Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1111 tot 1115 van 11897
Nummer
1914, nr.18, 16 oct. 1914
Blad
02
Tekst
OORLOGSNIEUWS De kiosken maken goede zaken ■unt u mij nog een exemplaar van alle nummers van uw blad, sinds het uitbreken van den oorlog verschenen, toezenden? Ik wilde deze als een herinnering aan den moeilijken tijd, waarin wij leven, voor later bewaren.” Deze en dergelijke briefjes komen bij de administratie van ons blad herhaaldelijk binnen. Dat wij er hier een afdrukken, is waarlijk niet om er ,.reclame” mee te maken. Veeleer doen wij dit, als een inleiding tot wat hier volgen gaat. De oorlog heeft in ons, nog sterker dan voordien, de behoefte aan de courant, ongeïllustreerd alsnieuwsbrengster, geïllustreerd als levende afspiegeling van het gebeurde, doen ontstaan En wij, Nederlanders, die er ons mee vermaakten, als wij in het buitenland, op de boulevards te Brussel of Parijs, in de koffiehuizen en straten van Berlijn, op de pleinen en voor de groote gebouwen in Londen, de vlugge courantenjongens zagen, wij raken er nu ook aan gewend om op straat ons blad te koopen. Het Rokin in Amsterdam, om slechts een voorbeeld .te noemen, draagt tegenwoordig ook in dit opzicht een buitenlandsch karakter. Behalve met tal van binnenlandsche nieuws- en geïllustreerde bladen, geschiedt het venten met de buitenlandsche couranten, met de nabootsing der buitenlandsche aanbevelingen, blijkbaar vol succes. DE COURANT IN HET KAMP. De „leeszaal” in een der kampen. Ook onze soldaten kunnen niet bij het voedsel voor het lichaam alleen leven; zij genieten bijzonder van deze versnapering des geestes. De juffrouw voor het Victoriahotel, die in een haar genoeglijke omvangrijkheid, een bekend figuur werd, heeft zware concurrentie gekregen. Men ziet ’t haar niet aan. ’t Is te begrijpen, want ondanks het feit, dat de jongens en mannen met de „Inglisspeepers” een aardig debiet hebben, ook voor het Victoriahotel gaat de verkoop geregeld zijn gang, evengoed als de kiosken goede zaken maken, ondanks de veel grootere straatverkoop buiten deze courantentempeltjes om. Want dat is juist het eigenaardige van den straatverkoop der bladen: hoe meer gelegenheid, des te meer verkoop. Er is iets prikkelends in, wanneer men midden op de breede groote-stadsstoepen een paar vlug- en druklezende voorbijgangers ziet, die het pas gekochte nieuws verslinden. Buitenlandsche bladen. De nieuwsgierigheid wordt er door gespannen en men koopt zelf even goed. Geloof nu niet dat deze geheel nbuwe eigenschap van onze landgenooten, de losse bladen-koop (niet te verwarren met het abonnement, dat naar verhouding in ons Vaderland een zeer gunstig cijfer aantoonde), zich alleen in de groote steden vertoont, onze ervaring (en zonder zelfoverschatting mogen wij deze, in dit geval van eenige beteekenis noemen), leerde ons dat overal in den lande een gelijke koopdrang merkbaar wordt. Deze wijze van zich nieuwsbladen aan te schaffen, legt de redacties en uitgevers dezer bladen zeer zware verplichtingen op. Het is hun eigen belang, om ervoor te zorgen, dat de nieuwsgierigheid, welke de grondslag van den kooplust is, naar behooren wordt bevredigd. Het allernieuwste moet dus met allerDE NIEUWSHONGER TE VELDE Deze foto is meer dan een eenvoudige illustratie. Zij is een der meest sprekende bewijzen, hoe de behoefte aan de courant in de menschen leeft. Met hoeveel gretigheid wordt de man, die als voorlezer fungeert, aangestaard. Deze groep is een ode aan de courant hande opofferingen bemachtigd worden. En wie dan ook onze eigen persproducten vergelijkt met de buitenlandsche bladen, zal geen slecht oordeel over onze prestaties mogen uitspreken. Integendeel. En dit ondanks het feit, dat zelfs bij den zooveel grooteren verkoop van heden, de oplage der buitenlandsche bladen, en dus hun opbrengst, oneindig veel grooter is. The Daily Mirror b.v., het bekende Londensche geïllustreerde halve-stuiversDe groote belangstelling» blad, dat wat uitvoering betreft door Panorama zeker verre ach ter zich wordt gelaten, constateerde begin September dat de dagelijksche oplage 1.680.000 ex. was. Qa veut dire quelque chose. Vanuit het standpunt van volksontwikkeling bekeken, mag men zonder eenigen twijfel vaststellen, dat de grootere verkoop van couranten een goede invloed kan uitoefenen, mits, en dit is een ding van het allergrootste belang, de inhoud van de bladen goed is. Het is oneindig veel beter, dat de kooper uit een dagblad of periodiek, de levende geschiedenis der wereld leest, dan dat hij zich verhit door de fantastische verhalen der detective-romans, die in zulk een groot getal verslonden werden. Een goede courant is geen prikkellectuur. Integendeel, zij verruimt den blik. En wij mogen gerust constateeren dat de Hollandsche dagbladen en geïllustreerde couranten (wellicht op een enkele uitzondering na), niet onder hun taak blijven. Een ander verschijnsel in verband met ons onderwerp, iets, wat ons als geïllustreerd blad vooral interesseert, is de groote voorkeur van het publiek voor het gefotografeerde beeld, boven de teekening. Slechts nu en dan brengen wij deze teekeningen, en wanneer wij dit doen, dan weten wij zeker dat zij naar waarheid en natuurgetrouw zijn. Desniettegenstaande vraagt „men” naar de foto. Daardoor kreeg de illustratie een heel ander karakter, want slechts zelden kan de foto het heroïsche, het verschrikkelijke, het artistiek frappeerende van een moment zóó in haar uiting cristalliseeren als de teekening, welke door de visie van den kunstenaar ontstond, dit vet mag. Het publiek voelt dit en komt daarom nog wel eens onder den indruk van groote, artistieke platen, doch voor de actualiteit als „nieuws" verlangt het bij voorkeur de fotografische wedergave. In vele opzichten is dit een gelukkig verschijnsel. Want juist door de nuchtere, zakelijke voorstelling van de foto, wordt de nuchtere, zakelijke waarheid gediend. En in deze oorlogswoede en krijgskoorstellende kan toch alleen de nuchtere.zakelijkheid ons redden en ons doen inzien welke waarde ongezonde, onnatuurlijke opzweeping innerlijk bezitten. * * * Gelukkig dus dat ons volk zijn ni-uws- „ Panorama” op straat. gierigheid leert en kan bevredigen uit dc bronnen, die zoo op gezonde wijze de waarheid dienen. En daar van den lossen nummerverkoop tot het vaste abonnement de overgang niet groot is, kan het verlangen naar oorlogsnieuws en de daardoor vergroote populariteit van de in goede richting werkende pers, zegenrijk door blijven werken. L.
PDF
Nummer
1914, nr.18, 16 oct. 1914
Blad
03
Tekst
Belgische Vluchtelingen, weer terug naar hun eigen Land Drie geslachten, die, hopen wij, voor de laatste maal de gave der Nederlandsche gastvrijheid genieten. Met have en goed op den terugweg. INFORMATIES INWINNEN. Landgenooten, die uit Antwerpen terugkomen, worden om informaties bestormd. DE DUITSCHE GRENSWACHT. Marine- en infanterie-soldaten. EEN HARTVERSTERKING VOOR DEN LANGEN WEG. VOOR DE LAATSTE MAAL HET HOLLANDSCHE BROOD. Onze fotocorrespondent. die per auto naar de grenzen trok, was in de gelegenheid deze eerste foto’s der terugkeerende Belgische Vluchtelingen op te nemen.
PDF
Nummer
1914, nr.18, 16 oct. 1914
Blad
04
Tekst
r- r-\ rA rsr » /—< DE DUITSCHE SOLDAAT EN ZIJN LEVEN TE VELDE DE OORLOGSSTEMMING M en moet groote bewondering hebben voor de wijze, waarop de strijdende naties de ellende, welke zoo sterk voor de bewoners van deze landen uit den oorlog voortspruit, weten te dragen. Er worden steeds talrijker verliezen aan dierbare levens geleden enhoezeer de liefde voor hetVaderland sterk is, het hart kan niet onberoerd blijven bij zooveel persoonlijk leed. Dit zou onnatuurlijk zijn en elke drang, om dit gevoel te onderdrukken, is verkeerd. Want alleen toch als overal in de beschaafde wereld de overtuiging van het vreeselijke van een modernen krijg is doorgedrongen, wanneer de roes der opwinding geweken is en het eerlijk inzien van den feitelijken toestand daarvoor heeft plaats geOP VERKENNING. — Het werk van verkenners en voorposten is ook in dezen oorlog van de grootste beteekenis gebleken en de aanvoerders gebruiken er hun beste krachten voor. Men lette op het Ijzeren Kruis, dat de soldaat, meest rechts op onze foto, op de borst draagt. vonden, dan kan weer de behoefte aan devredesidee en haar beschavend werk grond vatten en krachtig opbloeien. Wij kregen inzage van tal van particuliere brieven, welke ons de overtuiging geven dat de verhalen, welke ook in de buitenlandsche bladen circuleerden , dat men eigen smart niet acht en een ongekend spartanisme alom heerscht, zeer sterk overdreven zijn. Wij, Nederlanders, hebben vele vrienden in alle andere landen, welke met en tegen elkander strijden. En wij voelen mede met hun leed. De eenige hoop die wij hebben, is, dat ’ t leed niet om niet was. En dat na de dagen van tranen, de vreugde, de levensverhooging en de beschavingsopbloeing des te sterker mag zijn. Laat ons het oud-vertrouwde psalmwoord voor oogen houden: Zij, die met tranen zaaiden, met vreugde zullen zij oogsten... Als mollen in den grond gegraven liggen de troepen in Noord-Frankrijk in mijlenlange linies tegenover elkaar. Doch niet alleen daar, waar versterkte loopgraven tot kleine forten werden, maar overal waar gevochten wordt, zoekt de soldaat zijn bescherming en de goede stelling voor zijn wapens door deze, zij het dan minder versterkte, grondverdiepingen. Onze foto’s werden in Vlaanderen genomen. KEIZER WILHELM EN GRAAF VON MOLTKE, de .Opperste Krijgsheer” en de Opperbevelhebber van het Duitsche leger te velde. OP DEN UITKIJK. De fotografie heeft in bijkans alle gevallen de geteekende illustratie van weleer vervangen. Slechts daar, waar op meer artistieke wijze het verloop van een actie moet worden weergegeven, is de teekening een betere vervanging van het lichtbeeld. Doch dat er ook hoogst artistieke oorlogsfoto’s genomen kunnen worden, bewijst deze illustratie. LOOPGRAVEN IN ALLERIJL OPGEWORPEN.
PDF
Nummer
1914, nr.18, 16 oct. 1914
Blad
05
Tekst
BRUGGE DOOR DE DUITSCHE TROEPEN BEZET DE BEWAKING DER OUDE GEBOUWEN. Duitsche soldaten voor den ingang van de groote Bibliotheek te Brugge. Dit gebouw, in Gothischen stijl, dateert van 1477. DUITSCHE INFANTERIE TREKT LANGS DE GRANDE PLACE TE BRUGGE. De oude, Vlaamsche stad. eens een der machtigste van Europa, werd zonder verzet door de Duitsche troepen bezet. De binnentrekkende troepen hebben de hun gegeven orders om niets te beschadigen, in alle opzichten gevolgd. Brugge was een z.g. open stad, die uit den aard niet te verdedigen was. BEZETTING EN BEVOLKING. De Duitsche militaire kok zorgt blijkbaar ook voor de armen van Brugge. EEN LES IN KUNSTGESCHIEDENIS. Duitsche soldaten bezichtigen het standbeeld van den Vlaamschen schilder Jan van Evck EEN AUTOBUS, die eertijds door Londen’s straten reed en door de Engelsche militairen naar het vasteland was overgebracht, is thans in Duitsche handen.
PDF
Nummer
1914, nr.18, 16 oct. 1914
Blad
06
Tekst
’T VERHAAL VAN - DEN INVALIDE - een, monsieur, ik ben geen soldaat geweest van de oude garde; ik heb nimmer de blauwe tuniek met de witte plastron en de berenmuts gedragen. Ik was maar een voerman van de keizerlijke artillerie. Dat is niet veel bijzonders, hé 1 Toch is er een tijd geweest dat wij voerlieden werden vereerd verre boven de beroemde gardesoldaten van de glorierijke fransche legers, en ik, Jean Durien van de 26ste batterij was de persoon die dat had bewerkstelligd. En bién, monsieur, ik zal u de geschiedenis eens vertellen, hoewel ik als oude ruwe soldaat het maar op eenvoudige wijze doen kan. Ja ik wil graag opstaan — als u mij even helpt, zoo, dank u — en met u drinken op mijn cnsterfelijken keizer. Het is vandaag zijn geboortedag, daarom draag ik deze viooltjes. Ik wii beginnen bij den tijd dat ik mijn kleine geliefde Margot, de dochter van den dorpssmid, bitter weenende achterliet in het woud achter Cartoucheres, terwijl ik trots stappend in de gelederen van een afdeeling recruten uit volle borst meezong : ,,Aux armes, citoyens !” Margot had zich getroost met de gedachte aan een terugkeer van mij vol roem, maar aan dezen droom werd in Parijs ruw een einde gemaakt. Den avond van onze aankomst in de hoofdstad werden we door onzen sergeant zoo volop van wijn voorzien, dat we onze zinnen verloren en den volgenden morgen bemerkten we, dat een tiental van ons, waaronder ook ik, den eed gedaan hadden om als artillerie-voerman dienst te doen in het leger der republiek. U zult begrijpen hoe teleurgesteld we waren, als u weet dat de kanonnen-voerlui de meest verachte lieden in het leger waren. Ze werden niet als militairen beschouwd en mochten niet eens de uniform dragen van het regiment waartoe zij behoorden, en evenmin deelen in den roem der veldslagen die zij hielpen winnen. Het was daarom begrijpelijk dat wanneer de Franschen aan de verliezende hand waren, de voerlieden de touwen, waarmee hun paarden aan de kanonnen verbonden waren, doorsneden en vluchtten, het kanon in de handen der vijanden achterlatende. Ondanks onze teleurstelling durfden we niet te luid morren, want in die dagen der revolutie stond niemands hoofd bijzonder vast. We berustten dus in hetgeen de goede God ons oplegde en werden spoedig daarop naar den Rijn gezonden, waar we half stervende en in lompen gehuld vier jaar lang wanhopig vochten. Onze verliezen waren daar ook zoo groot, dat toen een tijdelijke schorsing der vijandelijkheden het Directoire gelegenheid gaf ons terug te roepen, ik, die nauwelijks twintig jaar telde, niettemin de oudste voerman van onze batterij was. Hoe klein is de wereld toch, monsieur! Op den dag dat ik te Parijs aankwam, ontmoette ik op de Place Vendome mijn lieve Margot. Hoewel ze met een grooten kerel, gekleed in de uniform der Nationale Garde, liep, herkende ik haar onmiddellijk. Ik liep op haar toe en vatte haar beide handen, te ontroerd om te spreken. Gebruind en mannelijker geworden in de jaren van mijn afwezigheid herkende ze mij eerst niet. Ondertusschen was de kerel mij genaderd en behandelde mij zoo beleedigend en geringschattend, dat ik van woede en jaloerschheid hem met de eene hand bij den kraag pakte en de andere met volle kracht op zijn gelaat deed neerkomen. Toen herkende Margot mij opeens, ze lachte mij blij toe en eenige oogenblikken later waren we, in een vriendschappelijk gesprek gewikkeld op weg naar haars vaders woning in Parijs. Mijn geluk duurde niet lang, misschien een week, zoover ik mij herinner; toen begon ik te bemerken, dat Margot mij niet langer liefhad. Haar hoofd was heelemaal op hol gebracht door die fatterige uniform van de Nationale Garde. De Bloemententoonstelling in , Kras” te Amsterdam, gehouden ten bate van het Nationaal Steuncomité. (foto D. v. Koninklijk Kreveld). Ze klaagde er over dat ik geen uniform droeg en toen, op een dag, snauwde zij me af, mij, een der veteranen van den Rijn, in tegenwoordigheid van dien pocher, die nooit van huis geweest was. Ah, monsieur weet wat vrouwen zijn ! Een kleurig pakje, een paar glimmende knoopen en ... . ware, trouwe liefde is niets. Haar steeds ongenaakbaarder houding maakte me dol jaloersch en, op een avond, brak de bom los. Ik overlaadde haar met de bitterste verwijten ; zij antwoordde mij sarrend; ik wond me steeds meer op en ten laatste zei ik iets wat ik niet had moeten zeggen. Toen beval ze mij trotsch en koel haar te verlaten, voor immer. Haar woorden ontnuchterden mij. Ik zag opeens wat ik gedaan had, en, mijn armen om haar hals slaande bad Vluchtelingen in de Leidsche Dekenfabriek --------der firma J. C. Zaalberg & Zn.--------- Het bereiden van maaltijden met behulp van militaire koks ik haar om vergiffenis. Zij duwde mij weg. ,,Nooit meer !” riep ze uit. ,,Ga !’ Zij meende wat ze zei, en haar woorden vernietigden al mijn levensgeluk. Ik bleef niet langer, het was van geen nut. De afgod die mij bij alle gevaren aan den Rijn voor den geest had gezweefd, was vernietigd. Zonder Margot kon ik niet langer leven. En zoo in de onbezonnenheid mijner jeugd rende ik weg, naar de Seine, om mij te verdrinken. Ik stond op den oever der rivier op het punt mij in het donkere water beneden mij te werpen, toen een hand op mijn schouder mij tegenhield. Ik keek om, een man met een gladgeschoren gelaat stond naast mij. „Wat moet je van mij ?” vroeg ik ruw. Het was maar een klein tenger persoon, en ik bevond mij in een stemming om hem met mij in den vloed te slingeren. Maar terwijl ik sprak, kwam de maan van achter de wolken te voorschijn en verlichtte met haar bleeke stralen het gelaat van den vreemdeling. Ik snakte naar adem ! De oogen van den man staarden doordringend in de mijne. Hij doorzag mij, las in mijn ziel al mijn geheimen. Ik zag in zijn blik belangstelling, sympathie, maar het ovale gelaat zelf was boven alle beschrijving. Schilders hebben dwaselijk gepoogd hem uit te beelden — O, honderden malen 1 maar voor hun fijnste werk in een lijst van goud zou ik niet willen ruilen de beeltenis, die ik zie, telkenmale als ik de oogen sluit! Maar ik dwaal af. De vreemdeling sprak mij aan. „Eenmaal,” zei hij zacht, „ontnam de regeering mij mijn laatste hoop en gebrek stond mij te wachten. Toen kwam ik hier op deze zelfde plaats om mij het leven te benemen, doch een vriend redde mij. De schuld aan dezen man zal ik nimmer kunnen aflossen. Ga terug, kameraad ! Van alle lafaards door God geschapen, is de ergste die de hand aan zichzelven slaat.” „Ik ben geen lafaard !” zei ik met gloeiend gelaat. „Ik vocht met Moreau aan den Rijn !” „Een soldaat 1 Waar is je uniform ?” Ik kon niet antwoorden, maar hij zag tranen in mijn oogen opwellen. „Vertel mij uw leed !” hernam hij. Het klonk eenvoudig en toch zweer ik u, monsieur, dat ofschoon hij slechts deze simpele woorden zei, ik me gedwongen voelde hem mijn geschiedenis te vertellen. Er was zoo’n toovermacht in die stem, dat ik evenmin had kunnen zwijgen als nu salueeren met mijn arm die onder een dooden kozak begraven ligt op het slagveld te Leipzig. Ik vertelde hem alles, de geheele historie. Toen ik geëindigd had, keek ik hem aan en ik zag dat hij glimlachte. Voor een oogenblik kwam mijn woede weer boven, één oogenblik slechts want in zijn glimlach las ik iets dat mij hoop gaf nieuwe, plotselinge hoop. — Voor ik spreken kon, begon de naastbijzijnde torenklok te spelen. „Ik moet weg,” zei hij haastig. „Goeden nacht kameraad ! Luister naar mijn raad : blijf bij je kanon en hoop. Er is altijd hoop, zelfs voor een verliefden dwaas !” Hij lachte nog eens, terwijl hij verdween in de duisternis, en ik — wel, ik wist niet of ik vroolijk of woedend moest zijn en dus keerde ik naar mijn kwartier terug en zocht mijn bed op. Nog geen week later op een dag naar de kazerne terugkeerende vond ik mijn kameraden in een buitengewonen staat van opwinding. Ze namen mij mee naar het plein en toonden me een dagorder. Daar in groote letters stond te lezen dat de voerlieden der kanonnen gelijkgesteld werden met alle andere militairen. Onze vroegere verdiensten werden geprezen en ons verden voor de toekomst roem en belooning toegezegd maar boven alles ; we kregen een uniform. Sapperloot 1 wat zijn de rijdende artilleristen dien dag dronken geweest! Eh bien ! Om verder te gaan, de magnifieke uniform van het 26ste regiment deed Margot weer tot mij terugkeeren Haar vader had mij reeds hoop gegeven, maar spoedig J-Joe 500 vluchtelingen in een der fabrieken ondergebracht werden. (foto's Jonker & Zn.) Aan den maaltijd, waarvoor in de fabrieksgebouwen de tafeltjes werden neergezet
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1111 tot 1115 van 11897