Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1106 tot 1110 van 11897
Nummer
1914, nr.17, 21 oct. 1914
Blad
13
Tekst
DE STRIJD IN GALICIË EEN OOSTENRIJ KSCH CONVOOI, VLAK ACHTER DE GEVECHTSLINIE. Een Oostenrijksche patrouille in de onmiddellijke omgeving van Przemysl. Oostenrijksche soldaten ontvangen versnaperingen van de vrouwen in Galicië Vluchtende bewoners bij de nadering der vijandelijke troepen De Roode Kruis-afdeeling van de 25e Oostenrijksche infanteriein Galicië. brigade.
PDF
Nummer
1914, nr.17, 21 oct. 1914
Blad
14
Tekst
i a.i i « DE MEINEEDIGE Een vroolijke schets uit den Mobilisatietijd (SLOT). VERKORTE INHOUD VAN HET GEDEELTE UIT HET VORIGE NUMMER. Magda Bornstad en haar vriendin Maria von Kashagen, hadden elkaar in een opwelling van dwepende meisjesvriendschap plechtig beloofd, ja zelfs gezworen, nóóit te zullen huwen. Ondanks deze belofte is Magda Bornstad toch het gelukkige vrouwtje geworden van Baron Ernst von Eden, zonder daarbij de bepalingen in acht te hebben’ genomen, die zij beiden haddec beloofd te zullen nakomen indien zij aan hun noodlot niet ontkwamen en toch trouwden. Haar schrik was dan ook groot, toen zij vernam, dat haar vriendin Maria een paar dagen bij haar zou doorbrengen. Haar man, Baron Ernst von Eden, had echter op zich genomen, alles in orde te zullen brengen. Met het oog op den critieken toestand in Europa, had de vader van Maria, generaal von Kashagen, order gekregen, met zijn op oorlogssterkte gebrachte brigade een nachtelijke velddienst te houden. Baron Ernst von Eden mocht in het gevolg van den generaal, na heel wat geruststellingen aan Magda, de manoeuvre medemaken. t zal ik je zeggen Magda, zei Baron von Eden. Natuurlijk moeten we op alle gebeurlijkheden voorbereid zijn. Je kunt in dezen onzekeren tijd niet weten wat gebeuren kan en dan dienen we klaar te zijn. En omdat we in geval van oorlog hier aan deze grens nval te vreezen zouden hebben, wordt hedennacht een oefening gehouden, om uit te maken op welke wijze we een vijandelijken inval zouden kunnen keeren. ’t Is alles dus nog heel onschuldig en je behoeft je voor niets ongerust te maken.” „Kan ik je soms ook een brief schrijven ?” „Maar schatje — een paar uur ! Nu, mijnentwege, ga je gang. Als je wilt, kun je me schrijven. Wellicht zendt de generaal een ordonnans naar het kwartier, dien kun je dan den brief meegeven.” DE MINISTER-PRESIDENT. EEN ZELDZAME FOTO. dat zijn tweeden zoon trof, aller sympathie met dezen uitstekenden staatsman is. Kenschetsend voor gouden trouwring de stemming in Duitschland is het feit, dat velen, mannen en vrouwen, vrijwillig hun voor een ijzeren ring, waarin de naam van den Keizer is gegraveerd, komen ruilen. Een ijzeren ring is op dit moment de „hoogste mode”. De Keizerin van Rusland in het uniform van een Duitsch Uhlaan! Natuurlijk is deze foto eenige jaren terug genomen. „Dan is het goed, Ernst 1” Het bewuste half uur was nog niet geheel en al verstreken — maar er zijn voorvallen in het leven, waarin men zich betreffende een kus niet zoo nauwkeurig aan den tijd kan houden. Generaal-Majoor von Kashagen had sedert gisteren zijn brigade in de omgeving van Groot-Poltow bijeengetrokken. Het gold de voorbereidingen voor een woedenden fiankaanval op de in wijden kring gelegerde vijandelijke liniën. Een militaire daad, die niet slechts om zoo te zeggen, het bedreigde vaderland zou moeten redden; maar bovendien antwoord zou geven op de vraag of generaal von Kashagen bekwaam genoeg was, om Excellentie te worden. Met zulke gewichtige vooruitzichten in het verschiet pleegt zelfs het hardste gemoed voor zachtere aandoeningen niet geheel ontoegankelijk te zijn. Zoo was het ook den ijzerbijter Von Kashagen gegaan. Hoewel hij geflirt onder jongelui van beider kunne niet kon uitstaan, had hij nochtans zijn dochter toegestaan gedurende een paar dagen haar vader op het kasteel Poltow gezelschap te houden, te meer daar zij met de echtgenoote van zijn jeugdigen jovialen gastheer bevriend was. Bovendien kon zij voor hem tevens zijn civiel en hoogen hoed meebrengen : de uitslag van den krijg is zoo wisselvallig. Voor zulk een lot behoefde hij echter voorloopig niet te vreezen. De generale schikkingen waren met de meeste nauwkeurigheid en voorzichtigheid gemaakt. Wanneer de onderbevelhebbers hun plicht deden moest de aanval gelukken. * * * Het was één uur ’s nachts : de krijgsoperatiën waren in vollen gang. De generaal bevond zich op een door het maanlicht beschenen heuvel, vanwaar hij de verschillende troepenbewegingen kon gadeslaan. Hij was in gezelschap van zijn adjudant, een paar ordonnans-officieren en baron von Eden. De laatste gevoelde zich gelukkig nu hij zijn geliefde huzaren-uniform weder aanhad en zag er op zijn mooiste rijpaard gezeten als een echt militair uit. Zelfs de knorrige generaal had hem hierover een paar vriendelijke woorden gezegd. Jammer genoeg hield de genadige stemming van den hoogen heer niet lang stand. Onophoudelijk beschouwde hij door zijn veldkijker de omgeving, ongeduldig de verschillende ordonnansen verbeidende. Af en toe kwam er een aanrennen, alsof de booze hem op de hielen zat. Het was een spookachtig gezicht als men die lieden uit de kastanjebosschen te voorschijn zag komen en in gestrekten galop den heuvel zag oprennen. Maar de verschillende tijdingen die zij brachten waren niet voldoende, om meester van den toestand te blijven. Daartoe moest de generaal meer weten. Hij moest bericht hebben van de ver achter het kasteel Poltow vooruitgeschoven uitersten vleugel. Daar lag de beslissing. Als de rivier niet tijdig bezet werd, was alles verloren. Minuut op minuut verstreek. — Niets ! Generaal von Kashagen was zoo zenuwachtig, dat hij van zijn paard steeg; als hij stond kon hij namenlijk beter vloeken dan wanneer hij zat. Ha! — Eindelijk! „Vanwaar kom je !” bulderde de generaal den ordonnans toe, nog voor deze zijn schuimend ros tot stilstand had kunnen brengen. „Order, generaal ’ Direct met tijding van overste Von Block, werd echter bij het slot Poltow twee minuten opgehouden !” „Opgehouden ! Duizend bommen en granaten ! Heb je daar vannacht gesoupeerd; of ben je gek geworden, mijnheerrr !” schreeuwde de generaal in woede, terwijl hij hem de depêche uit de handen rukte. „En wie heeft u opgehouden !” „Een uiterst dringend schrijven aan een der heeren officieren in de suite van den heer generaal werd mij overhandigd — aan heer Baron von Eden I” „Zoo . . . Zoo ! . . .” bromde de generaal, hetgeen ongeIJZER VOOR GOUD. veer beteekende : „dat heb je er nou van 1” Was de generaal even te voren van zenuwachtige spanning van zijn paard gestegen, thans dreigde de baron van schrik en doodelijke verlegenheid bijna van het paard te vallen. Hoe was het in '’s hemelsnaam mogelijk ! Zijn vrouw hield een ordonnans-dienst op om „eventjes te schrijven 1” Zonder ook maar een enkelen blik op den ongelukkigen brief te werpen, liet hij hem ijlings tusschen den derden en vierden knoop van zijn tunica glijden en gluurde onderwijl heimelijk naar den ouden heer, om te zien of de tijding van den uitersten vleugel hem wat tot bedaren zou brengen. Dat scheen inderdaad het geval. Eerst fronste de generaal de wenkbrauwen, daarop ontplooiden zich de strenge trekken van zijn gelaat en dit nam zelfs een vroolijke uitdrukking aan, toen hij den uit het veld geslagen baron den brief overhandigde met de woorden : „Het spijt mij, waarde baron — een kleine verwisseling. Changez les lettres Ernst von Eden zag naar een medelijdende aardkloot om, waarin hij stilzwijgend en vol schaamte zou kunnen verdwijnen, toen hij bij het schijnsel van een flauw veldlegerlicht het volgende las : Liefste, zoetste, eenigste, beste ! „Alles is weder in orde en mijn geweten is vrij, als ge dien ouden brombeer van een generaal bepraten kunt dat hij Marie laat trouwen. Zij is namelijk vreeselijk verliefd en wel op den ritmeester Von Bensberg. Zij zou zelfs lang voor mij haar eed verbroken hebben als ze maar gekund had. Maar de oude wil niet, omdat Bensberg schulden heeft. Marie meent dat dit zoo erg niet is. Frits Bensberg is tegenwoordig zelfs zuinig. Hij hééft reeds vijfhonderd gulden bij elkaar van een paard dat hij verkocht heeft, dat kun je den generaal intusschen wel eens vertellen. En als hij dan nog niet wil dan zeg-je maar dat hij het doen moet om mij een plezier te doen. Dan doet hij het zeker! Overigens zijn er nu reeds zestien (I !) halve uren voorbijgegaan, waarin ik geen kus van je gehad heb. Dat is verschrikkelijk ! En ga vooral niet te dicht vooraan, waar geschoten wordt, hoor je ! Je vischje.” „Nu zet maar niet zoo’n benepen gezicht, geachte baron !” riep de generaal uit op vroolijken, opgewekten toon. „Overste Block meldt mij daar juist dat de bezetting van den rivieroever prachtig gelukt is door de uitstekende manoeuvre van het Bensbergsche eskadron. Toch een verduiveld kranige vent die Bensberg . . . Zal eens over de zaak nadenken, om mevrouw de barones te believen. Vind het overigens zeer interessant, dat mijn Marie het huwelijk afgezworen had. Ja, zoc is het vrouwenvolk. Ze zweren af zoolang de rechte Jozef nog niet gekomen is.” Q|k geloof niet dat hij het kan,” was het oordeel van Bertus Veldman op het wonderlijke verhaal dat hem zoo juist door den heer Jozef Verhoef gedaan was. „Ik ben geen leugenaar, mijnheer Veldman 1” antwoordde Verhoef beleedigd. „Neen, neen 1” haastte zich Bertus te zeggen, want het minste wat hij ter wereld wenschte was zijn aanstaanden schoonvader tegen zich in te nemen. „Ik ben bang dat u niet goed begreep . ...” „Als ik zeg hij deed ’t, dan deed hij ’t,” viel Verhoef hem in de rede. „En ik zeg ’t, omdat ik het zag, en ik vraag jou als een jongeman uit Amsterdam, waar ze toch zooveel aan sport doen en zelfs een sportterrein hebben of je iets niet gelooven mag als je het met je eigen oogen ziet.” Veldman wilde dit eerst bestrijden, maar hij bedacht zich. „Ja, natuurlijk,” stemde hij toe. „Als u zegt dat hij vijf minuten onder water bleef, dan . ...” „Vijf minuten, vijf en veertig en twee vijfde seconden,” verbeterde Verhoef. „Ik heb den tijd zelf op genomen en er vijf en twintig pop van mijn hard verdiend geld bij verloren.” Hij zuchtte. „Wel, ik wil gelooven, dat je het gezien hebt,” stemde nu Veldman toe, „maar hoe heeft hij ’t klaargespeeld ? ’t Wereldrecord is ... „Och, loop naar de maan met je wereldrecord,” viel Verhoef uit. „Wat beteekenen nu vijf seconden meer of minder!” „Net zoo weinig als de vijf gouden vijfjes die je verloren hebt,” antwoordde Veldman. „Ik kan echter niet begrijpen hoe het iemand ter wereld mogelijk is om zoo’n langen tijd als u daar zegt onder water te blijven, mijnheer Verhoef.” „Dat is nou juist iets, wat jij uit moet zoeken, mijnheer Veldman 1” „Maar . .. .” protesteerde Veldman. „En als jij deze kwestie oplost, dan zeg ik „ja” op de andere kwestie.” Bertus Veldman zag zijn hoop op een engagement met Verhoef’s dochter Bertha, waarover hij den ouden heer zoo juist gesproken had, in rook vervliegen. „En wat meer is,” vervolgde Verhoef. „Ik geef je honderd pop cadeau als je ’t vindt 1” Bertus bedankte hem, maar deed het eigenlijk maar werktuiglijk. „Bertha zegt dat jij zoo gochem bent. Als dat zoo is, heb je nu gelegenheid dit te toonen.” „Ik veronderstel dat je het hem meer dan eens hebt zien doen,” vroeg Bertus nog. „Wel een dozijn malen. Hij begon met twee minuten. Nu heeft hij gezegd dat hij spoedig in staat zal zijn tien minuten onder water te blijven. Je hebt ruimschoots tijd en gelegenheid om het geheim op te lossen, voordat je weer met je ellemaat aan het werk gaat. Maak dus maar een goed gebruik van je vacantie.” Bertus zei dat hij zijn best zou doen en ging den tuin in om in de frissche lucht eenige inspiratie te krijgen. Hij was naar Buiksloot gekomen om twee vliegen in één klap te slaan, nl. een gezellige vacantie door te brengen en tegelijkertijd van den heer Verhoef toestemming te verkrijgen voor een engagement met diens dochter Bertha, die evenals hij in een groot kleedermagazijn te Amsterdam in betrekking was. Bertus vond zijn schoonvader in spe DE RECORD-DUIKER
PDF
Nummer
1914, nr.17, 21 oct. 1914
Blad
15
Tekst
HET ROODE KRUISWERK. Een gewonde Duitscher wordt door Belgische ambulance-soldaten, bijgestaan door een Roode Kruis-Geestelijke, in een ambulance-trein gedragen. WILDE TREINEN. De treinen met erts geladen, welke door de Belgen werden afgezonden om den spoorweg te versperren. niet in de stemming om zijn aanzoek een gunstig onthaal te verschaffen. Integendeel, de heer Verhoef was eenigen tijd bepaald ongenietbaar. Toen werd hij opeens vertrouwelijk en deelde aan Veldman de oorzaak van zijn zorgen mede. Naast het koffiehuis van den heer Verhoef, had zich een nieuwe hotelier gevestigd, die hem al zijn clienteele afhandig maakte, niet door eerlijk zakendrijven, maar door allerlei minderwaardige trucs. Willem Spoor, een Amsterdammer, had nog nauwelijks zijn nieuw café geopend of hij begon door verschillende kunstgrepen en reclamemiddelen de zaak van zijn buurman en concurrent afbreuk te doen, wat hem wonderwel gelukte. Zoo had hij kort geleden weer een nieuwe attractie uitgedacht : Langs den tuin van zijn huis stroomde een tien meter breede rivier. Aan de overzijde was de oever zeer steil en dicht begroeid met biezen. Nu had hij tal van liefhebbers der zwemsport uitgenoodigd met hem een wedstrijd aan te gaan wie den langsten tijd onder water zou kunnen blijven. Geen enkele der zwemmers gelukte het evenwel Spoor te overtreffen. Ook schreef hij wedstrijden uit voor de dorpelingen onderling, waaraan hij dan deelnam buiten mededinging. Zoo zette hij de sportlui in verbazing door meer dan vijf minuten onder water te blijven. Een en ander lokte tal van bezoekers naar zijn café zeer tot schade der andere koffiehuizen en inzonderheid van dat van zijn buurman Verhoef. Uit een en ander zal men begrijpen, dat de taak aan Veldman door zijn aanstaanden schoonvader opgedragen lang geen gemakkelijke was. Dat er bedriegerij in het spel was, daarvan was de jongeman overtuigd. Hoe hij echter zijn hersens peinigde, hij wist er geen oplossing voor te vinden. Hij besloot ten laatste het koffiehuis van Spoor te gaan opzoeken, ten einde met den eigenaar kennis te maken en het tooneel van den strijd te verkennen. Zoodra hij binnentrad ondervond hij evenwel zijn eerste teleurstelling : baas Spoor was voor enkele dagen afwezig. Bertus troostte zich evenwel met de gedachte dat hij nu beter gelegenheid had om de localiteit te verkennen. Hij wandelde den tuin door en zette zich aan het einde hiervan bij de rivier neer, terwijl hij een biertje bestelde. Hij bestudeerde nauwkeurig de rivier en de beide oevers. „Vijf minuten onder water blijven,” peinsde hij. „Geen adem halen al dien tijd en dan zoo frisch als een hoentje weer boven komen, ’t Is een mooi smoesje 1 Natuurlijk haalt hij adem. De vraag is maar : hoe levert hij ’m dat ?” Zijn bier bleef onaangeroerd, terwijl hij daar zat te peinzen en in het water te staren. „Met tal van kijkers hier aan den oever is het voor Spoor onmogelijk boven water te komen,” zei Bertus tot zichzelf. „Toch moet hij ademhalen. Sapperloot, hoe doet hij dat ?” Geen antwoord vindende op zijn vragen, stond hij eindelijk ontmoedigd op, dronk zijn bier uit en vertrok. Hij zou er maar eens op gaan slapen, wellicht bracht de nacht onbewust de oplossing van het probleem. Den volgenden morgen was hij vroeg op en wandelde het huis uit, voordat Verhoef beneden was. Hij was het beu nog langer over de kwestie te praten en daarom vastbesloten als de oude heer bij zijn besluit bleef, zijn koffer te pakken en naar de stad terug te keeren. Hij ging dus het huis uit en wandelde voor het laatst langs de rivier, nu aan den anderen oever en zette zich eindelijk na een korte wandeling neer aan den oever tegenover de plek, waar hij den vorigen middag gezeten had. Zoo zat hij daar misschien tien minuten, toen hij eensklaps opsprong met een kreet. Neen, het was geen „Eureka 1” wat hij uitriep, want „ontdekt” had hij nog niets, dat is te zeggen, niets bijzonders, alleen dat hij midden in een mierennest was gaan zitten. Door zijn haastig opstaan slipte hij evenwel en gleed pardoes langs den steilen oeverkant het water in. Zooals reeds hiervoren gezegd was de oever dicht begroeid met biezen en deze biezen waren sterk. Dat was zijn geluk, want zich hieraan vast grijpende gelukte het hem weer spoedig vasten en drogen grond onder de voeten te krijgen. Doch terwijl hij, nu voor de tweede maal aan den oever zat, een bosje afgebroken biezen in de hand, maakte zijn ergernis plaats voor groote vreugde. Nu kon hij met recht roepen „Eureka !” want hij had de oplossing van het raadsel gevonden. Wat hinderde het dat hij een paar natte beenen had ! Bertha was de zijne en de honderd pop bovendien. Hij had wel kunnen dansen van blijdschap als zijn voeten maar niet *zoo nat waren geweest. Hij verschool zich achter wat struikgewas, wrong daar het water uit broek, schoenen en kousen, en haastte zich toen naar huis. De oude heer Verhoef zat met de grootste verbazing te luisteren naar de verklaringen van Bertus Veldman, welke laatste zoo verstandig was zijn ontdekking niet toe te schrijven aan een bloot toeval, zooals werkelijk het geval was, maar aan de bijzondere werkzaamheid van zijn scherpzinnig brein. „Ik vroeg mij zelven af,” vertelde Bertus, „als ik nu eens zoo’n kunststuk uithalen moest, hoe zou ik dat doen ? Ik bedacht toen verschillende middelen en meende <^t Spoor van deze wel het eenvoudigste zou kiezen, zette de proef op de som, en, warempel, ik had gelijk 1” „Hij is een leugenaar !” riep Verhoef woedend uit. „Een dief, een zwendelaar,” voegde Veldman er aan toe. „Om me mijn eerlijk verdiend geld op zoo’n gemeene manier af te zetten,” ging Verhoef voort. „Maar ik heb hem nou in mijn macht. Ik zal ’t hem inpeperen. Ik zal hem hier onmogelijk maken.” „Ja hij kan zijn biezen wel pakken,” stemde Bertus toe. „Maar hoe gaat ’t nu met je vijf en twintig gulden en . . . .” voegde hij er bij, „met mijn honderd?” „Vergeet je Bertha ?” vroeg Verhoef, nu in een bijzonder vroolijke en welwillende stemming. „Je hebt toch hersens, Bertus !” „Dankje!” „Ik had nooit gedacht dat je zoo rijk was!” „Mijn honderd pop !” hernam Bertus. Verhoef had in werkelijkheid niet gedacht, dat Veldman de moeilijkheid zou hebben opgelost. Anders zou hij niet zoo royaal met zijn honderd gulden hebbenomgesprongen. „Die honderd gulden was natuurlijk maar een grapje,” antwoordde hij. „Wat Bertha betreft, die kun je krijgen, met al mijn vaderlijke zegeningen en wenschen voor een gelukkige toekomst.” „Uw milddadigheid, mijnheer Verhoef, wordt alleen overtroffen door uw grcote waardeering voor de werkingen van het menschelijk brein.” Verhoef nam dit op als een compliment en dankte glimlachend. „Nu moet je je vijfentwintig gulden nog terug zien te krijgen,” opperde Veldman, die snel een middel bedacht had om toch de beloofde honderd gulden meester te worden. „Ja, da’s waar !” stemde zijn aanstaande schoonvader toe. „Wist ik maar een middel om dat klaar te spelen.” „We! ik heb een idee !” En Bertus legde zijn plan uit. Behalve dat Spoor voor het geheele dorp ontmaskerd zou worden, zou Verhoef tevens gelegenheid hebben niet alleen zijn geld terug te krijgen maar bovendien nog een aardige som er bij te verdienen. Bertus stelde namelijk voor met Spoor een wedstrijd in ’t duiken te houden. „Je kunt gerust tegen iedereen die het wil wedden dat ik het winnen zal. Spoor zal zeker een flinke som willen wagen overtuigd dat hij het wint. Maar ik zal hem met zijn eigen wapen slaan. Zoo wordt hij bekend gemaakt en je hebt er nog financieel voordeel bij.” „Er is geen mogelijkheid dat Spoor te weten gekomen is, dat je zijn geheim kent ?” Bertus zei van neen en Verhoef wien het plan wel toelachte, besloot het ten uitvoer te brengen. Hij maakte algemeen bekend dat hij een kampioen gevonden had, die Spoor in het duiken en onder water blijven verre overtreffen zou en hij raadde den bezoekers van zijn café aan op zijn man een kansje te wagen. De meesten waren echter zeer sceptisch gestemd en weinig genegen den raad op te volgen, tot Verhoef hun heel in het geheim vertelde, dat Veldman het raadsel van Spoor’s duikkunst ontsluierd had en hiervan nu tegen hem gebruik zou maken. Verhoef ging, dom genoeg, in zijn verlangen om zijn concurrent schade te doen zoo ver, dat hij aan iedereen uitlegde welke truc, die in werkelijkheid heel eenvoudig was, Spoor eigenlijk gebezigd had. Spoor had namelijk aan de overzijde in het riet een gummi ademhalings-apparaat verborgen, waaraan onderaan een slang bevestigd was en welks top tusschen de biezen juist boven water uitkwam. Als hij nu dook, zwom hij naar de overzijde der rivier, vond onder de biezen de tube met de slang, blies door de laatste eerst al het water weg dat er mocht zijn in geloopen en bleef dan kalm ademhalen, zoolang hij wilde. Dit alles was Veldman duidelijk geworden, toen hij van den oever tusschen het riet in het water gleed. Bij zijn pogingen om weder aan wal te komen, had hij met de biezen ook een stuk van de slang in handen gekregen. Zoo’n drukte en opwinding als nu had er nog nooit in het dorp geheerscht. Er zou een wedstrijd plaats hebben tusschen de heeren Spoor en Veldman. Er werd gewed wie van de beide kampioenen het winnen zou. Het meerendeel wedde op Spoor. Verhoef had natuurlijk zijn geld op zijn aanstaanden schoonzoon gezet en dezen grootmoedig de helft van de winst beloofd. De groote dag was aangebroken. Tal van personen, ook uit de omgeving, waren naar het hoffiehuis van Spoor gekomen waar goede zaken gemaakt werden. Eindelijk stonden de beide kampvechters op den oever gereed, omringd van een groote menigte nieuwsgierige toeschouwers. De rivier was voor elk der competitors met touwen afgezet. Eindelijk riep de scheidsrechter : „Klaar! Een, twee, drie!” En onder het gejuich der menigte plonsden beiden in het water. Tien seconden, twintig seconden, dertig .... de rimpels aan de oppervlakte van den stroom vervaagden — vijj en dertig, het water was nu glad als een spiegel, niets zag men rneer bewegen, toen opeens, het was nu zeven en dertig seconden, zag men weer beweging en tot elks verwondering kwam er een hoofd boven, het hoofd van Bertus Veldman. Een algemeen hoongelach brak los, terwijl hij naar den oever zwom. Verhoef en- diens vrienden, die op Veldman gewed hadden, waren buiten zich zelf van woede. Ze hielpen hem op den wal met meer kracht dan hulpvaardigheid en begonnen hem allerlei vragen te stellen; Bertus evenwel in plaats van te antwoorden, viel bewusteloos neer. Op dat oogenblik kwam ook Spoor boven, hij was nog nimmer zoo korten tijd onder geweest. Ook hij werd op den oever getrokken. „Ik heb ’t verloren,” riep hij uit. „’t Gaat niet! Het water is vergiftigd !” Toen geraakte ook hij buiten kennis. Geen van beiden schenen ^echter ernstige gevolgen te ondervinden van het vergiftigde water. Toen Bertus Veldman weer bij kennis kwam had hij nog een benauwd kwartiertje door te maken met zijn woedenden toekomstigen schoonvader. Maar Bertus zelf was ook woedend, want hij had natuurlijk de weddenschap verloren. Had de oude heer Verhoef echter geweten dat Bertus den volgenden dag met Spoor de winst samen deelden, dan zou hij met reden nog verontwaardigder geweest zijn. Toch was ’t zijn eigen schuld; had hij zijn v.ooid gehouden en de beloofde honderd gulden betaald, dan zou Bertus niet samen met Spoor den zoogenaamden wedstrijd op touw gezet hebben met het vooiaf afgesproken resultaat.
PDF
Nummer
1914, nr.17, 21 oct. 1914
Blad
16
Tekst
i /~a i 'm ix /■—\ i ” i r-\ ’t Ochtend-Toilet. Onder de Wol. ’n Straaltje water. De „broodtrein” in het kamp. I n dit nummer iets van eigen militairen en wel van het interessante buitenleven van de soldaten: het kampleven. De inkwartiering in scholen en andere openbare gebouwen is n.1. op verschillende plaatsen vervangen moeten worden door die in tenten. Zoo is er nabij Loosduinen een kamp verrezen dat gerust een tentenstad genoemd zou kunnen worden. Een groot aantal linnen huisjes is er op den drogen duingrond gezet, geordend tot wijken en straten. Want er wordt inderdaad van straat gesproken: „De straat van de derde kompie” enz. En niet alleen de straten hebben namen, maar de tenten zelf ook. Soms heel gewone: „Duinzicht”, „Veldzicht”, afgewisseld met „Villa Maria”en „Nooit Gedacht”. We zagen er zelfs een die „Geraldine Farrar” gedoopt was en vlak daarbij „Eben Haezer”. Maar de geest van de bewoners uit zich ook anders. Satyrisch, humoristisch. „Geldgebrek”, „Gesjochte jongens” leest men ook en dikwijls is alles verduidelijkt door een symbolische teekening zooals bijv. de teekenaar van „De Zwarte Bende” het deed. Dat alles toont al dat er in ’t kampleven ’n opgewekte stemming is. Daar doet het leven zelf niet weinig aan toe. Verveling kan er komen, zeker, maar dat ligt dikwijls aan de personen zelf, aan de verhouding van de tentbewoners onderling. Want er is ook afwisseling. Cantine, Kerk, ’s middags concert, aardappelen jassen, brengen wel de noodige afwisseling in het leven der tentenstad. Er is in het Loosduinsche kamp nog meer overeenkomst met een kleine stad: Het heeft electrische verlichting en waterleiding. En nog wel gefiltreerd water’ Het heeft een tram, die dwars door het kamp voor aanvoer zorgt van al het noodige. Het heeft barbiers, schoenmakers en kleermakers’ En ’t leven is gezond, ’s Morgens frisch wasschen, overdag geen al te zware dienst, gelegenheid voor voetbal, goede restauranjts en warme ligging onder drie & vier dekens, ’t Maakt kerels, zelfs van verwende stadsjongelui. Als de post aankomt. ’N LOGEMENT MET CENTRALE VERWARMING De soldaten, ondergebracht in een ledige broeikast, genieten van de voordeelen der centrale verwarming. DE „PIEPERS”. Onze landsverdedigers „druk” bezig met het schillen der aardappelen, hun eigen kostje. DE VELDKEUKEN. Het eten van 250 man wordt hierop tegelijk bereid. MODERNE GEMAKKEN. Het kamp beschikt over een „electrische centrale” en een motorisch gedreven waterleiding, dus over meer dan menig dorp beschikken kan. VIERVOETIGE VRIENDEN. Honden van een mitrailleur-bespanning. NEDERL. ROTOORAVURE-MAATSCHAPP1J. LEIDEN —ONZE SOLDATEN — IN HET KAMP TE LOOSDUINEN
PDF
Nummer
1914, nr.18, 16 oct. 1914
Blad
01
Tekst
1 No. 18a 16Oct. 1914,2eJrg. Verschijnt 2 maal p.week — G Abonnement per kwartaal f 1.30 DIT nummer kost afzonderlijk 7l/2 Ct. Voor BELGIË 20 Centiemen UITGAVE VAN A.W. SIJTHOEE's UITGEVERS MAATSCHAPPIJ LEIDEN © Redactie en '-Administratie DOEZASTRAAT 1 Telefoonnummer 1 © Zie op pagina 3 de serie foto’s van de terugkeerende Belgische Vluchtelingen. VLUCHTELINGETJE
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1106 tot 1110 van 11897