kon bij de gedachte,
die twee als verloofden te zien. Op het
punt van verliefdheid waag ik mij nooit
aan voorspellingen, maar in. dit geval kon
ik met alle overtuiging verklaren:
„Doe geen moeite, Ant. Na een week
denk je niet meer aan Fee.”
Iedereen zou dat onderschrijven, behalve
Ant. Hij keek mij nijdig aan en zei:
„Ik vraag je oordeel niet. Ik vraag je
alleen mij iets van haar te vertellen. Wat
doet ze? Waar houdt ze van? Wat zijn
haar speciale liefhebberijen? Waarmee kan
ik haar... . haar .... haar bewondering verkrijgen?”
Ik zag in, dat redeneeren hier nutteloos
was. Bovendien was Ant mijn vriend; de
gekste dingen gebeuren op ons planeetje,
en als er een verre mogelijkheid was, dat
hij gelukkig zou kunnen worden met Fee,
wilde ik daartoe graag medewerken.
„Luister dan, eigenzinnige kerel,” zei ik.
„Fee is vriendelijk, lief, behulpzaam, hartelijk
en een beetje romantisch, romantisch in
dezen zin. dat zij het liefst zou houden van
een man. die ietsbijzonders heeft gepresteerd. ’ ’
„Iets bijzonders?” informeerde Ant. „De
Zuiderzee rondzwemmen, een nieuwe heerenmode ontwerpen, het perpetuum mobile
uitvinden, een succesroman schrijven, een
wolkenkrabber bouwen op Texel.. .?”
„Stop!” gilde ik, „In drie woorden kan
ik het je zeggen. Fee sympathiseert geweldig met de detectives, het soort detectives, die alleen misdadigers zoeken om ze
beter te maken en verder wangedrag te
voorkomen. Dus wanneer je... .”
„In orde,” jubelde Ant. „Ik ga onmiddellijk een misdaad ontdekken en den dader
opsporen, en dan zal ik hem niet aan' de
politie overleveren, maar hem een jaar of
nog langer op mijn kamer laten wonen tot
hij een voorbeeldig lid van de maatschappij
is, en dan ga ik met hem naar Fee en dan
zal ik zeggen: „Juffrouw Fee, deze man
was een misdadiger, een paria, en nu... .
kerel, ik bedank je uitbundig voor je informaties. Als we trouwen, mag je getuige
zijn.”
Hij liet zijn sigarenkoker op mijn tafel
liggen en stormde de deur uit, op zoek
naar misdaden en misdadigers. Aldus werd
mij de gelegenheid ontnomen, nogmaals te
probeeren, hem te overtuigen, dat hij
vergeefsche moeite deed; wanneer hij zich
zelf beter kende, zou hij de eerste zijn om
te erkennen, dat hij in zijn vermeende verliefdheid een meisje had gezocht, dat hoegenaamd niet bij hem paste.
Drie dagen later zat ik in een afschuwelijk
humeur op het terras van een
café, trachtend mij te amuseeren met de muziek
van het strijkje en een
taaie feuilleton van
een der dagbladen. Ik
had dien dag twee
brieven gekregen met
onaangename tijding,
de hospita had bedekte toespelingen gemaakt op een a.s.
verhooging van de
kamerhuur en de baas
had een van zijn periodieke vreeselijke buien
gehad. Zoo was het
alleszins te vergeven
dat mijn humeur te
wenschen overliet en
ik de eerste uren niemand wilde spreken,
om een of anderen
kribbigen uitval te
DE KLIMMENDE FIETS
is een pas uitgevonden
instrument om in boomen en
hooge palen te klimmen, De
fiets klimt door middel van
een soort rupstviel, dat de
schors van de boom met
beschadigt.
voorkomen. Men voelt in dergelijke omstandigheden zelf het onbillijke van zijn gedrag,
doch doet niettemin geen moeite zich draaglijker aan zijn medemenschen voor te doen.
De kellner had juist de bestelling voor
mijn derde koffie aangenomen, toen een
vreemdsoortig type aan het tafeltje naast
mij plaatsnam. De kleeren die hij droeg,
waren een verzameling van de modes der
laatste halve eeuw; op zijn bovenlip was
een snorretje van drie haren en zijn hoed
kon onmiddellijk een plaatsje krijgen in een
museum voor oudheden. De man knikte
mij vriendelijk toe en kwam, toen de kellner
zijn bier had gebracht, aan mijn tafeltje
zitten.
„LI permitteert?” vroeg hij met eenvalsche
basstem.
Ik bromde wat onvriendelijks en nam
mijn krant weer op. De kerel dronk op
een onhebbelijke manier en toen ik hem
nijdig aankeek, zag ik tot mijn verontwaardiging, dat hij me weer gemeenzaam toeknikte en een knipoogje gaf.
„Maak je niet boos, kerel.” hoorde ik,
nu met geheel andere stem.
Van verbazing morste ik de helft van
mijn koffie. „Je bent gek, Ant!” kon ik na
eenige oogenblikken zeggen.
., Dank je.” antwoordde hij verontwaardigd.
„Is de vermomming soms niet goed? Niemand herkent me; bij vier kennissen heb
ik al de proef genomen.”
„Maar je zult worden opgepakt als landlooper. Je ziet er krankzinnig uit!”
Ant kwam geheimzinnig-dicht naast me
zitten.
„Luister, amice; het is allemaal om haar.
Gisteren heb ik een misdaad ontdekt, althans
ik vermoed, dat er een misdaad gaat gebeuren. Je moet weten, dat er in hetzelfde
J8
|